2013/4 gegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Huizen maakt spartelvijver van Gooimeer” van de hand van Brouwer. Het artikel is afgesloten met de vermelding: “Ed Brouwer is ombudsman bij deze krant en woont aan het Gooimeer”. Kern van de klacht is dat onjuist en tendentieus over klager is bericht, waarbij Brouwer zijn functie als ombudsman heeft misbruikt, alsmede onvermeld heeft gelaten dat hij in onmin leeft met de familie Schra (eigenaar van het zeilcollege) en een betrokken buurtactivist is. Volgens de Raad worden in het artikel grievende uitlatingen gedaan over klager, die onvoldoende steun vinden in de feiten en die een grote mate van subjectiviteit bevatten. Een subjectieve inkleuring is weliswaar gebruikelijk voor een opiniestuk, aangezien daarin een persoonlijke mening wordt beschreven. Door de vermelding van de functie ‘ombudsman’ zal echter bij de gemiddelde lezer de indruk worden gewekt dat Brouwer ook in dit geval een onafhankelijke, boven partijen staande positie bekleedt. Dat daarbij tevens is vermeld dat hij ‘omwonende’ is, maakt dit niet anders. Dit is neutraal omschreven, terwijl Brouwer kennelijk sympathie heeft voor het werk van het actiecomité met belangen die indruisen tegen de belangen van klager. Daar komt bij, dat zich in het verleden onenigheid heeft voorgedaan tussen Brouwer en de familie Schra. Voldoende aannemelijk is geworden dat in deze zaak in redelijkheid kan worden gesproken van de schijn van belangenverstrengeling, waarbij zowel de relatie tussen Brouwer en klager als de relatie tussen Brouwer en het actiecomité ertoe kan hebben bijgedragen dat een onnodig negatief beeld van klager is geschetst. Dit klemt te meer, nu de vermelding van de functie ‘ombudsman’ in dit geval ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van onpartijdige berichtgeving. Verweerders hadden daarom meer terughoudend behoren te zijn in de gekozen formuleringen en opzet van het artikel, voor zover dit op klager betrekking heeft. Zij hadden hetzij ervoor kunnen kiezen het artikel te laten schrijven door een collega van Brouwer dan wel meer evenwichtig over de zeilschool behoren te berichten, bijvoorbeeld door ook klager in het artikel aan het woord te laten. Door zo te handelen en na te laten hebben verweerders journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Dat verweerders ongeveer een maand later hebben bericht dat zij achteraf ongelukkig waren over de plaatsing van de gewraakte passage, kan aan het oordeel van de Raad niet afdoen. In dit artikel is niet ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat en in hoeverre de handelwijze van verweerders niet juist was. Dit artikel heeft de nadelen die klager van de gewraakte publicatie moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Zeilcollege Huizen

tegen

E. Brouwer en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander

Bij brief met diverse bijlagen, door de Raad ontvangen op 24 oktober 2012, hebben de heer J. Schra (algemeen directeur) en mevrouw S. Schra (operationeel directeur) namens het Zeilcollege Huizen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen E. Brouwer en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander (hierna: verweerders). Bij e-mail van 5 november 2012 heeft klager nog een bijlage overgelegd. Bij brief van 12 november 2012 met drie bijlagen heeft P.A.J. Schat, redactiechef De Gooi- en Eemlander, namens verweerders op de klacht geantwoord. Klager heeft daarop nog gereageerd per e-mail van 19 november 2012 met zes bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 november 2012. Namens klager zijn daar voornoemde heer J. Schra en mevrouw S. Schra verschenen, vergezeld door N. van Bennekom, oud-redacteur De Gooi- en Eemlander. Aan de zijde van verweerders waren E. Brouwer, ombudsman, en voornoemde Schat aanwezig.

DE FEITEN

Op 15 september 2012 is in De Gooi- en Eemlander een artikel van de hand van Brouwer verschenen onder de kop “Huizen maakt spartelvijver van Gooimeer”. Het artikel opent als volgt:
“Huizen overweegt een groot stuk Gooimeer in te dammen om de kust aantrekkelijker te maken. Ed Brouwer vreest dat het omgekeerde gebeurt.”
Verder bevat het artikel, onder de tussenkop “Zeilschool”, de volgende passage:
“Niet doen, dat horizon- en waterverpestende binnenmeer met die dure dam en die pontons. Niet doen, geldt wat mij betreft ook de medewerking die B&W willen verlenen aan de uitbreidingsplannen van de verloederende zeilschool op de kop van de aanloophaven - ook onderdeel van het kustplan. Het is het eerste wat je van Huizen ziet als je daar van het Gooimeer komt, maar het is een beschamende vertoning. Half afgebroken en krakkemikkige steigers, op het land een uitdragerij van jewelste, al twee seizoenen illegale bebouwing, horeca die al dertig jaar niet van de grond komt. En dan willen B&W het ’kansrijke’ bedrijf belonen met nog meer ruimte?! Al even dramatisch: het college wil uitsluitend ten behoeve van de zeilschool het smalle ophaalbruggetje over de aanloophaven geschikt maken voor autoverkeer. Iets wat deze vijfsprong bij de brug helemaal niet aankan. Zo’n behulpzaam college zal iedere ondernemer zichzelf wensen. Dames, mijne heren, bezint alstublieft eer ge begint.”
Het artikel wordt afgesloten met de vermelding:
“Ed Brouwer is ombudsman bij deze krant en woont aan het Gooimeer”

Nadat klager zich met zijn bezwaren tot verweerders had gewend, hebben partijen getracht de kwestie op een minnelijke wijze te regelen. Dit is echter niet gelukt. Wel is op 13 oktober 2012 nog een artikel van de hand van Schat verschenen onder de kop “Passage over Zeilcollege in opiniestuk ‘ongelukkig’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Ombudsman Ed Brouwer woont tegenover het Zeilcollege in Huizen en hij heeft een uitgesproken mening over de activiteiten van zijn overburen.”
en
“De krant komt tot het oordeel dat de mening van Brouwer over de activiteiten van de zeilschool tegenover hem stevig is weergegeven doch niet uit de lucht gegrepen is. Niettemin is de krant achteraf ongelukkig over de plaatsing van de gewraakte passage in het opiniestuk, dat als onderwerp de Kustvisie van de gemeente Huizen had. Door een journalist neergeschreven woorden kunnen ontegenzeggelijk harder aankomen dan teksten die uit de pen van een willekeurige andere betrokkene in een kwestie vloeien. Schrijft een journalist zijn teksten met meerdere petten op, dan is terughoudendheid in een opiniestuk zeker geboden.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerders in de publicatie een onjuist en vernietigend beeld hebben geschetst van de zeilschool annex jachthaven en bootverhuur. In de berichtgeving worden onwaarheden beschreven en negatieve kwalificaties gehanteerd waardoor klager in zijn bedrijfsvoering wordt geschaad. Zo is onder meer ten onrechte geschreven dat sprake is van afgebroken en krakkemikkige steigers. Er is maar één catamaransteiger die op dit moment wordt gerenoveerd. Het hout is van deze steiger afgehaald en tijdelijk opgeslagen naast de botenloods. In de winter is het waterpeil 20 centimeter lager, waardoor in die periode aan de opbouw van de steiger kan worden gewerkt. Dit is normaal onderhoud. Verder is geen sprake van illegale bebouwing. Er is nog een podiumtent aanwezig die gebruikt wordt voor het jaarlijkse Brugfeest en een tent die bij slecht weer als theorieruimte wordt gebruikt. De gemeente heeft gevraagd of deze tenten na het seizoen weggehaald kunnen worden, aan welke afspraak klager zich ook zal houden. Bovendien is de diskwalificatie ‘uitdragerij van jewelste’ niet nader onderbouwd. Rondom het perceel van klager zijn verschillende dingen opgeslagen c.q. gedumpt. Dit is echter openbaar terrein en niet terrein van klager. Klager draagt niet de verantwoordelijkheid voor deze gronden. Ook staat er een caravan met invalidenauto in de nabijheid van klagers perceel. Deze caravan is van een jonge alleenstaande moeder van wie de partner is vertrokken en de auto behoort toe aan haar vader. Ook deze objecten zijn op het openbare terrein geplaatst, waardoor klager daar geen zeggenschap over heeft. Dat die grond niet bij zijn perceel hoort is ook bij verweerders bekend, aldus klager. Ten aanzien van de horeca merkt hij op dat dit geen kerntaak van zijn bedrijfsvoering is en slechts dient ter ondersteuning van de zeilschoolactiviteiten.
Volgens klager is de vernietigende manier van schrijven onnodig en vloeit een en ander voort uit het feit dat Brouwer, na een onenigheid van enkele jaren geleden, in onmin leeft met de directeur van de zeilschool. Het voorgaande is des te kwalijker doordat is vermeld dat Brouwer ombudsman van de krant is, hetgeen voor de publicatie niet relevant is. Brouwer is in dit geval geen boven partijen staande onafhankelijke vertrouwenspersoon. Hij is betrokken bij activisten c.q. bewonersverenigingen die zich verzetten tegen de plannen van de gemeente. Dit blijkt ook uit het feit dat de tekst van het artikel in een brief van het actiecomité aan de gemeenteraad is opgenomen. Door het verzwijgen van deze zaken en de vermelding van zijn hoedanigheid als ombudsman heeft Brouwer zijn functie misbruikt om aan het artikel meer status toe te kennen. Klager acht dit in strijd met de journalistieke integriteit.
Verweerders hebben aan klager aangeboden dat hij zelf een artikel kon publiceren waarin zijn standpunt naar voren werd gebracht. Volgens klager is dit echter niet afdoende. Lezers zullen denken dat het logisch is dat een eigenaar zijn eigen zaak verdedigt. Dit herstelt niet de schade die is toegebracht door een artikel dat is geschreven door de ombudsman van de krant. Dit is ook de reden dat klager heeft verzocht om een rectificatie door de redactie waarin afstand zou worden genomen van de standpunten van Brouwer. De inkeer in het op 13 oktober 2012 gepubliceerde artikel komt veel te laat en bovendien worden daarin de gebruikte negatieve kwalificaties nogmaals als juist beschreven. Dit artikel kan dan ook niet als deugdelijke rechtzetting worden beschouwd, aldus klager.

Verweerders stellen voorop dat zij de bezwaren van klager serieus hebben genomen, omdat het ernstige beschuldigingen zijn die klager jegens Brouwer heeft geuit. Dit is ook de reden dat verweerders contact hebben gezocht met klager en gesprekken met hem hebben gevoerd.
Van onjuistheden is volgens verweerders niet gebleken. De catamaransteiger is gestript tot op de palen en ook de gammele verbindingssteiger daarnaartoe is helemaal weggehaald. Verder zijn er provisorische steigers gemaakt en wordt het jollenveld naast de opslag voor boten ook gebruikt voor de opslag van allerhande vervallen ogende goederen en rommel. Klager heeft weliswaar verklaard dat deze spullen niet van hem zijn, maar hij heeft erkend dat ook hij daar spullen heeft neergelegd. Bovendien heeft klager op 18 september 2012 tijdens een vergadering van de commissie Ruimte, Wonen en Milieu verklaard dat hij recyclingmaterialen op zijn terrein opslaat. Daarnaast blijkt uit een brief van de gemeente dat de gemeente wel degelijk heeft vastgesteld dat sprake is van illegale opstallen. Verder heeft wethouder Van Hartskamp vorig jaar laten weten dat geen vergunning is verleend voor het plaatsen van een zogeheten ‘portakabin’ (verplaatsbaar gebouw) op de steiger. Dit is gedoogd tot het einde van het seizoen, waarna de portakabin is weggehaald. Verder vinden verweerders het vreemd dat de gemeente van mening is dat de zeilschool een meer kansrijke ontwikkeling verdient, bijvoorbeeld ook met horeca. Volgens verweerders noem je iets kansrijk als het in potentie kan uitgroeien tot een succes. Bij de zeilschool is echter al 30 jaar sprake van een horeca-activiteit en Brouwer heeft uit eigen waarneming kunnen vaststellen dat deze door de jaren heen weinig bezoek trekt. De gebruikte bewoordingen komen dus overeen met de werkelijkheid, aldus verweerders.
Verder stellen zij dat Brouwer zijn positie niet heeft misbruikt en dat persoonlijke vetes geen rol hebben gespeeld in de berichtgeving. De functie ‘ombudsman’ is niet vermeld om het verhaal meer gewicht toe te kennen. De lezers kennen Brouwer nu eenmaal in die hoedanigheid. Hij bemiddelt in geschillen die lezers hebben met bedrijven en instellingen. Als Brouwer een andere functie had gehad, dan was die vermeld. Vanwege de zuiverheid was ook van belang dat werd vermeld dat Brouwer aan het Gooimeer woont. Daarmee is duidelijk gemaakt dat Brouwer persoonlijk betrokken is bij de uitwerking van het visiedocument van de gemeente. Dat een vete een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de publicatie is niet juist. In het verleden heeft Brouwer met enige regelmaat contact gehad met de zeilschool. Dit is enige jaren geleden gestopt zonder dat Brouwer daaraan een hekel aan de familie Schra heeft overgehouden. Van leven in onmin is dan ook geen sprake. Klager vat het artikel kennelijk persoonlijk op, maar zo is het niet bedoeld. Brouwer heeft een oproep willen doen aan de gemeente. Overigens is Brouwer niet aan te merken als buurtactivist. Ter zitting hebben verweerders toegelicht dat Brouwer aanwezig is geweest op een avond van het actiecomité. Buurtgenoten van hem nemen daarin deel. Een kopie van het artikel is aan de buurtbewoners overhandigd ter informatie en controle. Verweerders zien daarin geen kwaad. Dat Brouwer een poster met de tekst “Laat de kust met rust” enige tijd achter zijn raam heeft gehangen, maakt hem nog niet tot een activist.
Wel zijn verweerders van mening dat de passage over de zeilschool in het opiniestuk achteraf wat ongelukkig was. Waar hier geschreven is met de petten van journalist en buurtbewoner op, was meer terughoudendheid op zijn plaats geweest. Dit is ook weergegeven in het artikel van 13 oktober 2012, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat onjuist en tendentieus over klager is bericht, waarbij Brouwer zijn functie als ombudsman heeft misbruikt, alsmede onvermeld heeft gelaten dat hij in onmin leeft met de familie Schra en een betrokken buurtactivist is.

De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw behoort te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht.
In de berichtgeving maakt de journalist een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen. Een journalist vermijdt eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, maakt geen misbruik van zijn positie, verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling. (zie punten 1.1., 1.4. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)

Een journalist is derhalve niet alleen gehouden belangenverstrengeling maar ook de schijn ervan te vermijden. Betrokkenen en het publiek moeten immers in staat zijn de werkwijze van een journalist c.q. de daaruit voortvloeiende publicatie op de juiste waarde te schatten. (vgl. RvdJ 2011/39)

Naar het oordeel van de Raad worden in het artikel grievende uitlatingen gedaan over (de bedrijfsvoering van) klager, die onvoldoende steun vinden in de feiten en die een grote mate van subjectiviteit bevatten. Door de gekozen bewoordingen is niet zo zeer sprake van een beschrijving van de feitelijke situatie, maar eerder van een voor klager negatieve inkleuring daarvan door Brouwer. Een subjectieve inkleuring is weliswaar gebruikelijk voor een opiniestuk, aangezien daarin een persoonlijke mening wordt beschreven. Door de vermelding van de functie ‘ombudsman’ zal echter bij de gemiddelde lezer de indruk worden gewekt dat Brouwer ook in dit geval een onafhankelijke, boven partijen staande positie bekleedt. Dat daarbij tevens is vermeld dat hij ‘omwonende’ is, maakt dit niet anders. Dit is neutraal omschreven, terwijl Brouwer kennelijk sympathie heeft voor het werk van het actiecomité met belangen die indruisen tegen de belangen van klager. Daar komt bij, dat zich in het verleden onenigheid heeft voorgedaan tussen Brouwer en de familie Schra.

Voldoende aannemelijk is geworden dat in deze zaak – gezien alle omstandigheden – in redelijkheid kan worden gesproken van de schijn van belangenverstrengeling, waarbij zowel de relatie tussen Brouwer en klager als de relatie tussen Brouwer en het actiecomité ertoe kan hebben bijgedragen dat een onnodig negatief beeld van klager is geschetst. Dit klemt te meer, nu de vermelding van de functie ‘ombudsman’ in dit geval ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van onpartijdige berichtgeving.

Verweerders hadden daarom meer terughoudend behoren te zijn in de gekozen formuleringen en opzet van het artikel, voor zover dit op de zeilschool van klager betrekking heeft. Zij hadden hetzij ervoor kunnen kiezen het artikel te laten schrijven door een collega van Brouwer dan wel meer evenwichtig over de zeilschool behoren te berichten, bijvoorbeeld door ook klager in het artikel aan het woord te laten.

De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders – door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld – de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Dat verweerders in het artikel van 13 oktober 2012 hebben bericht dat zij achteraf ongelukkig waren over de plaatsing van de gewraakte passage, kan aan het oordeel van de Raad niet afdoen. In dit artikel is niet ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat en in hoeverre de handelwijze van verweerders niet juist was. Dit artikel heeft de nadelen die klager van de gewraakte publicatie moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Gooi- en Eemlander te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 januari 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. dr. Y.M. de Haan en ir. B.L. Hooghoudt, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.