2013/28 gegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “La Serpe, kroongetuige in liquidatieproces, geeft laatste interview” dat het volgende citaat over klager bevat: Een aantal overige advocaten, Nico Meijering voorop, heeft grenzen overschreden. Zo zijn de anonieme getuigen F1 en F3 bewerkt, geregisseerd en beïnvloed. Als de officieren zo hadden gewerkt, waren ze ontslagen.Kern van de klacht is dat ernstige beschuldigingen over klager zijn gepubliceerd zonder het opnemen van zijn reactie. Van den Heuvel heeft niet op de klacht gereageerd.
Door de uitlatingen wordt klager in hoge mate gediskwalificeerd. De beschuldigingen zijn afkomstig van een persoon met wie klager in zakelijk conflict is (geweest). Van den Heuvel had daarom bij het publiceren van de uitspraken bijzondere zorgvuldigheid in acht moeten nemen. Dit houdt in het algemeen onder meer in dat wederhoor wordt toegepast. Uit de stukken blijkt dat Van den Heuvel klager heeft benaderd voor een reactie. Door de beschuldigingen aan klagers adres te publiceren, maar klagers reactie niet te plaatsen, heeft Van den Heuvel journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
mr. N.C.J. Meijering
 
tegen
 
J. van den Heuvel (De Telegraaf)
 
Bij brief van 30 januari 2013 met vijf bijlagen heeft mr. N.C.J. Meijering te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. van den Heuvel (hierna: verweerder). Verweerder heeft in een e-mail van 12 maart 2013 aan de Raad laten weten dat de hoofdredactie heeft besloten niet op de klacht te reageren en dat hij dat ook niet op persoonlijke titel doet.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 april 2013. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 26 januari 2013 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Van den Heuvel verschenen onder de kop “La Serpe, kroongetuige in liquidatieproces, geeft laatste interview”. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Met de meeste raadslieden van de verdachten heeft La Serpe weinig op. ,,Advocaat Sander Janssen van verdachte […] was fair, heeft humor en deed wat hij moest doen. Een aantal overige advocaten, Nico Meijering voorop, heeft grenzen overschreden. Zo zijn de anonieme getuigen F1 en F3 bewerkt, geregisseerd en beïnvloed. Als de officieren zo hadden gewerkt, waren ze ontslagen. Men heeft geprobeerd mij de moord op Gerrie Bethlehem in de schoenen te schuiven, dat waren even valse, kwaadaardige als doorzichtige pogingen om mijn geloofwaardigheid aan te tasten. Ik ben neergezet als een verrader, maar een verrader is iemand die onderduikers in de oorlog wegtipt. Niet iemand die ervoor zorgt dat moordenaars worden gestraft.””
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat het artikel ongefundeerde beschuldigende uitlatingen aan zijn adres bevat. Deze uitlatingen zijn diffamerend en schadelijk voor de goede naam en de betrouwbaarheid van klager als advocaat. Volgens klager zijn de beschuldigingen afkomstig van slechts één bron, met wie hij bovendien in processueel conflict is geweest. Verweerder wist – of had door onderzoek kunnen en moeten weten – dat de beschuldigingen worden gelogenstraft door diverse harde feiten. Daarbij komt dat verweerder klager wel heeft benaderd voor wederhoor, maar de reactie van klager niet in het artikel heeft verwerkt. Weliswaar zijn niet alle voor wederhoor voorgelegde beschuldigingen uiteindelijk gepubliceerd, maar het plaatsen van in aantal minder diffamerende uitlatingen ontsloeg verweerder niet van de verplichting tot het opnemen van klagers weerwoord. De resterende uitlatingen noopten evenzeer tot het plaatsen van klagers reactie, dan wel klager daarover te informeren en hem zo nodig opnieuw de gelegenheid tot wederhoor te bieden. Nu verweerder een en ander heeft nagelaten heeft hij hoogst onzorgvuldig gehandeld, aldus klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat ernstige beschuldigingen aan klagers adres zijn gepubliceerd zonder het opnemen van zijn reactie.
 
De Raad overweegt dat het artikel uitlatingen bevat waardoor klager in hoge mate wordt gediskwalificeerd. De beschuldigingen zijn afkomstig van een persoon met wie klager in zakelijk conflict is (geweest). Verweerder had bij het publiceren van deze uitspraken bijzondere zorgvuldigheid in acht moeten nemen. Dit houdt in het algemeen onder meer in dat wederhoor wordt toegepast. Uit de stukken blijkt dat verweerder klager heeft benaderd voor een reactie en na ontvangst daarvan aan klager het volgende heeft bericht: “Ik heb de uitspraken over u van de heer La Serpe nog wat genuanceerd. Ze waren onvriendelijker. Mochten we de uitspraken over u in het artikel opnemen, dan nemen wij uw reactie daarop eveneens mee.”
 
Door de beschuldigingen aan klagers adres te publiceren, maar de reactie van klager niet te plaatsen, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig gehandeld. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1 van de Leidraad van de Raad)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te (laten) publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 juni 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, dr. H.J. Evers, ir. B.L. Hooghoudt, mw. M.J. Rietkerk en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.