2013/23 onthouding-oordeel ongegrond

Samenvatting

De klacht betreft de publicaties “Oorlog in telefonieland” en “Ergernis om kapen telecomklanten”. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
Klaagster heeft gesteld dat de artikelen tendentieus zijn en veel ongefundeerde beschuldigingen aan haar adres bevatten. Verweerders hebben ervoor gekozen geen verweer te voeren en hebben de Raad geen informatie verschaft omtrent de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerders ernstig wordt bemoeilijkt. De Raad kan geen gefundeerd oordeel geven zonder nader feitenonderzoek, hetgeen door de houding van verweerders niet mogelijk is. De procedure bij de Raad leent zich er niet voor dat de Raad een dergelijk feitenonderzoek buiten (een der) partijen om verricht. De Raad onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.
Verder overweegt de Raad dat Polman kennelijk de eigenaar van klaagster heeft benaderd voor wederhoor. Deze heeft ervoor gekozen niet inhoudelijk te reageren, in afwachting van de beantwoording van gestelde Kamervragen. De in de berichtgeving opgenomen beweringen over klaagster zijn specifiek en duidelijk. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat het geven van een inhoudelijke reactie slechts mogelijk was na beantwoording van de Kamervragen. Dat (de eigenaar van) klaagster niet adequaat heeft gereageerd, kan verweerders niet worden verweten. Gelet op het uitblijven van een inhoudelijke reactie is het begrijpelijk en relevant dat verweerders de eigenaar van klaagster op dit punt hebben geciteerd. Van onjuiste toepassing van wederhoor is geen sprake. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van



tegen

J. Polman en de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl

Bij brief van 27 november 2012 met twee bijlagen heeft X te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen J. Polman en de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 maart 2013. Partijen zijn daar niet verschenen.
  
DE FEITEN

Op 18 september 2012 is op de website Spitsnieuws.nl een artikel van de hand van Polman verschenen onder de kop “Oorlog in telefonieland”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Bedrijven hebben nog steeds last van de oorlog in telefonieland om nieuwe klanten. Vooral het bedrijf [X] maakt zich schuldig aan ‘misleiding’ en mogelijke ‘acquisitiefraude’ waarvan vele tientallen, zo niet honderden bedrijven in Nederland zijn getroffen, zo blijkt uit talloze klachten op fora en bij brancheorganisaties.”
en
“Het bedrijf [X] ([afkorting X]) werft nieuwe klanten door misleidende aanbiedingen te verspreiden via antwoordkaarten (…). [afkorting X] richt zich daarbij primair op klanten van KPN, dat desgevraagd bevestigt veel klachten te hebben gehad van gedupeerde ondernemers. KPN zegt niet te weten hoeveel ondernemers er precies zijn gekaapt door [afkorting X], maar volgens getroffen ondernemers zou het gaan om 150 tot 250 bedrijven. [afkorting X] brengt vervolgens bedragen van enkele honderden tot zeker tienduizend euro in rekening, zo blijkt uit onderzoek van deze krant.”
en
“Eigenaar [Y] wil niet reageren op de beschuldigingen tegen zijn bedrijf. Wel hebben medewerkers namens zijn bedrijf op fora een reactie achtergelaten die ook in het dossier van Kamerlid Pieter Omtzigt zijn beland.”
 
Verder is diezelfde dag op de website Spitsnieuws.nl een artikel van de hand van Polman verschenen onder de kop “Ergernis om kapen telecomklanten”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Het bedrijf [X] zou zich schuldig maken aan ‘misleiding’ om nieuwe klanten te werven. De gebruikte methode heet ‘slamming’ en is moeilijk aan te pakken.”
en
“Op het forum van Bellen.com regent het sinds enkele weken weer klachten van boze ondernemers. Ze voelen zich misleid, hebben te maken met incassobureaus en spookfacturen en snel oplopende juridische en administratieve kosten.”
en
“Hoewel [X] inmiddels ook is beboet, zij het niet voor slamming, is er daarmee nog geen einde gekomen aan het kapen van nieuwe klanten.”
en
“[Y], eigenaar van [X], wil niet reageren op alle verwijten en beschuldigingen. ,,Wij wachten het antwoord van de minister af”, zegt hij verwijzend naar de Kamervragen van Pieter Omtzigt. Het is dan ook onduidelijk of hij achter de verklaring staat die namens [X] online zou zijn geplaatst. Daarin worden de getroffen ondernemers ‘prutsers’ genoemd, omdat de ondernemers zich niet hebben verdiept in de algemene voorwaarden van [X].”
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt dat de artikelen onjuistheden bevatten en nodeloos ernstige schade toebrengen aan haar imago. Klaagster meent dat zij ten onrechte in verband wordt gebracht met het kapen van klanten van andere telecomaanbieders. Verder zijn online uitspraken, die op verschillende fora zijn gedaan, ten onrechte toegeschreven aan medewerkers van klaagster. Daarnaast is de suggestie gewekt dat de CEO van klaagster verantwoordelijk is geweest voor enkele van deze uitspraken. Volgens klaagster bevatten de artikelen een zeer diffamerende toonzetting en is er een onjuist beeld van haar onderneming geschetst. Dit beeld is in de landelijke media helaas veelvuldig overgenomen. Klaagster is altijd transparant en duidelijk geweest over haar bedoelingen en communiceert uitsluitend onder eigen naam.
Ten aanzien van diverse specifieke beweringen licht klaagster toe waarom deze naar haar mening onjuist zijn. Zij benadrukt onder meer dat zij haar klanten op legale wijze werft. Wanneer klanten zich toch misleid voelen en geen klant willen blijven, dan wordt de overeenkomst met deze mensen door klaagster beëindigd. Hieraan wordt echter geen aandacht geschonken, wat wijst op subjectiviteit. Daarnaast is ten onrechte vermeld dat klaagster een boete heeft gekregen. Klaagster verzendt alleen facturen over geleverde diensten, van spookfacturen is geen sprake. Verder wijst zij erop dat de verklaring die online op een forum is geplaatst absoluut niet van haar medewerkers afkomstig is. De term ‘prutsers’, ter aanduiding van klanten van klaagster, is onnodig kwetsend en komt zeker niet vanuit klaagster.
Klaagster stelt verder dat haar eigenaar, de heer Y, slechts kort is benaderd voor een reactie op de beschuldigingen. Hij was niet in staat inhoudelijk te reageren, omdat hij in afwachting was van de beantwoording van de gestelde Kamervragen. Door de gang van zaken overheerst bij klaagster het gevoel dat slechts voor de vorm is gevraagd om een reactie. Verweerders hebben een citaat van Y opgenomen, terwijl hij met Polman heeft afgesproken geen citaten te gebruiken.
Klaagster concludeert dat sprake is van tendentieuze berichtgeving, nu verweerders hebben gekozen voor een toon alsof vaststaat dat klaagster overtredingen heeft begaan en klanten benadeelt. Verder is de berichtgeving partijdig. Op de telefoniemarkt heerst stevige concurrentie en Polman heeft in zijn toonzetting en woordkeus duidelijk partij gekozen voor KPN. Ten slotte betoogt klaagster dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld, omdat zij beweringen hebben gedaan die onbewezen zijn. Voor zover het om geruchten gaat, zijn deze niet genuanceerd en zouden deze niet als feiten gepresenteerd mogen worden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad overweegt dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)

Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad)

Klaagster heeft gesteld dat de artikelen tendentieus zijn en veel ongefundeerde beschuldigingen aan haar adres bevatten. Bij zijn beraadslaging is de Raad tot het inzicht gekomen dat de beoordeling van dit onderdeel van de klacht niet met de vereiste zorgvuldigheid kan geschieden.
Verweerders hebben ervoor gekozen geen verweer te voeren en hebben derhalve de Raad geen informatie verschaft omtrent de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerders ernstig wordt bemoeilijkt.
In het bijzonder in de onderhavige zaak is voor een weloverwogen oordeel een bredere kennis van de feiten nodig dan waarover de Raad beschikt. De Raad kan geen gefundeerd oordeel geven zonder nader feitenonderzoek, hetgeen echter  door de houding van verweerders niet mogelijk is. De procedure bij de Raad leent zich er niet voor dat de Raad een dergelijk feitenonderzoek buiten (een der) partijen om verricht.
Op grond van artikel 9 lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad onthoudt de Raad zich daarom op dit punt van een oordeel. (vgl. onder meer RvdJ 2011/26)

Verder overweegt de Raad dat Polman kennelijk de eigenaar van klaagster, de heer Y, heeft benaderd voor wederhoor. Zoals klaagster in haar klaagschrift heeft gesteld, heeft Y ervoor gekozen niet inhoudelijk te reageren, in afwachting van de beantwoording van de gestelde Kamervragen.
Naar het oordeel van de Raad zijn de in de berichtgeving opgenomen beweringen over klaagster specifiek en duidelijk. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat het geven van een inhoudelijke reactie slechts mogelijk was na beantwoording van de Kamervragen. Dat (de eigenaar van) klaagster niet adequaat heeft gereageerd, kan verweerders niet worden verweten. Gelet op het uitblijven van een inhoudelijke reactie is het juist begrijpelijk en journalistiek relevant dat verweerders Y op dit punt hebben geciteerd. Van onjuiste toepassing van wederhoor is geen sprake. Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen het onjuist toepassen van wederhoor is deze ongegrond. Voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Aldus vastgesteld door de Raad op 2 mei 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.