2013/41 deels-gegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Juan Antonio Flecha was klant van dopingarts Fuentes”. Hij heeft allereerst gesteld dat de publicatie diverse ernstige beschuldigingen aan zijn adres bevat, gebaseerd op anonieme bronnen, terwijl voor die beschuldigingen onvoldoende grondslag bestaat.
De Raad acht het begrijpelijk dat verweerders bepaalde informatie alleen onder plicht van geheimhouding konden verkrijgen en dat het niet mogelijk was die bronnen in het artikel bekend te maken. Bovendien is voldoende aannemelijk geworden dat verweerders uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar en aandacht hebben besteed aan de betrouwbaarheid van de anonieme bronnen en de door hen verstrekte informatie. In zoverre is de handelwijze van verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar.
Echter, verweerders hebben ervoor gekozen de beschuldigingen aan het adres van klager niet toe te schrijven aan bepaalde bronnen, maar als vaststaande feiten te presenteren. Zij hadden in het artikel meer inzicht moeten geven in het door hen verrichte onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal; dat hebben zij onvoldoende gedaan. In de publicatie is niet verantwoord waarop de ernstige beschuldiging ten aanzien van klager is gebaseerd, zodat zulks dit voor de lezers onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar is. Hierdoor hebben verweerders op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Voor zover klager heeft gesteld dat verweerders ten onrechte geen rectificatie hebben geplaatst, is de klacht ongegrond. In de berichtgeving ontbreekt weliswaar een deugdelijke onderbouwing van de beschuldigingen aan het adres van klager, maar verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat voldoende grondslag bestond voor de inhoud van de publicatie. Zij waren dan ook niet verplicht een inhoudelijke rectificatie te plaatsen. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.A. Flecha

tegen

R.-J. Friele, M. Misérus en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 1 mei 2013 met vijf bijlagen heeft mr. H. van Oijen, advocaat te Etten-Leur, namens J.A. Flecha (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R.-J. Friele, M. Misérus en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). Hierop heeft Ph. Remarque, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 29 mei 2013 met drie bijlagen. Ten slotte heeft klager bij brief van 10 juni 2013 nog een bijlage overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juni 2013. Namens klager is daar mr. E.C.G. van Loon verschenen, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders waren Friele en Misérus aanwezig, vergezeld door mw. C de Vries, managing editor, en mr. M. van Breda, bedrijfsjurist.

DE FEITEN

Op 3 april 2013 is in de papieren editie en op de website van de Volkskrant een artikel van de hand van Friele en Misérus verschenen onder de kop “Juan Antonio Flecha was klant van dopingarts Fuentes”. Het artikel opent met:
“Ook Juan Antonio Flecha, renner van de Nederlandse wielerploeg Vacansoleil-DCM, was klant van de Spaanse dopingarts Eufemiano Fuentes. Dit blijkt uit onderzoek van de Volkskrant naar de dopingzaak Operación Puerto. Daarin staat Fuentes centraal.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Flecha (35) liet in 2006 minstens vier keer bloed aftappen in Spanje, blijkt uit Fuentes’  administratie, in beslag genomen bij zijn aanhouding op 23 mei van dat jaar. Flecha reed dat seizoen voor het eerst in dienst van Rabobank. Hij kreeg van Fuentes de codenaam Clasicómano en klantnummer 33.”
en
“Omdat Fuentes met codenamen werkte, is het echter zaak te weten wie achter welke codenaam schuilt. Uit de administratie van Fuentes blijkt dat Flecha, alias Clasicómano, op 19 januari, 24 april (tweemaal) en 13 mei 2006 bloed afstond. De tweede sessie was een dag na Luik-Bastenaken-Luik.”
en
“Kort nadat Operación Puerto losbarstte, raakte Flecha in paniek. Hij waande zich niet meer veilig in zijn woonplaats Castelldefels en besloot Spanje halsoverkop te ontvluchten.”
en
“Flecha was de afgelopen weken evenmin bereikbaar voor een reactie.
Juan Antonio Flecha is een van de vele renners van Nederlandse ploegen die beweren dat ze nooit doping hebben gebruikt.
Uit onderzoek van deze krant blijkt echter dat de klassiekerspecialist van Vacansoleil-DCM bloedtransfusies onderging bij dopingarts Fuentes.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerders zonder deugdelijke grondslag ernstige beschuldigingen aan zijn adres hebben gepubliceerd. Zo wordt gesteld dat hij de codenaam Clasicómano en klantnummer 33 heeft gekregen van de Spaanse dopingarts Fuentes. Verder zou hij volgens de berichtgeving in 2006 meerdere keren bloedtransfusies hebben ondergaan bij Fuentes en na ‘Operación Puerto’ halsoverkop Spanje hebben verlaten. Deze beschuldigingen zijn als vaststaand feit gepresenteerd, terwijl het ongefundeerde conclusies van verweerders zijn. Verweerders hebben op geen enkele wijze onderbouwd dat zij uitvoerig en zorgvuldig onderzoek hebben verricht. Volgens klager hebben verweerders zich slechts op één anonieme bron gebaseerd, die zou hebben beweerd dat klager de codenaam Clasicómano en klantnummer 33 had. De beschuldigingen hebben grote gevolgen, aangezien dopinggebruik een zeer actueel en gevoelig onderwerp is in de wielersport. Dergelijke beschuldigingen kunnen een wielrenner zijn professionele sportcarrière kosten. Klager vreest dat zijn contract naar aanleiding van deze beschuldigingen niet wordt verlengd.
Klager heeft aan verweerders meegedeeld dat er naar zijn mening geen grondslag bestaat voor de beschuldigingen en heeft daarbij verzocht om een rectificatie. Verweerders hebben geen verdere onderbouwing gegeven en hebben evenmin het bericht gerectificeerd. Zij hebben verwezen naar de administratie van Fuentes, die zou aansluiten bij het wedstrijdschema van klager. Volgens klager volgt uit het enkele feit dat verweerders beschikken over gedetailleerde informatie van een klant van Fuentes niet, dat hij deze klant is. Het verband tussen vermeende data van bloedtransfusies en data van wielerrondes blijkt niet uit de administratie van Fuentes, maar is door verweerders gelegd. Bovendien zijn er vele renners die dezelfde wedstrijden hebben gereden als klager.
Ter zitting heeft mr. Van Loon nog naar voren gebracht dat uit een brief van de general manager van Vacansoleil-DCM blijkt dat ook AD en NRC zijn benaderd door een anonieme bron. Deze kranten hebben op hun beurt Vacansoleil benaderd. Deze bron stelde eveneens dat klager onder de schuilnaam Clasicómano betrokken zou zijn bij dopingarts Fuentes. Uit de brief blijkt dat Vacansoleil dit heeft onderzocht en geen grond heeft gevonden voor deze beschuldiging. Dit is de reden dat AD en NRC hebben besloten om niet over te gaan tot publicatie, mede gezien de grote gevolgen die een dergelijke lichtvaardige en onterechte beschuldiging heeft voor een wielrenner.
Volgens klager heeft de Volkskrant als enige krant wél gepubliceerd en de ‘tip’ als hard feit beschreven. Verweerders hebben echter geen enkel bewijs geleverd dat het artikel met de harde conclusies rechtvaardigt, buiten de vage en niet van enige bronvermelding voorziene verdenkingen die zij aandragen. Verweerders hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de van de anonieme bron verkregen informatie elders hebben geverifieerd. Daarmee hebben verweerders gehandeld in strijd met de gedragslijn die geldt ten aanzien van publicaties van ernstige beschuldigingen, aldus klager.

Verweerders stellen dat zij ‘Operación Puerto’ en de daaruit voortvloeiende rechtszaak op de voet hebben gevolgd. Zij hebben van januari tot eind april 2013 langdurig onderzoek gedaan naar het dopingschandaal rondom Fuentes. In dat verband hebben zij vele personen gesproken, waarbij meerdere personen – onder wie ploegmanagers, wielermakelaars en (oud-) wielrenners – aan hen hebben verteld dat klager klant was van Fuentes. Eén van deze personen was, vanwege zijn eigen betrokkenheid bij ‘Operación Puerto’, daarnaast in staat om daadwerkelijk de codenaam en het codenummer te geven die Fuentes gebruikte voor klager.
Ter zitting hebben de verslaggevers meegedeeld dat zij over meerdere anonieme bronnen beschikken, van wie vier een relatie hebben gelegd tussen klager en Fuentes. Eén van de bronnen had de beschikking over álle informatie van klager. Andere personen beschikten over een deel van de informatie, bijvoorbeeld alleen de codenaam en niet het codenummer. Het artikel is dan ook niet gebaseerd op informatie van één anonieme bron. De identiteit van de bronnen kan niet openbaar worden gemaakt. Zij zijn bekend in de wielerwereld en vrezen voor buitensluiting van de wielersport.
Verder wijzen verweerders erop dat met de informatie van de bronnen het onderzoek niet was afgerond. Zij hebben die informatie uitvoerig en zorgvuldig onderzocht, om deze te verifiëren en de betrouwbaarheid ervan te onderzoeken. Zij hebben met name de omvangrijke administratie van Fuentes doorzocht om de beweringen van de bronnen te verifiëren. De administratie van Fuentes ten aanzien van ‘Clasicománo’ past naadloos op het wedstrijdprogramma van klager. Dit gold weliswaar voor meerdere renners, maar met de overige informatie en documentatie bleef klager als enige over.
Ter zitting lichten de verslaggevers nog toe dat klager volgens ploeggenoten in paniek was, nadat bekend werd dat Fuentes was gearresteerd. Klager zou op dat moment zoveel met verschillende personen hebben gebeld, dat het prijzengeld van die wedstrijd de telefoonkosten niet kon dekken.
Volgens verweerders staan het dopinggebruik in het wielrennen en de pogingen om de sport ‘schoon’ te krijgen zowel nationaal als internationaal in de publieke belangstelling. Het artikel heeft voldoende nieuwswaarde, dient een maatschappelijk belang en levert geen onevenredig groot gevaar op voor personen. Uit publicaties in Spaanse en Duitse kranten blijkt dat er jegens klager al lange tijd verdenkingen van dopinggebruik bestaan. En ook binnen het wielercircuit wordt klager al geruime tijd aangeduid als dopinggebruiker. Er bestonden ook twijfels binnen zijn eigen ploeg. Naast de standaardvragen die alle wielrenners moesten beantwoorden over het overtreden van dopingregels, kreeg klager namelijk extra vragen over ‘Operación Puerto’. Klager is door de ploegleider tot tweemaal toe op de man af gevraagd of hij Clasicómano was. Dit ‘gerucht’ zou door de ploeg zijn opgevangen, nog voor de publicatie in de Volkskrant.
Verweerders menen dat zij uitgebreid en zorgvuldig onderzoek hebben verricht naar de betrouwbaarheid van de verkregen informatie. De identiteit van deze bronnen kan niet worden onthuld, maar het staat vast dat deze bronnen ten tijde van de publicatie niet in conflict waren met klager of anderszins belanghebbende zijn.
Ter zitting heeft managing editor De Vries erop gewezen dat de namen van de bronnen bekend zijn bij de hoofdredactie. Voor deze publicatie is een nieuw protocol gevolgd, waarin is bepaald door wie wordt meegelezen – hoofdredactie en chefs – als na eigen nieuwsgaring ernstige beschuldigingen worden gepubliceerd. In dit geval was er brede consensus over de publicatie. Achteraf bezien hadden de bronnen wellicht uitgebreider omschreven kunnen worden in het artikel, maar dat dit niet is gebeurd maakt het artikel niet onjuist of journalistiek onzorgvuldig.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bevat de volgende onderdelen:

  1. Het artikel bevat diverse ernstige beschuldigingen aan het adres van klager, gebaseerd op anonieme bronnen, terwijl voor die beschuldigingen onvoldoende grondslag bestaat.
  2. Verweerders hebben ten onrechte geen rectificatie geplaatst.

Ad 1.
De Raad is van oordeel dat verweerders in hun verweerschrift en in hun nadere toelichting ter zitting aannemelijk hebben gemaakt dat er voldoende grondslag bestond om over klager te berichten op de wijze als zij hebben gedaan.
Verweerders hebben aangevoerd dat de beschuldigingen aan het adres van klager zijn gebaseerd op meerdere anonieme bronnen van wie de identiteit bij de hoofdredactie bekend is, de administratie van Fuentes en overige documentatie. De Raad houdt er rekening mee dat de wielerwereld een kleine wereld is, waarin het voor betrokkenen schadelijk kan zijn om bepaalde informatie te delen. Het is daarom begrijpelijk dat verweerders bepaalde informatie alleen onder plicht van geheimhouding konden verkrijgen en dat het niet mogelijk was die bronnen in het artikel bekend te maken. Bovendien is genoegzaam aannemelijk geworden dat verweerders uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar en aandacht hebben besteed aan de betrouwbaarheid van de anonieme bronnen en de door hen verstrekte informatie; zij hebben die informatie geverifieerd aan de overige beschikbare informatie. In zoverre is de handelwijze van verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar. (zie punten 2.2.1., 2.2.2., 2.2.3. en 2.2.5. van de Leidraad van de Raad)

Echter, verweerders hebben ervoor gekozen de beschuldigingen aan het adres van klager niet toe te schrijven aan bepaalde bronnen, maar als vaststaande feiten te presenteren. Zij hadden in het artikel meer inzicht moeten geven in het door hen verrichte onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal; dat hebben zij onvoldoende gedaan. In de publicatie wordt niet duidelijk gemaakt waarop de beschuldigingen aan het adres van klager gebaseerd zijn. Niet is vermeld op hoeveel en welke soort bronnen de informatie is gebaseerd en waarom deze bronnen anoniem wensten te blijven, noch hoe de verkregen informatie is geverifieerd. Aldus is in de publicatie niet verantwoord waarop de ernstige beschuldiging ten aanzien van klager is gebaseerd, zodat zulks voor de lezers onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar is. Hierdoor hebben verweerders op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld. (zie punt 1.1. van de Leidraad)

Ad 2.
Zoals de Raad hiervoor heeft overwogen ontbreekt in de berichtgeving weliswaar een deugdelijke onderbouwing van de beschuldigingen aan het adres van klager, maar hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat voldoende grondslag bestond voor de inhoud van de publicatie. Verweerders waren dan ook niet verplicht een inhoudelijke rectificatie te plaatsen. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond. (zie punt 6.1. van de Leidraad)

BESLISSING

Voor zover de klacht erop ziet dat in het artikel een deugdelijke onderbouwing van de beschuldigingen aan het adres van klager ontbreekt, is de klacht gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 augustus 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M.C. Doolaard, dr. H.J. Evers, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.