2013/38 gegrond

Samenvatting

Klagers maken bezwaar tegen een aantal publicaties van januari 2013 over fraude bij het gemeentelijke onderhoudsbedrijf De Waterwolf. Kern van de klacht is dat in de berichtgeving ten onrechte is beweerd dat klagers signalen over die fraude hebben genegeerd en pas na berichtgeving daarover in het Haarlems Dagblad in actie zijn gekomen.
Volgens de Raad is genoegzaam gebleken dat de aantijgingen aan het adres van klagers ongegrond zijn en dat verweerders dat hadden kunnen weten. Aangezien klagers in de berichtgeving worden gediskwalificeerd, hadden verweerders de aantijgingen bovendien niet zonder behoorlijke toepassing van wederhoor mogen publiceren. Verweerders hebben voorafgaand aan de publicaties geen wederhoor bij klagers toegepast. Het opnemen van een citaat uit een door een van de wethouders bij de rijksrecherche afgelegde verklaring kan niet als een behoorlijke toepassing van wederhoor worden aangemerkt, omdat het citaat niet gaat over de daarna, in januari 2013, gepubliceerde aantijgingen. Verweerders hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dat zij ná de berichtgeving aan klagers hebben aangeboden hun visie alsnog in een interview uiteen te zetten, kan daaraan niet afdoen. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de gemeente Haarlemmermeer, drs. Th.L.N. Weterings, drs. M.J. Bezuijen, J.J. Nobel en mr. A.Th.H. van Dijk

tegen

S. Smakman en de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad

Bij brief van 4 april 2013 met tien bijlagen heeft drs. Th.L.N. Weterings, burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer, mede namens de gemeente en de wethouders drs. M.J. Bezuijen, J.J. Nobel en mr. A.Th.H. van Dijk (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen S. Smakman en de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad (hierna: verweerders). Per e-mail van 5 juni 2013 hebben klagers nog een bijlage overgelegd. De hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad heeft niet op de klacht gereageerd. Smakman heeft op de klacht geantwoord in e-mail van 10 juni 2013 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juni 2013. Namens klagers is burgemeester Weterings verschenen, vergezeld door drs. B. van den Ham (voorlichter) en mw. mr. M.J.M. Verberne, integriteitcoördinator. Aan de zijde van verweerders was Smakman aanwezig, vergezeld door mw. J. Luichies (voorzitter van de redactieraad).

DE FEITEN

Op 10 januari 2013 is in het Haarlems Dagblad een artikel van de hand van Smakman verschenen onder de kop “Fraude bij Waterwolf dure zaak”. Het artikel opent met:
“De fraude rond het gemeentelijke onderhoudsbedrijf De Waterwolf heeft de gemeente Haarlemmermeer tonnen gekost. Ook op de afdeling beheer en onderhoud is de gemeente er onder meer door dubieuze inhuur van externe krachten fors bij ingeschoten.”
Het artikel eindigt als volgt:
“De zaak kwam aan het rollen toen de hovenier niet langer wilde meewerken en vervolgens geen werk meer kreeg. Na eerdere signalen te hebben genegeerd, besloot de gemeente na publicatie in deze krant in actie te komen.”
 
Vervolgens is op 11 januari 2013 in het Haarlems Dagblad een artikel van Smakman verschenen onder de kop “Gewoon een goede zakelijke deal” met de bovenkop “Directeur van De Waterwolf had er de wind flink onder”. Dit artikel opent met:
“Klaas W. heeft er de wind onder bij De Waterwolf. Vanaf het moment dat hij in 2006 wordt aangesteld als directeur, duldt hij geen tegenspraak. Een dictator noemt zijn opvolger Frits Spaak hem.”
In het artikel komt de volgende passage voor:
“W. weet hoe hij zijn bazen te vriend moet houden. (…) Als de wethouders Arthur van Dijk, Michel Bezuijen, Jeroen Nobel en burgemeester Theo Weterings vragen om sponsoring van het Concours Hippique, MeerJazz of de stedenband met Cebu, zegt W. daar geen nee tegen. Verder worden er reisjes gemaakt naar onder meer Engeland, Zwitserland en Frankrijk.”

Op 12 januari 2013 is in het Haarlems Dagblad een artikel van Smakman verschenen onder de kop “Ontslag in kwestie Waterwolf ” met als bovenkop “Gemeente negeerde signalen”. Het artikel opent met:
“De Haarlemmermeerse ambtenaar Patricia A. is ontslagen. Zij was de secretaresse van manager Rob D., die al drie jaar geleden op straat werd gezet vanwege de fraude bij onderhoudsbedrijf De Waterwolf.”
De laatste passage uit dit artikel luidt:
“Vandaag belicht deze krant de rol van het college in de kwestie. Het college kreeg al langere tijd signalen over misstanden bij Beheer en Onderhoud maar negeerde ze totdat er begin 2010 stukken in deze krant verschenen. Een paar weken voordat deze krant publiceerde kreeg burgemeester Theo Weterings het advies om de administratie van de Waterwolf veilig te stellen, maar deed dat niet. In januari lieten onderzoekers van Hoffmann hem weten op tegenwerking te stuiten en vroegen hem vergeefs om in te grijpen. Uiteindelijk gebeurde dat pas in februari na hernieuwd aandringen van Hoffmann. Vervolgens bleken delen van de administratie verdwenen. De Haarlemse officier van justitie Judith Hendriks heeft nog altijd geen besluit genomen over vervolging. Een klein jaar geleden rondde de rijksrecherche het onderzoek af. Hendriks zou voor de zomer van 2012 een besluit nemen.”

Dezelfde dag is in het Haarlems Dagblad nog een artikel van Smakman verschenen onder de kop “College negeerde alles over De Waterwolf ” met als bovenkop “Waterwolfdirecteur: ‘De burgemeester, wethouders en toezichthouders hebben exact de zelfde dingen gedaan als ik’”. Dit artikel opent met:
“Het is halverwege december 2009, een paar weken voordat de bom barst met de publicaties in deze krant, als burgemeester Theo Weterings wordt gewaarschuwd dat het goed mis is bij De Waterwolf. Stel de administratie veilig voordat er straks delen weg blijken te zijn, is het advies. Weterings negeert het.”
In het artikel komen de volgende passages voor:
“De houding van de gemeente roept overigens al eerder vragen op. In het najaar van 2009 bijvoorbeeld kaart de ondernemingsraad bij gemeentesecretaris Piet Buijtels aan dat er problemen zijn binnen De Waterwolf. Hij weigert iets te doen. Ook Rob D., de man die bij de gemeente ambtelijk de contacten met De Waterwolf onderhoudt, en wethouder Jeroen Nobel – beiden verantwoordelijk voor het bedrijf – krijgen te horen over de problemen daar. Ook zij doen niet. In het geval van Rob D. zal dat niemand verbazen, hij zit er immers tot over zijn nek in. In het geval van Nobel roept het meer vragen op. Hij is politiek verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het bedrijf en daarnaast heeft hij integriteitsbeleid in zijn portefeuille. Aan de andere kant: hij kan prima door één deur met Waterwolfdirecteur Klaas W. en is volgens betrokkenen dikke maatjes met Rob D. ‘Oude jongens krentenbrood’, omschrijft een betrokkene tegenover de rijksrecherche de verhoudingen tussen het drietal. ‘Twee handen op één buik’ en zelfs ‘billenmaatjes’, zijn kwalificaties van betrokken medewerkers over de verstandhouding tussen Nobel en D.”
en
“Nobel zelf geeft een hele andere lezing over het contact met W. en D. Hij verklaart bij de rijksrecherche dat hij met W. een ‘zakelijke relatie’ had en met D. een ‘goede positieve werkrelatie’. ,,En u mag best weten dat ik na februari 2010 (toen D. werd ontslagen, red.) nog enkele keren heb geïnformeerd naar zijn gezondheid.”
Op De Waterwolf mag de gemeente dan wat minder zicht hebben, bij Rob D. zou dat als manager beheer en onderhoud anders moeten zijn. Er komen ook herhaaldelijk signalen dat het niet goed zit op die afdeling.”
en
“Bovendien weet Weterings – en met hem de wethouders Arthur van Dijk, Michel Bezuijen en Jeroen Nobel – het bedrijf wél te vinden als het gaat om sponsoring. Het jaarlijkse sponsorbedrag wordt verhoogd van een paar duizend euro naar een halve ton. Vervolgens worden onder meer het Concours Hippique, MeerJazz, het vervoer van een brandweerwagen naar Cebu en het nieuwjaarsfeest in Nieuw-Vennep gesponsord op verzoek/bevel van deze collegeleden.”
en
“,,Dat W. allerlei mensen in een kwaad daglicht stelt, daar kan ik niet veel mee”, reageert Nobel tegenover de rijksrecherche.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat in de publicaties ten onrechte beschuldigingen aan hun adres zijn geuit, zonder dat hen de mogelijkheid is geboden hun standpunt daarover naar voren te brengen. In de berichtgeving is herhaaldelijk een eenzijdig, ongenuanceerd en/of onjuist beeld geschetst. Klagers zagen zich dan ook genoodzaakt om op 14 januari 2013 een persbericht uit te brengen waarin zij de beschuldigingen hebben weerlegd.
Volgens klagers is de strekking van de berichtgeving dat zij hebben nagelaten tijdig actie te ondernemen tegen fraude bij De Waterwolf en dat zij daartoe pas zijn overgegaan nadat verweerders over de kwestie hebben gepubliceerd. Dit is pertinent onjuist. Al voordat er publicaties in het Haarlems Dagblad zijn verschenen, hebben klagers actie ondernomen. Verweerders hebben willens en wetens deze onjuistheden opgenomen, aangezien zij op de hoogte waren van de juiste data van besluitvorming. Er is vanuit de gemeente namelijk op 4 januari 2010 een persverklaring uitgegaan over mogelijke fraude/valsheid in geschrifte bij De Waterwolf. In deze verklaring staat dat een onderzoek wordt gestart en dat al een aantal gesprekken heeft plaatsgevonden. Verder is in de persverklaring van 4 juni 2012 beschreven dat het college van B&W op 29 december 2009 besloot tot het laten doen van een zelfstandig onderzoek. De eerste publicatie in het Haarlems Dagblad dateert van 10 januari 2010. In de gewraakte berichtgeving is dus ten onrechte bij herhaling beweerd en als feit gepresenteerd dat verweerders niets hebben gedaan met signalen en pas na publicaties in het Haarlems Dagblad in actie zijn gekomen.
Ook de bewering in de publicaties dat er al eerder signalen waren waar verweerders niets mee hebben gedaan – zoals klachten van het OR-lid Nasirkhan, de zaak van mevrouw De Jong en contacten met raadslid Van Groenigen – is onjuist. Ter zitting hebben klagers toegelicht dat de verklaring van het OR-lid ging over het niet hebben van een ondernemingsraad bij De Waterwolf. Over die kwestie is er contact geweest met de gemeentesecretaris. Deze heeft laten weten dat dit geen kwestie is waar de gemeente een rol in speelt, omdat De Waterwolf een zelfstandige onderneming is. Dit ging dus niet over fraude bij De Waterwolf. Ook in het dossier dat door mevrouw De Jong naar voren is gebracht, is geen relatie gelegd met fraude bij De Waterwolf. Die zaak ging over de Afdeling Beheer en Onderhoud en een discussie over contractsverlenging. Voor wat betreft de contacten met raadslid Van Groenigen heeft burgemeester Weterings ter zitting duidelijk gemaakt dat er in december 2009 één of twee keer contact is geweest met Van Groenigen. In een telefoongesprek is weliswaar aan de orde gekomen dat er signalen waren dat er bij De Waterwolf iets mis was, maar er waren op dat moment geen concrete aanwijzingen, documenten of bronnen die dat ondersteunden. Er is duidelijk gemaakt dat de anonieme bron bij het meldpunt integriteit een melding kon doen of daarover een gesprek met de burgemeester kon hebben. Een en ander is niet gebeurd. Klagers konden zonder concrete aanwijzingen geen onderzoek starten. Nadat de heer Beusenberg (voorzitter Sociaal Rechts Haarlemmermeer) eind december 2009 met concrete informatie en documentatie van een informant naar voren kwam, is gelijk actie ondernomen. Die informatie is op 25 december 2009 ontvangen en de eerstvolgende werkdag zijn alle processen in gang gezet, waaronder het opnemen van contact met het onderzoeksbureau Hoffmann. Volgens klagers is derhalve adequaat en snel gehandeld, zodra er concrete aanwijzingen van fraude waren. Klagers benadrukken dat hierbij relevant is dat De Waterwolf een zelfstandige onderneming is. Ook al is de gemeente grootaandeelhouder, dit betekent niet dat zonder concrete aanwijzingen in de bedrijfsvoering kan worden ingegrepen.
Volgens klagers was er dus geen enkele aanleiding om te berichten dat zij signalen hebben genegeerd en pas na publicatie in het Haarlems Dagblad actie hebben ondernomen. Dit was voor verweerders ook duidelijk en daarom hadden zij des te meer reden om ter zake wederhoor toe te passen. Dan hadden de onjuistheden weggenomen kunnen worden en hadden klagers uitleg kunnen geven over de gang van zaken. Ter zitting wijzen klagers erop dat zij wellicht een aantal zaken niet hadden kunnen toelichten, omdat de kwestie in onderzoek was bij bureau Hoffmann en de rijksrecherche. Niettemin hadden klagers in de gelegenheid gesteld willen worden om de precaire situatie uit te leggen en te verwoorden.
Verder stellen klagers dat er geen grondslag bestaat voor de beschuldiging dat zij De Waterwolf zouden hebben opgedragen diverse activiteiten te sponsoren en voor de insinuatie over buitenlandse reisjes. In het persbericht van 4 juni 2012 is ook de gang van zaken rondom sponsoring beschreven, maar die uitleg is door verweerders niet opgenomen in de publicaties. Ook op dit punt had door toepassing van wederhoor voorkomen kunnen worden dat onjuist was bericht, aldus klagers.
Klagers betwisten dat wederhoor is toegepast doordat in de publicaties is verwezen naar een citaat van de verantwoordelijke wethouder uit zijn verklaring bij de rijksrecherche, zoals Smakman heeft gesteld. Allereerst beschikken klagers en de betreffende wethouder niet over het rapport van de rijksrecherche, omdat dit een vertrouwelijk stuk is. Daarnaast is dat citaat gedateerd en gaat dat niet over de in de artikelen geuite beschuldigingen en onjuistheden. In het citaat wordt slechts duidelijk gemaakt dat de wethouder nog enkele keren heeft geïnformeerd naar de gezondheid van een verdachte.
Volgens klagers had het dan ook in de rede gelegen dat verweerders een rectificatie hadden geplaatst naar aanleiding van de door klagers uitgebrachte persverklaring van 14 januari 2013. In plaats daarvan hebben verweerders enkel in een artikel van 15 januari 2013 bericht dat klagers opnieuw naar de Raad stappen omdat zij stellen dat zij al voor de eerste publicatie in de krant in actie zijn gekomen. In dit artikel erkennen verweerders niet dat dit standpunt van klagers juist is. Hierdoor continueren verweerders hun onzorgvuldige handelwijze.
Weliswaar hebben verweerders aangeboden om alsnog het standpunt van klagers te publiceren, maar klagers hadden niet het vertrouwen dat dit een correct artikel zou worden. Daarbij komt dat dit weerwoord achteraf en derhalve te laat was, aldus klagers.

Smakman stelt dat in de persverklaring van 4 januari 2010 is gemeld dat een onderzoek ‘wordt’ gestart. Uit die bewoording volgt logischerwijs dat op dat moment nog geen onderzoek gaande was. Volgens Smakman was de persverklaring een reactie op de mededeling van het Haarlems Dagblad op diezelfde dag, dat op 5 januari 2010 een artikel zou verschijnen over De Waterwolf. In dit opzicht is de berichtgeving dus niet onjuist. Ter zitting heeft Smakman meegedeeld dat hij in het persbericht van 4 juni 2012 over de verwijzing naar het besluit van het college van 29 december 2009 heeft heen gelezen. Smakman is daarom gebleven bij zijn eerdere conclusie dat het college signalen heeft genegeerd. Die conclusie is ook niet onjuist. Hij heeft deugdelijk onderzoek gedaan, waarbij hij meerdere personen heeft gesproken en documentatie heeft onderzocht. Aan de personen is vertrouwelijkheid en anonimiteit beloofd, waardoor hij daarover niet meer kan vertellen. Smakman zegt ook te beschikken over de rapporten van bureau Hoffmann en de rijksrecherche. Uit het rapport van Hoffmann blijkt dat het OR-lid Nasirkhan al eerder misstanden heeft aangekaart, die betrekking hebben op het reilen en zeilen bij De Waterwolf. Daarnaast heeft raadslid Van Groenigen begin december 2009 de burgermeester gewaarschuwd voor misstanden bij De Waterwolf en erop aangedrongen de administratie veilig te stellen om te voorkomen dat die zou verdwijnen. Ter zitting heeft Smakman verder meegedeeld dat hij ook een uitgebreid dossier heeft over de situatie van mevrouw De Jong. Volgens hem ging dit dossier wel degelijk ook over misstanden bij De Waterwolf en niet alleen over de afdeling Beheer en Onderhoud van de gemeente. Van de brief van de heer Beusenberg is hij pas op de hoogte gekomen door het persbericht van de gemeente, dat na de gewraakte publicaties is uitgebracht. Volgens Smakman staat dan ook vast dat de gemeente eerdere signalen heeft genegeerd.
Verder meent Smakman dat wel degelijk sprake is geweest van wederhoor. Voorafgaand aan de publicaties van januari 2013 is weliswaar geen direct wederhoor gepleegd, maar hij had de beschikking over de verklaring die de verantwoordelijke wethouder bij de rijksrecherche had afgelegd. Die reactie is in de berichtgeving verwerkt. De wethouder zou niets anders hebben kunnen zeggen dan wat hij al tegenover de rijksrecherche had verklaard. Er was dan ook geen aanleiding deze wethouder alsnog om een weerwoord te vragen, aldus Smakman.
Verder is na de publicaties en het persbericht van 14 januari 2013 aan klagers direct aangeboden om in gesprek te gaan. Daarbij is voorgesteld een reactieverhaal te maken, waarbij klagers vooraf inzage zouden krijgen in de publicatie. Klagers hebben echter uiteindelijk afgezien van deze mogelijkheid van wederhoor. Volgens Smakman is dit uiteraard het goed recht van klagers, maar dat kan hem niet worden verweten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat in de berichtgeving ten onrechte is beweerd dat klagers signalen over fraude bij De Waterwolf hebben genegeerd en pas na berichtgeving daarover in het Haarlems Dagblad in actie zijn gekomen. Volgens klagers was voor verweerders op basis van de beschikbare informatie duidelijk dat deze bewering ongegrond is, en hebben verweerders nagelaten wederhoor toe te passen. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

In het persbericht van de gemeente van 4 juni 2012 is uitdrukkelijk vermeld dat het college op 29 december 2009 heeft besloten een zelfstandig integriteitsonderzoek te laten verrichten en dat het college de gemeenteraad daarover per brief van 30 december 2009 heeft geïnformeerd. Volgens klagers konden zij niet eerder tot actie overgaan omdat zij pas op 25 december 2009 de beschikking kregen over concrete aanwijzingen van fraude bij De Waterwolf, en hebben zij op de eerstvolgende werkdag daadwerkelijk actie ondernomen. Verder staat vast dat het Haarlems Dagblad pas begin januari 2010 voor het eerst over de kwestie heeft bericht. Naar het oordeel van de Raad is aldus genoegzaam gebleken dat de hiervoor bedoelde aantijgingen aan het adres van klagers in de publicaties van januari 2013 ongegrond zijn, en dat  verweerders dat hadden kunnen weten.

Aangezien klagers in de berichtgeving worden gediskwalificeerd, hadden verweerders de aantijgingen bovendien niet zonder behoorlijke toepassing van wederhoor mogen publiceren. Niet ter discussie staat dat verweerders voorafgaand aan de publicatie geen wederhoor bij klagers hebben toegepast. Van zwaarwegende redenen van algemeen belang die dat kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Het opnemen van een citaat uit een door een van de wethouders bij de rijksrecherche afgelegde verklaring kan in dit geval niet als een behoorlijke toepassing van wederhoor worden aangemerkt. Het citaat gaat immers niet over de nadien, in januari 2013, gepubliceerde aantijging dat het college signalen over fraude bij De Waterwolf zou hebben genegeerd en pas na berichtgeving daarover in het Haarlems Dagblad in actie zou zijn gekomen.  

Door zo te handelen en na te laten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dat verweerders ná de berichtgeving aan klagers hebben aangeboden hun visie alsnog in een interview uiteen te zetten, kan daaraan niet afdoen. (zie onder meer de punten 1.1., 1.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Haarlems Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 augustus 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M.C. Doolaard, dr. H.J. Evers, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.