2013/18 ongegrond

Samenvatting

Klaagster maakt bezwaar tegen het artikel “Werkstraf van 30 uur na mishandeling benedenbuurvrouw”. Kern van de klacht is dat met het gebruik van een combinatie van persoonlijke gegevens van klaagster – de voornaam, initiaal van de achternaam, straatnaam en HIV-besmetting – haar privacy is geschaad.
De aanduiding van klaagster – met voornaam en de initiaal van haar achternaam – is in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. Verder acht de Raad het aannemelijk dat de HIV-besmetting aan de orde is gekomen op de rechtbankzitting en een rol heeft gespeeld in de door de rechter gemaakte afwegingen. De Raad beseft dat de vermelding hiervan extra gevoelig ligt bij klaagster, juist door de combinatie met haar andere persoonlijke gegevens. Dat neemt niet weg dat het noemen van de HIV-besmetting in dit geval journalistiek relevant was en niet ontoelaatbaar. Dit geldt ook voor het vermelden van de straatnaam, aangezien het voorval daar heeft plaatsgevonden. Overigens is geen huisnummer vermeld en het is dan ook niet aannemelijk dat klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. Er is geen grond voor de conclusie dat klaagsters privacy ongerechtvaardigd is aangetast.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X                               

tegen

F. Verhagen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

Bij online klachtformulier van 10 december 2012 met diverse bijlagen heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen F. Verhagen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad (hierna: verweerders). Verhagen heeft op de klacht geantwoord in een e-mail van 31 januari 2013. Daarop heeft klaagster nog gereageerd in een e-mail van 25 februari 2013.
De hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad heeft per e-mail van 31 januari 2013 laten weten dat hij zijn medewerking aan de procedures van de Raad heeft opgeschort en daarom niet op klachten zal reageren.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 maart 2013. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 1 december 2012 is in het Noordhollands Dagblad/Dagblad Waterland een artikel van de hand van Verhagen verschenen onder de kop “Werkstraf van 30 uur na mishandeling benedenbuurvrouw”. Het artikel opent als volgt:
“Op 1 mei was het slaande ruzie tussen de 46-jarige [X] uit […] en haar benedenbuurvrouw aan de […]laan. De eerste werd deze week door de Haarlemse politierechter Brouwer wegens mishandeling veroordeeld tot een werkstraf van 50 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
 “[X] vertelde de rechter dat haar benedenburen haar al maanden aan het treiteren waren.”
en
“Op 1 mei kwam de spanning tot een uitbarsting. De buurvrouw zou woedend op de [...]se zijn afgestormd, waarna die haar rivale in haar gezicht duwde. Omdat zij een sleutelbos in haar hand had, liep zij een fikse wond bij haar oog op.”
en
“De benedenbuurvrouw moest zich laten behandelen in het ziekenhuis. Daar kreeg zij de schrik van haar leven toen ze te horen kreeg dat haar tegenstandster HIV-besmet was. ,, Ik begon te trillen als een rietje”, zo las het slachtoffer gisteren een verklaring in de rechtszaal voor. Volgens haar heeft zij maandenlang slapeloze nachten gehad en kon zij pas opgelucht ademhalen toen in de zomer bleek dat ze niet besmet was geraakt.
Advocaat Sander Arts van [X] had forse kritiek op de diagnose van het ziekenhuis. Volgens hem was er helemaal geen gevaar voor besmetting, ,,Er is verschrikkelijk overdreven gereageerd.” Hij stelde dat de vrouw maandenlang onnodig medicijnen heeft geslikt tegen HIV. Arts sprak over een ‘paniekcircus’.
Officier van justitie Wildemors meende niettemin dat er sprake was van een poging tot zware mishandeling.”
en
 “Politierechter Brouwer vond dat er sprake was van een eenvoudige mishandeling. Hij stelde dat [X]  niet de opzet had om haar buurvrouw zwaar te verwonden.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat haar privacy onnodig is geschonden doordat in het artikel haar naam en adres zijn vermeld samen met het feit dat zij besmet is met HIV. Het lijkt haar duidelijk dat vooral de mensen in de buurt en degenen die het voorval hebben meegemaakt aan de hand van de informatie in de krant meteen weten dat het over haar gaat en nu ook weten over haar besmetting. Volgens klaagster is zij aangesproken door mensen die het artikel hebben gelezen.
Klaagster wijst erop dat Verhagen in zijn verweerschrift aanneemt dat familie en bekenden op de hoogte zijn van haar besmetting en ook meerdere mensen uit de buurt daarvan op de hoogte waren, omdat de benedenbuurvrouw dat in het ziekenhuis te horen heeft gekregen. Volgens klaagster zijn dit ongefundeerde uitspraken. Verhagen is niet op de hoogte van haar privé-situatie en kan daarom onmogelijk iets zeggen over de bekendheid van haar omgeving met de besmetting. Daarnaast lijkt het klaagster niet waarschijnlijk dat het personeel van het ziekenhuis kan vertellen dat buren op de hoogte zijn van haar besmetting.
Verder stelt klaagster dat Verhagen ten onrechte van mening is dat de publicatie voldoende zorgvuldig is geweest, mede omdat de eindredacteur het zonder wijziging heeft geplaatst. Volgens klaagster heeft de eindredacteur telefonisch aan haar laten weten dat hij het artikel niet heeft gelezen.
Ten slotte wijst klaagster erop dat Verhagen in zijn verweerschrift heeft gemeld dat met de redactie is afgesproken dat voortaan geen straatnamen meer worden gebruikt in rechtbankartikelen. Klaagster vindt dit een goede zaak, maar meent dat dit wel tegenstrijdig is, omdat Verhagen in zijn reactie geen enkel schuldgevoel toont. Enige vorm van excuses was voor haar voldoende geweest, aldus klaagster.

Verhagen stelt dat het gebruikelijk is dat in rechtbankverslaggeving verdachten met hun voornaam en een letter van de achternaam worden aangeduid. Daar kan klaagster dan ook moeilijk bezwaar tegen maken. De klacht gaat dan ook voornamelijk over de combinatie van de vermelding van de straatnaam en de HIV-besmetting van klaagster, aldus Verhagen.
Hij licht toe dat de straatnaam in de publicatie is opgenomen, omdat zich daar het strafbare feit heeft afgespeeld. Het vermelden van de HIV-besmetting was eveneens relevant, omdat dit een belangrijk onderdeel was van het strafproces. Dat beide feiten zijn vermeld is wellicht wat ongelukkig, maar daardoor is klaagster niet herkenbaar. Verhagen acht het aannemelijk dat familie en bekenden al op de hoogte zijn van klaagsters besmetting en buitenstaanders zullen niet weten wie zij is. Bovendien weten meerdere mensen uit de buurt dat klaagster besmet is, omdat haar onderbuurvrouw dat in het ziekenhuis te horen heeft gekregen.
Verhagen begrijpt dat klaagster gevoelig is voor publiciteit over haar besmetting, maar hij meent dat hij voldoende zorgvuldig is geweest. Uit het feit dat het artikel zonder wijziging is gepubliceerd volgt dat de eindredacteur deze mening eveneens is toegedaan, aldus Verhagen.
Ten slotte merkt hij op dat inmiddels met de redactie is afgesproken dat voortaan geen straatnamen meer worden gebruikt in rechtbankverslagen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders met het gebruik van een combinatie van persoonlijke gegevens van klaagster – de voornaam, initiaal van de achternaam, straatnaam en HIV-besmetting – een ongerechtvaardigde inbreuk hebben gemaakt op haar privacy.

De Raad stelt voorop dat de journalist de privacy van personen niet verder behoort aan te tasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punten 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad van de Raad)
 
De wijze waarop klaagster in de publicatie is aangeduid – met voornaam en de initiaal van haar achternaam – is in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. In het algemeen kan daarmee worden voorkomen dat een betrokkene eenvoudig kan worden geïdentificeerd. Het is derhalve de vraag of de toevoegingen van de straatnaam en HIV-besmetting toelaatbaar zijn.

De Raad acht het aannemelijk dat de HIV-besmetting aan de orde is gekomen op de rechtbankzitting en een rol heeft gespeeld in de door de rechter gemaakte afwegingen. De Raad beseft dat de vermelding hiervan extra gevoelig ligt bij klaagster, juist door de combinatie met haar andere persoonlijke gegevens. Dat neemt niet weg dat noemen van de HIV-besmetting in dit geval journalistiek relevant was en niet ontoelaatbaar. Dit geldt ook voor het vermelden van de straatnaam, aangezien het voorval daar heeft plaatsgevonden. Overigens is geen huisnummer vermeld en de Raad acht het dan ook niet aannemelijk dat klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden.

Gelet op het voorgaande bestaat geen grond voor de conclusie dat klaagsters privacy met de publicatie ongerechtvaardigd is aangetast. Verweerders hebben niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 april 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter,  M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.