2013/34 ongegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het artikel “‘Mijn vrouw gunt me dit verzetje’” met de onderkop “Henk heeft een Nederlands én een Gambiaans gezin.”
Volgens de Raad is voldoende aannemelijk dat het klager duidelijk was met welk doel hij werd geïnterviewd en ook wat de context en strekking van de publicatie zouden zijn. Klager heeft zijn medewerking verleend aan het maken van foto’s en toestemming gegeven voor openbaarmaking van zijn verhaal in de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Niet is gebleken dat klager en Verbruggen nadere afspraken, zoals inzage vooraf, hebben gemaakt. Verder is aannemelijk dat het artikel in essentie een juiste weergave bevat van wat klager aan Verbruggen heeft verteld. Niet is gebleken dat het artikel wezenlijk onjuiste citaten bevat. Nadat het verhaal van klager was gepubliceerd in Het Laatste Nieuws, is dit openbare en publieke informatie geworden. De aard en inhoud van het artikel zijn niet gewijzigd. Verweerders hebben met de overname en publicatie van het artikel in AD niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H.F. Horstink

tegen

P. Verbruggen en de hoofdredacteur van AD

In een online klachtformulier van 6 oktober 2012 met bijlagen heeft H.F. Horstink te Schiedam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen P. Verbruggen en de hoofdredacteur van AD (hierna: verweerders).
Op 28 januari 2013 heeft tussen partijen een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden onder leiding van de secretaris van de Raad. In het verslag van dit gesprek is een aanbod van AD voor een vervolgpublicatie opgenomen.
Klager heeft per e-mail van 30 maart 2013 laten weten dat hij geen gebruik wil maken van dat aanbod en zijn klacht wil handhaven.
Vervolgens heeft drs. P.F.G. van den Bosch, plaatsvervangend hoofdredacteur, op de klacht gereageerd in een brief met bijlage van 14 mei 2013.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei 2013. Klager is daar niet verschenen. Namens verweerders was voornoemde Van den Bosch aanwezig. Vanwege de plotselinge afwezigheid van een van de leden van de Raad, heeft Van den Bosch desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 4 augustus 2012 is in AD een artikel van de hand van Verbruggen verschenen onder de kop “‘Mijn vrouw gunt me dit verzetje’” met de onderkop “Henk heeft een Nederlands én een Gambiaans gezin.” De intro van het artikel luidt:
“Gambia staat er om bekend dat blanke vrouwen van middelbare leeftijd het land bezoeken voor seks met afgetrainde jonge mannen. In het kuststadje Kololi kijken ze er allang niet meer van op. Maar er is een nieuwe trend: oudere westerse mannen die hier een jonge Gambiaanse uitkiezen. De 56-jarige Henk uit ons land eet van twee walletjes. Hij brengt z’n Nederlandse gezin mee, maar ruimt ook tijd in voor een Gambiaanse liefde. ,,Na een tijdje zoekt een man toch jong bloed op. Mijn vrouw begrijpt dat.””
Bij de publicatie zijn twee foto’s geplaatst met het volgende onderschrift:
“’s Morgens poseert Henk glunderend met zijn Nederlandse vrouw Terrie en hun zoon Pim… …en in de namiddag doet hij dat met zijn Gambiaanse vriendin Mariama en dochtertje Iza.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat sprake is van laster en smaad, waardoor hem schade is berokkend. Volgens hem is het artikel door misleiding tot stand gekomen. Hij heeft met de journalist gesproken en gevraagd waarvoor het artikel was bedoeld. Het artikel zou gaan over het toerisme in Gambia en in het Belgische dagblad Het Laatste Nieuws worden geplaatst. Toen hem was gegarandeerd dat het voor een Belgische krant was, heeft klager meegewerkt aan de publicatie. Nadat de journalist kenbaar maakte dat hij ook foto’s wilde maken, heeft klager duidelijk gemaakt dat hij geen toestemming voor publicatie wilde geven, voordat hij het artikel had mogen inzien. Met dat doel heeft hij zijn e-mailadres gegeven. Ook heeft de journalist op misleidende wijze de foto met de studente gemaakt. Zij wilde niet op de foto totdat de journalist duidelijk maakte dat hij aandacht zou besteden aan haar stichting en zou proberen een donatie te regelen via de krant. Hiervan is echter niets terecht gekomen.
Verder stelt klager dat het artikel diverse onjuistheden bevat en dat hij herhaaldelijk wordt geciteerd, terwijl van het ontstane verhaal maar een heel klein gedeelte door hem is verwoord. Zo wordt ten onrechte de indruk gewekt dat hij een seksmaniak is, die zonder respect voor zijn dierbaren en vrouwen in Afrika door het leven gaat en zich bezighoudt met het najagen van jonge vrouwen. Volgens klager leeft hij juist een teruggetrokken bestaan en is hij nog nooit op zoek gegaan naar een vrouw. Ook de plekken waar klager de journalist en de moeder van zijn Afrikaanse dochter zou hebben ontmoet, kloppen niet. Verder is onjuist dat klager de eerste dag met deze vrouw naar bed is geweest; pas na enkele maanden is er meer ontstaan dan een tafeldame-relatie. Hij is niet getrouwd met zijn Nederlandse levenspartner en er is niet gesproken over het kopen van een huis in Gambia, maar over het kopen van een stukje grond en het zelf bouwen van een vakantiehuis. Dit is uiteindelijk in 2010 gerealiseerd en niet eerder, zoals in het artikel wordt gesuggereerd. De bewering dat hij zich in Gambia wilde vestigen de tweede keer dat hij daar kwam, is eveneens onjuist. Klager had op dat moment geen werk en geen inkomen om dat te realiseren. Hij heeft pas veel later een stuk grond gekocht in Gambia met het geld dat hij overhield van de verkoop van zijn woning, die lang te koop heeft gestaan. De beweringen dat ‘zijn vrouw’ Terrie hem een verzetje gunt en dat zijn dagen bestaan uit eten, strand, seks en slapen, staan ver van de realiteit. De in het artikel genoemde studente is een Facebook-vriendin, die hem aardig vindt. Dat de journalist daaruit afleidt dat zij en klager het bed delen, berust op fantasie. Klager heeft weliswaar 75 foto’s gemaakt, maar van allerlei verschillende vrouwen. Dat heeft niets te maken met de door de journalist gewekte suggestie.
Door deze tendentieuze berichtgeving ondervindt klager mentale schade. Klager heeft meegewerkt aan het interview in de veronderstelling dat het alleen in België zou worden gepubliceerd. Als gevolg van de publicatie in AD moet hij plaatsen mijden waar hij voorheen vaak kwam.

Verweerders stellen dat het artikel inderdaad in de Belgische krant Het Laatste Nieuws is gepubliceerd. AD heeft een samenwerkingsverband met die krant, waardoor artikelen over-en-weer gebruikt kunnen worden. Het artikel heeft in het Het Laatste Nieuws gestaan als onderdeel van een serie over ‘vakantie in Gambia’, een land waar het sekstoerisme floreert. Alleen dit artikel is in AD gepubliceerd, omdat het om een Nederlander gaat en het een karakteristiek en compleet beeld geeft van een westerse toerist in Gambia.
Volgens verweerders heeft klager in Gambia uitgebreid zijn verhaal verteld aan Verbruggen. Dit is een journalist met een goede reputatie, aan wiens vakmanschap AD niet twijfelt. Volgens verweerders heeft de journalist tot drie keer toe met klager gesproken. De eerste keer ontmoette de journalist klager in de ochtend op het strand met zijn ‘blanke’ vrouw. De journalist heeft zich aan klager voorgesteld en duidelijk gemaakt dat hij een reportagereeks maakte over sekstoerisme in Gambia. Klager was gecharmeerd van de aandacht van de pers en vertelde honderduit over zijn voorliefde voor jonge, zwarte vrouwen. Het artikel bevat een correcte weergave van dit gesprek met klager. Dit kan de fotograaf, die bij twee gesprekken aanwezig was, bevestigen. Daarnaast blijkt dit ook objectief uit de feitelijkheden in het artikel, zoals de jaartallen, de naam van zijn vrouw en vriendin en het aantal foto’s dat hij heeft genomen. Klager had er ook geen bezwaar tegen om te poseren voor een foto met zijn vrouw en zoon.
In de middag kwamen Verbruggen en de fotograaf klager weer tegen op het strand, dit keer met zijn ‘tweede’ vrouw en ‘tweede’ kind. Opnieuw had klager geen bezwaar om te poseren. Zijn vriendin wilde eerst haar hoofd afwenden, maar klager heeft haar ervan overtuigd om toch in de lens te kijken, omdat hij zo trots was op haar dat hij haar vroeg mee te werken. Volgens verweerders zijn er meerdere foto’s gemaakt waaruit de welwillendheid van klager blijkt. Verbruggen heeft klager deze tweede keer minder in detail gesproken.
Die avond heeft Verbruggen klager nog een derde keer ontmoet, in de uitgaansbuurt van Gambia. Klager heeft toen gevraagd of Het Laatste Nieuws geld wilde overmaken op de rekening van zijn vriendin voor het poseren voor de foto’s. Dit geld zou worden gebruikt voor haar studie. Verbruggen is op dit verzoek niet ingegaan en heeft deze ontmoeting, vanwege het geldaspect, kort gehouden.
Volgens verweerders heeft Verbruggen in geen van de gesprekken gezegd dat het artikel ‘absoluut niet voor een Nederlandse krant’ was. Klager heeft dit ook niet geëist. Verder zijn geen afspraken gemaakt over inzage in de tekst voorafgaand aan publicatie. Er is voldaan aan de wens van klager om zijn achternaam niet te vermelden. Verder is zijn woonplaats niet vermeld. Daardoor is klager alleen herkenbaar in zijn naaste kring. Dit is misschien pijnlijk voor klager, maar doordat hij bewust heeft meegewerkt aan de publicatie ligt de verantwoordelijkheid bij hem, aldus verweerders.
Volgens hen is geen sprake van een onjuiste weergave van de met klager gevoerde gesprekken. De zienswijze van klager komt uitgebreid aan de orde en in het artikel is nadrukkelijk vermeld dat hij zich ‘ontwikkelingswerker’ noemt. Na de publicatie heeft klager in een gesprek laten weten dat hij er inmiddels achter was dat alle liefde tussen westerlingen en Afrikanen ‘economisch van aard’ was. Volgens verweerders staat dit in contrast met de eerdere visie van klager. Daarom is aan klager een voorstel gedaan voor een nieuw verhaal over dit thema, zodat een ander licht geworpen kan worden op dit liefdesfenomeen. Klager heeft van dit voorstel echter geen gebruik gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door het artikel, dat onjuistheden bevat en daardoor tendentieus en onnodig grievend is, in een Nederlandse krant te publiceren.

Naar het oordeel van de Raad is voldoende aannemelijk geworden dat het klager duidelijk was met welk doel hij werd geïnterviewd en ook wat de context en strekking van de publicatie zouden zijn. Klager heeft ook niet betwist dat hij op dezelfde dag tot drie keer toe met Verbruggen heeft gesproken en zijn medewerking heeft verleend aan het maken van de foto’s. Klager erkent dat hij toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking van zijn verhaal in de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Niet is gebleken dat klager en Verbruggen daartoe nadere afspraken (zoals inzage vooraf) hebben gemaakt.

Verder hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel in essentie een juiste weergave behelst van wat klager aan Verbruggen heeft verteld. Niet is gebleken dat het artikel wezenlijk onjuiste citaten bevat.

Nadat het verhaal van klager was gepubliceerd in Het Laatste Nieuws, is dit openbare en publieke informatie geworden, die door andere media mag worden gebruikt. Aangezien de aard en inhoud van het artikel niet zijn gewijzigd, hebben verweerders met de overname en publicatie van het artikel in AD niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. (zie punten 2.7.1. en  2.7.2. van de Leidraad van de Raad)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. ir. M.C.N. Mokveld en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.