2012/65 deels-gegrond

Samenvatting

De klacht betreft het artikel “De zee op als noodkreet” met de onderkop “Hoogbegaafde, dyslectische broers zeggen nergens goed les te kunnen krijgen.” Kern van de klacht is dat verweerders bij de voorbereiding van het artikel in strijd met gemaakte afspraken hebben gehandeld, wat ertoe heeft geleid dat een artikel is verschenen waaruit een beeld naar voren komt waarin klagers zich volstrekt niet kunnen vinden.
De Raad kan niet vaststellen wat in de aanvankelijke gesprekken tussen Besselink en Schillemans is besproken over het doel van het interview, zodat hij niet kan beoordelen of verweerders in dit opzicht al dan niet journalistiek ethisch juist hebben gehandeld. De Raad acht verder niet aannemelijk dat Besselink, zoals Schillemans stelt, met haar zou hebben afgesproken dat het artikel alleen zou worden geplaatst als Schillemans het volledig eens zou zijn met de inhoud van het artikel.
Partijen zijn het er echter over eens dat er in ieder geval een afspraak bestond die inhield dat Schillemans het artikel voor publicatie mocht inzien en feitelijke onjuistheden en verkeerd geciteerde uitspraken mocht corrigeren. Besselink heeft zich voor wat betreft het eerste concept van het artikel aan deze afspraak gehouden. Daarbij merkt de Raad op dat Besselink niet gehouden was alle door Schillemans voorgestelde wijzigingen over te nemen. Uit de stukken blijkt echter dat het artikel daarna aanmerkelijk is gewijzigd zonder dat het opnieuw aan Schillemans is voorgelegd. Dat dit niet is gebeurd vindt de Raad onzorgvuldig, te meer omdat had kunnen worden voorkomen dat er onwaarheden en fouten in het artikel stonden zoals door klagers wordt beweerd.
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het schenden van de afspraak om het artikel vooraf ter inzage te verstrekken. Voor zover de klacht erop ziet dat verweerders afspraken zouden hebben geschonden over de inhoud van het artikel en over de volgens klagers gestelde voorwaarde dat Schillemans toestemming moest geven voor definitieve publicatie, is deze ongegrond.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.E.M. Schillemans c.s.

tegen

N. Besselink en de hoofdredacteur van Trouw

Bij klachtformulier van 15 augustus 2012 met 3 bijlagen heeft mw. J.E.M. Schillemans te Vijfhuizen mede namens haar twee minderjarige zoons (hierna samen: klagers) een klacht ingediend tegen N. Besselink en de hoofdredacteur van Trouw (hierna: verweerders), waarbij zij heeft verzocht om een versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek afgewezen.
Verweerders hebben op de klacht geantwoord in een brief van 17 september 2012 met 3 bijlagen. Klagers hebben daarop nog gereageerd in een e-mail van 9 oktober 2012. Hierop hebben verweerders ten slotte geantwoord in een e-mail van 15 oktober 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 oktober 2012. Aan de zijde van klagers is daar mw. J.E.M. Schillemans verschenen. Zij is vergezeld door mw. mr. K. Slump, advocaat onderwijsrecht, die aan de hand van een notitie een verklaring heeft afgelegd. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Besselink en W. Schoonen, hoofdredacteur, verschenen.

DE FEITEN

Op 8 augustus 2012 is in Trouw een artikel van de hand van Besselink verschenen onder de kop “De zee op als noodkreet” en de onderkop “Hoogbegaafde, dyslectische broers zeggen nergens goed les te kunnen krijgen.” Het artikel luidt:
“Alleen nog een zonnepaneel op het dek en wat goede wind en dan vertrekken Enrique (15) en Hugo (13) Claassen voor onbepaalde tijd voor een zeiltocht door Europa en misschien wel Amerika. Niet omdat de broers zo graag weg willen, maar omdat ze nergens naar school zeggen te kunnen.
Beide jongens uit Vijfhuizen, vlakbij Haarlem, zijn hoogbegaafd en dyslectisch. De basisschool kwamen ze nog door, maar op het vwo liepen ze vast. “Leraren gumden aantekeningen en huiswerk te snel uit en tijdens proefwerken hadden we te weinig tijd omdat we traag lezen en schrijven”, zegt Enrique. “We haalden alleen maar enen en tweeën.”
Met dat rapport konden de broers niet over naar de tweede klas. Atheneum College Hageveld in Heemstede, dat alleen vwo aanbiedt en brugklassers niet laat zitten, schreef hen uit. Vanaf dat moment verschillen de opvattingen: de school zegt dat de broers het vwo niet aankunnen en verwees hen naar drie havoscholen. Maar de ouders denken dat hun zoons met de juiste begeleiding het vwo wel aankunnen. In de regio Haarlem zeggen ze alleen geen vwo te vinden dat hen wil hebben. Scholen laten in diverse brieven weten de zoons niet meer begeleiding dan het Hageveld te kunnen bieden.
De ouders houden hun kinderen daarom thuis. Hugo nu een jaar. Enrique twee jaar. Gesprekken met de gemeente Haarlemmermeer, die kinderen aan de leerplicht moet houden, leverden niets op.
Via de Commissie Gelijke Behandeling proberen de ouders passend onderwijs voor hun zoons af te dwingen, maar die procedure duurt lang. Daarom gaan de jongens met hun vader de zee op. Ze zagen hoe Laura Dekker in de schijnwerpers stond met haar zeiltocht en hopen met hun reis op net zoveel aandacht. Ze varen eerst naar hun opa in Spanje en willen onderweg hun problemen aankaarten bij Unicef.
Op zee willen ze onderwijs volgen via de Wereldschool, die op afstand onderwijs verzorgt voor Nederlandse kinderen in het buitenland. De school biedt de twee gratis les aan vanwege ‘de dramatische situatie’.
Het ministerie, de onderwijsinspectie en de Raad voor de Kinderbescherming willen niet ingaan op de kwestie. Het is volgens hen een zaak tussen de scholen, ouders, gemeente en de leerplichtambtenaar.
“Wij denken er alles aan gedaan te hebben om de jongens optimaal te begeleiden”, zegt Wille Straathof, rector van het Hageveld. Ze wijst op de expertise van haar school op het gebied van hoogbegaafdheid en dyslexie. “Het is onzin dat deze jongens nergens naar school kunnen. Zij moeten een niveautje lager, naar de havo, maar de ouders houden bij hoog en laag vol dat hun kinderen het vwo aan moeten kunnen.”
Mogelijk leggen de ouders de lat te hoog, zegt ook Carry Roozemond, voorzitter van de vereniging van leerplichtambtenaren Ingrado, die de zeiltocht ‘tamelijk extreem’ vindt vanwege het gebrek aan sociale contacten voor de broers.
“Ik vind het tamelijk extreem dat ik twee kinderen thuis heb zitten”, reageert moeder Annelies Schillemans, die al door zeventien scholen zegt te zijn afgewezen. “Kom maar met een school. Dit is geen ludieke actie, maar een noodkreet.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers menen dat verweerders niet waarheidsgetrouw hebben bericht en dat onvoldoende wederhoor is toegepast. Verder stellen klagers dat zij vooraf onvoldoende zijn geïnformeerd over het doel van het interview, dat ten onrechte citaten aan hen zijn toegeschreven en dat de afspraak over het verstrekken van het artikel ter inzage vooraf niet is nagekomen.
Ter toelichting van de standpunten schetst Schillemans de gang van zaken. Besselink heeft haar zoons benaderd voor een artikel over hun plannen. Haar zoons waren namelijk op dat moment van plan een zeiltocht te maken voor onbepaalde tijd om zo aandacht te vragen voor de problematiek van zogeheten ‘thuiszitters’: kinderen die thuis zitten en geen onderwijs kunnen volgen omdat er geen geschikte school voor hen beschikbaar is. Schillemans heeft ingestemd met de interviews maar heeft, vanwege de minderjarigheid en kwetsbaarheid van haar zoons, hierbij de voorwaarde gesteld dat zij het artikel akkoord moest bevinden vóór publicatie. Verder zou het artikel gaan over (het doel van) de zeilplannen van haar zoons en niet over de perikelen met scholen. Schillemans heeft op 2 augustus 2012 per e-mail een concepttekst van Besselink toegezonden gekregen. Zij was het niet eens met de formulering en strekking van het concept en heeft dit daarom diezelfde dag gewijzigd teruggestuurd. Verder heeft zij de tekst telefonisch met Besselink besproken, waarbij zij heeft duidelijk gemaakt dat het concept in haar ogen geen waarheidsgetrouw beeld schetste van de situatie. Omdat de plaatsing van het artikel telkens werd uitgesteld en er steeds andere zaken in twijfel werden getrokken verkeerde Schillemans in de veronderstelling dat het artikel er niet meer zou komen. Schillemans verwijst ter zake naar haar e-mailcorrespondentie met Besselink van 3 augustus 2012. Uit het niets ontving zij vervolgens op 7 augustus ’s avonds laat een e-mail van Besselink, die als volgt luidde: “Inmiddels heb ik alle betrokken partijen gesproken. Het artikel over de zeiltocht van Hugo en Enrique verschijnt daarom morgen in de krant. Daarin heb ik jouw correcties en opmerkingen n.a.v. de eerste versie en je telefonische toelichting op de tekst meegenomen. Mocht je hier prijs op stellen, dan kan ik morgen een exemplaar van de krant op de post doen.” Schillemans heeft daarop direct per e-mail verzocht om de tekst van het artikel, maar heeft daarop geen reactie ontvangen. Zij heeft het artikel via anderen na publicatie moeten lezen.
Volgens Schillemans is het uiteindelijk geplaatste artikel heel anders dan het conceptartikel dat haar in eerste instantie is voorgelegd. Zij vindt dat het artikel – tegen de afspraak in – is geplaatst zonder dat zij hiermee akkoord is gegaan en zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld feitelijke onjuistheden te corrigeren. In het geplaatste artikel staat onder andere dat zij ‘haar kinderen thuis houdt’, waarmee zij ten onrechte wordt beschuldigd van een strafbaar feit. Dat een Haarlemse rechter in maart 2012 een rechterlijk pardon voor overtreding van de Leerplichtwet voor een van haar zoons heeft uitgesproken, is niet vermeld. Verder is de voorzitter van de vereniging van leerplichtambtenaren Ingrado geciteerd, zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld daarop adequaat te reageren. In plaats daarvan is haar eerste telefonische reactie op het verhaal van de zijde van Ingrado in het artikel opgenomen (“Ik vind het tamelijk extreem dat ik twee kinderen thuis heb zitten”). Bovendien komt de door haar aan Besselink verstrekte c.q. ter inzage gegeven informatie – waaronder een toelichting van advocaat onderwijsrecht Slump, verschillende e-mailberichten van scholen en instanties en afwijzingsbrieven van diverse scholen – niet in het artikel naar voren. Daarentegen wordt in het geplaatste artikel ten onrechte de indruk gewekt dat klagers uitsluitend vwo scholen hebben benaderd in hun zoektocht naar een school, wat te hoog gegrepen zou zijn, en dat zij daarom zelf min of meer het probleem in stand houden. Verder zijn enkele citaten van klagers uit hun verband getrokken. Zo wordt in de onderkop “Hoogbegaafde, dyslectische broers zeggen nergens goed les te kunnen krijgen” geïmpliceerd dat het een mening of een aanname betreft, terwijl de feiten aantonen dat er voor de zoons daadwerkelijk geen school beschikbaar is.
Al met al zijn klagers van mening dat Besselink onzorgvuldig en onbetrouwbaar te werk is gegaan bij de totstandkoming van de publicatie. Bovendien wekt het geplaatste artikel een onjuist beeld en tast het de geloofwaardigheid van klagers aan, wat met name schadelijk is voor de twee minderjarige jongens. Na plaatsing van het artikel heeft Schillemans nog contact gezocht met de hoofdredactie. Die heeft echter het verzoek om rectificatie dan wel plaatsing van een diepgaand artikel – waarin het doel van de zeiltocht van de jongens wél duidelijk naar voren zou komen en in de juiste context zou worden geplaatst – afgewezen. Ook tegen die handelwijze maken klagers bezwaar.

Verweerders stellen allereerst dat wederhoor is toegepast. Klagers zijn gehoord, waarna andere betrokkenen – zoals de gemeente die toeziet op de leerplicht, de landelijke leerplichtinstantie Ingrado, het Atheneum College Hageveld in Heemstede evenals het ministerie van OCW, de onderwijsinspectie en de Raad voor de Kinderbescherming – zijn gevraagd te reageren. Besselink heeft de reactie van de zijde van Ingrado vervolgens weer aan Schillemans voorgelegd, waarmee zij in feite al een stap verder is gegaan dan noodzakelijk voor een goede hoor en wederhoor. Verweerders verduidelijken verder nog dat in het conceptartikel een reactie van de Raad voor de Kinderbescherming voorkwam die in de definitieve versie, om redactionele redenen, is komen te vervallen.
Verweerders menen voorts dat zij waarheidsgetrouw hebben bericht. In het gesprek met klagers is gezegd dat de twee jongens met begeleiding en mondelinge in plaats van schriftelijke toetsen op het Hageveld (een school die alleen vwo aanbiedt) hadden kunnen blijven. Het is dus juist dat klagers menen dat de jongens het vwo aankunnen. De rector van het Hageveld heeft in een vraaggesprek gezegd de kinderen naar drie havoscholen te hebben doorverwezen. Het artikel geeft volgens verweerders goed weer dat klagers en het Hageveld van opvatting verschillen. Nadat het Hageveld de kinderen van school verwijderde, zijn de ouders – zonder succes – op zoek gegaan naar andere scholen met vwo, zoals blijkt uit hun correspondentie met scholen. Dat zij ook hebben aangeklopt bij een vmbo, ontkracht niet dat zij geen vwo-school konden vinden die de kinderen wilde plaatsen. Het is juist dat Schillemans Besselink meermaals heeft gewezen op een rechterlijk pardon. Even zovele malen heeft Besselink om bewijs van deze uitspraak gevraagd dan wel inzage in deze uitspraak. Daarop is Schillemans nooit ingegaan.
Verweerders stellen verder dat klagers voldoende zijn geïnformeerd over het doel van het interview. Nadat Besselink op internet een bericht las over twee broers die van plan waren te gaan zeilen omdat ze nergens naar school zeiden te kunnen, heeft zij via hun website contact gezocht en zich voorgesteld als journalist. Zij wilde klagers spreken over de zeilplannen en de motivatie om een dergelijke reis te ondernemen. Vervolgens heeft zij bij de overige betrokken partijen wederhoor gehaald.
Verweerders bestrijden de klacht dat klagers meermaals onjuist en in verkeerde context zijn geciteerd. De onderkop “Hoogbegaafde, dyslectische broers zeggen nergens goed les te kunnen krijgen” is geen letterlijk citaat maar een parafrase – er stonden in de publicatie geen aanhalingstekens omheen – die het verhaal van de broers inhoudelijk correct samenvat. Zij hebben opgemerkt dat geen school hen toelaat en zij dus nergens les kunnen krijgen, laat staan les waarbij rekening gehouden wordt met hun handicaps. Het citaat “We haalden alleen maar enen en tweeën.” is tijdens het interview van woensdag 1 augustus uitgesproken door een van de jongens en staat in de notities van Besselink. Deze jongen heeft overigens tijdens een uitzending van het programma 'Knevel en van den Brink' van 20 augustus 2012 een soortgelijke uitspraak gedaan. Nadat Besselink de voorzitter van de vereniging van leerplichtambtenaren Ingrado had gesproken, heeft zij deze reactie voorgelegd aan Schillemans. In de notities van Besselink staat vermeld dat Schillemans hierop als volgt heeft gereageerd: “Ik vind het tamelijk extreem dat ik twee kinderen thuis heb zitten.” Verweerders hebben de betreffende notities bij hun verweerschrift gevoegd.
De stelling van klagers dat afspraken zouden zijn gemaakt over de inhoud van het artikel of over inzage van dan wel toestemming voor de definitieve publicatie, is volgens verweerders onjuist. Een dergelijke afspraak is geen verplichting voor de journalist noch een recht van klagers. Besselink heeft afgesproken dat Schillemans het conceptartikel ter inzage zou ontvangen en dit op feitelijke onjuistheden en verkeerd geciteerde uitspraken kon controleren. Volgens die afspraak heeft Besselink het conceptartikel naar Schillemans gestuurd, waarna zij het met veel wijzigingen retour heeft ontvangen. De door Schillemans aangebrachte wijzigingen zagen niet uitsluitend op feitelijke onjuistheden en verkeerd geciteerde uitspraken. Zodoende zijn niet al deze wijzigingen overgenomen. Schillemans drong vervolgens aan op een nieuw inzagemoment, maar dat heeft Besselink nooit toegezegd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders bij de voorbereiding van het artikel in strijd met gemaakte afspraken hebben gehandeld, wat ertoe heeft geleid dat een artikel is verschenen waaruit een beeld naar voren komt waarin klagers zich volstrekt niet kunnen vinden. De bezwaren van klagers die erop zien dat niet waarheidsgetrouw is bericht, zij foutief zijn geciteerd en onvoldoende wederhoor is toegepast, dienen in dit licht te worden bezien.

De Raad stelt vast dat Besselink op 30 juli 2012 via internet contact heeft gezocht met klagers. Blijkens de overgelegde print heeft Besselink haar verzoek om de jongens te spreken als volgt verwoord:
“Graag zou ik met jullie in contact komen n.a.v. de zeiltocht die jullie plannen om aandacht te vragen voor passend onderwijs. Wanneer zijn jullie van plan te vertrekken? Zou ik jullie voor die tijd nog kunnen spreken over jullie reis?”
Volgens klagers zijn er vervolgens afspraken gemaakt over de inhoud van het artikel en toestemming voor definitieve publicatie, hetgeen door verweerders gemotiveerd is betwist.

De Raad overweegt dat een journalist die iemand wil interviewen, diegene moet laten weten met welk doel hij informatie vergaart. De te interviewen personen moeten voldoende geïnformeerd kunnen beslissen of zij aan de publicatie willen meewerken (zie punt 2.7.1. van de Leidraad van de Raad). De Raad kan niet vaststellen wat er in de aanvankelijke gesprekken tussen Besselink en Schillemans is besproken over het doel van het interview, zodat hij niet kan beoordelen of verweerders in dit opzicht al dan niet journalistiek ethisch juist hebben gehandeld.

Net als verweerders vindt de Raad dat een journalist geen toestemming of instemming hoeft te hebben van degenen over wie hij publiceert, voordat hij overgaat tot publicatie (zie punt 1.3. van de Leidraad). Dat Besselink, zoals Schillemans stelt, met haar zou hebben afgesproken dat het artikel alleen zou worden geplaatst als Schillemans het volledig eens zou zijn met de inhoud van het artikel, acht de Raad niet aannemelijk.

Klagers en verweerders zijn het er echter over eens dat er in ieder geval een afspraak bestond die inhield dat Schillemans het artikel voor publicatie mocht inzien en feitelijke onjuistheden en verkeerd geciteerde uitspraken mocht corrigeren. Besselink heeft zich voor wat betreft het eerste concept van het artikel aan deze afspraak gehouden. Daarbij merkt de Raad op dat Besselink niet gehouden was alle door Schillemans voorgestelde wijzigingen over te nemen. Immers, de journalist die een interview of een ander artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat, is vrij te bepalen hoe hij eventuele op- en aanmerkingen in het artikel verwerkt (zie punt 2.8. van de Leidraad).

Uit de stukken blijkt echter dat het artikel daarna aanmerkelijk is gewijzigd – met name nu daarin diverse andere betrokken partijen aan het woord worden gelaten – zonder dat het opnieuw aan Schillemans is voorgelegd. En daar wringt wat de Raad betreft de schoen. Het conceptartikel en het uiteindelijke artikel wijken zodanig van elkaar af dat het in de rede had gelegen om Schillemans het uiteindelijke artikel te laten inzien vóór publicatie en haar de mogelijkheid te bieden opnieuw feitelijke onjuistheden door te geven. Dat dit niet is gebeurd vindt de Raad onzorgvuldig, te meer omdat had kunnen worden voorkomen dat er onwaarheden en fouten in het artikel stonden zoals door klagers wordt beweerd. De Raad laat hierin meewegen dat Besselink klaagster op 7 augustus 2012 per e-mail als volgt heeft bericht:
“Inmiddels heb ik alle betrokken partijen gesproken. Het artikel over de zeiltocht van Hugo en Enrique verschijnt daarom morgen in de krant. Daarin heb ik jouw correcties en opmerkingen n.a.v. de eerste versie en je telefonische toelichting op de tekst meegenomen. Mocht je hier prijs op stellen, dan kan ik morgen een exemplaar van de krant op de post doen.”
De Raad vindt dat hiermee bij Schillemans ten onrechte de indruk is gewekt dat haar eerdere opmerkingen en correcties duidelijk in het artikel waren verwerkt. Schillemans heeft op haar verzoek om het definitieve artikel toegezonden te krijgen geen antwoord meer gekregen. Pas na publicatie van het artikel kwam Schillemans erachter dat het conceptartikel ingrijpend gewijzigd was en dat het uiteindelijke artikel niet of nauwelijks blijk gaf van haar correcties en opmerkingen op het conceptartikel.
Uit het dossier is niet gebleken dat Besselink onder tijdsdruk verkeerde om het artikel snel te publiceren of dat er andere zwaarwegende redenen waren die maakten dat het uiteindelijke artikel niet aan Schillemans ter inzage kon worden gestuurd. De publicatie van het artikel was al meermaals uitgesteld. Niets stond eraan in de weg om het – ten opzichte van het conceptartikel sterk gewijzigde – artikel nog eenmaal aan Schillemans voor te leggen om haar in de gelegenheid te stellen, zoals afgesproken, feitelijke onjuistheden te corrigeren en verkeerd geciteerde uitspraken aan te duiden. De Raad laat in het midden of er onwaarheden en onjuistheden in het artikel stonden.

BESLISSING

De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het schenden van de afspraak om het artikel vooraf ter inzage te verstrekken, ten einde klagers in de gelegenheid te stellen feitelijke onjuistheden en verkeerd geciteerde uitspraken te corrigeren. Voor zover de klacht erop ziet dat verweerders afspraken zouden hebben geschonden over de inhoud van het artikel en over de volgens klagers gestelde voorwaarde dat Schillemans toestemming moest geven voor definitieve publicatie, is deze ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Trouw te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, dr. H.J. Evers, mw. M.J. Rietkerk, M. Ülger en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.