2013/14 gegrond

Samenvatting

Kern van de klacht is dat verweerders in oktober 2012 een uitzending van april 2011 hebben herhaald en klager daarbij herkenbaar in beeld hebben gebracht, terwijl klager in een brief van begin augustus 2012 aan verweerders heeft laten weten daarvoor geen toestemming te geven.
Volgens de Raad mogen verweerders er in beginsel vanuit gaan dat indien iemand toestemming verleent om herkenbaar in beeld te worden gebracht, die toestemming geldt voor onbeperkte tijd. Verweerders waren bovendien niet gehouden om naar aanleiding van klagers brief de uitzending (althans het fragment met klager) nooit meer te herhalen. De brief van klager had verweerders er echter wel toe moeten brengen om met klager in contact te treden. Dat klager in eerste instantie toestemming heeft verleend voor het herkenbaar in de uitzending verschijnen, wil niet zeggen dat die toestemming onherroepelijk is en dat klager daarop nooit meer zou mogen terugkomen. Het had op de weg van verweerders gelegen om klager naar aanleiding van zijn brief uit te leggen dat de uitzending niet onbeperkt herhaald zou worden. Verder hadden zij klager moeten aanbieden hem in een eventuele herhaling nog slechts onherkenbaar (geblurd) in beeld te brengen. Dat dit niet meteen is gebeurd, maar pas nadat klager de onderhavige klacht had ingediend, en dat klager in de herhaling van oktober 2012 herkenbaar in beeld is gebracht, is journalistiek onzorgvuldig.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van Wegmisbruikers (SBS6) en Zodiak Nederland B.V. (voorheen Palm Plus Media B.V.)

Bij klachtformulier van 5 november 2012 met een bijlage heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Wegmisbruikers (SBS 6) en Zodiak Nederland B.V. (hierna: verweerders). J. de Vries, eindredacteur Wegmisbruikers, heeft op de klacht gereageerd per e-mail van 9 november 2012. Vervolgens heeft klager nog een bijlage overgelegd, die door de Raad is ontvangen op 8 december 2012. Hierna heeft De Vries zijn standpunt nader toegelicht in een e-mail van 11 december 2012. Mw. mr. Y. Heinst, senior legal counsel SBS Broadcasting B.V. heeft ten slotte gereageerd in een e-mail van 18 januari 2013.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 januari 2013. Klager was daar aanwezig, vergezeld door zijn vader. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

In april 2011 heeft SBS6 een aflevering van het televisieprogramma Wegmisbruikers uitgezonden, waarin aandacht is besteed aan overtredingen van weggebruikers in het verkeer. In dat verband is een gesprek tussen klager en een politiesurveillant uitgezonden, wegens het door klager begaan van een aantal verkeersovertredingen. De beelden betreffen een opname van 14 januari 2011. Klager is herkenbaar in beeld gebracht. Op 24 oktober 2012 is de betreffende uitzending van Wegmisbruikers herhaald.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij op het moment van de opname mondeling toestemming heeft verleend voor het uitzenden van de beelden waarbij hij herkenbaar is te zien. Hij realiseerde zich pas later de gevolgen daarvan. Hij woont in een dorp waar iedereen elkaar kent en hij heeft na de eerste uitzending negatieve reacties ontvangen.
Vervolgens viel hem op dat de uitzendingen van Wegmisbruikers herhaald werden. Hij kreeg het vermoeden dat de uitzending waarin hij te zien was, ook weer uitgezonden zou worden. Daarom heeft hij op 3 augustus 2012 een aangetekende brief naar SBS Broadcasting B.V. verstuurd, waarin hij liet weten dat hij geen toestemming gaf om de uitzending te herhalen. Hij wilde voorkomen dat de negatieve reacties hem door het herhalen van de uitzending op een landelijke tv zender zouden blijven achtervolgen. Ondanks zijn brief, waarop hij nooit een reactie heeft ontvangen, is op 24 oktober 2012 een herhaling uitgezonden waarin klager herkenbaar in beeld is gebracht.
Klager erkent dat hij die bewuste dag, ongeveer twee jaar geleden, verkeersovertredingen heeft begaan maar vindt dat hij daar nu genoeg voor is gestraft. Hij heeft hoge boetes gehad en een educatieve maatregel van het CBR opgelegd gekregen. Het kan niet zo zijn dat de uitzending waarin hij herkenbaar is te zien zelfs na tien jaar nog wordt uitgezonden, aldus klager.

Verweerders wijzen erop dat klager aanvankelijk toestemming heeft gegeven voor (herkenbare) uitzending. Verder stellen zij dat het programma een maximale herhalingscyclus kent van twee jaar. Dit betekent in theorie dat de gewraakte aflevering tot uiterlijk 17 april 2013 kan worden uitgezonden. Waarschijnlijk zal de aflevering niet nogmaals worden herhaald. Mocht dat onverhoopt toch het geval zijn, dan zullen verweerders coulancehalve – dus zonder daartoe verplicht te zijn – het gezicht van klager onherkenbaar maken (blurren).

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders op 24 oktober 2012 de uitzending van april 2011 hebben herhaald en klager daarbij herkenbaar in beeld hebben gebracht, terwijl klager in een brief van 3 augustus 2012 aan verweerders heeft laten weten daarvoor geen toestemming te geven.

Klager heeft een bewijs van aangetekende verzending overgelegd en verweerders hebben de verzending niet betwist. De Raad gaat er daarom vanuit dat klager op 3 augustus 2012 de bewuste brief aan SBS6 heeft verstuurd. Klager heeft dus tijdig, nog vóór dat de uitzending werd herhaald, kenbaar gemaakt aan SBS6 dat hij geen prijs stelde op herhaling. Verder heeft klager aangevoerd dat verweerders niet op zijn brief hebben gereageerd. Verweerders hebben dit niet weersproken. Vervolgens is de uitzending op 24 oktober 2012 herhaald, waarbij klager volledig herkenbaar in beeld is gebracht. De Raad kan zich voorstellen dat klager deze gang van zaken niet netjes vindt.

De Raad overweegt dat verweerders er in beginsel vanuit mogen gaan dat indien iemand toestemming verleent om herkenbaar in beeld te worden gebracht, die toestemming geldt voor onbeperkte tijd. Verweerders waren bovendien niet gehouden om naar aanleiding van klagers brief de uitzending (althans het fragment met klager) nooit meer te herhalen.
De brief van klager had verweerders er echter wel toe moeten brengen om met klager in contact te treden. Dat klager in eerste instantie toestemming heeft verleend voor het herkenbaar in de uitzending verschijnen, wil niet zeggen dat die toestemming onherroepelijk is en dat klager daarop nooit meer zou mogen terugkomen.
Het had dan ook op de weg van verweerders gelegen om klager naar aanleiding van zijn brief uit te leggen dat de uitzending niet onbeperkt herhaald zou worden. Verder hadden zij klager moeten aanbieden hem in een eventuele herhaling nog slechts onherkenbaar (geblurd) in beeld te brengen. Dat dit niet meteen is gebeurd, maar pas nadat klager de onderhavige klacht had ingediend, en dat klager in de herhaling van 24 oktober 2012 herkenbaar in beeld is gebracht, is journalistiek onzorgvuldig.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Wegmisbruikers en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 22 maart 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, H. Blanken, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.