2013/27 gegrond

Samenvatting

De klacht betreft het artikel “Wat rest HP/De Tijd nog?”, waarin HP/De Tijd-uitgever Hans van Brussel zegt: “… De ‘visie’ van Dijkgraaf heeft het blad volgens hem ‘vele duizenden lezers’ gekost. ‘Het vertrouwen in hem had er niet moeten zijn. Bij zijn vertrek bedroeg de oplage nog maar ongeveer 16.000 exemplaren.’” Volgens klager hebben verweerders ten onrechte de door Van Brussel genoemde oplagecijfers niet geverifieerd.
Het artikel gaat over het verleden en de toekomst van HP/De Tijd, waarbij aandacht wordt besteed aan de vaak wisselende (hoofd)redactie van het blad en de achteruitgang in oplagen gedurende de jaren. In verband met een andere bewering van Van Brussel (over de marketingcampagne bij de overgang naar de maandfrequentie) hebben verweerders uit eigen beweging de relevante cijfers van HOI (Instituut voor Media Auditing) vermeld. Het had daarom op de weg van verweerders gelegen om – ter voorkoming van misverstanden – de bewering over de oplagecijfers ten tijde van het vertrek van klager eveneens te controleren c.q. toe te lichten aan de hand van de HOI-cijfers, waaruit een beduidend hogere oplage blijkt dan door Van Brussel vermeld. Door dit na te laten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dat de door Van Brussel genoemde cijfers een illustratie zijn van de bewering dat sprake was van een achteruitgang in de oplage en ook de HOI-cijfers blijk geven van een daling in de oplage, doet daaraan niet af. Een journalist behoort immers zodanig te berichten, dat op basis van zijn informatie de lezer zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kan vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J. Dijkgraaf
 
tegen
 
F. Oremus en de hoofdredacteur van Villamedia magazine
 
Bij brief van 23 januari 2013 met een bijlage heeft J. Dijkgraaf te Eesterga (hierna: klager) een klacht ingediend tegen F. Oremus en de hoofdredacteur van Villamedia magazine (hierna: verweerders). Bij e-mail van 25 januari 2013 heeft klager nog drie bijlagen overgelegd. Verweerders hebben op de klacht geantwoord in een brief van 11 maart 2013 met vier bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 april 2013 in aanwezigheid van hoofdredacteur D. Rogmans. Klager is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 18 januari 2013 is in Villamedia Magazine een artikel van de hand van Oremus verschenen onder de kop “Wat rest HP/De Tijd nog?”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Toch heeft Audax altijd alles uit de kast gehaald om het blad goed in de markt te zetten en te houden, vindt Van Brussel. ‘Het is de kracht van Audax dat ze het blad op zo’n 6000 prominente verkoopplekken in Nederland weet te distribueren. En ook aan marketing heeft het niet gelegen. Bij de overgang naar maandfrequentie is vorig jaar tonnen geïnvesteerd in een reclamecampagne op tv, radio en in kranten.’ (De oplage per nummer is inderdaad gestegen. In het derde kwartaal van 2012 bedroeg de oplage van het maandblad 33.972 exemplaren tegenover 21.926 van het weekblad in hetzelfde kwartaal van 2011. Toch zakte door de frequentiewisseling het totaal aantal verkochte exemplaren in dat kwartaal met 183.122 in 2012 ten opzichte van 2011. En ook de adverteerders lieten het afweten.)”
en
“Van Brussel: [...]. De ‘visie’ van Dijkgraaf heeft het blad volgens hem ‘vele duizenden lezers’ gekost. ‘Het vertrouwen in hem had er niet moeten zijn. Bij zijn vertrek bedroeg de oplage nog maar ongeveer 16.000 exemplaren.’”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten de uitlating van Van Brussel dat de oplage bij zijn vertrek nog maar ongeveer 16.000 exemplaren zou bedragen, te verifiëren. Volgens klager laten de oplagecijfers van HOI (Instituut voor Media Auditing) zien dat de totaal verspreide oplage van HP/De Tijd destijds 25.581 exemplaren bedroeg en de totaal betaalde oplage 23.011 exemplaren. Dat is beduidend meer dan wat Van Brussel opvoert. Het doet niet ter zake dat Van Brussel een andere maatstaf hanteert voor de becijfering van de oplage, nu Oremus de bewering van Van Brussel over het succes van een ‘marketinginspanning’ van Audax wél aan de hand van de HOI-cijfers heeft geverifieerd. Volgens klager moet juist in een artikel waarin over hem uitsluitend in negatieve termen wordt gesproken zonder hem de mogelijkheid te bieden een weerwoord te geven, met betrekking tot de feiten de uiterste zorgvuldigheid in acht worden genomen. Verweerders hebben dat nagelaten en daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld, aldus klager.

Verweerders stellen dat zij zich in de tekst hebben gehouden aan de woorden van Van Brussel. Deze is volgens verweerders de beste bron, omdat hij de uitgever is van HP/De Tijd. Van Brussel heeft die cijfers bij autorisatie van zijn citaten bevestigd. Na confrontatie met de bezwaren van klager heeft Van Brussel uitgelegd hoe zijn interpretatie van de oplagecijfers eruit ziet: “Ik kijk naar winstgevend verkochte oplage – dat is iets anders dan de verkochte oplage.” Omdat Van Brussel ten aanzien van andere beweringen geen cijfers had verstrekt, hebben verweerders daarvoor de HOI-cijfers gebruikt. Als tweede keus, omdat zij liever cijfers van de primaire bron – de uitgever – hadden gekregen.
Verweerders voeren aan dat zij juist hebben gehandeld en dat er geen aanleiding was voor het plaatsen van een rectificatie. Oremus heeft klager wel direct aangeboden in een ‘comment’ (online) bij het artikel het verschil in interpretatie van de cijfers tussen Van Brussel en de HOI op te nemen. Klager vond dat niet voldoende en bleef een rectificatie eisen, waarbij hij een ultimatum stelde en anders de onderhavige klacht zou indienen. Daarom leek het verweerders beter de uitspraak van de Raad af te wachten om daarna de discussie in één keer af te sluiten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders ten onrechte de door Van Brussel genoemde oplagecijfers niet hebben geverifieerd.
 
De Raad overweegt dat het artikel gaat over het verleden en de toekomst van HP/De Tijd, waarbij aandacht wordt besteed aan de vaak wisselende (hoofd)redactie van het blad en de achteruitgang in oplagen gedurende de jaren.
 
In verband met de bewering van Van Brussel over de marketingcampagne bij de overgang naar de maandfrequentie, hebben verweerders uit eigen beweging de relevante HOI-cijfers vermeld. Het had daarom op de weg van verweerders gelegen om – ter voorkoming van misverstanden – de bewering van Van Brussel over de oplagecijfers ten tijde van het vertrek van klager eveneens te controleren c.q. toe te lichten aan de hand van de HOI-cijfers, waaruit een beduidend hogere oplage blijkt dan door Van Brussel vermeld. Door dit na te laten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De klacht is daarom gegrond.
 
Dat de door Van Brussel genoemde cijfers een illustratie zijn van de bewering dat sprake was van een achteruitgang in de oplage en ook de HOI-cijfers blijk geven van een daling in de oplage, doet daaraan niet af. Een journalist behoort immers zodanig te berichten, dat op basis van zijn informatie de lezer zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kan vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punt 1.1. van de Leidraad van de Raad)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Villamedia magazine te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 juni 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, dr. H.J. Evers, ir. B.L. Hooghoudt, mw. M.J. Rietkerk en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.