2013/31 ongegrond

Samenvatting

In het televisieprogramma Opgelicht?! is aandacht besteed aan de handelwijze van klaagster en haar directeur. Daarbij is aan de orde gesteld dat klaagster diverse voormalige klanten en personeelsleden zou hebben gedupeerd. Kern van de klacht is dat de uitzending is gebaseerd op onwaarheden en dat onvoldoende wederhoor is toegepast. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
Volgens de Raad bestond voldoende grondslag voor de aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen. Bovendien is klaagster ruimschoots in de gelegenheid gesteld om op de beschuldigingen te reageren en haar visie kenbaar te maken. Uit de door klaagster overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt dat de in de uitzending behandelde klachten onterecht zouden zijn. Andere mogelijk ontlastende verklaringen en stukken die klaagster heeft genoemd en die zouden moeten aantonen dat de uitzending op onwaarheden berust, heeft de Raad niet gezien. Daarom is niet aannemelijk geworden dat de door klaagster aan de redactie verstrekte informatie ten onrechte niet (voldoende) in de uitzending is verwerkt. Er is geen grond voor de conclusie dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast. Dat klaagster van de haar geboden gelegenheid tot wederhoor wellicht niet adequaat en tijdig gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden verweten.
Klaagster heeft niet aangetoond dat de uitzending relevante feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerders op andere wijze journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld, zodat de klacht ongegrond is. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X Bouw B.V.

tegen

A. Brumsteede en de hoofdredacteur van Opgelicht?! (TROS)

Bij brief van 12 februari 2013 met diverse bijlagen heeft X, directeur, namens X Bouw B.V. te […] (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen A. Brumsteede en de hoofdredacteur van Opgelicht?! (hierna: verweerders). Bij brief van 27 maart 2013 heeft mw. mr. A. van Tricht, Hoofd Juridische Zaken van de TROS, laten weten dat verweerders niet aan de procedure bij de Raad zullen meewerken.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 april 2013 in aanwezigheid van voornoemde heer X, zijn echtgenote en dochter.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 29 januari 2013 is in het televisieprogramma Opgelicht?! een item uitgezonden waarin aandacht is besteed aan de handelwijze van klaagster en haar directeur. Daarbij is aan de orde gesteld dat klaagster – een aannemingsbedrijf – niet alleen diverse particuliere klanten maar ook haar personeel en bedrijven die in opdracht van klaagster werkzaamheden hebben verricht, zou hebben gedupeerd. Bij de start van het programma wordt het item als volgt aangekondigd:
“Welkom bij Opgelicht?! Iedere week laten wij u de charmantste, vriendelijkste en alleraardigste mooipraters zien. [X], van het gelijknamige aannemersbedrijf, spant de kroon. De man die met bijna ál zijn klanten en zakenrelaties in een conflict belandt, is volgens ons in staat een spijker in de muur te klétsen. En die conflicten...ja...dat ligt haast nooit aan hém natuurlijk.”
Later leidt de presentatrice het item verder in als volgt:
“Het is nu weleens tijd om de badkamer te verbouwen. Je plaatst de klus op internet en een alleraardigste, enorm welbespraakte aannemer reageert. Wanneer de man dan ook nog eens met een scherpe offerte komt sluit je de deal. De aannemer voert keurmerken van bouworganisaties op zijn website en alles voelt vertrouwd.”
Vervolgens worden enkele gedupeerde klanten van klaagster uitgebreid aan het woord gelaten. Zij zetten uiteen wat er allemaal is misgegaan bij hun verbouwing en wat de schade is geweest. Uit het relaas van de gedupeerde klanten komt – kort samengevat – het beeld naar voren dat klanten door de heer X over de streep worden getrokken met mooie praatjes en een scherpe offerte. De klus wordt volgens afspraak voortvarend gestart, maar al snel worden de gemaakte beloftes niet meer nagekomen en ontstaan er conflicten over betalingen. Op het moment dat de gedupeerde klanten verhaal halen, verdedigt X zich in eerste instantie met een stortvloed aan woorden en wetsartikelen en vervolgens met intimidatie en bedreigingen. Volgens de gedupeerde klanten loopt de door hen opgelopen schade in de (tien)duizenden euro’s.
Verder komen twee freelancers aan het woord die voor een voormalig, inmiddels failliet, bedrijf van de heer X hebben gewerkt. Zij stellen dat zij nooit zijn betaald voor de door hen verrichte werkzaamheden.
Daarna vertelt een personeelslid van klaagster anoniem over de  gang van zaken binnen het bedrijf. Volgens dit personeelslid worden klanten gelokt met te goedkope offertes en staat eigenlijk al van te voren vast dat de afgesproken werkzaamheden nooit voor het geoffreerde bedrag kunnen worden verricht. Het personeelslid stelt nog salaris tegoed te hebben en vertelt dat hij om deze reden naar FNV Bouw is gestapt. Daarna wordt een vertegenwoordiger van FNV Bouw aan het woord gelaten, die vertelt dat FNV Bouw in 2011 ook al te maken heeft gehad met gedupeerde werknemers van een voormalig bedrijf van de heer X.
De presentatrice meldt vervolgens dat klaagster grossiert in juridische procedures. Zij noemt daarbij diverse rechtszaken die tegen klaagster lopen en de royering van klaagster bij Bouwend Nederland. Daarop deelt de presentatrice mee ‘dat de heer X een paar keer is uitgenodigd door Opgelicht?! maar dat hij iedere keer een verhaal heeft om niet tot een ontmoeting te komen’. Zij voegt daaraan toe dat de redactie na de dertiende mail op de heer X is afgestapt, te weten bij de rechtbank in Utrecht. Hierna is een gesprek getoond van ruim vijf minuten dat een van de redactieleden met de heer X heeft gevoerd.
De presentatrice sluit het item als volgt af:
“Vandaag rond half zes heeft [X] een aantal papieren naar de TROS gebracht. En uit die papieren blijkt naar onze mening niet dat de klachten zoals we ze in de uitzending hebben behandeld, onterecht zouden zijn.”

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt dat de uitzending is gebaseerd op diverse onwaarheden die niet door de feiten worden ondersteund en in het leven zijn geroepen en worden gevoed door een aantal (ex)klanten van klaagster. Zij heeft alle medewerking en volledige openbaarheid over alle klachten aan verweerders toegezegd, maar is desondanks door hen gehinderd en gestigmatiseerd. Klaagster heeft zelfs aangeboden een uitdraai van haar boekhouding en het complete dossier aan verweerders te doen toekomen, wat veel werk en tijd kost, maar heeft hierop nooit antwoord gekregen. In plaats daarvan werd de directeur van klaagster bij de rechtbank Utrecht door vier camera’s overvallen, waarbij hem woorden in de mond werden gelegd en uitspraken werden ontlokt. Volgens klaagster waren verweerders vooringenomen en niet geïnteresseerd in de feiten en haar kant van het verhaal. Op de dag van de uitzending heeft de directeur van klaagster alle stukken naar de redactie gebracht, maar toen was de beslissing om uit te zenden al genomen. Bij die stukken zaten vele ontlastende verklaringen over de jegens klaagster geuite beschuldigingen, maar die zijn in de uitzending niet aan bod gekomen. Er is dus op ondeugdelijke wijze hoor- en wederhoor toegepast, zo meent klaagster.
Volgens klaagster hebben verweerders haar met deze handelwijze willens en weten in diskrediet gebracht. Daardoor is het bedrijf kapot gemaakt en heeft klaagster het resterende deel van haar personeel moeten ontslaan. Klaagster zit als gevolg van de uitzending financieel aan de grond. Daarnaast heeft de uitzending een grote negatieve impact gehad op de heer X en zijn gezin.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de gewraakte uitzending is gebaseerd op onwaarheden en dat onvoldoende wederhoor is toegepast.       
 
In de uitzending is aandacht besteed aan het feit dat diverse voormalige klanten en personeelsleden van klaagster stellen door haar gedupeerd te zijn. Het kan maatschappelijk relevant en journalistiek geboden zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar mogelijk onoorbaar handelen door klaagster. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.

Uit hetgeen in de uitzending naar voren is gebracht alsmede uit wat door klaagster is aangevoerd en de stukken die zij heeft overgelegd, maakt de Raad op dat voor de in de uitzending aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen voldoende grondslag bestond. Niet valt in te zien dat verweerders niet over klaagster hadden mogen berichten, zoals zij hebben gedaan. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad van de Raad) 
 
Daarbij komt dat de redactie in ieder geval vanaf 14 januari 2013 – ruim twee weken vóór de uitzending – per e-mail contact heeft gehad met de heer X over de klachten van gedupeerden. Uit de e-mails blijkt dat verslaggeefster Brumsteede diverse malen heeft geprobeerd om met de heer X tot een afspraak te komen om de redactie voor de camera te woord te staan en dat hij uitgebreid in de gelegenheid is gesteld om zijn kant van het verhaal toe te lichten en/of stukken in te brengen. Toen het niet lukte om een concrete afspraak met X te maken, is een cameraploeg op hem afgestapt. Vervolgens heeft voor de rechtbank Utrecht een gesprek plaatsgevonden waarin de heer X heeft gereageerd op vragen en diverse beschuldigingen heeft betwist. In de uitzending is ruim vijf minuten aan dit gesprek gewijd. Aldus moet worden geconstateerd dat klaagster ruimschoots in de gelegenheid is gesteld om op de aan haar adres geuite beschuldigingen te reageren en haar visie kenbaar te maken.
Uit de door klaagster overgelegde stukken (bankafschriften) kan niet worden opgemaakt dat de in de uitzending behandelde klachten onterecht zouden zijn. Andere mogelijk ontlastende verklaringen en stukken die klaagster in haar klacht heeft genoemd en die zouden moeten aantonen dat de uitzending op onwaarheden berust, heeft de Raad niet gezien en zijn ook ter zitting niet ingebracht. Daarom is niet aannemelijk geworden dat de door klaagster aan de redactie verstrekte informatie ten onrechte niet (voldoende) in de uitzending is verwerkt.
Gelet op het voorgaande is er geen grond voor de conclusie dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast. Dat klaagster van de haar geboden gelegenheid tot wederhoor wellicht niet adequaat en tijdig gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden verweten. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

Nu klaagster niet heeft aangetoond dat de uitzending relevante feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerders op andere wijze journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld, komt de Raad tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 juni 2013 door mr. Th. Groeneveld, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. J.X. Nabibaks, drs. P. Olsthoorn en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.