2013/15 ongegrond

Samenvatting

Klagers maken bezwaar tegen het boek “God, geld & gehoorzaamheid” met de ondertitel “De keerzijde van het succes van de pinkstergemeente”. De proloog en hoofdstuk 4 gaan over activiteiten van klagers.
Volgens de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van hun uitvoerige onderzoek voldoende reden bestond om te berichten over klagers zoals zij hebben gedaan. Niet kan worden uitgesloten dat enkele beschreven details feitelijk onjuist zijn, maar niet gebleken dat sprake is van zodanige omissies dat verweerders daarmee ontoelaatbaar hebben gehandeld. Het stond Schoonhoven vrij om zijn bronnen te selecteren. De beschrijvingen over klagers zijn deels gebaseerd op beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict waren met klagers. Het is aannemelijk dat verweerders naast ex-leden ook hebben gesproken met huidige leden van de kerk en daarnaast zelfstandig onderzoek hebben gedaan. Bovendien hebben zij op bepaalde punten de nodige terughoudendheid betracht.
Verweerders hebben verder aannemelijk gemaakt dat zij diverse pogingen hebben ondernomen om Agtereek persoonlijk te bereiken voor wederhoor. Dat dit niet is gelukt, is te wijten aan de opstelling van Agtereek en kan verweerders niet worden tegengeworpen. Ook hebben verweerders vanwege het toepassen van wederhoor de publicatie uitgesteld. Zij hebben de reactie van klagers voldoende laten terugkomen in het boek.
Gezien het voorgaande is er evenmin aanleiding voor het oordeel dat verweerders een eenzijdige en onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven. Verder bestaat geen grond voor de conclusie dat Schoonhoven ontoelaatbaar heeft gehandeld door zonder accreditatie in Kenia te werken. Ook overigens is niet gebleken dat Schoonhoven bij het vergaren van informatie journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Ten slotte is niet aannemelijk dat een inbreuk is gemaakt op de privacy van Agtereek die niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G.J. Agtereek en het kerkgenootschap Outreach Centrum Nederland
 
tegen
 
S.R. Schoonhoven en Uitgeverij Nieuw Amsterdam B.V.
 
Bij ongedateerde brief, door de Raad ontvangen op 18 oktober 2012, heeft mr. M. van Olden, advocaat te Amsterdam, namens G.J. Agtereek en het kerkgenootschap Outreach Centrum Nederland (OCN) (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen S.R. Schoonhoven en Uitgeverij Nieuw Amsterdam B.V. (hierna: verweerders). Mr. Van Olden heeft bij e-mail van 26 oktober 2012 nog een bijlage overgelegd en bij brief van 22 november 2012 met diverse bijlagen het klaagschrift aangevuld. Hierop hebben verweerders geantwoord in een ongedateerde brief, die door de Raad is ontvangen op 17 januari 2013. Ten slotte heeft mr. Van Olden nog zeven bijlagen overgelegd bij brief van 28 januari 2013.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 februari 2013. Namens klagers waren mr. Van Olden en R. Timmers, lid van OCN, aanwezig. Mr. Van Olden heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Schoonhoven, mw. J. Louman, redacteur Uitgeverij Nieuw Amsterdam, en M. Voigt, operationeel manager Uitgeverij Nieuw Amsterdam, verschenen.
 
DE FEITEN
 
In mei 2012 heeft Uitgeverij Nieuw Amsterdam een boek van de hand van Schoonhoven uitgegeven onder de titel “God, geld & gehoorzaamheid” met de ondertitel “De keerzijde van het succes van de pinkstergemeente”. Het boek gaat over pinkstergenootschappen c.q. pinkstergemeenten. De proloog en hoofdstuk 4 van het boek hebben betrekking op de pinkstergemeente OCN in Leiden en gaan over activiteiten van klagers.
 
De proloog van het boek bevat onder meer de volgende passage:
“Er verscheen een te koop-bord in de tuin en het echtpaar kondigde aan dat ze een deel van de opbrengst in het goede werk van Agtereek zouden investeren. Het was niet alleen bedoeld voor bijbelscholen en weeshuizen, maar ook voor containers rijst en koffiekopjes – Agtereek had zich inmiddels ontpopt als een dominee in zaken.”
 
Hoofdstuk 4 van het boek bevat onder meer de volgende passages over de zogeheten ‘kwestie Vromans’:
“Bij het echtpaar Jaap en Nel had hij op die manier het verlangen aangewakkerd om hun huis te verkopen en de opbrengst naar hem te brengen.”
en
“Het kwart miljoen euro dat het echtpaar aan de kerk heeft overgemaakt – ondanks protesten van hun dochter Marie Louise – is deels een gift, deels een lening en het zal de kerk en de bedrijven een stevige duw in de rug geven, wordt hun voorgehouden.
In werkelijkheid gaat slechts een fractie van het geld naar de bedrijven. Het grootste deel wordt gebruikt om de meest spoedeisende gaten te dichten.”

In het naschrift van het hoofdstuk is in dit verband de volgende passage opgenomen:
“De lening van Jaap en Nel is op enig moment overgenomen door Eelko/Bits&Brains. Hoewel GertJan hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld, is hij er niet meer verantwoordelijk voor.”
 
Verder bevat hoofdstuk 4 onder meer de volgende passages over de zogeheten ‘kwestie weeshuis’:
“’(…)Toen ik erachter kwam dat hij me bedroog, was het te laat. Een aantal weeskinderen heeft aids. Omdat er geen geld kwam voor de medicijnen, zijn er twee doodgegaan.’”
en
“De zaak lijkt uit de wereld, tot Ndura laat weten dat het gesprek op 8 maart nooit heeft plaatsgehad, laat staan dat hij een verklaring heeft ondertekend.”
en
“Het blijkt onmogelijk om vast te stellen of er überhaupt kinderen zijn gestorven in het weeshuis en daarmee ook of dat dan verband zou houden met het uitblijven van betalingen uit Nederland.”
 
Daarnaast bevat hoofdstuk 4 onder meer de volgende passages over de zogeheten ‘kwestie Winnersway’:
“Achter zijn rug zijn echter krachten aan het werk die sterker zijn. Zonder dat hij het zelf weet, staat zijn opvolger zich al op te warmen: Jürgen, een kerklid met onvoorwaardelijke loyaliteit aan GertJan.”
en
“Het ontslag van Jan Piet blijkt opnieuw een verkeerde zet op een cruciaal moment in de schaakpartij die Robin, Dennis en GertJan spelen met de staatssecretaris.”
Het naschrift van het hoofdstuk vermeldt ter zake nog het volgende:
“De kerk stelt dat GertJan Agtereek zich in 2008 ook publiekelijk van Winnersway heeft gedistantieerd.”
 
Hoofdstuk 4 bevat verder de volgende passage over de zogeheten ‘kwestie van de ere-doctoraten’:
“Het gaat om eredoctoraten van universiteiten in Florida, Louisiana, Taiwan en twee in India, zo staat in een preekinstructie die GertJan aan zijn hulppastor uitreikt. ‘Het is een erkenning voor wat hij allemaal heeft bereikt’, is de toelichting. De kerkleden vinden het knap. Ze horen regelmatig dat ze niet moeten vertrouwen op hun aardse zintuigen en dat ze beter kunnen ‘meegaan in het wonder’. Om die reden koopt geen kerklid ooit de Quote om te controleren of de hoofdpastor er echt in staat en probeert niemand ooit de genoemde universiteiten te vinden. Dat is ook niet eenvoudig, want het is een wirwar van instellingen met een onduidelijke status. Gevraagd naar de echtheid van het doctoraat laat directeur Henry Harbuck van de Association of Evangelical Gospel Assemblies (AEGA) in Louisiana weten dat er geen pastor GertJan in zijn administratie voorkomt. AEGA deelt wel eredoctoraten uit, maar dan zonder academisch gewicht: het zijn erkenningen van de integriteit en ervaring van een dominee die lid is van de organisatie. GertJan is echter geen lid, laat staan dat hij een onderscheiding heeft ontvangen, schrijft Harbuck.
Ook drie andere instellingen blijken geen echte universiteiten, het zijn twee accreditatie-instituten en een bijbelschool. Over de vijfde universiteit in Nagaland, India, geeft de kerk meer informatie. De naam van dr. D.L. Sanchu wordt genoemd, die aan GertJan zijn eerste bul heeft uitgereikt. De betreffende organisatie bestaat niet meer. Bishop dr. Sanchu is inmiddels rector van de ‘University of Jerusalem’. Die instelling in de Indiase plaats Tambaram  verstrekt volgens de  kleurrijke  website titels voor onder meer ‘public relations purposes’, na het opsturen van een formulier en een pasfoto zonder nietje. Gewone doctoraten kosten 1250 dollar. Prijzen van eredoctoraten zijn ‘op aanvraag’.”
 
Voorts is in hoofdstuk 4 de volgende passage opgenomen over de zogeheten ‘kwestie M-Net’:
“’Nee, dit is geen piramidespel’, roept een boze Dennis als hem om toelichting wordt gevraagd. De Keniaanse pastor Moses Otunga vertelt dat hij en tenminste 48 van zijn gemeenteleden het wel zo ervoeren. Aanvankelijk betaalden ze enthousiast hun inschrijfgeld, want ze zouden gratis naar internationaal erkende universiteiten mogen. Maar kort daarna verdween de contactpersoon van M-Net spoorloos. ‘Hij had zelfs zijn telefoonnummer veranderd. We waren diep teleurgesteld’. Het inschrijfgeld was verdwenen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat zij in het boek worden blootgesteld aan ernstige, onjuiste en ongefundeerde beschuldigingen. Zo zijn zij beschuldigd van het onverantwoord omspringen met gelden van derden, het kopen van ere-doctoraten en het benaderen van ex-prostituees voor seks. Bovendien wordt Agtereek neergezet als een godsdienstwaanzinnige. Verder is ten onrechte gesuggereerd dat derden aan klagers gelden hebben geleend voor charitatieve doeleinden, maar dat de gelden aan andere doeleinden zijn uitgegeven en niet zijn terugbetaald. Daarnaast is de indruk gewekt dat klagers verantwoordelijk zijn voor het overlijden van weeskinderen in Kenia. Voorts is gesuggereerd dat Agtereek zeggenschap had over de stichting Winnersway en dat hij een malafide organisatie – te weten M-Net – heeft opgezet. Al deze beschuldigingen zijn volgens klagers feitelijk onjuist.
Klagers voeren aan dat verweerders geen dan wel gebrekkig wederhoor hebben toegepast, omdat verweerders zich niets gelegen hebben laten liggen aan het weerwoord van klagers. Verweerders hadden met betrekking tot elke recente of in het verleden gedane beschuldiging – ongeacht of die beschuldiging in het verleden al was onderzocht – wederhoor moeten toepassen. Ter zitting hebben klagers benadrukt dat het weerwoord dat zij hebben gegeven met de daarbij aangeleverde informatie, niet door Schoonhoven is verwerkt noch in het boek is opgenomen.
Volgens klagers heeft Schoonhoven een eenzijdig, onvolledig en verdraaid verhaal weergegeven, zonder hiervoor bewijzen te hebben. Essentiële informatie zoals officiële documenten, onderzoeksresultaten, assessments en verklaringen die een ander beeld laten zien, zijn door Schoonhoven buiten beschouwing gelaten. Verder is een belangrijk deel van het verhaal gebaseerd op informatie afkomstig van personen die in conflict waren c.q. zijn met klagers en conflicterende belangen hebben. Deze personen proberen op allerlei manieren een negatief beeld over klagers te creëren en verweerders hebben dat ook uitgelokt. Bovendien heeft Schoonhoven veelvuldig gebruik gemaakt van verklaringen van anonieme of moeilijk herleidbare bronnen waarvan hij de betrouwbaarheid niet aannemelijk heeft gemaakt.
Klagers stellen verder dat Schoonhoven ten onrechte, na het bekend worden van feiten waaruit blijkt dat hij onjuist heeft bericht, heeft nagelaten over te gaan tot een passende en ruimhartige rechtzetting. Bovendien is zonder redelijke noodzaak inbreuk gemaakt op de privacy van Agtereek en zijn zonder toestemming foto’s van hem gepubliceerd. Er is verder onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klagers bij de publicatie van het boek, waardoor klagers aanzienlijke schade hebben geleden. Schoonhoven heeft daarnaast wettelijke voorschriften geschonden door in Kenia journalistiek te bedrijven zonder visum en zonder accreditatie van de Keniaanse Media Council, en door smaad en laster te verspreiden rond de persoon van Agtereek. Klagers stellen ten slotte dat Schoonhoven onethisch heeft gehandeld door personen geld te bieden voor negatieve verklaringen en zich niet heeft bekend gemaakt als journalist.
Klagers concluderen dat verweerders op diverse punten journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
 
Verweerders betogen dat zij zorgvuldig hebben gehandeld. Zij voeren aan dat tijdens het schrijven van het boek aan klagers om een reactie is gevraagd, ook inzake kwesties die eerder in artikelen van Schoonhoven aan de orde zijn gekomen. Agtereek is keer op keer benaderd, maar heeft altijd geweigerd zelf commentaar te geven en in plaats daarvan gereageerd via vertegenwoordigers. OCN was bovendien traag met het reageren op vragen. Ter zitting hebben verweerders toegelicht dat de publicatie van het boek nog is uitgesteld om klagers meer tijd te geven voor het geven van hun weerwoord. Dat weerwoord is verwerkt in het boek, waarin ook een naschrift is opgenomen, aldus verweerders.
Zij stellen verder dat zij verklaringen van personen naast zich hebben neer gelegd, omdat zij een vermoeden hadden dat deze verklaringen onder zeer onzuivere omstandigheden tot stand zijn gekomen. Nadat deze personen door verweerders zonder druk waren geïnterviewd, kwamen zij na met klagers te hebben gepraat ineens met andere verklaringen.
Volgens verweerders zijn de beweringen over de gelden van derden wel degelijk correct. Agtereek is via verschillende bedrijven daarbij betrokken en de lening is binnen de kringen van de kerk gebleven. Het schuiven met geld in besloten vennootschappen en stichtingen is de kern van het hoofdstuk, aldus verweerders.
De bewering over het verantwoordelijk zijn voor de dood van weeskinderen is niet afkomstig van verweerders, maar van een bron. In het boek is het antwoord van klagers op deze bewering overgenomen. Bovendien is geconcludeerd dat de juistheid van de bewering niet is vast te stellen.
Verder stellen verweerders dat toen Winnersway onder vuur lag, niet is gebleken dat Agtereek daarbij geen betrokkenheid had. Eerdere verklaringen wezen destijds op het tegendeel. Dat achteraf andere verklaringen werden afgelegd, vinden verweerders ongeloofwaardig.
Verweerders voeren aan dat de passages over M-Net zijn gebaseerd op de uitgebreide website van M-Net, op de dwingende contractteksten waarmee deelnemers akkoord moesten gaan en op telefonische interviews met onder meer andere pastors. Verweerders stellen dat de kerk en haar leiders door vele gedupeerden beschuldigd worden van een reeks vervelende feiten, ook op financieel terrein, hetgeen de kern van het verhaal is. Daarbij wordt ook ingegaan op de verkeerde keuzes voor zakenpartners die klagers maken.
Volgens verweerders is er verder voldoende grond voor de stelling dat de ere-doctoraten van Agtereek geen enkel wetenschappelijk of maatschappelijk gewicht hebben evenals de instellingen of personen die de ere-doctoraten verstrekt zouden hebben.
Volgens verweerders zijn namen in het boek weggelaten om de lezer niet in verwarring te brengen met een stortvloed aan personages die later in het verhaal niet meer terugkomen. Dat in het boek bronnen worden opgevoerd zonder naamsvermelding betekent nog niet dat ze anoniem zijn. Het onderwerp van het hoofdstuk over klagers is het feit dat de kerk een schare boze, teleurgestelde en financieel benadeelde volgelingen in het kielzog achterlaat. Dat personen gedupeerd zijn betekent nog niet dat zij daardoor zijn gediskwalificeerd als bron, aldus verweerders. Zij hebben de beweringen van deze personen getoetst aan externe bronnen. Ter zitting hebben verweerders toegelicht dat zij heel veel bronnen hebben geraadpleegd en met veel mensen hebben gepraat, zowel gedupeerden als leden van de kerk. Het standpunt van de kerk staat in het naschrift.
Verder zijn verweerders van mening dat een accreditatie niet altijd nodig is, zolang maar met open vizier informatie wordt vergaard, hetgeen zij hebben gedaan. Zij hebben zich ook niet onrechtmatig toegang verschaft tot het huis van Agtereek.
Verweerders concluderen dat zij niet onethisch hebben gehandeld en merken tot slot op dat klagers nu pas met bepaalde documenten komen, die zij niet eerder hebben overgelegd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat hij naar aanleiding van een klacht alleen beoordeelt of met de publicatie de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad doet in dat verband geen zelfstandig feitenonderzoek, zoals in een gerechtelijke procedure het geval is.
 
Kern van de klacht is dat in het boek onjuist, eenzijdig en tendentieus over klagers is bericht. Daarbij is – volgens klagers – gebruik gemaakt van en samengewerkt met bronnen die in conflict zijn met klagers en die moeilijk te herleiden en onbetrouwbaar zijn, terwijl klagers onvoldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. Verder stellen klagers dat Schoonhoven bij het vergaren van informatie onethisch heeft gehandeld en de privacy van Agtereek heeft geschonden.
 
De Raad overweegt dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Het stond verweerders derhalve vrij om op kritische wijze de verschillende activiteiten van klagers te belichten en daarmee de kern van hun verhaal te ondersteunen, te weten dat klagers in verband worden gebracht met een reeks vervelende feiten, problemen en conflicten, onder meer op financieel terrein. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
 
Het voorgaande neemt echter niet weg dat de journalist eenzijdige en tendentieuze berichtgeving dient te vermijden en zo waarheidsgetrouw en volledig mogelijk moet berichten. (zie punten 1.1. en 1.5. van de Leidraad)
Bij het publiceren van beschuldigingen onderzoekt de journalist of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Bijzondere zorgvuldigheid is geboden in het geval van publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. Uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving dient voorts bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking te komen dat met betrekking tot negatieve kwalificaties die de belanghebbende raken, wederhoor is toegepast. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad)
 
De Raad is van oordeel dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat op basis van hun uitvoerige onderzoek voldoende reden bestond om te berichten over klagers zoals zij hebben gedaan. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat enkele beschreven details feitelijk onjuist zijn, is niet gebleken dat sprake is van zodanige omissies dat verweerders daarmee journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Het stond Schoonhoven bovendien vrij om de bronnen voor zijn verhaal te selecteren. De beschrijvingen over klagers zijn deels gebaseerd op beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict waren met klagers. Verweerders hebben echter aannemelijk gemaakt dat zij naast ex-leden ook hebben gesproken met huidige leden van de kerk en daarnaast zelfstandig onderzoek hebben gedaan. De Raad acht het onder meer voldoende aannemelijk geworden dat er verbanden hebben bestaan tussen klagers en Winnersway ten tijde van de beschreven gebeurtenissen. Daarnaast hebben verweerders op bepaalde punten de nodige terughoudendheid betracht, zoals bij de berichtgeving over de zogeheten ‘kwestie weeshuis’. Zij hebben de tegen klagers geuite beschuldigingen voor rekening van de weeshuisdirecteur gelaten en uitdrukkelijk vermeld dat niet vastgesteld kan worden dat er een verband bestaat tussen het overlijden van kinderen en het uitblijven van betalingen uit Nederland.
 
Verder hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat zij diverse pogingen hebben ondernomen om Agtereek persoonlijk te bereiken voor wederhoor, los van de woordvoerders die zij hebben gesproken. Dat dit niet is gelukt, is te wijten aan de opstelling van Agtereek, die kennelijk in verband met eerdere ervaringen geen contact met Schoonhoven meer wenste te hebben. Dit kan verweerders niet worden tegengeworpen. Ook hebben verweerders vanwege het toepassen van wederhoor de publicatie van het boek uitgesteld. Zij hebben de reactie van klagers voldoende laten terugkomen in het boek, waaronder in het naschrift. De Raad is derhalve van oordeel dat voldoende wederhoor is toegepast.
 
Gezien het voorgaande ziet de Raad evenmin aanleiding voor het oordeel dat verweerders een eenzijdige en onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven.
 
Ten aanzien van de handelwijze van Schoonhoven bij de vergaring van zijn informatie in Kenia overweegt de Raad dat het beroep van journalist (in Nederland) een ‘vrij beroep’ is. Hoewel het denkbaar is dat een Nederlandse journalist niettemin in uitzonderlijke gevallen voor de uitoefening van bepaalde werkzaamheden in het buitenland een accreditatie nodig heeft, bestaat geen grond voor de conclusie dat Schoonhoven ontoelaatbaar heeft gehandeld door zonder accreditatie in Kenia te werken. Ook overigens is niet gebleken dat Schoonhoven bij het vergaren van informatie journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.
 
Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat verweerders een inbreuk hebben gemaakt op de privacy van Agtereek die niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat Agtereek als hoofdpastor van OCN een min of meer openbare functie bekleedt, zodat een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. (zie punten 2.4.1. en 2.4.2. van de Leidraad)
 
De slotsom luidt dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 april 2013 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.