2013/10 afgewezen

Samenvatting

Verzoeker heeft een klacht ingediend over twee uitzendingen van het programma LOS politiek. De Raad heeft de klacht ongegrond verklaard (RvdJ 2012/49). Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak. Kern van het verzoek is dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad. Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een ander licht kunnen werpen op zijn klacht. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de Raad zijn uitspraak op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan. Dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad is onvoldoende om het verzoek tot herziening gegrond te verklaren.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
 
R.J.D. de Jong
 
tot herziening van de uitspraak van de Raad van 25 september 2012 (RvdJ 2012/49) betreffende zijn klacht
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Lokale Omroep Spakenburg (LOS)
 
Bij brief van 28 november 2012 heeft R.J.D. de Jong (hierna: verzoeker) de Raad verzocht om herziening van zijn uitspraak van 25 september 2012 inzake zijn klacht tegen de hoofdredacteur van Lokale Omroep Spakenburg (hierna: verweerder). Verweerder heeft bij brief van 8 januari 2013 op het verzoek gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 januari 2013, in een herzieningskamer bijeen, buiten aanwezigheid van partijen.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden.
 
DE FEITEN
 
Bij brief van 16 april 2012 met een bijlage heeft verzoeker een klacht ingediend tegen verweerder over twee uitzendingen van het programma LOS politiek. Op 12 maart 2012 is in een uitzending van LOS politiek een interview met de heer H. Wieldraaijer, fractievoorzitter van het CDA, uitgezonden. In deze uitzending is ter illustratie een opname getoond van de raadszaal, waarbij klager in beeld is te zien. Op 26 april 2012 is in een uitzending van LOS politiek een interview uitgezonden tussen de heer Hillebrand en de heer W. de Graaf, burgerlid van de ChristenUnie. Klagers naam is in deze uitzending één keer genoemd. Kern van de klacht is dat verweerder klager ten onrechte geen gelegenheid heeft geboden tot wederhoor.
 
Bij uitspraak van 25 september 2012 heeft de Raad de klacht ongegrond verklaard, waarbij hij onder meer het volgend heeft overwogen:
“De Raad is van mening dat in de publicaties in algemene termen wordt bericht over problematiek rondom klager. In de uitzending van 12 maart 2012 wordt klagers naam ook niet genoemd. Naar het oordeel van de Raad zijn in de publicatie van 12 maart noch in die van 26 april 2012 – waarin klagers naam wel één keer wordt genoemd –  diskwalificerende opmerkingen gemaakt ten aanzien van klager.
Dat klager – zoals hij stelt – bekend is in de gemeenschap van Bunschoten/Spakenburg, waardoor bij inwoners bekend zou kunnen zijn welke problematiek en welke persoon het betreft, maakt dit oordeel niet anders.
Verweerder heeft derhalve door het niet toepassen van hoor en wederhoor geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Dat verweerder daarnaast in de uitzending van 12 maart 2012 ter ondersteuning van het interview gebruik heeft gemaakt van een in een openbare ruimte – te weten de raadszaal – gefilmd fragment, is naar het oordeel van de Raad evenmin een gedraging waarmee journalistieke grenzen zijn overschreden.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Verzoeker heeft zich gestoord aan het feit dat de Raad in de uitspraak van 25 september 2012 heeft geoordeeld dat hij niet gediskwalificeerd zou zijn door de uitzendingen van LOS. Verzoeker meent dat dit wel degelijk het geval was.
 
Verweerder heeft laten weten dat hij zijn standpunt in deze kwestie niet herziet.
 
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
 
In artikel 10a lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek is het volgende bepaald:
“Een beslissing van de Raad die is gegeven naar aanleiding van een klaagschrift, kan door de Raad geheel of gedeeltelijk worden herzien op verzoek van de klager dan wel op verzoek van de verweerder die daadwerkelijk verweer heeft gevoerd.      
Herziening is slechts mogelijk indien degene die herziening verzoekt (hierna: de verzoeker) aannemelijk maakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.”
 
Kern van het verzoek is dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad. Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een ander licht kunnen werpen op zijn klacht.
 
Naar het oordeel van de herzieningskamer heeft verzoeker met hetgeen hij in zijn verzoekschrift heeft gesteld niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de Raad van 25 september 2012 (RvdJ 2012/49) berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.
 
Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de Raad zijn uitspraak op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan. Dat verzoeker zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad is onvoldoende om een verzoek tot herziening gegrond te verklaren.
 
BESLISSING
 
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 maart 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.