2013/16 deels-gegrond onthouding-oordeel

Samenvatting

In TROS Radar is het item “Chocola als wondermiddel” uitgezonden, dat gaat over de gezondheidsclaims die ten aanzien van rauwe chocola worden gemaakt. Daarbij zijn de verkooppraktijk en de claims van de fabrikant van Xoçai-chocola aan de orde gesteld. In dat verband is tevens aandacht besteed aan de rol en handelwijze van klaagster als distributeur. Onderdeel van het item was een proeverij van Xoçai-chocola. Kern van de klacht is dat de vertoonde beelden van die bijeenkomst zijn gemanipuleerd, dat deze beelden ten onrechte met gebruik van een verborgen camera zijn gemaakt, waarmee inbreuk is gemaakt op de privacy van klaagster, en dat wederhoor niet behoorlijk is toegepast. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
De Raad kan niet vaststellen of de beelden van de bijeenkomst zodanig zijn gemonteerd dat zij een vertekend en misleidend beeld geven en onthoudt zich op dit punt van een oordeel.
Verder acht de Raad het aannemelijk dat verweerder ook zonder toepassing van de gevolgde werkwijze de door hem aan de kaak gestelde verkoop van Xoçai-chocola door klaagster had kunnen belichten. In dat verband is doorslaggevend dat klaagster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bereid zou zijn geweest om herkenbaar in beeld haar verhaal te doen en dat de journaliste met open vizier had kunnen deelnemen aan een openbare proeverij. Voorts is van belang dat het gaat om de verkoop van een product dat op zichzelf niet schadelijk is voor de gezondheid. Door onder deze omstandigheden toch gebruik te maken van een verborgen camera en de beelden daarvan uit te zenden, heeft verweerder journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.
Nu is gesuggereerd dat ook klaagster ontoelaatbare handelingen verricht, zijn haar belangen rechtstreeks door de opname geraakt. Verweerder had klaagster voldoende gelegenheid tot wederhoor moeten bieden. Klaagster heeft aannemelijk gemaakt dat haar pas een paar uur voor de uitzending duidelijk werd dat die uitzending zou gaan over het maken van gezondheidsclaims, dat er in dat verband beelden van haar zouden worden uitgezonden en dat verweerder haar niet heeft benaderd voor een reactie op de met de verborgen camera gemaakte beelden. Verweerder heeft derhalve ook op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Tot slot overweegt de Raad dat de naam van klaagster niet is vermeld en dat haar gezicht onherkenbaar is gemaakt. Het is onvoldoende aannemelijk dat klaagster in de uitzending algemeen herkenbaar is. Van een ontoelaatbare schending van de privacy is dan ook geen sprake. Op dit punt is de klacht ongegrond. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
A.M.P.R.H. Visser
 
tegen
 
de hoofdredacteur van TROS Radar
 
Bij brief van 13 december 2012 met twee bijlagen heeft A.M.P.R.H. Visser te Reeuwijk (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TROS Radar (hierna: verweerder). Klaagster heeft de klacht nog aangevuld bij e-mail van 24 december 2012. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 februari 2013, in aanwezigheid van klaagster.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 26 november 2012 is in het televisieprogramma TROS Radar een item uitgezonden met de titel “Chocola als wondermiddel”. Daarin is aandacht besteed aan rauwe cacao en de gezondheidsclaims die steeds vaker aan deze cacao worden toegeschreven. Verweerder heeft in het item onderzocht of de gezondheidsclaims juist zijn. Onderdeel van het item was een proeverij van het merk Xoçai-chocola.
MXI – een Amerikaans bedrijf dat Xoçai-chocola op de markt brengt en spreekt over ‘healthy chocolate’ – verkoopt haar chocola niet in winkels, maar via een netwerk van thuisverkopers. In verband daarmee organiseren distributeurs proeverijen bij mensen thuis. In de uitzending worden beelden getoond die met een verborgen camera zijn gemaakt van een van die proeverijen, volgens presentatrice Hertsenberg ‘omdat de redactie wil weten wat consumenten te horen krijgen’.
Op de beelden legt de distributeur, zijnde klaagster, samen met de gastvrouw aan de genodigden de positieve effecten van deze chocola uit. Zij vertellen over onderzoek naar de goede effecten van rauwe chocola. De chocola wordt aangeduid als ‘gezondheidsproduct’. In het item zijn de gezichten van klaagster en de gastvrouw onherkenbaar gemaakt.
In de uitzending is vervolgens te zien dat deze beelden worden voorgelegd aan de deskundigen Katan en Hollman. Laatstgenoemde laat weten dat het onderzoek waarnaar klaagster verwijst, hem niet bekend is. De heer Katan meent dat het zeer onbehoorlijk is om mensen aan te praten dat een persoon van chocola eten kan afvallen, bij de chocola een sigaret kan roken en dat het helpt tegen eczeem en hooikoorts en diabetes. De heer Brugging van de NVWA deelt verder mee dat de distributeurs al eerder zijn gemaand om de gezondheidsclaims van hun internetsite te halen, hetgeen ook is gebeurd. De heer Katan legt nog uit dat de NVWA niet kan optreden tegen hetgeen wordt verteld bij mensen thuis.
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat verweerder ten onrechte gebruik heeft gemaakt van een verborgen camera en niet met open vizier heeft geopereerd. De betrokken journaliste heeft zich bij de proeverij niet als zodanig kenbaar gemaakt en heeft zich onder valse voorwendselen opgedrongen in een privésfeer. Daarmee heeft verweerder de privacy geschonden. Klaagster voert aan dat het gebruik van een verborgen camera niet nodig was geweest, omdat journalisten op voor een ieder toegankelijke proeverijen kunnen komen en zij bereid zou zijn geweest ook zonder verborgen camera haar verhaal te doen. Doordat zij op de beelden onherkenbaar is gemaakt, lijkt het bovendien of ze zich bezig houdt met criminele praktijken. Daar komt bij dat zij voor mensen in haar omgeving nog wel herkenbaar is gebleven. Door deze gang van zaken zijn haar reputatie en geloofwaardigheid geschaad.
Verder voert klaagster aan dat op geen enkele wijze recht is gedaan aan de werkelijke inhoud of geest van de proeverij, omdat de uitspraken uit hun verband zijn gerukt, gemanipuleerd en/of verknipt. Bovendien is het geheel voorzien van tendentieus commentaar. Verweerder heeft de proeverij gepresenteerd als een duistere bijeenkomst met dubieuze verkooppraktijken en de indruk gewekt dat wel degelijk gezondheidsclaims worden gemaakt, terwijl dat in strijd is met de wet. In de uitzending is verder de suggestie gewekt dat de wetenschappers een beoordeling geven op basis van het volledige twee uur durende gesprek, terwijl het niet meer dan een reactie is op het verknipte beeldmateriaal, aldus klaagster.
Zij stelt voorts dat haar geen mogelijkheid tot behoorlijk wederhoor is geboden. Zij is gevraagd om namens MXI/Xoçai commentaar te geven op het onderzoek van de heer Hollman. Daarop heeft zij aan verweerder vermeld dat niet te mogen en kunnen doen, omdat zij slechts onafhankelijk distributeur is en niet bevoegd om MXI/Xoçai te vertegenwoordigen. Verweerder heeft nooit vermeld dat het tweede deel van het item uitsluitend over Xoçai zou gaan en het bedrijf onder vuur zou komen te liggen. Ook is klaagster op geen enkele wijze te kennen gegeven dat er opnamen waren gemaakt of dat er beelden zouden worden uitgezonden. Er is haar niet gemeld dat haar rol nadrukkelijk belicht zou worden en zou worden aangehaald als voorbeeld van dubieuze verkoopmethoden. Pas een paar uur voor de uitzending vermeldde verweerder duidelijk dat er beelden waren gemaakt. Ten onrechte is in de uitzending gemeld dat zij de gelegenheid heeft gekregen om te reageren, maar dat zij heeft gezegd zich niet te herkennen in het beeld en daarom niet naar de studio wilde komen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de vertoonde beelden van de bijeenkomst zijn gemanipuleerd, dat deze beelden ten onrechte met gebruik van een verborgen camera zijn gemaakt, waarmee inbreuk is gemaakt op de privacy van klaagster, en dat wederhoor niet behoorlijk is toegepast.
 
Ten aanzien van de gestelde manipulatie van de beelden van hetgeen tijdens de huisbijeenkomst is gezegd, kan de Raad op basis van het beschikbare materiaal niet vaststellen of de beelden zodanig zijn gemonteerd dat zij een vertekend en misleidend beeld geven van die bijeenkomst. De Raad onthoudt zich op dit punt van een oordeel.
 
Verder overweegt de Raad dat een journalist degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ behoort tegemoet te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend behoort te maken. Van deze norm kan een journalist alleen afwijken indien een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier kan worden bereikt. (zie punten 2.1.1. en 2.1.5. van de Leidraad van de Raad)
Daar komt bij dat het gebruik van verborgen opname-apparatuur in beginsel niet toelaatbaar is. Hiervan kan de journalist alleen afwijken als hem geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten, mits de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en de veiligheid van betrokkenen. Voordat een redactie besluit tot publicatie of uitzending van de gesprekken en beelden die volgens deze werkwijze zijn vergaard, dient zij het belang dat met de openbaarmaking wordt gediend af te wegen tegen de inbreuk die de publicatie of uitzending maakt op rechten en rechtmatige belangen van betrokkenen. (zie punt 2.1.6. van de Leidraad)
De uitzending gaat over de gezondheidsclaims die ten aanzien van rauwe chocola worden gemaakt. In de uitzending worden de verkooppraktijk en de claims van de fabrikant van Xoçai-chocola aan de orde gesteld. In dat verband heeft verweerder tevens aandacht besteed aan de rol en handelwijze van klaagster als distributeur.
 
De Raad acht het aannemelijk dat verweerder ook zonder toepassing van de gevolgde werkwijze de door hem aan de kaak gestelde verkoop van Xoçai-chocola door klaagster had kunnen belichten. In dat verband is doorslaggevend dat klaagster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bereid zou zijn geweest om herkenbaar in beeld haar verhaal te doen en dat de journaliste met open vizier had kunnen deelnemen aan een openbare proeverij. Voorts is van belang dat het hier gaat om de verkoop van een product (chocola) dat op zichzelf niet schadelijk is voor de gezondheid. Door onder deze omstandigheden toch gebruik te maken van een verborgen camera en de beelden daarvan uit te zenden, heeft verweerder dan ook journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.
 
Verder overweegt de Raad dat een algemeen uitgangspunt is dat hoor en wederhoor plaatsvindt, waarbij degene wiens rechten en belangen door de opname rechtstreeks worden geraakt met de vervaardiging en de inhoud van de opname wordt geconfronteerd. (vgl. RvdJ 1996/44) Nu in de uitzending wordt gesuggereerd dat niet alleen de fabrikant van Xoçai-chocola maar ook klaagster ontoelaatbare handelingen verricht, worden de belangen van klaagster in dit geval rechtstreeks door de opname geraakt. Verweerder had klaagster dan ook voldoende gelegenheid tot wederhoor moeten bieden.
Klaagster heeft aannemelijk gemaakt dat haar pas een paar uur voor de uitzending duidelijk werd dat de uitzending zou gaan over het maken van gezondheidsclaims, dat er in dat verband beelden van haar zouden worden uitgezonden en dat verweerder haar niet heeft benaderd voor een reactie op de met de verborgen camera gemaakte beelden. De Raad is derhalve van oordeel dat verweerder ook op dit punt journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Tot slot overweegt de Raad dat de naam van klaagster niet is vermeld en dat haar gezicht onherkenbaar is gemaakt. Klaagster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij ondanks deze maatregelen in de uitzending algemeen herkenbaar is. Van een ontoelaatbare schending van de privacy is dan ook naar het oordeel van de Raad geen sprake. Dat klaagster wellicht in kleine kring is herkend, kan daaraan niet afdoen. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)

BESLISSING
 
Voor zover klaagster klaagt dat de uitzending is gemanipuleerd, onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor zover zij klaagt dat haar privacy is geschonden, is de klacht ongegrond. Voor het overige is de klacht gegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 april 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.