2013/35 ongegrond

Samenvatting

In het artikel “Hoofdstuk van ‘Onderzoek 23201201’” met de bovenkop “Drie arrestaties en vijf huiszoekingen tijden grootscheeps onderzoek, gestart na overval op bejaarde in Venlo” zijn de straat- en plaatsnamen van de doorzochte woningen vermeld. Verder zijn vier foto’s geplaatst, waarop onder andere een woning is te zien waar agenten voor de deur staan. Bij nadere bestudering is een huisnummer zichtbaar. Op twee foto’s is een geparkeerde auto te zien, waarvan het kenteken leesbaar is. Volgens klaagster is door de combinatie van tekst en fotomateriaal haar privacy ongerechtvaardigd aangetast.
De Raad stelt vast dat noch de naam noch de initialen van klaagster zijn vermeld. Klaagster is met bepaalde persoonskenmerken aangeduid, maar kan niet eenvoudig worden geïdentificeerd. Het vermelden van de straatnaam is journalistiek relevant en niet ontoelaatbaar, nu de politieactie daar heeft plaatsgevonden en die actie centraal stond in de publicatie. Dit geldt ook voor de publicatie van de foto’s. Bovendien blijkt niet ondubbelzinnig dat de foto’s betrekking hebben op de woning van klaagster. Er zijn diverse straatnamen vermeld, waarvan meerdere straten zich bevinden in de woonplaats van klaagster. Het huisnummer is slechts met moeite leesbaar. Van de auto is het kenteken goed zichtbaar, maar de auto kan niet zonder nader onderzoek tot klaagster worden herleid. Het is niet aannemelijk dat klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. Verweerders hebben dan ook niet journalistiek ontoelaatbaar jegens klaagster gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

M. van Kampen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Bij brief van 22 maart 2013 met vier bijlagen heeft mw. mr. A.M.A. Kok-Verheijde, advocaat te Tegelen, namens X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. van Kampen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (hierna: verweerders). Hierop heeft B. Oostra, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 april 2013 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei 2013 waar namens klaagster mr. M.M.A.F.C. Lienaerts aanwezig was, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

Vanwege de plotselinge afwezigheid van een van de leden van de Raad, heeft mr. Lienaerts desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 20 november 2012 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Van Kampen verschenen onder de kop “Hoofdstuk van ‘Onderzoek 23201201’” en de bovenkop “Drie arrestaties en vijf huiszoekingen tijden grootscheeps onderzoek, gestart na overval op bejaarde in Venlo”. Het artikel opent met:
“De politie verrichtte gisteren vijf huiszoekingen en drie arrestaties in een grootscheeps onderzoek dat werd gestart na een overval op een bejaarde Duitser in Venlo. De krant was erbij.”
Van de doorzochte woningen zijn in het artikel de straat- en plaatsnamen vermeld. Bij de publicatie zijn vier foto’s geplaatst. Op deze foto’s is onder andere een woning te zien waar agenten voor de deur staan. Bij nadere bestudering is een huisnummer zichtbaar. Verder is op twee foto’s een voor het huis geparkeerde auto te zien, waarvan het kenteken leesbaar is.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in het artikel zonder enige noodzaak melding is gemaakt van persoonlijke gegevens en kenmerken, zoals haar adres en leeftijd, dat zij mogelijk een hysterische reactie zou kunnen geven en dat zij wenst te bidden voordat zij wordt meegenomen door de politie. Hierdoor is het artikel rechtstreeks naar haar herleidbaar, ondanks dat haar naam niet is vermeld. Bovendien is de tekst ondersteund door fotomateriaal, waarop haar woning en de auto van haar echtgenoot herkenbaar in beeld zijn gebracht. In dat verband merkt klaagster op dat zij woont in een woning zonder garage aan het einde van een doodlopende straat. Zij kan niet anders dan de auto voor haar woning parkeren. Verweerders hadden zich daarom moeten realiseren dat de auto toebehoorde aan klaagster of één van haar gezinsleden.
Verder stelt klaagster dat uit de kop volgt dat er arrestaties en huiszoekingen hebben plaatsgevonden in verband met een overval op een bejaarde Duitser in Venlo, een ernstig strafbaar feit. Klaagster meent dat veel lezers zich beperken tot het lezen van de kop en de inleiding van een artikel. Door de opmaak van het artikel en de wijze van berichtgeving is zij ten onrechte aangemerkt als verdachte ten aanzien van de beschreven strafbare feiten. Klaagster ontkent dat zij zich aan die feiten schuldig heeft gemaakt. Zij is ook niet gedagvaard c.q. vervolgd. Op de zitting heeft klaagsters raadsman een brief overgelegd waaruit blijkt dat de Officier van Justitie de zaak tegen klaagster heeft geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Verder merkt klaagster op dat zij nooit is gekend in de inhoud van het artikel en niet de mogelijkheid heeft gehad om op- of aanmerkingen te maken ten aanzien van het fotomateriaal of de tekst.
Klaagster concludeert dat door het plaatsen van de foto’s en de inhoud van het artikel haar privacy is geschonden en haar goede naam is aangetast. Volgens klaagster hebben verweerders met hun handelwijze onzorgvuldig jegens haar gehandeld.

Verweerders stellen dat zij op uitnodiging van de politie aanwezig waren bij een inval in de woning van klaagster, de daaropvolgende doorzoeking en haar aanhouding. De politieactie waarvan verslag werd gedaan was het resultaat van een langdurig politieonderzoek naar een overval op een bejaarde man in Venlo en een overval op een tankstation in Gennep. Klaagster werd op het moment van het schrijven van het artikel door de politie aangemerkt als verdachte. De politie is de woning van klaagster binnengevallen en heeft haar op verdenking van betrokkenheid bij de genoemde strafbare feiten gearresteerd. Zoals gebruikelijk is de naam van de verdachte in het artikel niet vermeld. Ook haar initialen zijn niet gebruikt; om haar privacy zo goed mogelijk te beschermen zijn alleen haar leeftijd en woonplaats vermeld.
Verweerders menen dat zij op verantwoorde wijze in woord en beeld verslag hebben gedaan van een belangrijk nieuwsfeit. Het is onvermijdelijk dat bij een grootschalige politieactie het doel van de actie – de woning van een verdachte – wordt afgebeeld. De woning speelde een cruciale rol bij de politieactie en daarmee ook in het gepubliceerde verslag. Dat op de foto een op de openbare weg geparkeerde – en voor verweerders op dat moment onbekende – auto is te zien, is niet te voorkomen. Volgens verweerders is hiermee de privacy van klaagster ook niet geschonden, omdat zonder inzage in het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer een koppeling tussen het nummerbord en de eigenaar van de auto niet mogelijk is.
Verweerders concluderen dat zij de identiteit van klaagster afdoende hebben beschermd en dat het artikel op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Er was geen enkele aanleiding om klaagster vooraf te kennen in de inhoud van het artikel.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat door de wijze van berichtgeving – de combinatie van tekst en fotomateriaal – de privacy van klaagster ongerechtvaardigd is aangetast.

De Raad stelt voorop dat de journalist de privacy van personen niet verder behoort aan te tasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.

Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punten 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad van de Raad)

De Raad stelt vast dat in de publicatie noch de naam noch de initialen van klaagster zijn opgenomen. Klaagster is in de publicatie weliswaar met bepaalde persoonskenmerken aangeduid, maar daarmee kan zij niet eenvoudig worden geïdentificeerd.
Het vermelden van de straatnaam is in dit geval journalistiek relevant en niet ontoelaatbaar, aangezien de politieactie daar heeft plaatsgevonden en die actie centraal stond in de publicatie. Dit geldt ook voor de publicatie van de foto’s. Daarbij komt dat uit de combinatie van de tekst en de foto’s niet ondubbelzinnig blijkt, dat de foto’s betrekking hebben op de woning van klaagster. In de publicatie zijn diverse straatnamen vermeld van woningen waar de politie onderzoek heeft verricht, waarvan meerdere straten zich bevinden in de woonplaats van klaagster. Het huisnummer, dat op een van de foto’s kan worden ontwaard, is slechts met moeite leesbaar. Van de auto is weliswaar het kenteken goed zichtbaar, maar de lezer kan aan de hand daarvan de auto niet zonder nader onderzoek tot klaagster herleiden. De Raad acht het dan ook niet aannemelijk dat klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden.

Gelet op het voorgaande bestaat geen grond voor de conclusie dat klaagsters privacy met de publicatie ongerechtvaardigd is aangetast. Verweerders hebben dan ook niet journalistiek ontoelaatbaar jegens klaagster gehandeld.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. ir. M.C.N. Mokveld en M. Ülger leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.