2013/19 ongegrond

Samenvatting

De klacht betreft de column “Herenleed” die in de rubriek ‘op het randje’ is verschenen.
Volgens de Raad is geen sprake van journalistiek ontoelaatbaar handelen. De vergelijking met Waldorf en Statler – personages uit de Muppet Show – is voor klager wellicht onwenselijk, maar is objectief bezien in de gebruikte context niet zodanig kwetsend of beledigend dat daarmee grenzen zijn overschreden. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de column de persoonlijke mening van Van den Berg behelst en ironisch is bedoeld. Gelet op het voorgaande bestaat evenmin grond voor de conclusie dat ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Verder is het in dit geval niet ontoelaatbaar dat verweerders gebruik hebben gemaakt van een e-mail die klager aan de fractievoorzitters en wethouders persoonlijk heeft gestuurd. Dat de e-mail niet voor publicatie bestemd was, doet niet ter zake. Klager had bij verzending rekening kunnen houden met de mogelijkheid dat de inhoud, die betrekking heeft op een openbare kwestie, op straat zou komen te liggen. Daarbij komt dat de e-mail geen privé-informatie van klager bevat.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek                                                                               
inzake de klacht van

M. Poel

tegen

T. van den Berg en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Bij online klachtformulier van 21 december 2012 met diverse bijlagen heeft M. Poel te Den Ham (hierna: klager) een klacht ingediend tegen T. van den Berg en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerders). Hierop heeft G. Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 31 januari 2013. Klager heeft daarop nog gereageerd per e-mail van 16 februari 2013 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 maart 2013. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN

Op 8 november 2012 is in De Twentsche Courant Tubantia in de rubriek ‘op het randje’ een column van Van den Berg verschenen onder de kop “Herenleed”. De column bevat onder meer de volgende passages:
“Twenterand heeft ze. Twee mannen die je kunt vergelijken met Statler en Waldorf. Voor de jongere lezers onder ons: Statler en Waldorf zijn twee poppen uit de tv-serie De Muppet Show, twee grijsaards die zich vanuit een theaterloge beklagen over het niveau van de show. Het is niet goed of het deugt niet. Over het minste of geringste spuwen zij hun gal. De VVD Twenterand-leden Mannes Poel en Ed Wijnbergen kunnen moeiteloos de act overnemen. Vanaf de publieke tribune volgen de heren steevast de show die door de gemeenteraad wordt opgevoerd.”
en
“Aan die aanwezigheid verbinden de lokale Statler en Waldorf bepaalde gunsten. Ze vinden dat ze in de pauze van de ellenlange bespreking van de programmabegroting recht hebben op soep en een broodje. Het journaille mag in de kantine van het gemeentehuis notabene zo maar aanschuiven bij de vertegenwoordigers van het gemeentebestuur. Voorheen worden Statler en Waldorf, pardon, Poel en Wijnbergen wel van een natje en een droogje voorzien. Ditmaal vinden ze slechts de hond in de pot. Blijkbaar zijn de heren zodanig in de war van deze omissie dat ze boos naar huis rijden en onmiddellijk hun grieven in een brief aan het college van burgemeester en wethouders en alle raadsfracties kenbaar maken. Het herenleed is immers niet te overzien, met een knorrende maag kun je toch de debatten niet volgen. Het is een regelrechte aanfluiting vinden Statl…sorry…Poel en Wijnbergen. Werkelijk wat een leed, maar niet heus. Waar maken Poel en Wijnbergen zich druk over. Alsof het gemeentehuis niets anders te doen heeft dan deze liberale mannetjes in de watten te leggen. Het gemeentehuis is nu eenmaal geen gaarkeuken. Aan de andere kant, Twenterand heeft nu wel Statler en Waldorf look-a-likes.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij als schaduwfractie-vertegenwoordiger samen met een collega hun eenmansraadslid bij de gemeente Twenterand ondersteunt bij de behandeling van de jaarlijkse begroting. Omdat deze bespreking in de middag begint, is het gebruikelijk dat na de eerste termijn een maaltijd wordt verstrekt. Volgens klager schoven hij en zijn collega bij deze maaltijd aan, zodat zij hun raadslid van advies konden voorzien voor de tweede termijn. In 2012 werd aan klager en zijn collega echter via een derde meegedeeld dat zij niet meer deel mochten nemen aan de maaltijd. Klager en zijn collega waren diep verontwaardigd, vooral over de wijze van communicatie. Diezelfde avond heeft klager over deze gang van zaken een e-mail gestuurd, en wel één op één aan de fractievoorzitters en de wethouders persoonlijk. Vervolgens is in de gewraakte column aan deze kwestie aandacht besteed.
Klager meent dat verweerders met de column de grens van betamelijkheid hebben overschreden door hem en zijn collega met naam en toenaam te noemen en een vergelijking te maken met Statler en Waldorf uit de Muppet Show. Hierdoor worden zijn naam en eer bewust in diskrediet gebracht. Verweerders hadden daarom op zijn minst hoor en wederhoor dienen toe te passen, aldus klager. Hij wijst er in dit verband op dat de adjunct-hoofdredacteur in een reactie aan hem heeft laten weten dat hij zich kan voorstellen dat klager de vergelijking met de personages uit de Muppet Show als weinig vleiend ervaart. Klager is echter het meest verbijsterd door het vervolg in de brief ‘dat het geschetste beeld niet is gedaan na een eenmalige kennismaking met klager’. Van den Berg heeft nooit kennis gemaakt met klager en klager wist van diens bestaan niet af tot het verschijnen van de column. Klager is met regelmaat in het gemeentehuis, maar heeft geen inspraakrecht bij raadsvergaderingen en er zijn ook geen andere momenten waaruit Van den Berg zou kunnen afleiden hoe klager is als persoon. Klager heeft de indruk dat dit de reden is dat verweerders hun toevlucht hebben gezocht tot een column. Op deze manier kunnen zij blijkbaar kwesties met onvoldoende nieuwswaarde, die niet uit openbare bron komen, alsnog een podium geven.
Klager stelt voorts dat zonder zijn toestemming gebruik is gemaakt van de e-mail die door hem is verzonden. Het standpunt van verweerders dat deze informatie openbaar is, is volgens klager onjuist. De e-mail was gericht aan de fractievoorzitters en wethouders persoonlijk, dus niet aan het college en de gemeenteraad. Daarnaast heeft de griffie aan klager verklaard dat de e-mail niet door hem of de ambtelijke organisatie aan de pers is verstrekt, omdat deze niet aan de gemeenteraad was gericht. Dat Van den Berg wellicht informatie van een derde heeft gekregen, geeft hem niet het recht zonder wederhoor klagers naam te vermelden. Indien verweerders wederhoor hadden toegepast, had niet in de column gestaan dat klager boos was omdat hij geen broodjes meer kreeg. Ook uit zijn e-mail blijkt duidelijk dat hij moeite had met de manier van communiceren en niet met het feit dat hij niet meer mocht aanschuiven bij de maaltijd. Door toepassing van wederhoor had een correcter beeld beschreven kunnen worden, aldus klager.

Verweerders stellen dat in de column een beschrijving is gegeven van de ervaringen van twee vaste bezoekers van de raadsvergaderingen van de gemeente Twenterand, die tot hun ongenoegen niet meer mogen aanschuiven bij de maaltijd in de pauze. Van den Berg was getuige van het voorval en heeft ook de bewuste e-mail toegespeeld gekregen die klager heeft verzonden. Die e-mail was voor Van den Berg aanleiding in zijn wekelijkse column aandacht aan de kwestie te besteden. Van den Berg heeft bij het schrijven van zijn column een zekere mate van vrijheid en de column behoeft niet vooraf de instemming van de hoofdredactie te hebben, aldus verweerders.
Zij menen dat de vergelijking van klager en zijn collega met Statler en Waldorf misschien niet vleiend is, maar zeker niet kwetsend of beledigend. Deze vergelijking is niet gemaakt op basis van een eenmalige kennismaking met klager of een voorval. Klager is namelijk geen anonieme bezoeker van raads- en/of commissievergaderingen, maar iemand die een eigen rol speelt in de lokale politiek. Klager is al langere tijd bekend bij Van den Berg vanuit het plaatselijke politieke circuit. Van den Berg kan zich daardoor een goed beeld vormen van de rol van klager als ondersteuner van de eenmansfractie van de plaatselijke VVD.
Volgens verweerders is in de column gebruik gemaakt van enige overdrijving, maar daarmee zijn niet de grenzen van het betamelijke overschreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de column in strijd is met de journalistieke zorgvuldigheid, nu kwetsend over klager is bericht zonder dat wederhoor is toegepast, waarbij verweerders gebruik hebben gemaakt van een niet-openbare e-mail van klager.

De Raad stelt voorop dat de aard van een column met zich brengt dat een columnist een grote mate van vrijheid toekomt om zijn mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. De grenzen van het toelaatbare worden overschreden wanneer (passages in) columns in redelijkheid geen ruimte laten voor een andere karakterisering dan dat zij kwetsend en beledigend zijn voor personen of bevolkingsgroepen. (zie punt 3.1. van de Leidraad van de Raad)

Daarnaast geldt het beginsel van wederhoor niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten, zoals columns, recensies en opiniërende bijdragen. Desalniettemin kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad)

Naar het oordeel van de Raad is in dit geval geen sprake van journalistiek ontoelaatbaar handelen. De vergelijking met Waldorf en Statler acht klager wellicht onwenselijk, maar het gebruik ervan kan – objectief bezien – in de gebruikte context niet als zodanig kwetsend of beledigend worden aangemerkt dat daarmee de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de column de persoonlijke mening van Van den Berg behelst en dat de column ironisch is bedoeld. Gelet op het voorgaande bestaat evenmin grond voor de conclusie dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen.

Verder acht de Raad het in dit geval niet ontoelaatbaar dat verweerders gebruik hebben gemaakt van een e-mail die klager aan de fractievoorzitters en wethouders persoonlijk heeft gestuurd. Dat de e-mail niet voor publicatie bestemd was, doet niet ter zake. Klager had bij verzending rekening kunnen houden met de mogelijkheid dat de inhoud, die betrekking heeft op een openbare kwestie, op straat zou komen te liggen. Daarbij komt dat de e-mail geen privé-informatie van klager bevat.

De Raad ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 april 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.