2012/64 ongegrond

Samenvatting

In de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) editie Walcheren is het artikel “Prontste wuuf en kerel in Veere” verschenen, waarin de Zeeuwse Streekdrachtendag is aangekondigd. Van die dag is een paar dagen later verslag gedaan in het artikel “Spiegeltjes zwiepen alle richtingen op”. Diezelfde dag is in het artikel “De druk in het dorp werd steeds groter” aandacht besteed aan de winnaars van de juryprijs van de verkiezing ‘prontste wuuf en kerel’. De winnaars van de publieksprijs – onder wie klager – zijn in deze berichtgeving niet genoemd. Naar aanleiding hiervan heeft klager nog diezelfde dag een ingezonden brief aan verweerders gestuurd, die niet is geplaatst.
Volgens de Raad stond het de redactie vrij zich bij de berichtgeving te beperken tot het vermelden van de winnaars van de juryprijs’. Zoals de adjunct-hoofdredacteur in zijn e-mail aan klager heeft erkend, was het ten behoeve van de volledigheid beter geweest als ook de winnaars van de publieksprijs waren genoemd. Dat verweerders dat hebben nagelaten is echter geen zodanige omissie dat zij daarmee journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
Verder staat het de redactie vrij ingezonden brieven niet te plaatsen, tenzij plaatsing geboden is vanwege bijzondere omstandigheden. Het staat verweerders ook vrij om het beleid te voeren dat plaatsing van brieven wordt beperkt tot reacties van lezers op nieuws in de krant. De Raad heeft begrip voor het standpunt van klager dat zijn ingezonden brief een reactie op het nieuws betrof, waarbij hij bovendien belanghebbende was. Het zou verweerders dan ook hebben gesierd als zij in hun reacties aan klager meer begrip zouden hebben getoond voor de positie van klager als één van de winnaars van de publieksprijs. Nu verweerders zelf hebben erkend dat de berichtgeving onvolledig is geweest, hadden zij ruimhartiger op de klacht van klager kunnen reageren, bijvoorbeeld door de brief van klager wel te plaatsen dan wel aan de kwestie aandacht te besteden in de rubriek van de lezersredacteur. Gelet op hetgeen de Raad eerder heeft overwogen, bestaat echter onvoldoende grond voor het oordeel dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door klagers ingezonden brief niet te plaatsen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W.C. Murre

tegen

W. van den Hurk, E. Ramakers en de hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC)

Bij brief van 10 augustus 2012 met vijf bijlagen heeft W.C. Murre te Vlissingen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen W. van den Hurk, E. Ramakers en de hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft A.L. Kroon, adjunct- hoofdredacteur, namens verweerders gereageerd in een brief van 9 oktober 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 oktober 2012 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 25 juli 2012 is in de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) editie Walcheren een artikel verschenen onder de kop “Prontste wuuf en kerel in Veere”. Daarin is de Zeeuwse Streekdrachtendag aangekondigd, die gehouden zou worden op 28 juli te Veere. Volgens het artikel is op die dag de kers op de taart de verkiezing van de beste geklede vrouw en man, in dialect: het prontste wuuf en de prontste kerel. Het slot van dit artikel luidt:
“De verkiezing van prontste wuuf en kerel staat open voor iedereen in dracht. Er is zowel een juryprijs als een publieksprijs te behalen. De deelnemers paraderen om 17.00 uur in de Grote kerk.”

Vervolgens is op 30 juli 2012 in de PZC editie Walcheren een artikel verschenen van de hand van Van den Hurk onder de kop “Spiegeltjes zwiepen alle richtingen op”. In dit artikel is verslag gedaan van de Zeeuwse Streekdrachtendag van 28 juli. Verder is diezelfde dag onder de kop “De druk in het dorp werd steeds groter” een artikel geplaatst – eveneens van de hand van Van den Hurk – over de winnaars van de juryprijs van de verkiezing ‘prontste wuuf en kerel’.

Naar aanleiding hiervan heeft klager nog diezelfde dag een ingezonden brief aan verweerders gestuurd, waarin hij onder meer heeft geschreven:
“Tevens viel er een publieksprijs te winnen. Maar… daarover in het artikel, sneu voor de lezers, geen enkel woord. Daarbovenop bedenkelijk van deelnemers te horen dat complete ‘verslaggeving’ van deze schitterende Dag niet is gepubliceerd in de overige regio papieren krant! Mijns inziens een forse misser. Voor alle duidelijkheid: één van de twee publieksprijzen is toegekend aan ondergetekende van klederdrachtvereniging ‘Mooi Zeeland’.”
In reactie hierop heeft Ramakers in een e-mail van 3 augustus 2012 aan klager bericht dat ‘reacties op het beleid niet worden geplaatst’. Klager heeft daarop in een e-mail van diezelfde dag gereageerd en onder meer geschreven:
“Opvallend niets over de publieksprijs, wie heeft die prijs dan wel gekregen, verslaggever Wendy van den Hurk schrijft daar nul over. Dat willen lezers toch weten wie dat zijn geworden? Daarover in lezers schrijven geef ik mijn mening. Dáár is toch niks mis mee!
Uw onderstaande conclusie is dan ook voorbarig. Als deelnemer van dit evenement die zich door deze publicatie tekort gedaan voelt, moet de kans krijgen d.m.v. in een ingezonden brief zijn verhaal te doen.”
Hierop heeft adjunct-hoofdredacteur Kroon nog geantwoord in een e-mail van 7 augustus 2012, waarin hij heeft geschreven:
“Bedankt voor uw kritiek. De PZC had inderdaad wel even de winnaars van de publieksprijs kunnen noemen. Dat had het verhaal volledig gemaakt. Nu is het echter mosterd na de maaltijd. Dus we laten het bij de door u gewraakte publicatie.
De hoofdredactie is het eens met de afwijzing van uw ingezonden brief. De rubriek Lezers Schrijven is niet voor polemiek over de inhoudelijke keuzes van de krant.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de winnaars van de publieksprijs ten onrechte niet genoemd zijn in het verslag over de Streekdrachtendag in de krant van 30 juli 2012. Hij vindt het erg vreemd dat het lezerspubliek in het ongewisse wordt gelaten over de winnaars van de publieksprijs. Klager verwacht als abonnee van de PZC objectieve en volledige berichtgeving. Hij voelt zich als deelnemer aan het evenement en één van de winnaars van de publieksprijs tekort gedaan. Als benadeelde heeft hij dan ook in een ingezonden brief zijn mening daarover geuit, maar die brief is niet geplaatst. Klager meent dat hem zo de kans is ontnomen zijn verhaal te doen. Hij heeft de lezersredacteur en hoofdredactie van de PZC laten weten dat hij het met deze gang van zaken niet eens is. De reacties van de (hoofd)redactie van de PZC verbazen klager zeer. Kritische lezers worden zo gemuilkorfd, aldus klager.
Hij maakt daarom bezwaar tegen de onvolledige berichtgeving over de Zeeuwse Streekdrachtendag en tegen de afwijzende reacties vanuit de (hoofd)redactie van de PZC op zijn ingezonden brief.

Verweerders stellen dat zij bij hun berichtgeving van 30 juli 2012 een selectie hebben gemaakt. De uitslag van de belangrijkste prijs is genoemd, maar de uitslag van de publieksprijs niet. Verweerders geven toe dat de berichtgeving daarmee niet volledig was, maar zij achten zich niet aan volledigheid gebonden. In de publicatie heeft de verslaggeefster zich beperkt tot de aardigste elementen: een hoofdverhaal over de sfeer van de Zeeuwse Streekdrachtendag en een tweede stukje met aandacht voor de winnaars van de hoofdprijs. Zo een selectieve aanpak is een gangbare journalistieke werkwijze. Verweerders hebben geen aanleiding gezien tot aanvullende berichtgeving. Dat is mosterd na de maaltijd, zo menen verweerders.
Zij hebben de ingezonden brief van klager niet geplaatst omdat de rubriek Lezers Schrijven is beperkt tot reacties van lezers op nieuws in de krant. De rubriek is nadrukkelijk niet bedoeld voor publicaties over de handel en wandel van de redactie. Volgens verweerders weet klager dit al jaren omdat hij een ‘vaste’  briefschrijver is. Klager krijgt regelmatig uitleg over wat er wel en niet in de rubriek Lezers Schrijven past. Het is niet aan klager maar aan de redactie om de formule van de rubriek te bepalen, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)

In dat licht stond het de redactie vrij zich bij de berichtgeving over de Zeeuwse Streekdrachtendag te beperken tot het vermelden van de winnaars van de juryprijs van de verkiezing ‘prontste wuuf en kerel’. Zoals de adjunct-hoofdredacteur in zijn e-mail aan klager heeft erkend, was het ten behoeve van de volledigheid beter geweest als ook de winnaars van de publieksprijs waren genoemd. Dat verweerders dat hebben nagelaten is echter geen zodanige omissie dat zij daarmee journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.

Verder staat het de redactie vrij ingezonden brieven en andere reacties van een naschrift te voorzien of niet te plaatsen, tenzij plaatsing geboden is vanwege bijzondere omstandigheden. (zie punt 5.2. van de Leidraad)
Het staat verweerders dan ook vrij om ten aanzien van het plaatsen van ingezonden brieven het beleid te voeren dat plaatsing van brieven wordt beperkt tot reacties van lezers op nieuws in de krant.

De Raad heeft begrip voor het standpunt van klager dat zijn ingezonden brief een reactie op het nieuws betrof, waarbij hij bovendien belanghebbende was. Het zou verweerders dan ook hebben gesierd als zij in hun reacties aan klager meer begrip zouden hebben getoond voor de positie van klager als één van de winnaars van de publieksprijs. Nu verweerders zelf hebben erkend dat de berichtgeving over de Zeeuwse Streekdrachtendag onvolledig is geweest, hadden zij ruimhartiger op de klacht van klager kunnen reageren, bijvoorbeeld door de brief van klager wel te plaatsen dan wel aan de kwestie aandacht te besteden in de rubriek van de Lezersredacteur.
Echter, gelet op hetgeen de Raad hiervoor heeft overwogen, bestaat onvoldoende grond voor het oordeel dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door klagers ingezonden brief niet te plaatsen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, dr. H.J. Evers, mw. M.J. Rietkerk, M. Ülger en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.