2013/36 ongegrond

Samenvatting

De klacht betreft het artikel “’Door de zichtbare brandenwonden droeg ik de ramp altijd met me mee’” met de onderkop “Boek over KLM-crash brengt herinneringen boven bij overlevende Hannie de Rijke”. In een citaat van Hannie de Rijke komt onder meer de volgende passage voor: “Ook de zoon van de gezagvoerder was erbij. Er ging altijd een hardnekkig gerucht over de piloot, dat hij voor de vlucht te veel zou hebben gedronken. Die zoon was bang dat wij als groep boos op hem zouden zijn. Maar tijdens die hele reis hebben we het daar geen moment over gehad.” Klagers zijn nabestaanden van de in het artikel bedoelde gezagvoerder.
De Raad heeft begrip voor de gevoelens van klagers, maar meent dat objectief bezien geen sprake is van tendentieuze en onnodig grievende berichtgeving. Het is duidelijk dat het artikel in hoofdzaak gaat over de ervaringen van Hannie de Rijke. Aan de (mogelijke) oorzaak van de ramp zijn zijdelings enkele zinnen gewijd, waarbij uitdrukkelijk is vermeld dat de precieze oorzaak nooit officieel is vastgesteld. In de context van de publicatie speelt het citaat een relevante rol. Daarmee is tot uitdrukking gebracht dat het gerucht in de beleving van Hannie de Rijke tijdens de reis naar Biak juist geen enkele rol speelde. Van een beschuldiging jegens de gezagvoerder is geen sprake, zodat verweerders geen wederhoor behoefden toe te passen. Nu verweerders op de hoogte waren van de gevoeligheid ten aanzien van de mogelijke oorzaak van de ramp, was het wellicht raadzaam geweest als zij voor de volledigheid daaraan een extra zinsnede hadden gewijd, maar zij waren daartoe niet verplicht.
Verder zijn verweerders op een passende wijze omgegaan met de bezwaren van klagers. Zij hebben een constructief voorstel gedaan om aan die bezwaren tegemoet te komen.
De Raad concludeert dat verweerders niet journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G. de Roos, R. de Roos jr., M. Boer-de Roos

tegen

T. van der Mee en de hoofdredacteur van AD

Bij brief van 28 maart 2013 met zeven bijlagen heeft mr. F.G. Vreede namens G. de Roos te Beltrum, R. de Roos jr. te Laren en M. Boer-de Roos te Naarden (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen T. van der Mee en de hoofdredacteur van AD (hierna: verweerders). Vervolgens heeft mr. Vreede bij e-mail van 13 mei 2013 de klacht nader toegelicht en nog een bijlage overgelegd. Bij brief van 15 mei 2013 hebben T. van der Mee en P.F.G. van den Bosch, plaatsvervangend hoofdredacteur, op de klacht geantwoord.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei 2013. Aan de zijde van klagers waren daar G. de Roos, M. Boer-de Roos en mr. Vreede aanwezig. Namens verweerders is daar voornoemde Van den Bosch verschenen. Mr. Vreede heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een notitie.

Vanwege de plotselinge afwezigheid van een van de leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 18 februari 2013 is in AD een artikel van de hand van Van der Mee verschenen onder de kop “’Door de zichtbare brandwonden droeg ik de ramp altijd met me mee’” met de onderkop “Boek over KLM-crash brengt herinneringen boven bij overlevende Hannie de Rijke”. De intro van het artikel luidt:
“Het gezin De Rijke overleefde in 1957 op wonderlijke wijze een vliegtuigcrash in Nieuw-Guinea. De jongste telg, Hannie, raakte daarbij het zwaarst gewond. De ramp trok diepe sporen in haar leven. Haar bijzondere familiegeschiedenis is opgetekend in het boek De vlucht van een paradijsvogel dat vrijdag verscheen.”
In het artikel komen onder meer de volgende passages voor:
“Hannie de Rijke (64) draait haar gebruinde gezicht heen en weer. Van de brandwonden is bijna niets meer te zien. (…) Haar oor is het enige zichtbare litteken, dat herinnert aan de traumatische zomernacht in 1957. Toen overleefde Hannie samen met haar ouders, zus en broer in Nieuw-Guinea een crash met een KLM-vliegtuig.”
en
“De geschiedenis van het gezin De Rijke, die zich voor een belangrijk deel afspeelt in de kolonie in de verre oost, is door de journalisten Marlies Dinjens en Stan de Jong vastgelegd in het boek De vlucht van een paradijsvogel.
en
“Om 3.32 uur vertrekt de ‘Neutron’ met 68 inzittenden. Aan boord zijn volwassenen, kinderen en enkele marinemensen. Gezagvoerder Rob de Roos maakt na de start een bocht naar rechts. Hij vraagt het vliegveld om de lichten van de startbaan aan te laten. Hij wil een zogenaamde low-run maken – hij wil laag over het vliegveld scheren. Via de intercom laat hij de passagiers weten dat ze straks nog één keer de lichtjes van Biak kunnen zien. De Neutron stijgt naar 300 meter. Boven het eilandje Owi in de Soanggaraibaai maakt het toestel een scherpte bocht naar links. 4 minuten na de start verliest het snel hoogte en raakt horizontaal het wateroppervlak. Eerst is er de enorme klap, gevolgd door een hoop gegil. Dan een oorverdovende stilte. Het vliegtuig breekt precies voor rij 14 waar het gezin De Rijke zit. Dat is hun geluk. Ze worden alle vijf naar buiten gekatapulteerd. Hannie: ,,Ik herinner me nog goed dat we schuin gingen. Ik dacht nog: dit gaat wel héél schuin. Daarna weet ik niets meer. Ik kom pas bij als ik in het water lig.””
en
“Met 58 slachtoffers, onder wie de hele bemanning, is het op dat moment voor de KLM de grootste vliegramp. Veel lichamen zijn nooit gevonden of geïdentificeerd. De precieze oorzaak is nooit officieel vastgesteld.”
en
“Pas 30 jaar na de ramp komen de onverwerkte trauma’s naar buiten. In 1986 keert Hannie de Rijke terug naar Nieuw-Guinea. Ze wil haar redder ontmoeten.”
en
“Kort na haar bezoek gaat Hannie in therapie. Samen met een andere overlevende strijdt ze jarenlang voor een monument voor de slachtoffers. Dat is vorig jaar zomer gelukt. Ze spoort andere nabestaanden op. Samen maken ze een emotionele reis naar Biak voor de onthulling. ,,Het was een zelftherapeutische hulpgroep. Er is veel gehuild. Ook de zoon van de gezagvoerder was erbij. Er ging altijd een hardnekkig gerucht over de piloot, dat hij voor de vlucht te veel zou hebben gedronken. Die zoon was bang dat wij als groep boos op hem zouden zijn. Maar tijdens die hele reis hebben we het daar geen moment over gehad. Hij was een jongen van 10 toen hij zijn vader verloor. Hij kwam ook om te rouwen. Nu dit monument er is heb ik het voor mijn gevoel afgesloten.””

Klagers zijn nabestaanden van Rob de Roos sr., de in het artikel bedoelde gezagvoerder van het verongelukte vliegtuig.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de vliegramp en de gevolgen daarvan voor Hannie de Rijke centraal staan in het boek “De vlucht van een paradijsvogel”. Verschillende media hebben aan het verschijnen van dit boek aandacht besteed. Volgens klagers hebben verweerders dat op ontoelaatbare wijze gedaan. Zij menen dat door de zinsnede “Er ging altijd een hardnekkig gerucht over de piloot, dat hij voor de vlucht te veel zou hebben gedronken.”, in samenhang met het noemen van Rob de Roos als gezagvoerder, diens naam in verband is gebracht met alcoholgebruik voorafgaand aan de vlucht. Volgens klagers zijn hierdoor de eer en goede naam van gezagvoerder Rob de Roos, de nagedachtenis aan hem en de persoonlijke levenssfeer van klagers als nabestaanden aangetast.
Klagers wijzen erop dat beweerdelijk drankgebruik door de gezagvoerder voorafgaand aan de vlucht eerder aan de orde is gesteld. Dit betrof een uitzending van het KRO-programma Netwerk in 1999. Naar aanleiding van deze uitzending is er onderzoek verricht, een rechtszaak geweest en een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. De toenmalige Raad voor de Transportveiligheid heeft geoordeeld dat de uitlatingen in Netwerk niet op waarheid berustten. Na diepgaand onderzoek is het aantal mogelijke oorzaken teruggebracht tot twee: een vliegfout of een technisch mankement dan wel een combinatie van beiden. Gedrag van de bemanning is daarmee uitdrukkelijk als oorzaak uitgesloten. De minister van Verkeer en Waterstaat sloot zich bij dit onderzoek aan en concludeerde dat daarin geen enkele concrete aanwijzing voor alcoholgebruik was gevonden. Een lid van de commissie die de oorzaken van de ramp had onderzocht, benadrukte in een verklaring dat de mogelijkheid van alcoholgebruik zelfs niet bij geruchte was geopperd. Deze stukken stellen buiten iedere twijfel dat het gerucht rond het alcoholgebruik was verzonnen. De KRO is door de rechtbank veroordeeld tot rectificatie en schadevergoeding en de klacht bij de Raad voor de Journalistiek is gegrond verklaard.
Volgens klagers is in het thans gewraakte artikel wederom, als citaat van Hannie de Rijke, als ‘hardnekkig gerucht’ voor een groot lezerspubliek beweerdelijk alcoholgebruik van gezagvoerder De Roos de wereld in gestuurd. Klagers menen dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld doordat zij zonder grondslag een gerucht met een zo maatschappelijke lading hebben gepubliceerd. Na een eenvoudige zoektocht op Google had bij de journalist kenbaar kunnen zijn dat voor het gerucht geen grondslag bestaat. Bovendien is Hannie de Rijke geheel op de hoogte van de destijds door klagers ondernomen acties. Als de journalist ook maar even had doorgevraagd, dan had zij duidelijk kunnen maken dat het ‘hardnekkige gerucht’ al lang geleden was ontzenuwd. Weliswaar is in het artikel vermeld dat de precieze oorzaak van de ramp nooit officieel is vastgesteld, maar daarmee is drankgebruik van de bemanning nog steeds een optie. Verder stellen klagers dat de journalist heeft nagelaten hoor en wederhoor toe te passen, terwijl hij eenvoudig met hen in contact had kunnen treden.
Klagers menen dat onder de gegeven omstandigheden het citaat nooit zonder nader onderzoek en zonder toepassing van hoor en wederhoor gepubliceerd had mogen worden. Klagers vinden het onbegrijpelijk dat verweerders bij het publiceren van het gerucht geen melding hebben gemaakt van het feit dat het gerucht al meer dan 12 jaar geleden door diverse instanties volledig naar het rijk der fabelen is verwezen. Daarbij komt dat het citaat afkomstig is van een persoon die als overlevende van de ramp getraumatiseerd is. Verweerders hadden daarom terughoudend moeten zijn bij het publiceren van als verwijtend op te vatten citaten aan het adres van gezagvoerder De Roos.
Volgens klagers wisten verweerders ofwel dat het gerucht niet waar was en hebben zij willens en wetens een gerucht gepubliceerd waarvan de onjuistheid bekend was, ofwel wisten zij dat niet maar zijn zij in dat geval ernstig tekort geschoten in hun onderzoeksplicht en het toepassen van hoor en wederhoor. In beide gevallen hebben verweerders ontoelaatbaar gehandeld. Om dit duidelijk te krijgen hebben klagers vragen gesteld aan verweerders. Verweerders hebben vervolgens aangeboden om een nieuw bericht te plaatsen, maar de voorgestelde tekst was voor klagers onvoldoende. Uit de tekst bleek niet dat het een verzonnen gerucht betrof en verder werden niet alle instanties vermeld die over het gerucht hebben geoordeeld. Volgens klagers werd het gerucht onvoldoende uitgeroeid.
Terzijde merken klagers nog op dat zij het opvallend vinden dat in geen van de andere interviews die Hannie de Rijke in verband met het verschijnen van het boek heeft gegeven, het gerucht aan de orde is gekomen.

Verweerders stellen dat de publicatie een persoonlijk interview bevat met Hannie de Rijke naar aanleiding van het recent verschenen boek over haar en haar familie. Het artikel had allerminst als doel de schuldvraag van de ramp op te rakelen of te beantwoorden. Dit zal de lezer ook niet zo zien, aldus verweerders. Anders dan in de KRO-uitzending staat in deze publicatie de schuldvraag in het geheel niet centraal. Het gaat hier om het levensverhaal van Hannie de Rijke, waarin de ramp een grote rol heeft gespeeld. In dit verhaal mag niet onvermeld blijven dat de exacte oorzaak van de vliegramp nooit is achterhaald. Deze conclusie van de Raad voor de Transportveiligheid is dan ook in het artikel opgenomen. De oorzaak van de ramp heeft in het gesprek met Hannie de Rijke verder geen belangrijke rol gespeeld. Dit blijkt ook uit de publicatie, waarin op de oorzaak niet uitgebreid is ingegaan. Ook andere beschouwingen en conclusies van de Commissie van Onderzoek en de Raad voor de Luchtvaart, die enig verwijtbaar handelen impliceren – zoals ‘onoplettendheid van de bestuurder’ of de risico’s van een ‘low run’ – zijn onvermeld gebleven. De insteek van het verhaal vroeg daar niet om. Het ging in hoofdzaak om de vraag hoe Hannie de Rijke de ramp en de nasleep heeft verwerkt. Een belangrijke stap in de verwerking was het oprichten van een monument in Biak, dat in het bijzijn van overlevenden en nabestaanden – onder wie de zoon van de gezagvoerder en diens zoon – is onthuld. In het bewuste citaat gaat De Rijke in op de saamhorigheid onder de nabestaanden en overlevenden, inclusief de zoon van de gezagvoerder.
Volgens verweerders blijft het ‘gerucht’ over vermeend alcoholgebruik door de gezagvoerder een rol spelen in deze kwestie. De KRO-uitzending en de jaren durende nasleep hielden ook bij nabestaanden de gemoederen bezig. De Rijke illustreerde met het citaat het gevoel dat bij haar en andere lotgenoten leefde, namelijk dat zelfs het gerucht over vermeend alcoholgebruik tijdens de reis naar Biak geen issue was. Het noemen van het gerucht in het citaat heeft derhalve een functie. Hiermee werd duidelijk gemaakt in hoeverre de schuldvraag van de ramp van invloed is geweest op de sfeer tijdens de reis naar Biak en de onthulling van het monument. Dat is ook de enige reden geweest dat De Rijke het zo heeft gezegd en dat het in het artikel is opgenomen, met de wetenschap dat eerder in het artikel al duidelijk is vermeld dat onderzoekers de oorzaak van de ramp nooit hebben kunnen vaststellen. Wellicht had een iets langere passage gewijd kunnen worden aan de oorzaak van de ramp. Dat dit niet is gebeurd, is volgens verweerders niet journalistiek onaanvaardbaar. De reden dat het gerucht in andere publicaties niet ter sprake is gekomen, is vermoedelijk gelegen in het feit dat er verschil is in kwaliteit van de interviewers. Van der Mee is een vakman, die gespecialiseerd is in menselijke verhalen. Daardoor is de kans groot dat Hannie de Rijke in dit interview meer heeft verteld dan in andere interviews.
Aangezien de oorzaak van de ramp niet het onderwerp was van het artikel en verweerders volledig op de hoogte waren van de voorgeschiedenis van de ramp, hebben zij geen aanleiding gezien wederhoor toe te passen bij klagers.
Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp hebben verweerders wel onverplicht aangeboden om een vervolgbericht te publiceren waarin het een en ander nogmaals zou worden verduidelijkt. Klagers hebben dit voorstel echter niet geaccepteerd, omdat zij het niet eens waren met de tekst.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad vat de kern van de klacht samen als volgt: het artikel is – door vermelding van het gerucht over vermeend drankgebruik door de gezagvoerder in combinatie met de vermelding van diens naam – tendentieus en onnodig grievend voor klagers. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De Raad heeft begrip voor de gevoelens van klagers in deze kwestie, maar is van oordeel dat bij objectieve lezing geen sprake is van tendentieuze en onnodig grievende berichtgeving. Voor de lezer is duidelijk dat het artikel in hoofdzaak gaat over de ervaringen van Hannie de Rijke. Aan de (mogelijke) oorzaak van de ramp zijn slechts zijdelings enkele zinnen gewijd, waarbij uitdrukkelijk is vermeld dat de precieze oorzaak nooit officieel is vastgesteld. Verder hebben verweerders voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daar waar uitlatingen citaten betreffen van Hannie de Rijke, is dit duidelijk als zodanig weergegeven. In de context van de publicatie speelt het gewraakte citaat een relevante rol. Daarmee is tot uitdrukking gebracht dat het gerucht in de beleving van Hannie de Rijke tijdens de reis naar Biak juist geen enkele rol speelde, ook niet in de verhouding tot de zoon van de gezagvoerder. Van een beschuldiging jegens de gezagvoerder is geen sprake, zodat verweerders geen wederhoor behoefden toe te passen.
Aangezien verweerders op de hoogte waren van de gevoeligheid ten aanzien van de mogelijke oorzaak van de vliegramp, was het wellicht raadzaam geweest als zij voor de volledigheid daaraan een extra zinsnede hadden gewijd. Verweerders waren hiertoe echter niet verplicht.

Ten slotte wil de Raad nog opmerken dat, gelet op de gevoeligheid van de kwestie, verweerders op een passende wijze zijn omgegaan met de bezwaren van klagers en een constructief voorstel hebben gedaan om aan de bezwaren van klagers tegemoet te komen.

De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders niet journalistiek onzorgvuldig jegens klagers hebben gehandeld. (zie onder meer punten 1.1., 1.4. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 juli 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. ir. M.C.N. Mokveld en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.