2013/29 ongegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Veroordeling voor ontucht” en richt zich met name op het feit dat de suggestie is gewekt dat het om een persbericht gaat. Volgens klager konden verweerders niet zelf aan alle gegevens komen, omdat uitspraken in het jeugdrecht anoniem worden gepubliceerd.
Volgens de Raad heeft Van der Schaal – ongeacht de wijze waarop hij de informatie heeft verkregen – een kort, terughoudend en feitelijk bericht geschreven. De betrokkenen zijn aangeduid met initialen, zoals in berichtgeving over strafzaken gebruikelijk is. Het artikel bevat twee feitelijke onjuistheden: de datum van de rechterlijke uitspraak is onjuist en klager is niet veroordeeld tot een boete, maar tot betaling van een schadevergoeding. Verweerders hebben erkend dat het artikel zorgvuldiger had kunnen worden opgesteld, teneinde deze feitelijke onjuistheden te voorkomen. Ook de Raad is deze mening toegedaan. Deze onjuistheden zijn echter niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Het is overigens niet aannemelijk dat deze onjuistheden schadelijke gevolgen hebben gehad voor klager. De zin “Verkrachting werd niet bewezen geacht.” is verder een juridisch correcte weergave van de uitspraak van de rechtbank. Dat deze zin misschien geen recht doet aan alle bijzonderheden van de strafzaak, maakt niet dat de zin feitelijk onjuist is. De door Van der Schaal verkregen informatie is op een journalistiek toelaatbare wijze in het artikel verwerkt. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
J. van der Schaal en de hoofdredacteur van Leusden Nu (Wegener Media)
 
Bij brief van 27 augustus 2012 met drie bijlagen hebben Y en Z namens hun minderjarige zoon X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. van der Schaal en de hoofdredacteur van Leusden Nu (hierna: verweerders). Nadat de secretaris van de Raad de ouders van klager heeft geïnformeerd over de klachtprocedure, hebben zij zich schriftelijk gewend tot de hoofdredacteur van Leusden Nu. Partijen hebben vervolgens enige tijd met elkaar gecorrespondeerd. In een e-mail van 14 januari 2013 met diverse bijlagen hebben de ouders van klager aan de Raad bericht dat partijen er niet in zijn geslaagd de zaak op te lossen. Hierna heeft mw. mr. N. Engelen, bedrijfsjurist van Wegener Media, bij brief van 14 maart 2013 op de klacht geantwoord.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 april 2013 in aanwezigheid van de ouders van klager en M.G.J. Jochemsen, algemeen hoofdredacteur van Wegener Media.
 
DE FEITEN
 
Op 1 februari 2012 is in weekkrant Leusden Nu een artikel van de hand van Van der Schaal verschenen onder de kop “Veroordeling voor ontucht”. Het artikel luidt als volgt:
De 16-jarige jongen [X] is op 28 december veroordeeld voor ontuchtig handelen met het toen 14-jarige meisje […] uit […]. De ontucht vond plaats in […] op 8 februari van het vorig jaar.[X] werd door de Utrechtse rechtbank veroordeeld tot een leerstraf van 25 uur en 650 euro boete. Verkrachting werd niet bewezen geacht.”
Klager is de in het artikel bedoelde jongen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
De ouders van klager stellen dat hun zoon volgens jeugdrecht is veroordeeld bij uitspraak van 6 december 2011. Zij wijzen erop dat in het artikel, dat is verschenen vóór de anonieme publicatie van de uitspraak door de rechtbank, de initialen van klager en zijn woonplaats zijn vermeld. De berichtgeving bevat bovendien drie fouten. Allereerst is de datum van de rechterlijke uitspraak onjuist. Verder is ten onrechte de suggestie gewekt dat de verkrachting wél heeft plaatsgevonden, maar niet kon worden bewezen. Ten slotte is klager niet veroordeeld tot het betalen van een boete, maar betreft de genoemde € 650,00 een schadevergoeding.
De ouders van klager hebben zich in een e-mail van 8 februari 2012 tot de redactie gewend met een aantal vragen over de publicatie. Uit de reactie van Van der Schaal is gebleken dat hij het stuk heeft geplaatst nadat de moeder van het slachtoffer zich tot de krant had gewend, met de vraag waarom de uitspraak niet in de krant terug te vinden was. Verder heeft Van der Schaal in zijn reactie toegegeven dat twee van de drie onjuistheden van hem waren. De klacht richt zich met name erop dat het artikel de suggestie wekt dat het om een persbericht gaat. De pers kan niet zelf aan deze gegevens komen, aangezien uitspraken in het jeugdrecht anoniem worden gepubliceerd. Verder zijn de fouten in het artikel schadelijk voor klager, aldus zijn ouders. Ter zitting lichten zij toe dat naar aanleiding van het artikel de scouting heeft gedreigd met schorsing van hun zoon.
De ouders van klager hebben bij brief van 19 april 2012 Wegener Media aansprakelijk gesteld voor de opgelopen schade van het onheus en onjuist vermelden van de uitspraak inzake de rechtszaak van hun zoon. Verder hebben zij diverse malen geprobeerd telefonisch contact te leggen met het kantoor in Houten en het kantoor in Hoevelaken. Daarbij werden zij steeds doorverbonden naar een receptionist, die hun telefoonnummer opschreef en antwoordde dat zij zouden worden teruggebeld. Er is echter op geen enkele manier contact geweest. Dit heeft geduurd tot de zomervakantie. Daarna hebben de ouders van klager nogmaals gebeld naar het kantoor in Houten. Omdat die poging weer geen resultaat had, hebben de ouders van klager zich bij brief van 27 augustus 2012 tot de Raad gewend. Ter zitting hebben zij hieraan toegevoegd dat het hen niet (alleen) gaat om schadevergoeding; als Van der Schaal excuses had aangeboden, dan hadden zij de klacht niet ingediend.
 
Verweerders stellen dat de ouders van klager de klacht niet op tijd hebben ingediend en daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Er zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding de ouders van klager redelijkerwijs niet zou kunnen worden verweten. Zij hebben al op 8 februari 2012 gemaild naar de redactie. Een dag later heeft eindredacteur Van der Schaal daarop gereageerd. Diezelfde dag hebben de ouders van klager Van der Schaal bedankt voor de snelle reactie en hem bericht dat zij overwegen een klacht in te dienen. De ouders van klager hebben weergegeven dat zij al een behoorlijke tijd bezig zijn om in contact te komen met iemand van Wegener Media. Volgens verweerders is die weergave van de gang van zaken onjuist. Bovendien geeft die weergave ook geen blijk van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de ouders van klager niet eerder tot indiening van de klacht hadden kunnen overgaan. Blijkens de overgelegde mail- en briefwisseling is er wel contact geweest tussen partijen. Daarnaast was het ook niet nodig om eerst contact te hebben met Wegener Media, voordat de ouders van klager een klacht konden indienen. Het lijkt erop dat zij hebben afgewacht of zij een schadevergoeding zouden krijgen, bij gebreke waarvan zij pas eind augustus 2012 de klacht hebben ingediend. De klachttermijn was toen echter al verstreken.
Voor het geval de Raad de klacht toch inhoudelijk beoordeelt, stellen verweerders dat het artikel niet de suggestie wekt dat het een officieel bericht van de rechtbank betreft. Het is een regulier en kort bericht in een huis-aan-huiskrant. Het artikel is terughoudend en feitelijk van inhoud. De redacteur heeft een zeer beknopte samenvatting van de rechterlijke uitspraak weergegeven en een vergaand journalistiek onderzoek achterwege gelaten. De initialen van betrokkenen zijn vermeld. Dit is niet ongebruikelijk. Klager is voor het grote lezerspubliek onvoldoende identificeerbaar en zijn privacy is niet disproportioneel geschaad.
Verweerders erkennen dat de formuleringen in het artikel niet alle even zorgvuldig zijn, maar van valse beschuldigingen of iets dergelijks is geen sprake. Verweerders betwisten dat de foutieve formuleringen ‘zeer schadelijk’ zijn voor het imago van klager en menen dat zij niet ontoelaatbaar hebben gehandeld.
In reactie op de brief van de ouders van klager van 19 april 2012 heeft de algemeen redactiechef Regio Midden-Nederland, de heer Van Es, in een brief van 3 mei 2012 laten weten dat naar zijn mening geen reden bestond voor een schadevergoeding. Toen de ouders van klager per brief van 14 oktober 2012 verweerders nogmaals aansprakelijk stelden voor geleden schade, heeft algemeen hoofdredacteur Jochemsen dit standpunt in zijn reactie van 29 oktober 2012 herhaald. Aangezien de ouders van klager daarmee geen genoegen namen is hen aangeboden in een interview in de krant hun verhaal te doen. In zijn reactie heeft Jochemsen begrip en respect getoond voor de wijze waarop de ouders van klager voor hun zoon opkomen, maar daaraan heeft hij toegevoegd dat dit onverlet laat dat een claim richting Wegener Media ongepast is. De ouders van klager lieten weten dat zij geen behoefte hadden aan een interview, omdat dit voor hen te veel zou oprakelen. Verweerders hebben uiteraard respect voor dit standpunt, maar het verbaast hen wel dat de klacht is ingediend. Immers, indien deze gegrond wordt verklaard, zal een publicatie over de uitspraak van de Raad volgen. Ook die publicatie zal een en ander  oprakelen.
Ter zitting heeft Jochemsen hieraan nog toegevoegd dat verweerders lering trekken uit (de gang van zaken in) deze zaak.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
1.         Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.        
2.         Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.  
3.         Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
4.         Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.          
 
Vaststaat dat de klacht van 27 augustus 2012 niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.        

Het is op dit moment formeel geen vereiste dat een klager eerst in contact treedt met de hoofdredactie, voordat hij een klacht indient bij de Raad. De Raad is echter van mening dat – in het kader van een goede zelfregulering door de media – uitgangspunt verdient te zijn dat partijen eerst samen overleg voeren om te bezien of zij tot een minnelijke oplossing van het probleem kunnen komen.
 
De ouders van klagers hebben aangevoerd dat zij – na het eerste contact in februari 2012 met Van der Schaal – herhaaldelijk en op diverse manieren hebben geprobeerd contact te krijgen met een persoon binnen Wegener Media die hen over hun klacht te woord kon staan, maar zonder succes. Verweerders hebben gesteld dat de algemeen hoofdredacteur de brief van de ouders van klagers van 19 april 2012 niet heeft ontvangen, maar dat de algemeen redactiechef Regio Midden-Nederland wél op die brief heeft gereageerd. De ouders van klager stellen op hun beurt dat zij die reactie (van 3 mei 2012) niet hebben ontvangen. Overigens is het hoofdkantoor van Wegener Media in de betreffende periode verhuisd, zodat mogelijk post niet altijd tijdig bij de juiste persoon terecht kwam.
 
De Raad constateert dat de communicatie tussen partijen kennelijk om diverse redenen is misgelopen. Dat de pogingen van de ouders van klager om met Wegener Media in contact te komen in dit geval op niets zijn uitgelopen, valt niet alleen hen te verwijten. Verder is de termijnoverschrijding relatief gering. Een en ander maakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding niet aan klager kan worden tegengeworpen. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk behandelen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht richt zich met name op het feit dat het artikel de suggestie wekt dat het om een persbericht gaat. Volgens klager konden verweerders niet zelf aan alle gegevens komen, omdat uitspraken in het jeugdrecht anoniem worden gepubliceerd.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)

Van der Schaal heeft – ongeacht de wijze waarop hij de informatie heeft verkregen – een kort, terughoudend en feitelijk bericht geschreven. De betrokkenen zijn aangeduid met initialen, zoals in berichtgeving over strafzaken gebruikelijk is. Hierdoor kan in het algemeen worden voorkomen dat betrokkenen eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn. (zie punten 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad)
 
De Raad stelt vast dat het artikel twee feitelijke onjuistheden bevat: de datum van de rechterlijke uitspraak is onjuist en klager is niet veroordeeld tot een boete, maar tot betaling van een schadevergoeding. Verweerders hebben erkend dat het artikel zorgvuldiger had kunnen worden opgesteld, teneinde deze feitelijke onjuistheden te voorkomen. Ook de Raad is deze mening toegedaan. Deze onjuistheden zijn echter niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Het is overigens niet aannemelijk dat deze onjuistheden schadelijke gevolgen hebben gehad voor klager.
De zin “Verkrachting werd niet bewezen geacht.” is verder een juridisch correcte weergave van de uitspraak van de rechtbank. Dat deze zin misschien geen recht doet aan alle bijzonderheden van de strafzaak, maakt niet dat de zin feitelijk onjuist is.
 
De Raad is dan ook van oordeel dat de door Van der Schaal verkregen informatie op een journalistiek toelaatbare wijze in het artikel is verwerkt.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 14 juni 2013 door mr. Th. Groeneveld, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. J.X. Nabibaks, drs. P. Olsthoorn en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.