2013/24 ongegrond

Samenvatting

Klaagster (SNB) maakt bezwaar tegen de artikelen “Nutsbedrijf in het nauw door derivaten” en “Derivatendrama”. Kern van de klacht is dat de berichtgeving eenzijdig, onvolledig en (deels) onjuist is en dat pas kort voor plaatsing bekend werd dat de artikelen in de Volkskrant zouden worden geplaatst.
Uit de artikelen komt voldoende duidelijk naar voren dat SNB, voorafgaand aan het besluit tot het aangaan van de financiële transacties, met hulp van experts onderzoek naar de risico’s heeft gedaan. Verder is duidelijk gemaakt dat SNB aan financiële risicospreiding heeft willen doen, maar dat het feitelijk anders is gelopen. Het is begrijpelijk en niet journalistiek ontoelaatbaar dat in de berichtgeving aansluiting is gezocht bij boekhoudkundige termen en op grond daarvan is geconcludeerd dat SNB – vanwege het verlies op de financiële transacties door de financiële crisis – een negatief eigen vermogen heeft gekregen en daarmee financiële problemen heeft. De vergelijking met Vestia is evenmin onzorgvuldig. In beide gevallen gaat het om een semi-publieke organisatie die (vooralsnog) zonder succes ingewikkelde financiële constructies is aangegaan. Vestia is hiervan een spraakmakend voorbeeld in Nederland. Er is niet gesuggereerd dat bij SNB fraude aan de orde is. De artikelen geven een genuanceerd beeld van de situatie bij SNB en er is niet gebleken dat de berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat.
Aannemelijk is geworden dat de freelance journalisten SNB met open vizier tegemoet zijn getreden. Dat zij hun artikel aan een landelijk dagblad hebben aangeboden, is niet in strijd met journalistieke normen. Aan SNB is anderhalve week vóór publicatie gemeld dat de artikelen in de Volkskrant zouden verschijnen. Niet is gebleken dat SNB daartegen bezwaar heeft gemaakt. Bovendien heeft zij volledige inzage gekregen en de artikelen kunnen becommentariëren, naar aanleiding waarvan enkele wijzigingen in de teksten zijn aangebracht.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

N.V. Slibverwerking Noord-Brabant

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant 

Bij online klachtformulier van 11 januari 2013 met diverse bijlagen heeft ir. M.M. Lefferts, directeur, namens N.V. Slibverwerking Noord-Brabant gevestigd te Moerdijk (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerder). Hierop heeft P. Klok, plaatsvervangend hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 5 februari 2013.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 12 april 2013. Klaagster is daar niet verschenen. Namens verweerder waren voornoemde Klok en J. Frederik, als freelance journalist onder meer werkzaam voor freelancerscollectief Follow the Money, aanwezig.

Vanwege de plotselinge afwezigheid van een van de leden van de Raad, heeft verweerder desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN

Op 12 juli 2012 is in de Volkskrant een artikel van de hand van J. Frederik en E. Smit verschenen onder de kop “Nutsbedrijf in het nauw door derivaten” met de volgende intro:
“Het grootste slibverwerkingsbedrijf van Europa is in grote financiële problemen geraakt door riskante financiële producten, zogeheten derivaten, af te sluiten. Het overheidsbedrijf Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) heeft in 2006 voor 270 miljoen euro van dit soort verzekeringen afgesloten. Deze zijn door de financiële crisis driekwart van hun waarde kwijtgeraakt en nog maar 61 miljoen waard.”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
“SNB, dat eigendom is van vier waterschappen, is niet de eerste semi-publieke organisatie die door het afsluiten van complexe financiële producten in de problemen komt. Eerder dit jaar kwam Vestia in grote nood toen bleek dat de woningcorporatie op grote schaal riskante renteverzekeringen had afgesloten. Net als bij Vestia waren de financiële instrumenten bij SNB juist bedoeld om de risico’s te beperken.”
en
“Het verlies van SNB is net als bij Vestia een papieren verlies dat dit jaar, door verscherpte boekhoudregels, in de jaarrekening zal worden opgenomen. Het verlies heeft tot gevolg dat het eigen vermogen van SNB - 91 miljoen euro groot - in een klap wordt weggevaagd, waarna het bedrijf technisch failliet is.”
en
“Marcel Lefferts, algemeen directeur van SNB, geeft aan ‘in gesprek’ te zijn met zowel de accountant als Deutsche Bank. Hij gaat nog steeds uit van een goede afloop. ‘Er is geen reden te twijfelen aan de liquiditeit en de solvabiliteit van SNB.’ Als er geen grote ongelukken gebeuren op de financiële markten, kan de waarde van de derivaten zich herstellen voordat ze in 2017 aflopen, denkt hij.”

Verder is diezelfde dag in de Volkskrant een artikel van de hand van J. Frederik en E. Smit verschenen onder de kop “Derivatendrama”. Dit artikel heeft de volgende intro:
“Dijken en dieren staan doorgaans op de agenda van de waterschappen. Tot nutsbedrijf Slibverwerking Noord-Brabant dacht risicoloos geld te kunnen verdienen. Het oerdegelijke bedrijf ging een transactie aan met Deutsche Bank. En verloor vooralsnog 209 miljoen euro.”
Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Bij Slibverwerking Noord-Brabant wordt liever niet over derivaten gesproken. De term wekt een ongunstige associatie op met exotische financiële producten, de kredietcrisis, bonusverslaafde zakenbankiers, incompetente bestuurders, woningbouwcorporatie Vestia, fraude en heel veel andere narigheid. Bij Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) praten ze liever over switch transactions, zo maakt de pr-man van het overheidsbedrijf bij aanvang van het interview onmiddellijk duidelijk.”
en
“Daarvoor creëert Deutsche Bank speciaal voor SNB een portfolio credit default swap (pcds), een derivaat op basis van een portfolio van 115 bedrijven die alle de hoge creditrating AAA of AA+ hebben. Indien er voor meer dan 1,8 miljard euro aan verliezen worden geleden op deze portfolio moet SNB uitkeren aan Deutsche Bank. Maar de kans dat zoiets gebeurt, is volgens de modellen van de bank erg klein.”
Het slot van het artikel luidt:
“Nee, de SNB-directeur gaat er nog steeds vanuit dat er tot 2017 – wanneer de switch transactie afloopt – geen grote ongelukken meer gebeuren op de kapitaalmarkten en dat tegen die tijd de switch transactie zonder bijkomende schade kan worden afgewikkeld.
Hij is ervan overtuigd dat SNB over enkele jaren miljoenen heeft verdiend, niet verloren. ‘Risicoreductie en -spreiding’, zijn voor hem nog steeds de kernwoorden. ‘We hebben gewoon een goed en zorgvuldig besluit genomen, waar ik nog steeds helemaal achter sta.’”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij zich niet kan verenigen met de inhoud en de strekking van de artikelen. Zij wijst erop dat de vermelding dat zij in grote financiële problemen is gekomen, in tegenspraak is met de bewering dat alleen sprake is van een papieren verlies. Verder maakt zij bezwaar tegen de vergelijking met Vestia, omdat de situaties van elkaar verschillen. Daarnaast zijn voornamelijk de risico’s belicht van het tweede deel van de Switch Transaction. Volgens klaagster is voorbijgegaan aan het feit dat de drie deposito’s die zij destijds bij banken had wier voortbestaan aan een zijden draadje hing, ook in rook hadden kunnen opgaan als klaagster de Switch Transaction, het eerste deel van de transactie, niet was aangegaan. Klaagster meent dat ten onrechte is gesuggereerd dat zij financieel de zaken niet op orde heeft, niet meer te redden is, en risicovol en gedachteloos heeft gehandeld. Bij het aangaan van de financiële transactie zijn uitgebreide risicoanalyses uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen en zijn mitigerende maatregelen getroffen. Klaagster benadrukt dat zij in het interview nadrukkelijk heeft beargumenteerd waarom de Switch Transaction een goede maatregel is in het kader van verantwoordelijk treasury en risicobeheersing. Zij betreurt het dat deze argumenten niet (voldoende) zijn weergegeven en deels buiten de context zijn geplaatst. Hierdoor is de berichtgeving eenzijdig, onvolledig en op bepaalde punten onjuist, waardoor zij ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld.
Klaagster acht het bovendien onzorgvuldig dat haar pas kort voor de publicatie werd medegedeeld dat de artikelen, die zijn geschreven door journalisten van het online medium Follow the Money, (ook) in de Volkskrant zouden worden geplaatst.

Verweerder stelt dat de berichtgeving maatschappelijk relevant is, omdat deze de vraag opwerpt waarom een overheidsinstelling als klaagster zich zou moeten inlaten met complexe financiële producten. De artikelen bieden inzicht in de wijze waarop (semi) publieke organisaties worden bestuurd, aldus verweerder. Hij meent dat de artikelen geen onjuistheden bevatten, maar dat hooguit sprake is van verschillen in interpretatie. Zo kunnen een papieren verlies en een negatief eigen vermogen een bedrijf in grote financiële problemen brengen; van tegenstrijdigheid is geen sprake. De vergelijking met Vestia is gemaakt, omdat beide instanties semi-publieke organisaties zijn en de intentie hadden om aan risicospreiding te doen, terwijl de financiële constructies juist leidden tot verlies. Er is niet gesteld dat bij klaagster, net als bij Vestia, sprake is van fraude. Een en ander is in de berichtgeving ook duidelijk uitgelegd. Voor het gebruik van formuleringen als ‘technisch failliet’ is aangesloten bij boekhoudkundige begrippen. Bovendien is de berichtgeving voldoende genuanceerd. Ter zitting benadrukt Klok dat de krant de tragiek van de kwestie aan de orde heeft willen stellen en nergens de goede bedoelingen van klaagster heeft betwist.
Verder stelt verweerder dat de journalisten klaagster met open vizier tegemoet zijn getreden en hebben meegedeeld dat zij als freelancers met een verhaal bezig waren. Verweerder ziet niet in dat de journalisten ontoelaatbaar zouden hebben gehandeld door de artikelen voor publicatie aan een landelijke krant aan te bieden. Bovendien is klaagster ruim – anderhalve week – van tevoren ervan in kennis gesteld dat de artikelen in de Volkskrant zouden verschijnen. Daarbij heeft zij de integrale teksten, inclusief koppen, kunnen becommentariëren. Naar aanleiding daarvan zijn enkele wijzigingen aangebracht. Ter zitting wijst Klok erop dat klaagster, nadat haar was meegedeeld dat de artikelen in de Volkskrant gepubliceerd zouden worden, daartegen geen bezwaar heeft gemaakt.
Volgens verweerder hebben de journalisten hun werk heel precies en consciëntieus gedaan en heeft klaagster uitgebreid gelegenheid voor wederhoor is gekregen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de berichtgeving eenzijdig, onvolledig en (deels) onjuist is en dat pas kort voor plaatsing bekend werd dat de artikelen in de Volkskrant zouden worden geplaatst.

De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar (vermeende) financiële problemen van een semipublieke organisatie zoals klaagster.
Uit de artikelen komt voldoende duidelijk naar voren komt dat klaagster, voorafgaand aan het besluit tot het aangaan van de financiële transacties, met hulp van experts onderzoek naar de risico’s heeft gedaan. Verder is duidelijk gemaakt dat klaagster aan financiële risicospreiding heeft willen doen, maar dat het feitelijk anders is gelopen. Het is begrijpelijk en niet journalistiek ontoelaatbaar dat in de berichtgeving aansluiting is gezocht bij boekhoudkundige termen en op grond daarvan is geconcludeerd dat klaagster – vanwege het verlies op de financiële transacties door de financiële crisis – een negatief eigen vermogen heeft gekregen en daarmee financiële problemen heeft.
De vergelijking met Vestia is evenmin onzorgvuldig. Zowel bij klaagster als bij Vestia gaat het om een semi-publieke organisatie die (vooralsnog) zonder succes ingewikkelde financiële constructies is aangegaan. Vestia is hiervan een spraakmakend voorbeeld in Nederland. In de berichtgeving wordt niet gesuggereerd dat bij klaagster fraude aan de orde is.
De Raad is van oordeel dat de artikelen een genuanceerd beeld geven van de situatie bij klaagster. Niet is gebleken dat de berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat.
 
Aannemelijk is geworden dat de freelance journalisten klaagster met open vizier tegemoet zijn getreden. Dat zij hun artikel aan een landelijk dagblad hebben aangeboden, is niet in strijd met journalistieke normen. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat aan klaagster anderhalve week vóór publicatie is gemeld dat de artikelen in de Volkskrant zouden verschijnen. Niet is gebleken dat klaagster daartegen bezwaar heeft gemaakt. Bovendien heeft zij volledige inzage gekregen en de artikelen kunnen becommentariëren, naar aanleiding waarvan enkele wijzigingen in de teksten zijn aangebracht. In dat verband wijst de Raad erop dat de journalist die een artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat, vrij is te bepalen hoe hij eventuele op- en aanmerkingen in het artikel verwerkt.
 
Gelet op het voorgaande ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat met de publicaties journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster is gehandeld.
 
BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 juni 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, ir. B.L. Hooghoudt, mw. M.J. Rietkerk en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.