2013/40 gegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Volop staatssteun voor ‘goede’ doelen” met de bovenkop “Waslijst van dubieuze stichtingen”. Klaagster meent dat de berichtgeving eenzijdig, onjuist en tendentieus is. Volgens haar had dit voorkomen kunnen worden door zorgvuldig onderzoek en juiste toepassing van wederhoor. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
De Raad stelt vast dat klaagster in verband wordt gebracht met vermeende dubieuze organisaties voor goede doelen. Uit de stukken blijkt dat Van Joolen klaagster in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren en daarbij heeft verwezen naar een bericht van het CBF uit 2006. Het artikel is ten aanzien van klaagster zeer kritisch. De indruk wordt gewekt dat sprake is van agressieve wervingsmethoden en wellicht onoorbare praktijken. Het bericht van het CBF biedt hiervoor geen grondslag. Bovendien hebben verweerders ten onrechte onvermeld gelaten dat het bericht van het CBF uit 2006 dateert. Daarbij komt dat klaagster een summiere reactie heeft gegeven binnen de door verweerders gestelde, zeer korte, termijn. Die reactie is echter op geen enkele wijze in het artikel verwerkt. Verweerders hebben journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting Wereld Dorpen voor Kinderen
 
tegen
 
O. van Joolen en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 22 april 2013 met vijf bijlagen heeft de heer J.F. Vita, algemeen directeur, namens Stichting Wereld Dorpen voor Kinderen te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen O. van Joolen en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juni 2013. Namens klaagster waren daar aanwezig voornoemde Vita, mw. E. Duisdeiker, mw. mr. drs. A.E. Dekhuijzen, mr. P. Bojkovski en mw. mr. Sh. Zulfiquar. Mr. Dekhuijzen heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
DE FEITEN
 
Op 12 april 2013 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Van Joolen verschenen met de kop “Volop staatssteun voor ‘goede’ doelen” en de bovenkop “Waslijst van dubieuze stichtingen”. Het artikel opent met:
“De islamitische stichting Witboek is niet het enige omstreden goede doel dat door de overheid wordt gesteund via fiscale voordelen. En terwijl dit gebeurt, is de liefdadigheidsector het intern oneens over het toezicht op de branche.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“Ook de stichting Wereld Dorpen voor Kinderen, waarover het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) veel klachten zegt te krijgen vanwege agressieve bedelbrieven, kan rekenen op fiscale douceurtjes. In totaal geeft de overheid hier bijna 900 miljoen euro aan uit.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat het artikel onjuiste en gedateerde informatie bevat en tendentieus is. Volgens klaagster is zij ten onrechte in verband gebracht met dubieuze organisaties. Bovendien is haar kort voor publicatie om een reactie gevraagd, maar is die reactie niet in het artikel verwerkt.
Klaagster licht toe dat Van Joolen haar kantoor telefonisch heeft benaderd op 11 april 2013 om 15:30 uur. Van Joolen heeft toen haar medewerkster Duisdeiker gesproken en gevraagd of klaagster ‘een antwoord had op het Centraal Bureau Fondsenwerving’. Omdat deze vraag onduidelijk was, heeft Duisdeiker om verduidelijking gevraagd. Van Joolen heeft daarop in een  e-mail van 11 april, 17:55 uur een link gestuurd naar een artikel op de website van het CBF. Daarbij heeft hij meegedeeld dat als klaagster wilde reageren, zij dat die avond voor 19/20 uur moest laten weten. Van Joolen heeft klaagster dus niet meer dan één tot twee uur – buiten kantoortijd – geboden om te reageren en daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit klemt temeer nu het artikel klaagster in een kwaad daglicht stelt en slechts is gebaseerd op een bericht dat zeven jaar geleden op de website van het CBF is geplaatst.
Niettemin heeft klaagster toch kans gezien, zij het summier, binnen de gestelde termijn te reageren. De heer Vita heeft Van Joolen voor het verstrijken van de deadline per e-mail geïnformeerd. Hij heeft daarbij duidelijk gemaakt dat het bericht op de site van het CBF dateert uit 2006 en dat die kwestie reeds in 2006 is opgelost. Vita heeft Van Joolen laten weten dat destijds met het CBF is afgesproken dat nieuwe klachten over klaagster aan haar zouden worden doorgestuurd maar dat klaagster sindsdien geen klachten van het CBF meer heeft ontvangen. Voorts heeft Vita kenbaar gemaakt dat klaagster ook verder nauwelijks officiële klachten ontvangt. Van deze reactie is echter niets in het artikel opgenomen.
Naast het feit dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast, is het artikel onjuist en misleidend. Door de bewering dat het CBF klachten ‘zegt te krijgen’ is ten onrechte de suggestie gewekt dat de informatie waarop verweerders zich baseren, recent is. Verweerders hebben op geen enkele wijze kenbaar gemaakt dat de informatie van het CBF uit 2006 dateert. Klaagster wijst er in dit verband op dat over Greenpeace wél in de verleden tijd is geschreven.
Verder stelt klaagster dat de informatie van het CBF verdraaid is weergegeven. In het bericht van het CBF uit 2006 is het volgende vermeld: “Het CBF ontvangt met enige regelmaat klachten en vragen over de Stichting Wereld Dorpen voor Kinderen (…), met name over het ongevraagd toesturen van post.” Verweerders hebben daar in het artikel van gemaakt: “Het CBF zegt veel klachten te krijgen vanwege agressieve bedelbrieven.” Het CBF heeft geen melding gemaakt dat het ‘veel klachten’ ontvangt, maar ‘met enige regelmaat vragen en klachten’. En van ‘agressieve bedelbrieven’ is in het bericht van het CBF al helemaal geen sprake.
Volgens klaagster hebben verweerders bewust een eenzijdig en tendentieus artikel geschreven. Zij wordt in de publicatie ten onrechte als dubieuze stichting aangemerkt en daardoor onnodig geschaad.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat er sprake is van eenzijdige, onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Volgens klaagster had dit voorkomen kunnen worden door zorgvuldig onderzoek en het op juiste wijze toepassen van wederhoor.
 
De Raad stelt vast dat klaagster in de publicatie in verband wordt gebracht met vermeende dubieuze organisaties voor goede doelen. Uit de stukken blijkt dat Van Joolen klaagster in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren en daarbij heeft verwezen naar een bericht van het CBF uit 2006.
 
De inhoud en strekking van het artikel is ten aanzien van klaagster zeer kritisch. Bij de lezer wordt de indruk gewekt dat sprake is van agressieve wervingsmethoden en wellicht onoorbare praktijken. Het bericht van het CBF biedt hiervoor geen grondslag. Bovendien hebben verweerders ten onrechte onvermeld gelaten dat het bericht van het CBF uit 2006 dateert.
Daarbij komt dat klaagster kans heeft gezien een summiere reactie te geven binnen de door verweerders gestelde, zeer korte, termijn. Die reactie is echter op geen enkele wijze in het artikel verwerkt.
 
Door zo te handelen en na te laten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld. (zie punten 1.1., 1.4., 1.5 en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 augustus 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M.C. Doolaard, dr. H.J. Evers, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.