2012/8 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van AD Haagsche Courant
 
Bij brief van 11 augustus 2011 met twee bijlagen heeft mr. F.P. Holthuis, advocaat te Den Haag, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AD Haagsche Courant (hierna: verweerder). Hierop heeft B.V. Verkade, zakelijk hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 12 september 2011. Partijen hebben vervolgens getracht in onderling overleg tot een oplossing te komen, maar zijn daarin niet geslaagd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 januari 2012. Namens klager is mw. mr. S.M. Scheer, kantoorgenote van mr. Holthuis, verschenen. Aan de zijde van verweerder was voornoemde Verkade aanwezig.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 18 maart 2011 is in AD Haagsche Courant, editie Zoetermeer, een artikel verschenen onder de kop “Man (80) vrijgesproken van poging doodslag in Benthuizen”. De intro van het artikel luidt:
“Een 80-jarige [woonkern]naar is door de Haagse rechtbank vrijgesproken van poging tot doodslag. Ook het Openbaar Ministerie had vrijspraak geëist.”
Daarna volgt de volgende passage:
“De [woonkern]naar bleef ondanks die afloop van de zaak woedend dat hij tweeënhalf jaar geleden ’s ochtends vroeg in zijn dorpje met veel machtsvertoon door de politie van zijn bed werd gelicht voor een akkefietje dat volgens hem nooit is gebeurd.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij in het artikel identificeerbaar is geworden, nu daarin zijn geslacht, leeftijd en woonplaats zijn vermeld. Hij benadrukt in dat verband dat hij in een zeer klein dorp woont, met slechts ongeveer 85 inwoners.
Klager is van mening dat van de journalist dusdanig zorgvuldig onderzoek gevergd had mogen worden dat deze had behoren te weten dat de combinatie van de vermelde gegevens het risico op identificatie van klager in het leven zou roepen. Volgens klager zou het noemen van een of twee van deze indicatoren voldoende zijn geweest voor de berichtgeving. Klager heeft ook expliciet tegen de journalist gezegd dat hij niet wilde dat zijn naam, woonplaats en leeftijd zouden worden vermeld. Volgens klager gaat de inbreuk op zijn privacy verder dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was en kan dit niet worden gerechtvaardigd door het maatschappelijke belang dat door de publicatie is gediend.
Ter zitting heeft mr. Scheer ter zake nog gesteld dat klager weliswaar geen verdachte meer is, maar dat aan de hand van het criterium van punt 2.4.6. van de Leidraad van de Raad ook per geval moet worden bezien of gegevens van voormalige verdachten vermeld mogen worden.
Verder heeft mr. Scheer hieraan nog toegevoegd dat door de publicatie duidelijk is geworden dat klager werd verdacht van poging tot doodslag. Klager heeft echter destijds aan zijn buurtgenoten meegedeeld dat hij van zijn bed was gelicht omdat hij het niet eens zou zijn geweest met een bekeuring. Door de publicatie staat hij nu in zijn omgeving te boek als leugenaar.
 
Verweerder stelt dat de editie Zoetermeer een lokale editie van de Haagsche Courant is, die in een oplage van ongeveer 8.000 exemplaren verschijnt in de omgeving van Zoetermeer, waartoe ook het dorp van klager behoort. Hoe kleiner een gebied is waarop de lokale verslaggeving zich richt, hoe belangrijker het is om specifiek te zijn in de berichtgeving, aldus verweerder. Om de lezer in staat te stellen zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld te vormen van een nieuwsfeit is het juist in lokale edities noodzakelijk zo goed mogelijk te benoemen waar de betrokkenen wonen en de nieuwsfeiten zich hebben voorgedaan. Het feit dat betrokkenen uit kleine kernen komen, waar weinig aan de hand is, maakt het een gebeurtenis waarover de lezers zo gedetailleerd mogelijk willen worden geïnformeerd. Vanwege alle gemeentelijke herindelingen geeft de vermelding van de gemeentenaam te weinig informatie, daarom is de woonkern van klager vermeld.
Verweerder stelt verder dat alleen voor een kleine groep, te weten: de personen die in het dorp van klager wonen, de identiteit van klager eenvoudig is te achterhalen. Dat risico is minder zwaar dan het belang van een zo complete berichtgeving voor de 8.000 gezinnen die de krant lezen, aldus verweerder. Bovendien is klager geen verdachte meer, doordat de rechtbank hem heeft vrijgesproken. In dit soort gevallen is het zelfs gebruikelijk de volledige naam te publiceren, omdat verhulde informatie of het gebruik van initialen de suggestie zou wekken dat de betrokkene nog steeds verdacht wordt van strafbare feiten. Dat is in dit geval niet gebeurd, omdat het vermelden van de volledige naam geen toegevoegde waarde had.
Voorts meent verweerder dat het artikel geen informatie bevat die smadelijk is voor klager, nu is vermeld dat klager is vrijgesproken en dat zelfs het Openbaar Ministerie vrijspraak had gevorderd. Op grond hiervan was er geen enkele noodzaak tot terughoudendheid. Met het vermelden van het geslacht, de leeftijd en woonplaats van klager is niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat met berichtgeving over uitspraken in strafrechtelijke procedures een maatschappelijk belang wordt gediend. De vraag die voorligt, is of verweerder met de vermelding van de persoonlijke gegevens van klager een ongerechtvaardigde inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klager.
 
Uit hetgeen klager heeft aangevoerd maakt de Raad op dat klager met name bezwaar heeft tegen de publicatie, omdat hierdoor in zijn naaste omgeving bekend is geworden dat de feiten over zijn strafzaak niet stroken met hetgeen hij daarover heeft meegedeeld. Voor zover klager heeft betoogd dat aldus een ongerechtvaardigde inbreuk is gemaakt op zijn privacy, kan dit verweerder echter niet worden aangerekend.
De Raad acht het verder niet aannemelijk dat klager voor het grote lezerspubliek, buiten de woonkern van klager, in het artikel identificeerbaar is. Verweerder heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat het journalistiek relevant is om in lokale edities de woonkern van een betrokkene c.q. de plaats waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden te vermelden, ten einde een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld van het nieuwsfeit te schetsen.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerder op verantwoorde wijze de belangen van klager bij de bescherming van diens privacy heeft afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de publicatie is gediend. Er is geen sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van klagers privéleven. Verweerder heeft derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (zie punten 1.1., 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad van de Raad)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 maart 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, H. Blanken, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.