2013/33 gegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “’Mantelzorger’ in schaapskleren” met de onderkop “Bejaarde bestolen onder mom van naastenliefde”. De kern van de klacht is dat in het artikel van onjuist en tendentieus over hem is bericht. 
In een aan klager gestuurde conceptbrief heeft de hoofdredacteur laten weten dat het artikel niet in deze vorm gepubliceerd had mogen worden, omdat daarvoor meer onderzoek en degelijker bewijsvoering nodig was. Verder heeft de hoofdredacteur erkend dat de diskwalificaties aan het adres van klager niet relevant waren en bovendien niet onderbouwd.
De Raad stelt vast dat het artikel ernstige beschuldigingen aan het adres van klager bevat en dat klager door de publicatie in hoge mate wordt gediskwalificeerd. Voor die beschuldigingen en diskwalificaties, in de vorm waarin zij zijn weergegeven, bestond kennelijk onvoldoende grondslag. Door zo over klager te berichten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
J. Dijkstra en de hoofdredacteur van De Puttenaer
 
Bij brief van 5 maart 2012 met diverse bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Dijkstra en de hoofdredacteur van De Puttenaer (hierna: verweerders).
 
Op 16 april 2012 heeft tussen partijen een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden onder leiding van bemiddelaars mr. V.H.G. Lebesque, toenmalig voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, en mevrouw mr. D.C. Koene, secretaris van de Raad. Vervolgens hebben partijen in het kader van de bemiddeling onderling nader overleg gevoerd. In een e-mail van 10 augustus 2012 heeft de advocaat van klager laten weten dat de bemiddeling is geslaagd.
 
Daarna heeft klager in een brief van 30 augustus 2012 zijn klacht nog eens toegelicht. Naar aanleiding daarvan heeft de advocaat van klager desgevraagd aan de secretaris van de Raad laten weten dat klager zijn klacht wenst te handhaven. Klager heeft vervolgens op 16 oktober 2012 nog twee brieven aan de Raad gestuurd.
Nadat de zaak is geagendeerd voor een mondelinge behandeling op 23 november 2012 heeft de heer D. Bleuel, hoofdredacteur BDU Lokale Nieuwsmedia, bezwaar gemaakt tegen het verder in behandeling nemen van de klacht. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad aan de advocaat van klager verzocht om opheldering over de gang van zaken.
 
Vervolgens heeft klager op 19 februari 2013 weer een brief aan de Raad gestuurd. Naar aanleiding daarvan heeft zijn advocaat aan de Raad laten weten, dat klager zijn klacht wil handhaven en de Raad verzoekt daarover een uitspraak te doen.
 
Bij brief van 21 maart 2013 heeft de secretaris van de Raad, na intern overleg, aan verweerders laten weten dat de Raad vooralsnog voldoende redenen zag om de procedure voort te zetten. Daarbij heeft de secretaris aan verweerders verzocht alsnog schriftelijk op de klacht te reageren.
 
Klager heeft zijn klacht nog verder toegelicht in een brief van 26 maart 2013. In een e-mail van 11 april 2013 heeft Bleuel op de klacht gereageerd. Vervolgens heeft klager nog een brief aan de Raad gestuurd op 21 april 2013.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 april 2013 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
Partijen hebben na de zitting desgevraagd toestemming verleend om het verslag van het bemiddelingsgesprek, dat op 16 april 2012 heeft plaatsgevonden, te betrekken bij de beoordeling van de klacht.
 
DE FEITEN
 
Op 18 januari 2012 is in De Puttenaer een artikel van de hand van Dijkstra verschenen onder de kop “’Mantelzorger’ in schaapskleren” met de onderkop “Bejaarde bestolen onder mom van naastenliefde”. Het artikel wordt als volgt ingeleid:
Het zal je maar gebeuren, je bent 87 jaar, kunt niet meer zo goed de deur uit maar een aardige mantelzorger ontfermt zich liefdevol over je. De laatste ontpopt zich als een godsdienstfanaat die jou langzaam maar zeker indoctrineert. Je staat je auto aan hem af en uiteindelijk ben je lichamelijk en geestelijk zo afhankelijk van deze ‘Samaritaan’ dat je ook je pinpas afgeeft. Je wordt opgelicht en bestolen en uiteindelijk totaal vervuild en uitgedroogd opgenomen, ondanks alle ‘zorgen’ van de mantelzorger. Het overkwam de heer Y uit Putten. Het kan iedereen overkomen. Het schrijnende verhaal toont aan dat onze maatschappij oude verwarde mensen links laat liggen. Ondanks herhaalde klachten bij de huisartsen, werd de heer Y pas opgenomen toen hij totaal vervuild en uitgedroogd was.”
In het artikel wordt vervolgens aan de hand van verklaringen van de zoon en bekenden van de betreffende bejaarde, wijlen Y, een beeld geschetst van een mantelzorger die onder het mom van goede bedoelingen op listige wijze voor eigen gewin misbruik heeft gemaakt van de bejaarde man. Klager is de bedoelde mantelzorger. Hij wordt in het artikel geciteerd en bij naam genoemd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – kort samengevat – dat het artikel een weergave bevat van het vertekende en onjuiste verhaal van Z, de zoon van de bejaarde. Volgens klager is van oplichting of stelen geen sprake geweest. Verder betwist hij dat hij een extremist of godsdienstfanaat is, die een listig spelletje zou hebben gespeeld. Voorts vindt klager het ongepast dat zijn achternaam voluit is vermeld in het artikel. Hij wijst erop dat Z noch verslaggeefster Dijkstra hem heeft gevraagd waarmee de in het artikel genoemde geldopnames en betalingen in verband stonden. Volgens klager zijn deze gedaan overeenkomstig de wensen van Y en alle aan diens zorg ten goede gekomen. Klager benadrukt dat hij niet op Y heeft ingepraat of deze schandalig heeft behandeld. Hij heeft altijd in overleg met en met instemming van Y en conform diens beloftes en toezeggingen gehandeld.
Het bemiddelingsgesprek is het startpunt geweest voor nader overleg tussen partijen over de wijze waarop verweerders tegemoet zouden kunnen komen aan klagers bezwaren. Volgens klager is er na het bemiddelingsgesprek nog contact geweest met verweerders en was de uitkomst van de bemiddeling dat hij zijn weerwoord mocht geven in de krant en dat een excuusbrief in De Puttenaer zou worden gepubliceerd. Klager meent dat verweerders zich niet aan deze afspraken hebben gehouden. Hij voelt zich nog altijd zeer benadeeld door het artikel en kan zich niet neerleggen bij de wijze waarop verweerders uitvoering hebben willen geven aan de bemiddeling.
 
Verweerders stellen voorop dat uit de e-mail van de advocaat van klager van 10 augustus 2012 onomwonden blijkt dat de door de Raad ondernomen bemiddelingspoging is geslaagd. Zijn menen dan ook dat de klacht als ingetrokken moet worden beschouwd en dat geen sprake kan zijn van het handhaven van de klacht.
Voor het geval de Raad de klacht toch in behandeling neemt, wijzen verweerders erop dat zij zich volledig aan de in het kader van de bemiddeling gemaakte afspraken hebben gehouden. Verweerders hebben – zeker in de beginfase, kort na publicatie – overwogen een tweede artikel te plaatsen dat tegemoet zou kunnen komen aan de bezwaren van klager tegen het artikel van 18 januari 2012.
Na het bemiddelingsgesprek heeft hoofdredacteur Bleuel zich nog eens uitgebreid in de zaak verdiept. Hij is ervan overtuigd dat een nieuw verhaal niet zou kunnen worden gepubliceerd zonder aanvullend onderzoek te doen naar de zaken die klager te berde zou brengen. Bleuel kon zich niet voorstellen dat dit tot een bevredigend resultaat voor klager zou leiden. Hij heeft klager een conceptbrief gestuurd, waarin hij heeft geprobeerd duidelijk te maken waarom naar zijn mening slechts met grote moeite een elegante uitweg uit het conflict is te vinden. In die brief heeft hij op een enkel punt ook excuses gemaakt, omdat hij erkent dat De Puttenaer niet brandschoon is geweest. Bleuel was van plan de brief aan klager te overhandigen, vergezeld van een bos bloemen en een ander stoffelijk blijk van oprechtheid om de zaak gezamenlijk af te kunnen sluiten. Zijn verbazing was groot toen ineens bleek dat het gevonden compromis – zonder inhoudelijke toelichting – werd verworpen. Volgens Bleuel stelde klager ten tijde van de uitvoering van de gemaakte afspraken aanvullende eisen, die hij niet heeft kunnen en willen honoreren.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
De advocaat die klagers belangen tijdens de bemiddelingsprocedure heeft behartigd, heeft in een e-mail van 10 augustus 2012 te kennen heeft gegeven dat de bemiddeling is geslaagd. Nadat klager zich in een brief van 30 augustus 2012 tot de Raad had gewend, heeft zij echter laten weten dat klager zijn klacht wilde handhaven.
 
In het verslag van het bemiddelingsgesprek van 16 april 2012 is als afspraak het volgende opgenomen: “Partijen gaan in overleg over een vervolgpublicatie. Indien zij overeenstemming bereiken over de tekst, zal klager de klacht intrekken.”
 
Verweerders hebben in hun toelichting gesteld dat een vervolgartikel niet zou kunnen worden gepubliceerd zonder aanvullend onderzoek te doen naar de zaken die klager te berde zou brengen en dat zij zich niet konden voorstellen dat dit tot een bevredigend resultaat voor klager zou leiden. Over de vraag of partijen vervolgens toch tot een oplossing van de kwestie zijn gekomen lopen de standpunten uiteen. Er is geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan vaststellen wat partijen in het kader van de bemiddeling verder onderling hebben besproken.
 
In ieder geval hebben partijen kennelijk geen overeenstemming bereikt over de tekst van een vervolgpublicatie, zodat geen uitvoering is gegeven aan de in het bemiddelingsgesprek gemaakte afspraak. Daarmee heeft de bemiddeling niet geleid tot beëindiging van het tussen klager en verweerders bestaande conflict. De Raad ziet daarin aanleiding om de klacht inhoudelijk te behandelen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat in het artikel van 18 januari 2012 onjuist en tendentieus over klager is bericht.
 
In zijn aan klager gestuurde conceptbrief laat de hoofdredacteur van De Puttenaer weten dat het artikel niet in deze vorm gepubliceerd had mogen worden, omdat daarvoor meer onderzoek en degelijker bewijsvoering nodig was. Verslaggeefster Dijkstra heeft de zaak beschouwd als illustratief voor excessen in de ouderenzorg, voortkomend uit falend overheidsbeleid. Naar het oordeel van de hoofdredacteur is dit een goede journalistieke casus, maar ook dan hadden in zijn ogen de feiten anders en in een andere context gepresenteerd moeten worden.
 
Verder erkent de hoofdredacteur in zijn brief dat de diskwalificaties aan het adres van klager niet relevant waren en bovendien niet onderbouwd.
 
De Raad stelt vast dat het artikel van 18 januari 2012 ernstige beschuldigingen aan het adres van klager bevat en dat klager door de publicatie in hoge mate wordt gediskwalificeerd. Uit de toelichtingen van partijen maakt de Raad op dat voor die beschuldigingen en diskwalificaties – in de vorm waarin zij zijn weergegeven – kennelijk onvoldoende grondslag bestond. Daarom concludeert de Raad dat verweerders door zo over klager te berichten journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Puttenaer te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 juli 2013 door mr. Th. Groeneveld, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. J.X. Nabibaks, drs. P. Olsthoorn en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.