2013/13 niet-ontvankelijk ongegrond

Samenvatting

In de periode van oktober 2010 tot en met januari 2013 zijn in de Bunschoter diverse artikelen gepubliceerd waarin klager is genoemd dan wel geciteerd.
Voor zover de klacht is gericht tegen publicaties gedateerd vóór 14 maart 2012, is de klacht niet tijdig door de Raad ontvangen. Klager heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding hem redelijkerwijs niet kan worden verweten. Klager is op dit punt in zijn klacht niet-ontvankelijk. Dat vervolgens opnieuw artikelen over klager zijn verschenen waartegen hij bezwaar maakt, doet daaraan niet af.
Verder overweegt de Raad dat in deze kwestie relevant is dat de publicaties waartegen klager bezwaar maakt, betrekking hebben op het gebruik door klager van zijn spreekrecht inzake gemeentelijke aangelegenheden. Door zijn opstelling creëert klager nieuws. De publicaties betreffen feitelijkheden die in de lokale omgeving als nieuwsfeiten kunnen worden beschouwd. Verweerder is niet gehouden om wederhoor toe te passen als het gaat om de opname van een nieuwsfeit in een jaaroverzicht of de publicatie van voorstellen waarin aan de gemeenteraad wordt voorgelegd de maatregelen tegen klager te verlengen. Verder blijkt uit de stukken dat klager een ingezonden brief aan verweerder heeft gestuurd, die in aangepaste vorm is gepubliceerd. Deze publicatie geeft de standpunten van klager duidelijk weer. De Raad volgt klagers stelling dat verweerder hem niet te woord wil staan of stelselmatig negeert, dan ook niet. Dat verweerder geen beschuldigingen van klagers zijde richting de gemeente en bestuurders wil publiceren indien klager die beschuldigingen niet nader onderbouwd, is evenmin journalistiek ontoelaatbaar. Voor zover de klacht zich richt tegen artikelen die vanaf 14 maart 2012 zijn gepubliceerd, is deze dan ook ongegrond.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.J.D. de Jong

tegen

de hoofdredacteur van de Bunschoter

Bij brief van 12 september 2012 met diverse bijlagen – door de Raad ontvangen op 14 september 2012 – heeft R.J.D. de Jong te Spakenburg (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Bunschoter (hierna: verweerder). Klager heeft zijn klacht aangevuld bij brief van 28 november 2012 met een bijlage, een e-mail van 27 december 2012 met een bijlage en een e-mail van 7 januari 2013 met drie bijlagen. A. Muijs, hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een e-mail van 10 januari 2013 en een brief van dezelfde datum.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 januari 2013. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

In de periode van oktober 2010 tot en met januari 2013 zijn in de Bunschoter diverse artikelen gepubliceerd waarin klager is genoemd dan wel geciteerd. De klacht is gericht tegen een groot aantal artikelen gedateerd vóór 14 maart 2012 en verder tegen de volgende publicaties:
-          “Pittige tijd” van 17 augustus 2012;
-          “Verlenging ordemaatregelen tegen Richard de Jong” van 3 december 2012;
-          “Rechtszaak smaden burgemeester uitgesteld” van 3 december 2012;
-           een passage uit het jaaroverzicht van de Bunschoter van 28 december 2012;
-          “Gedrag bewoner geeft geen enkele blijk van verbetering” van 4 januari 2013.
Klager maakt als burger actief gebruik van zijn spreekrecht waar het gaat om gemeentelijke aangelegenheden. De artikelen waarover klager klaagt, houden daarmee verband.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – dat hij door verweerder stelselmatig negatief afgeschilderd wordt, met onwaarheden en verdraaiingen, zonder dat hij de gelegenheid krijgt om daarop te reageren. Klager meent dat verweerder geen fatsoenlijke klachtenprocedure hanteert, zijn klachten telkens negeert en hem het recht op wederhoor ontneemt. Klager vraagt zich af of een krant tot in het oneindige in alle vrijheid over een burger mag schrijven zonder die burger een kans op weerwoord te geven. Als gevolg van de berichtgeving wordt klager op straat aangesproken, lastig gevallen en zelfs uitgescholden. Het kan niet zo zijn dat klager steeds de negatieve berichtgeving over zijn persoon moet pikken, terwijl zijn kant van het verhaal niet wordt gehoord, aldus klager.

Verweerder stelt dat klager de Bunschoter al vele jaren verwijt hem stelselmatig in de hoek te zetten. Volgens verweerder is dit niet waar, maar hij stelt wel voorwaarden. Klagers weerwoord bestaat uit beschuldigingen aan het adres van de gemeente Bunschoten en haar bestuurders, die niet zijn onderbouwd met enig schriftelijk bewijs, aldus verweerder. Hij kan deze beschuldigingen niet publiceren zolang klager daarvoor geen hard bewijs heeft overgelegd.
Verweerder heeft de afgelopen tijd overigens slechts voorstellen gepubliceerd waarin de gemeenteraad wordt voorgelegd de strafmaatregelen tegen klager te verlengen. Bij dergelijke mededelingen is wederhoor niet aan de orde, aldus verweerder.
Ten slotte stelt hij dat klager enkele maanden geleden in een telefoongesprek nog te kennen had gegeven dat hij geen contact meer wilde met de Bunschoter. Onlangs heeft verweerder klager weer netjes te woord gestaan en toen ontkende klager dat hij dat had gezegd.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID voor zover deze is gericht tegen publicaties gedateerd vóór 14 maart 2012
 
Volgens artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad moet een klacht worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden. Voor zover klager zijn klacht heeft gericht tegen publicaties die vóór 14 maart 2012 in de Bunschoter zijn verschenen, is de klacht niet tijdig door de Raad ontvangen.

Klager heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding hem redelijkerwijs niet kan worden verweten. Voor zover de klacht is gericht tegen publicaties vóór 14 maart 2012 moet klager daarin dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat vervolgens opnieuw artikelen over klager zijn verschenen waartegen hij bezwaar maakt, doet daaraan niet af. (vgl. onder meer RvdJ 2011/66)
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover deze is gericht tegen publicaties gedateerd na 14 maart 2012

Met betrekking tot het deel van de klacht dat zich richt tegen de artikelen die vanaf 14 maart 2012 in de Bunschoter zijn gepubliceerd overweegt de Raad het volgende.

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
De journalist behoeft voorts geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punt 1.3. van de Leidraad)

In deze kwestie is relevant dat de publicaties waartegen klager bezwaar maakt, betrekking hebben op het gebruik door klager van zijn spreekrecht inzake gemeentelijke aangelegenheden. Door zijn opstelling creëert klager nieuws. Vaststaat immers dat de burgemeester van Bunschoten in maart 2012 aangifte bij de politie heeft gedaan wegens smaad en laster door klager. Ook staat vast dat het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Bunschoten op 9 maart 2012 maatregelen aan klager hebben opgelegd die inhouden dat brieven van klager niet meer in behandeling worden genomen en dat klager medewerkers van de griffie niet meer persoonlijk of telefonisch mag benaderen. Aan klager is één contactpersoon toegewezen. Overige contacten met medewerkers en bestuurders van de gemeente zijn klager niet (meer) toegestaan. De Raad is van oordeel dat dit feitelijkheden zijn die in de lokale omgeving als nieuwsfeiten kunnen worden beschouwd.

Verweerder is niet gehouden om wederhoor toe te passen als het gaat om de opname van een nieuwsfeit in een jaaroverzicht of de publicatie van voorstellen waarin aan de gemeenteraad wordt voorgelegd de maatregelen tegen klager te verlengen. Het beginsel van wederhoor geldt in principe niet voor berichtgeving van feitelijke aard en publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad)

Verder blijkt uit de door klager overgelegde stukken dat hij in februari 2012 een ingezonden brief aan verweerder heeft gestuurd. Verweerder heeft klager daarop een aangepaste versie van de ingezonden brief gestuurd met het voorstel die versie te plaatsen. Klager heeft hierop per e-mail als volgt gereageerd: “In principe kan ik ermee leven, hoe de tekst is geschreven. Ik ben er niet 100% blij mee, maar het is in ieder geval een reactie en dat is nu voor mij het belangrijkst.” De Raad maakt hieruit op dat klager akkoord is gegaan met de plaatsing van zijn door verweerder tekstueel aangepaste ingezonden brief. De ingezonden brief is gepubliceerd op 20 maart 2012 in de rubriek ‘Spreekbuis’ onder de kop “Geen spreekrecht”. Deze publicatie geeft de standpunten van klager duidelijk weer. De Raad volgt klagers stelling dat verweerder hem niet te woord wil staan of stelselmatig negeert, dan ook niet. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder klager de mond snoert of het geven van wederhoor ontzegt.

Dat verweerder geen beschuldigingen van klagers zijde richting de gemeente en bestuurders wil publiceren indien klager die beschuldigingen niet nader onderbouwd, kan evenmin als journalistiek ontoelaatbaar worden beoordeeld.

De Raad komt tot de slotsom dat geen sprake is van normoverschrijdend journalistiek handelen.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen artikelen die vóór 14 maart 2012 in de Bunschoter zijn gepubliceerd is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. 

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 maart 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, H. Blanken, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.