2012/9 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
S. Gybels en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger
 
Bij ongedateerde brief met diverse bijlagen, door de Raad ontvangen op 16 december 2011, heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen S. Gybels en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (hierna: verweerders). Hierop heeft B. Oostra, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een e-mail van 4 januari 2012. Bij e-mail van 18 januari 2012 met een bijlage heeft A.L. van den Bergh namens klaagster de klacht aangevuld.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 januari 2012 in aanwezigheid van klaagster. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klaagster desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 20 oktober 2011 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Gybels verschenen onder de kop “’Discussie over declaraties van raadsleden is nodig’” met het chapeau “BIERTEST Politiek bespreekt ‘werkbudget raad’ aan eind van het jaar.” Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Burgemeester Onno Hoes en raadsgriffier Eric Willems willen de declaratie van de ludieke biertest door raadslid [X] bespreken bij de evaluatie van het ‘werkbudget raad’ eind dit jaar. Die evaluatie stond al gepland. Volgens Willems is het de eerste keer dat hij te maken krijgt met een declaratie van een raadslid. ,,Normaal betalen we uit dat budget enkel facturen van activiteiten die voor de gehele raad zijn georganiseerd.””
en
“Strikte regels zijn er niet, zo zegt Willems. ,,In elk geval niet voor declaraties van raadsleden. Daarom hebben wij dit bedrag ook gewoon terugbetaald. Er is geen regel die zegt dat dit verboden moet worden.” Willems wil het voorbeeld echter wel inbrengen bij de evaluatie.”
en
“Ook burgemeester Onno Hoes wil dit ‘twijfelgeval’ besproken hebben, zo zegt zijn woordvoerder. Verder heeft Hoes er geen oordeel over, laat hij weten.
[X] zegt geen enkel kwaad te zien in de declaratie. ,,Ik heb vooraf toestemming gevraagd en wilde gewoon een gezellige avond voor de vrouwen van de raad organiseren. Daarbij wilde ik proberen de band tussen burgemeester Onno Hoes en de horeca te herstellen. Dat geld is gebruikt om doktersattributen te kopen en om flyers te laten drukken. Er is geen druppel bier van betaald.””
In het artikel komt ook een collega-raadslid aan het woord, met wie X op stap ging, die zegt dat van een declaratie niets bekend was.
 
Vervolgens is op 21 oktober 2011 in Dagblad De Limburger een artikel verschenen onder de kop “Politieke partijen willen debat over declaratieregeling” met het chapeau “BIERTEST Fractievoorzitters verbaasd”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Hoewel bijna alle Maastrichtse fractievoorzitters zich hebben ‘verbaasd’ over de declaratie van de ludieke biertest door hun collega [X], vindt de meerderheid niet dat zij het bedrag van 867,35 euro moet terugbetalen. Wel zijn ze eensgezind van mening dat de regels hierover duidelijker moeten worden. [X] deed voor haar declaratie een beroep op het ‘werkbudget gemeenteraad’, een potje dat bestemd is voor activiteiten van de raad. Raadsgriffier Eric Willems gaf in de krant van gisteren al aan dat dit niet verboden is. Wel zei Willems, net als burgemeester Onno Hoes, een discussie te willen over dit soort ‘twijfelgevallen’. De fractievoorzitters sluiten zich daarbij aan.”
Vervolgens worden in het artikel de meningen van de fractievoorzitters over de declaratie weergegeven.
 
Daarnaast is op 21 oktober 2011 in Dagblad De Limburger een artikel verschenen van de hand van Gybels onder de kop “Een terriër zonder halsband” met het chapeau “PORTRET [X]: overenthousiast, vastberaden en soms een tikkeltje naïef”. Tussen het chapeau en de kop zijn diverse foto’s van klaagster geplaatst. De intro van het artikel luidt:
“Sinds 1998 zit [X] in de gemeenteraad. Eerst voor de VVD, sinds 2006 namens de LPM. Spraakmakend was ze meer dan eens. Een portret.”
Het artikel luidt verder:
“Het moest een gezellige avond worden voor de vrouwen in de Maastrichtse gemeenteraad. Een biertest, compleet met doktersjassen en -attributen. Organisator [X] was meteen razend enthousiast. En politiek Maastricht weet: als [X] enthousiast is, kent ze weinig remmingen. En niet alleen bij een ludieke biertest. [X] is een terriër. Als ze zich vastbijt in een onderwerp, laat ze niet zomaar los. Ze belt iedereen die ook maar iets met het onderwerp te maken heeft en bestookt het stadsbestuur met stapels vragen. Dat is vervolgens te merken aan haar betogen in de raad. [X] weet hoofdzaken lastig te scheiden van details, waardoor de belangrijke punten in haar bijdrage verzanden in een enorme woordenzee. Een terriër dus, maar wel eentje zonder halsband. Niet alleen op het spreekgestoelte schiet [X] van links naar rechts. Meermaals deed ze dingen die de wenkbrauwen deden fronsen. Allereerst natuurlijk haar plotselinge move richting de provinciale PVV, waar ze even snel weer van de lijst werd gehaald. Verder schaarde ze zich vierkant achter de plannen van ondernemer Raymond Pans om in de Bredestraat een danskelder voor dertigplussers te openen. Ook wierp ze zich op voor de meubelbranche toen deze pleitte voor elke zondag een koopzondag. Hondenbezitters vinden bij haar een gewillig oor over het hondenlosloopgebied op de Sint-Pietersberg. En dan is er nog haar prominente rol bij de protestmars tegen het vertrek van Gerd Leers. Het legde haar geen windeieren: bij de verkiezingen in 2010 sleepte ze, tot verassing van velen, een raadszetel binnen met haar LPM. Toch valt haar opportunisme niet bij iedereen in goede aarde. Zeker in combinatie met soms wat naïviteit maakt het van [X] namelijk een ongeleid projectiel. Zo ook bij de biertest. Ze draafde een tikkeltje door en liet de gemeente (deels) voor de kosten opdraaien. Zonder medeweten van haar collega-raadsleden. Dat alles voor een gezellige avond. Dat werd het, maar wel eentje waarbij de kater maanden later kwam.”
 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat verweerders stelselmatig negatief over haar publiceren. Verweerders publiceren over zaken die niet nieuwswaardig zijn en halen daarbij iedere keer allerlei zaken uit het verleden erbij.
Met betrekking tot het artikel van 20 oktober 2011 voert klaagster aan dat aanleiding voor die berichtgeving uitlatingen van de burgemeester en de griffier zouden zijn geweest. Dit is niet juist en wordt ook ontkend door de burgemeester. De bron voor het artikel is iemand die klaagster in kwaad daglicht wil stellen, omdat zij daarmee in conflict is, en waarmee de journalist samenspant. De journalist belde klaagster op met de mededeling dat hij een stuk zou schrijven over het declaratiegedrag van klaagster naar aanleiding van uitlatingen van de burgemeester, die van mening zou zijn dat er een onderzoek moest worden gedaan naar de declaraties. De declaraties zijn echter niet besproken of geëvalueerd, en vielen binnen de regels van de verordening.
Ten aanzien van het artikel van 21 oktober 2011 met de kop “Politieke partijen willen debat over declaratieregeling” stelt klaagster dat de fractievoorzitters onder druk zijn gezet om zich negatief over haar uit te laten. Toen kwam pas aan de orde of de raadsleden een debat wilden hebben over de declaratieregeling. In het artikel van 20 oktober 2011 is ten onrechte vermeld dat de fractievoorzitters hiertoe aanleiding hadden gezien. Klaagster is hierover niet gehoord. Verder stelt klaagster dat de journalist niet met de heer Hoes heeft gesproken en dat de heer Willems nooit zulke uitlatingen heeft gedaan. Klaagster stelt dat in dit artikel onjuist is bericht. Zij is bovendien niet in de gelegenheid gesteld zich te verweren, omdat haar ingezonden brief niet is geplaatst. Er heeft geen wederhoor plaatsgevonden, terwijl de berichtgeving wel beschadigend voor haar is. Veel van wat er is bericht, is niet vooraf met haar besproken en ten onrechte is niet alle informatie voorafgaand aan de publicatie aan haar gezonden.
Het artikel met de kop “Een terriër zonder halsband” acht klaagster grievend, tendentieus, vooringenomen, onzorgvuldig en schadelijk. Als voorbeelden wijst klaagster op de kop en verder op de zinnen “als [X] enthousiast is, kent zij weinig remmingen”, “...bestookt het stadsbestuur met stapels vragen”, “[X] weet hoofdzaken lastig te scheiden van details….”, “…sleepte ze tot ieders verbazing…”, “Toch valt haar opportunisme.”, “…soms wat naïviteit…een ongeleid projectiel” en “Niet alleen op het spreekgestoelte schiet [X] van links naar rechts”. In dit artikel worden allerlei niet ter zake doende zaken aangehaald, zoals haar overstap naar de PVV, de danskelder, de meubelbranche en de hondenbezitters. Klaagster heeft de indruk dat dat alleen is gedaan om haar te beschadigen. Het belang van de publicatie valt in het niet bij de belangen van klaagster en de schade die zij (publiekelijk) oploopt. Klaagster vindt de opmerking over haar declaratie suggestief en tendentieus, omdat die declaratie was goedgekeurd. Zij heeft dus niet ‘de gemeente laten opdraaien voor de kosten’. Klaagster stelt dat haar mede-raadsleden wisten van haar declaratie en daarmee akkoord waren. Ten onrechte vermeldt de journalist alleen haar declaratie en niet de declaratie van een andere partij. Er is derhalve ook eenzijdig bericht. Verder acht klaagster de plaatsing van de foto’s onnodig. Zij stelt ten slotte dat ten onrechte beweringen en meningen als vaststaande feiten zijn gepresenteerd.
 
Verweerders stellen dat zij zich niet herkennen in de aantijgingen van klaagster. De journalist heeft een tip gekregen over de bewuste declaratie van klaagster, waarbij de tipgever bewijzen wist mee te sturen. Naar aanleiding daarvan heeft de journalist contact opgenomen met de burgemeester en de griffier, en hen gevraagd wat zij van de declaratie vonden. Volgens de journalist stelden beiden dat er een debat moest komen over dit soort ‘twijfelgevallen’ binnen declaraties van raadsleden. De journalist heeft daarna contact opgenomen met klaagster en met een aantal fractievoorzitters, die met het uitstapje mee waren geweest. Aan de hand van deze informatie heeft hij twee artikelen geschreven, waaronder die van 20 oktober 2011. De mening van klaagster is hierin verwerkt, zodat aan wederhoor is gedaan. De ingezonden brief van klaagster is inderdaad niet geplaatst, omdat de inhoud daarvan grotendeels overeen kwam met haar reactie in beide artikelen.
Het artikel van 21 oktober 2011 met de kop “Politieke partijen willen debat over declaratieregeling” is geschreven naar aanleiding van telefonische gesprekken met diverse fractievoorzitters in de gemeenteraad over de declaratie van klaagster. Van uitgeoefende druk is geen sprake geweest. Er is slechts doorgevraagd als de fractievoorzitters geen helder antwoord gaven, hetgeen hoort bij het vak van journalist.
Aangezien dit niet de eerste keer was dat klaagster spraakmakend was, heeft de journalist ook een portret geschreven. Hij deed dat op basis van zijn ervaring als raadsverslaggever en een aantal eerder gepubliceerde artikelen over klaagster. Het portret is gebaseerd op feitelijkheden en de eigen ervaringen van de journalist. Het is niet onjuist, onnodig grievend of tendentieus, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. (zie punt 2.4.2 van de Leidraad van de Raad)
 
Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd maakt de Raad op dat haar bezwaar ten aanzien van de berichtgeving van 20 oktober 2011 en van 21 oktober 2011 met de kop “Politieke partijen willen debat over declaratieregeling” met name erin is gelegen, dat die is gebaseerd op een tip van iemand met wie klaagster in conflict was. Verweerders hebben ter zake gesteld dat de tipgever bewijzen over de declaratie had meegestuurd.
De Raad overweegt in dit verband dat het de journalist vrij staat naar aanleiding van een tip eigen onderzoek te verrichten, ook indien die tip afkomstig is van iemand waarmee de betrokkene in conflict is. Bij zijn onderzoek heeft de journalist kennelijk de burgemeester, althans diens woordvoerder, en de raadsgriffier gesproken. Vervolgens heeft hij contact gezocht met klaagster en haar reactie in de berichtgeving verwerkt.
In het artikel van 20 oktober 2011 staat overigens dat de burgemeester en de raadsgriffier de declaratie door klaagster willen – en niet zullen – evalueren. Het feit dat (tot nog toe) geen evaluatie heeft plaatsgevonden, zoals klaagster stelt, maakt niet dat de berichtgeving op dit punt journalistiek ontoelaatbaar is. Verder staat alleen in het artikel van 21 oktober 2011 dat de fractievoorzitters reden zien voor een evaluatie. Klaagster heeft derhalve onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de artikelen van 20 en 21 oktober 2011 relevante onjuistheden bevatten.
De Raad ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat de berichtgeving in deze artikelen eenzijdig en tendentieus is of geen nieuwswaarde had. Declaraties door politici hebben al enige tijd de aandacht van de media. Bovendien heeft klaagster niet aannemelijk gemaakt dat haar belangen door de publicaties onevenredig zijn geschaad. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat is vermeld dat de declaratie is gehonoreerd. Verder zijn de artikelen neutraal geformuleerd en wordt klaagster daarin niet gediskwalificeerd.
Voorts overweegt de Raad dat in het artikel van 20 oktober 2011 een reactie van klaagster is weergegeven en dat aldus wederhoor heeft plaatsgevonden. Het was niet nodig ook in het artikel van 21 oktober 2011 een reactie van klaagster op te nemen, aangezien dat artikel een vervolgbericht betreft waarin de meningen van de fractievoorzitters over de kwestie zijn opgenomen.
Dat verweerders de ingezonden brief van klaagster niet hebben willen plaatsen, leidt niet tot de conclusie dat zij daarmee jegens klaagster onzorgvuldig hebben gehandeld. Het staat de redactie immers vrij ingezonden brieven niet te plaatsen, tenzij plaatsing geboden is vanwege bijzondere omstandigheden. Gezien het voorgaande acht de Raad geen bijzondere omstandigheden aanwezig. (zie punt 5.2. van de Leidraad)
De Raad is derhalve van oordeel dat verweerders ten aanzien van het artikel van 20 oktober 2011 en het artikel van 21 oktober 2011 met de kop “Politieke partijen willen debat over declaratieregeling” geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Met betrekking tot de publicatie van 21 oktober 2011 met de kop “Een terriër zonder halsband”, dat een portret van klaagster bevat, stelt de Raad voorop dat een journalist bij het schrijven van een portret niet neutraal te werk hoeft te gaan. Hij heeft echter een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. (vgl. RvdJ 2007/26) Daarbij komt dat de journalist in zijn berichtgeving duidelijk onderscheid dient te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punt 1.4. van de Leidraad)
Gesteld noch gebleken is dat de vermelde feiten, zoals de overstap van klaagster naar de PVV, onjuist zijn. Deze feiten geven een deel weer van de politieke loopbaan van klaagster. Dat alle fractievoorzitters wisten van de declaratie, zoals klaagster stelt, acht de Raad – gezien de inhoud van het artikel van 21 oktober 2011 met de kop “Politieke partijen willen debat over declaratieregeling” – niet aannemelijk.
De Raad overweegt verder dat het voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat het artikel een schets betreft van de handelwijze van klaagster gedurende haar politieke loopbaan. Daarbij heeft de journalist zich – behalve op de hiervoor bedoelde feiten – gebaseerd op zijn eigen waarnemingen en niet op uitlatingen van derden. Uit het woordgebruik blijkt ook voldoende dat de in deze schets gedane beweringen en meningen over klaagster alleen afkomstig zijn van de journalist. Hij hoefde daarbij niet neutraal te werk te gaan. Bovendien zijn in het artikel de feiten, beweringen en meningen voldoende van elkaar onderscheiden.
Gezien het feit dat het artikel enerzijds van feitelijke aard is en anderzijds duidelijk de mening van de journalist behelst, acht de Raad het niet ontoelaatbaar dat ten aanzien van dit artikel geen wederhoor is toegepast. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad)
Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het portret hoofdzakelijk een inzicht in de levensloop van klaagster behelst en dat klaagster al eerder in de gelegenheid was gesteld om te reageren op het feit dat zij (een deel van) de kosten van de biertest heeft gedeclareerd.
Onder deze omstandigheden ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat verweerders met het portret van klaagster journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 maart 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.