2012/62 deels-gegrond

Samenvatting

Klagers maken bezwaar tegen de artikelen “BOOR-verdachte ook privé dik met aannemer” en “Meldpunt Lansingerland BOOR-fraude”. Volgens klagers bevatten de artikelen een aaneenschakeling van insinuaties, feitelijke onjuistheden en grievende gevolgtrekkingen. Verder is sprake van privacyschending, aldus klagers.
Volgens de Raad hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat er op basis van bronnen en eigen onderzoek voldoende aanleiding bestond om te berichten over het vermoeden van belangenverstrengeling bij klagers, als verdachte(n) in die zaak. De Raad kan – nu het justitieel onderzoek nog loopt – niet beoordelen of de beschuldigingen aan het adres van klagers juist zijn.
Ten aanzien van het tweede artikel hebben verweerders echter erkend dat daarin ten onrechte is vermeld dat klagers betrokken zijn geweest bij het project het Hoekse Huis Boterdorp, waarbij misstanden zijn geconstateerd bij de aanbesteding. Nu in het artikel verder alleen een opsomming is gegeven van projecten waarbij klagers weliswaar betrokken zijn geweest, maar waarbij geen misstanden zijn geconstateerd, komt daarmee de grondslag van het artikel – de gemeente Lansingerland is ‘zwaar getroffen’ en klagers zijn daar debet aan – in belangrijke mate te vervallen. In zoverre is de klacht gegrond.
Ten aanzien van het toepassen van wederhoor is de Raad van oordeel dat verweerders klagers afdoende in de gelegenheid gesteld om commentaar te geven. Dat klagers thans menen van die mogelijkheid te weinig gebruik te hebben kunnen maken, kan verweerders niet worden toegerekend. Dit onderdeel van de klacht is daarom ongegrond.
Verder meent de Raad dat verweerders bij het eerste artikel op verantwoorde wijze de belangen van klagers bij de bescherming van hun privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de publicatie is gediend. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat de privacy van klagers niet disproportioneel is geschaad. Op dit punt is de klacht eveneens ongegrond.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M.J.H. Moonen en Moonen Prymaplan B.V. 

tegen

A. Liukku en de hoofdredacteur van AD

Bij brief van 16 september 2012 met diverse bijlagen heeft M.J.H. Moonen te Nieuwerkerk aan den IJssel in persoon en in zijn hoedanigheid als bestuurder van Moonen Prymaplan B.V. (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen A. Liukku en de hoofdredacteur van AD (hierna: verweerders). Bij brief van 26 september 2012 hebben klagers een bijlage overgelegd. Bij brief van 3 oktober 2012 heeft drs. P.H.G. van den Bosch, adjunct-hoofdredacteur, namens verweerders op de klacht geantwoord. Bij e-mail van 9 oktober 2012 hebben klagers nog diverse bijlagen overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 oktober 2012. Namens klagers heeft M.J.H. Moonen de klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders waren Van den Bosch en Liukku aanwezig.

DE FEITEN

Op 10 maart 2012 is in AD een artikel van de hand van Liukku verschenen onder de kop “Lansingerland vreest ook schade door bouwfraude bij BOOR”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“De gevolgen van de bouwfraude bij het Rotterdamse scholenbestuur BOOR lijken steeds omvangrijker. De gemeente Lansingerland vreest ook gedupeerd te zijn, nu blijkt dat een van de verdachten ook daar grote projecten heeft geleid. Het gaat om de 42-jarige Mark M. uit Nieuwerkerk aan den IJssel, aannemer en bouwadviseur.”

Op 17 maart 2012 is in AD een artikel van de hand van Liukku verschenen onder de kop “Mark M. liet villa bouwen” met de onderkop “BOOR-verdachte ook privé dik met aannemer”. Dit artikel opent als volgt:
“De in de BOOR-affaire van bouwfraude verdachte Mark M. heeft ook privézaken gedaan met de aannemer die hij in de arm had genomen voor de bouw van het Wolfert Lyceum en de Melanchton-school in Lansingerland. Dat stellen bronnen tegenover deze krant.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
 “Zo heeft Koninklijke Aannemingmaatschappij Van Waning, gevestigd in Capelle aan den IJssel, in 2008 en 2009 het privéhuis gebouwd van M., de 42-jarige verdachte uit Nieuwerkerk aan den IJssel. Dat bevestigen bij de bouw betrokken partijen. Dit gebeurde op het moment dat de man namens de gemeente Lansingerland werkte als projectleider bij de ontwikkeling van de twee grote middelbare scholen langs het hsl-tracé, die in het voorjaar van 2010 zijn opgeleverd.”
en

“In het kadaster staat niet vermeld dat er een hypotheek is afgesloten voor het huis, waarvan de waarde wordt geschat op ongeveer een miljoen.
De banden tussen Van Waning en M. gaan verder. Zo meldde het gerenommeerde bouwbedrijf zich in mei 2009 als hoofdsponsor van de turnvereniging Pro Patria uit Zoetermeer, waar de dochter van de adviseur een van de toptalenten is.
De directeur van Van Waning (zowel hij als het bedrijf zijn geen verdachte in de zaak) wil niet reageren. M. laat weten ‘zich totaal niet te herkennen in alle insinuaties’. Hij heeft een advocaat in de arm genomen om ‘alle geleden schade te verhalen op BOOR’, het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam. De Rotterdamse onderwijskoepel, waar M. ook voor werkte, heeft aangifte tegen hem gedaan. Op de bouw van zijn nieuwe villa wil M. niet ingaan.

Inmiddels is ook duidelijk dat de nieuwbouw van het Wolfert Lyceum en Melanchton Bergschenhoek veel duurder is uitgevallen dan begroot. Na vragen over het geringe eigen vermogen van BOOR, stelde de Rotterdamse wethouder Kriens eerder dat dit te maken had met de ‘hogere kosten van het Wolfert Lyceum’.
ONDERZOEK
De gemeente Lansingerland, die vorig jaar nog 3,5 miljoen euro extra heeft bijgelegd voor de twee scholen, heeft inmiddels een onderzoek aangekondigd naar alle projecten waar M. bij betrokken was. De onderzoeken zijn in volle gang. Justitie heeft naast M. vijf verdachten.”
Bij het artikel is een foto geplaatst van de woning van de heer Moonen.
 
Op 6 april 2012 is in AD een artikel van de hand van Liukku verschenen onder de kop “Meldpunt Lansingerland BOOR-fraude”. Dit artikel opent als volgt:
“Lansingerland heeft een meldpunt opgericht waar iedereen zich kan melden die aanwijzingen heeft voor bouwfraude binnen de gemeente.
Aanleiding is de fraudezaak in de Rotterdamse scholenkoepel BOOR, waaruit blijkt dat ook Lansingerland zwaar getroffen is.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Een van de verdachten, de 42-jarige Mark M. uit Nieuwerkerk aan den IJssel, heeft een lang verleden in de voormalige 3B-driehoek. Deze bouwadviseur wordt door justitie verdacht van het opdrijven van de prijs en het in dienst nemen van bevriende bouwbedrijven. M. werkte niet alleen voor BOOR, maar ook voor de gemeente Lansingerland, waar hij vele miljoenenprojecten onder zijn hoede had.”
en
“Later, in 2007, nam M. de leiding [de] over het Hoekse Huis Boterdorp in Bergschenhoek, een gebouw voor twee basisscholen van ongeveer 5 miljoen euro.
Bij dit project werden toen al misstanden geconstateerd bij de aanbesteding, omdat in eerste instantie maar één partij zich inschreef. Toen de gemeente erop aandrong om het nog een keer aan te besteden kwam toch weer dezelfde bouwer uit de bus: Van Waning uit Capelle aan den IJssel.
Het onderzoeksbureau SBV Forensics, door de gemeente ingeschakeld, hoopt door tips van burgers meer zaken op het spoor te komen.”

De klacht is gericht tegen de artikelen van 17 maart en 6 april 2012. De heer Moonen is in de publicaties aangeduid met zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de artikelen zeer tendentieus, grievend en insinuerend zijn. Op basis van onjuistheden worden conclusies getrokken die zeer schadelijk voor hen zijn, zowel privé als zakelijk. Hoewel de klacht niet is gericht tegen het artikel van 10 maart 2012 wijzen klagers erop dat al in deze publicatie op een grievende toon onjuistheden zijn weergegeven.
In het artikel van 17 maart 2012 wordt de onjuiste, tendentieuze berichtgeving voortgezet. Zo hebben niet klagers maar de schoolbesturen de aannemers en installateurs voor de bouw van de scholen gecontracteerd. Verder was het bij BOOR bekend dat het woonhuis van de heer Moonen door dezelfde aannemer is gebouwd, wat voor BOOR geen probleem was. Voorts blijkt uit het kadaster dat er wel degelijk een hypotheek is ingeschreven. Verder is ten onrechte gesuggereerd dat sprake was van overschrijding van het bouwbudget van het Wolfert Lyceum en dat de gemeente Lansingerland € 3,5 miljoen extra heeft bijgelegd. De extra kosten van het lyceum zien op de kosten voor tijdelijke huisvesting en niet op het bouwbudget. Het geld dat de gemeente Lansingerland heeft betaald betreft een bijdrage voor doordecentralisatie, hetgeen los staat van de bouwbudgetten. De privacy van de heer Moonen is ernstig en onnodig aangetast, door een beschrijving van de ligging van zijn woonhuis en een foto ervan. Hierdoor is de publicatie gemakkelijk tot klagers te herleiden. Verder was het onnodig de dochter van de heer Moonen in het artikel te betrekken, aangezien veel bedrijven sportverenigingen sponsoren. Klagers menen dat publicatie geen maatschappelijk belang dient. Het doel lijkt slechts te zijn om hen te beschadigen, aldus klagers.
Zij stellen verder dat het vermelden van onjuistheden doorgaat in het artikel van 6 april 2012. In deze publicatie wordt de indruk gewekt dat de oprichting van het fraudemeldpunt van Lansingerland is te wijten aan de BOOR-fraude en de vermeende betrokkenheid van klagers daarbij. Uit een artikel op de website van de gemeente blijkt echter dat het verschijnen van berichten in de media daarvan de aanleiding is geweest. Voorts is zonder onderbouwing gesuggereerd dat de gemeente Lansingerland ‘zwaar is getroffen’ en dat klagers daarmee in verband staan. In dat kader is ten onrechte vermeld dat klagers betrokken waren bij de bouw van het Hoekse Huis Boterdorp. Verweerders hebben deze onjuiste conclusie getrokken, louter en alleen omdat bij dat project aannemer Van Waning was betrokken.
Ten slotte stellen klagers dat onvoldoende wederhoor is toegepast. Aanvankelijk wilde de heer Moonen dat eerst de juridische zaak tot rust zou komen. Bovendien heeft de BOOR-zaak betrekking op Rotterdam en hij wist niet dat een link zou worden gelegd met Lansingerland. Na de publicatie van 10 maart 2012 besloot hij de telefoon wél op te nemen. Voorafgaand aan de publicatie van 17 maart is hij benaderd, maar in het toen gevoerde gesprek kreeg hij niet de indruk dat hij kon reageren. Hij had het vermoeden dat de uitkomst van het artikel al vaststond. De toon van het gesprek was van gelijke aard als de publicaties. Dit is dan ook de reden dat de heer Moonen slechts kort met de verslaggever heeft gesproken, aldus klagers.

Verweerders stellen dat de zogeheten BOOR-bouwfraude van zodanige omvang is dat met berichtgeving daarover een maatschappelijk belang gemoeid is. De artikelen zijn gemaakt op basis van bronnen die bekend zijn bij de hoofdredacteur. Gelet op de maatschappelijke relevantie en de ernst van het strafrechtelijk onderzoek was het gerechtvaardigd om gebruik te maken van anonieme bronnen, aldus verweerders.
Zij menen dat het artikel van 17 maart 2012 een nauwgezette onderbouwing behelst van de banden tussen klagers en aannemer Van Waning, die in Lansingerland twee scholen mocht bouwen. Klagers waren in dienst van de gemeente en behoorden alle schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. In dat verband wijzen verweerders op de Handreiking Belangenverstrengeling 2010 van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector. Zij achten het van belang dat klagers een woonhuis hebben laten bouwen door een aannemer met wie zij zakelijk betrokken zijn geweest in projecten waarin sprake is geweest van fraude. Klagers zijn verdachte in een grootscheeps en door alle media beschreven bouwfraude-onderzoek waarin de verwevenheid van persoonlijke en zakelijke banden wordt onderzocht. In dit verband is het essentieel dat de feiten worden ondersteund met een foto van het woonhuis van de heer Moonen, waaruit blijkt dat het een villa is. Overigens is de heer Moonen – zoals gebruikelijk – slechts met zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam aangeduid. De vermelding van het sponsorcontract is van belang, omdat daarmee mede bewijs wordt geleverd van het bestaan van niet-zakelijke banden. De naam van de dochter van de heer Moonen is niet vermeld, maar juist wél de naam van de sportvereniging, om te voorkomen dat andere sportverenigingen mogelijk benadeeld zouden worden. Al deze zaken dienden vermeld te worden om de schijn van belangenverstrengeling aannemelijk te maken. Verweerders hebben daarbij een afweging gemaakt tussen het maatschappelijke belang en de aandacht rondom de fraudezaak enerzijds en de mate waarin de publicatie tot klagers te herleiden is anderzijds. Verder betwisten verweerders dat sprake is van onjuiste berichtgeving. Uit het kadaster blijkt dat er geen hypotheek op het huis is gevestigd, maar op het perceel. Ter zake van de overschrijding van de budgetten voor de bouw van de scholen wijzen verweerders erop dat de tijdelijke huisvesting van het Wolfert Lyceum onderdeel uitmaakte van het gehele bouwproject, waardoor de kosten van het gehele bouwproject hoger zijn uitgevallen.
Ten aanzien van het artikel van 6 april 2012 erkennen verweerders dat daarin een feitelijke onjuistheid staat. Klagers zijn inderdaad niet betrokken geweest bij de aanbesteding en bouw van het Hoekse Huis Boterdorp, maar wel bij de andere projecten die in het artikel zijn vermeld. Verder menen verweerders dat klagers de zaken omdraaien door te stellen dat media-aandacht de aanleiding is geweest voor het oprichten van het meldpunt. Eerst waren er immers de verdenkingen van bouwfraude en het begin van het justitieel onderzoek. De media hebben daarover bericht, waarna het meldpunt is geopend. De kwestie heeft voor de gemeente grote maatschappelijke, financiële en publicitaire consequenties. In dat opzicht is de gemeente dus ‘zwaar getroffen’.
Verder stellen verweerders dat zij van justitie hebben vernomen – zoals ook door justitie op Radio Rijnmond is verkondigd – dat de fraudezaak draait om het verstrekken van opdrachten tegen betaling. Het gevolg hiervan is dat prijzen worden opgedreven omdat de marktwerking buitenspel wordt gezet. Verder blijkt uit het interne onderzoek dat het bestek zodanig in elkaar zat, dat vaak dezelfde bedrijven opdrachten kregen. Gelet op het grote algemeen belang van de berichtgeving mochten verweerders de privacy van klagers aantasten op de wijze zoals zij hebben gedaan; juist omdat de vervaagde grenzen tussen privé en zakelijk de kern van de berichtgeving betrof, was het nodig om bepaalde aspecten uit het privéleven van de heer Moonen te vermelden.
Verweerders stellen ten slotte dat zij in het kader van wederhoor herhaaldelijk contact hebben gezocht met klagers. De voicemail van de heer Moonen is meerdere keren ingesproken. Het uiteindelijke gesprek was slechts van korte duur omdat de heer Moonen liet weten zich niet te herkennen in de berichtgeving en het gesprek heeft beëindigd. Deze reactie is ook verwerkt in de publicatie van 17 maart 2012.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat sprake is van onjuiste, tendentieuze berichtgeving, waarbij onvoldoende wederhoor is toegepast en de privacy van klagers in het artikel van 17 maart 2012 ongerechtvaardigd is aangetast.

De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar (vermeende) misstanden in de bouw. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. Daarbij komt dat de BOOR-fraude grote maatschappelijke aandacht heeft. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat er op basis van bronnen en eigen onderzoek voldoende aanleiding bestond om te berichten over het vermoeden van belangenverstrengeling bij klagers, als verdachte(n) in die zaak.
De Raad kan – nu het justitieel onderzoek nog loopt – niet beoordelen of de beschuldigingen aan het adres van klagers juist zijn.
Echter ten aanzien van het artikel van 6 april 2012 hebben verweerders erkend dat daarin ten onrechte is vermeld dat klagers betrokken zijn geweest bij het project het Hoekse Huis Boterdorp. In dit artikel is beschreven dat de gemeente Lansingerland zwaar is getroffen. Daarbij is een relatie gelegd met klagers, die betrokken zijn geweest bij verschillende bouwprojecten waaronder het project het Hoekse Huis Boterdorp. Volgens de publicatie werden bij dit project misstanden geconstateerd bij de aanbesteding. Aldus is de suggestie gewekt dat klagers in verband staan met de bewering dat de gemeente Lansingerland ‘zwaar is getroffen’. Nu in het artikel verder alleen een opsomming is gegeven van projecten waarbij klagers weliswaar betrokken zijn geweest, maar waarbij geen misstanden zijn geconstateerd, komt daarmee de grondslag van het artikel – de gemeente Lansingerland is ‘zwaar getroffen’ en klagers zijn daar debet aan – in belangrijke mate te vervallen. In zoverre acht de Raad de klacht dan ook gegrond.

Ten aanzien van het toepassen van wederhoor overweegt de Raad dat verweerders onweersproken hebben gesteld dat zij herhaaldelijk hebben getracht klagers te bereiken en  meerdere keren de voicemail van de heer Moonen hebben ingesproken. Uiteindelijk heeft voorafgaand aan de publicatie van 17 maart 2012 een gesprek plaatsgevonden tussen de verslaggever en de heer Moonen. Zoals door klagers is erkend, heeft de heer Moonen – om hem moverende redenen – ervoor gekozen in dat gesprek slechts summier te reageren.
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders klagers afdoende in de gelegenheid gesteld om commentaar te geven. Dat klagers thans menen van die mogelijkheid te weinig gebruik te hebben kunnen maken, kan verweerders niet worden toegerekend. Voor zover de klacht betrekking heeft op onvoldoende toepassing van wederhoor, is deze dan ook ongegrond. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)

Verder is de Raad van oordeel dat verweerders bij de berichtgeving van 17 maart 2012 op verantwoorde wijze de belangen van klagers bij de bescherming van hun privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de publicatie is gediend. Gelet op de context van de berichtgeving was het journalistiek relevant en niet ontoelaatbaar om te berichten over het sponsorcontract met de turnvereniging van de dochter van de heer Moonen. Daarbij is van belang dat de naam van de dochter niet is vermeld. De Raad acht niet aannemelijk gemaakt dat klagers door het plaatsen van een foto van de woning van de heer Moonen voor het grote lezerspubliek, buiten de woonkern van de heer Moonen, in het artikel van 17 maart 2012 identificeerbaar zijn. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad dan ook van oordeel dat de privacy van klagers niet disproportioneel is geschaad. Op dit punt is de klacht eveneens ongegrond. (zie punten 2.4.1. en 2.4.6. van de Leidraad)

BESLISSING

De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de in het artikel van 6 april 2012 beschreven feitelijke onjuistheden. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in AD te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 december 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma,  drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen,  plaatsvervangend secretaris.