2013/2 gegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het artikel “Hij móest aan haar zitten”. Kern van de klacht is dat de met klaagster gemaakte afspraken over het recht op inzage vooraf door verweerder niet zijn nagekomen. De Raad stelt voorop dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Klaagster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij met verweerder afspraken heeft gemaakt over de voorwaarden van publicatie van haar verhaal. Publicatie zou niet eerder plaatsvinden dan nadat klaagster akkoord zou zijn met de vorm en inhoud van het artikel. Door het verhaal van klaagster tegen de afspraak in toch te publiceren zonder dat zij daarin inzage heeft gehad, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld. Dat de journalist geen reactie kreeg op zijn e-mail waarbij het concept-artikel was verstuurd, ontsloeg hem niet van de verplichting telefonisch contact met klaagster te zoeken. Dit klemt te meer, daar het duidelijk een voor klaagster zeer gevoelige kwestie betreft. Verweerder heeft erkend dat de gemaakte afspraak is geschonden en dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Het siert verweerder dat hij deze erkenning heeft gegeven en dat de betrokken journalist zijn excuses aan klaagster heeft aangeboden. Gezien de omstandigheden zou het verweerder echter niet hebben misstaan, indien hij tevens een gebaar richting klaagster had gemaakt om de gevolgen van deze handelwijze te verzachten.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van Leidsch Dagblad/Alphen.cc

Per klachtformulier van 10 oktober 2012 met drie bijlagen heeft mevrouw X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Leidsch Dagblad/Alphen.cc (hierna: verweerder). Hierop heeft mevrouw M. Kramp, titelchef Leidsch Dagblad, geantwoord in een brief van 18 november 2012 met negen bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 november 2012 waar klaagster in persoon is verschenen. Namens verweerder was voornoemde Kramp aanwezig.

DE FEITEN

Op 18 juli 2012 is in Alphen.cc een artikel verschenen onder de kop “Hij móest aan haar zitten” met de onderkop “[X] werd jarenlang misbruikt in kindertehuis in Rijnstroom”. De intro van het artikel luidt:
“’Negenenveertig jaar en nog steeds een niks’. Het is triest, maar zo denkt [X] over zichzelf. Ze werd misbruikt door een leraar in kindertehuis Rijnstroom in Alphen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat verweerder tegen de gemaakte afspraak in het artikel heeft gepubliceerd zonder dat zij daarin vooraf inzage heeft gekregen en haar de mogelijkheid is geboden tot het doen van aanpassingen.
Klaagster licht toe dat zij zich bij de commissie-Samson heeft aangemeld in verband met seksueel misbruik in haar jeugd. Vanwege het feit dat er in de media weinig aandacht was voor deze commissie is klaagster akkoord gegaan met het publiceren van haar verhaal onder haar voorwaarden. Via de commissie is zij in contact gekomen met een journaliste van de Volkskrant die onder klaagsters voorwaarden een artikel heeft gepubliceerd waarin zij zich kon vinden. In dezelfde periode heeft zij ook een e-mail ontvangen van een journalist van het Haarlems Dagblad, die eveneens haar verhaal wilde publiceren. Omdat zij al bezig was met de Volkskrant, de journalist van het Haarlems Dagblad een man was – waardoor het moeilijker was om haar verhaal te vertellen – en die krant in haar woonregio verschijnt, heeft zij tegen die journalist ‘nee’ gezegd. Nadien is zij gebeld door een journalist van het Leidsch Dagblad met de vraag of zij aan een publicatie wilde meewerken. Klaagster was in de veronderstelling dat dit dezelfde journalist was, die haar eerder had gemaild. Zij heeft toen nogmaals haar bezwaren uitgelegd, waarop de journalist met het idee kwam een artikel te schrijven dat pas gepubliceerd zou worden als klaagster met de inhoud akkoord was. Onder die voorwaarden heeft zij toen ingestemd met het publiceren van haar verhaal.
Tot haar ontsteltenis kwam klaagster op 18 juli 2012 erachter dat haar verhaal in de krant was gepubliceerd zonder haar medeweten. De inhoud van het artikel was heel anders dan die van de eerdere publicatie in de Volkskrant. In dit artikel stonden meer persoonlijke gegevens, waardoor het verhaal tot haar te herleiden was. Ook was de toonzetting geheel anders. Klaagster voelde zich gebruikt, haar verhaal was een sensatieverhaal geworden. Zij is in haar omgeving op het artikel aangesproken en bovendien is haar verleden nu op een vervelende manier bekend geworden bij haar kinderen.
Klaagster wijst erop dat uit het nadien gezochte contact met de journalist blijkt dat het door hem gebruikte e-mailadres van haar onjuist was, hij haar telefoonnummer kwijt was en onder druk van de actualiteit het verhaal heeft gepubliceerd. Door miscommunicatie was de journalist in de veronderstelling dat een eerdere e-mail aan haar was aangekomen. Volgens klaagster doelde zij in het telefoongesprek hierover met de journalist echter op de e-mail die zij eerder van een, naar nu blijkt, andere journalist had ontvangen. Zij was in de veronderstelling dat het dezelfde journalist betrof. Volgens klaagster heeft verweerder in eerste instantie haar telefoonnummer via de commissie-Samson verkregen en was het zeer eenvoudig geweest om dat wederom op die manier te verkrijgen, zodat contact over de publicatie mogelijk was geweest. De journalist heeft ook toegegeven dat hij niet had mogen publiceren, aldus klaagster.
Zij is verder verbolgen over het feit dat het contact ná de publicatie zeer stroef verlopen is en dat zij steeds moest rappelleren om antwoord te krijgen op door haar gestelde vragen. Door de publicatie was zij genoodzaakt extra psychische hulp te bekostigen en heeft zij verweerder verzocht daarin bij te dragen. De trage en onpersoonlijke reactie hierop versterkt het nare gevoel dat klaagster aan deze kwestie heeft overgehouden.
Ten slotte stelt klaagster dat niets is gedaan met haar verzoek tot het plaatsen van een rectificatie, inhoudend dat het verhaal zonder haar toestemming is gepubliceerd.

Verweerder stelt dat het verhaal van klaagster hem is aangereikt door de woordvoerder van de commissie-Samson, die in een e-mail met als bijlage het door klaagster persoonlijk geschreven verhaal aandacht in de krant vroeg voor het werk van de commissie. De betrokken journalist, S. Schoonhoven, heeft dit opgepakt en via e-mail contact gezocht met klaagster, waarop echter geen reactie kwam. Wel is een telefoongesprek gevoerd, waarin is afgesproken dat klaagster vooraf inzage in het artikel zou krijgen. In dat gesprek liet klaagster ook weten dat zij een e-mail had ontvangen. Achteraf blijkt dat het door de journalist gebruikte e-mailadres onjuist was en dat klaagster een e-mail van een andere redactie had ontvangen. Daarvan was de journalist echter niet op de hoogte, hij ging op grond van het telefoongesprek ervan uit dat hij klaagster via het betreffende e-mailadres kon bereiken. Hij heeft het concept-artikel dan ook naar dat e-mailadres verstuurd, maar hij kreeg daarop geen reactie van klaagster. Ondertussen was het verhaal van klaagster in de Volkskrant verschenen. Onder druk van de actualiteit besloot de journalist, zonder een akkoord van klaagster te hebben gekregen, tot publicatie over te gaan, nadat hij zijn bewerking had vergeleken met de publicatie in de Volkskrant, die op hetzelfde schrijven van klaagster was gebaseerd. De journalist betreurt achteraf de gang van zaken. Bij onduidelijkheid had hij altijd telefonisch contact met klaagster kunnen opnemen, maar dat heeft hij nagelaten. Hij heeft hiervoor zijn excuses aan klaagster aangeboden.
Volgens verweerder heeft klaagster vervolgens contact gehad met de redactiechef en haar beklag gedaan over de gevolgde handelwijze. Aangezien de klacht geen betrekking had op onjuiste berichtgeving, was een rectificatie niet aan de orde. Bovendien zou het verhaal van klaagster dan nogmaals in de krant verschijnen, hetgeen niet wenselijk was. Verweerder heeft de door klaagster gewenste schadeloosstelling afgewezen, omdat het de stelregel is dat niet wordt betaald voor informatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de met klaagster gemaakte afspraken over het recht op inzage vooraf door verweerder niet zijn nagekomen.

De Raad stelt voorop dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Klaagster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij met verweerder afspraken heeft gemaakt over de voorwaarden van publicatie van haar verhaal. Publicatie zou niet eerder plaatsvinden dan nadat klaagster akkoord zou zijn met de vorm en inhoud van het artikel. Door het verhaal van klaagster tegen de afspraak in toch te publiceren zonder dat zij daarin inzage heeft gehad, heeft verweerder derhalve journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld. Dat de journalist geen reactie kreeg op zijn e-mail waarbij het concept-artikel was verstuurd, ontsloeg hem niet van de verplichting telefonisch contact met klaagster te zoeken. Dit klemt te meer, daar het duidelijk een voor klaagster zeer gevoelige kwestie betreft.

Verweerder heeft erkend dat de gemaakte afspraak is geschonden en dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De Raad is van mening dat het verweerder siert dat hij deze erkenning heeft gegeven en dat de betrokken journalist zijn excuses aan klaagster heeft aangeboden. Gezien de omstandigheden zou het verweerder echter niet hebben misstaan, indien hij tevens een gebaar richting klaagster had gemaakt om de gevolgen van deze handelwijze te verzachten.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Leidsch Dagblad/Alphen.cc te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 januari 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. dr. Y.M. de Haan en ir. B.L. Hooghoudt, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.