2012/61 ongegrond

Samenvatting

Klaagster maakt bezwaar tegen de publicatie “Het blije gezicht van de Wallen” waarin een profiel van haar is geschetst. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd. De Raad overweegt dat een journalist bij het schrijven van een profiel een eigen invalshoek mag hanteren en de geportretteerde desnoods scherp mag karakteriseren. Hij heeft daarbij wel een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. Klaagster kan onder meer vanwege haar positie als woordvoerder van De Rode Draad, als publiek figuur worden aangemerkt. Zij dient zich daarom een zekere mate van aantasting van haar persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen. Voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat het artikel een schets betreft van klaagster en dat uitlatingen aan klaagsters adres met name de perceptie van de bronnen betreffen. Het stond verweerders vrij de meningen van de bronnen weer te geven op de wijze zoals zij hebben gedaan. Het artikel bevat zowel negatieve als positieve uitlatingen over klaagster. Er is geen zodanig negatief beeld over klaagster geschetst dat aanleiding bestaat voor het oordeel dat verweerders onvoldoende zorgvuldigheid hebben betracht ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. Niet is gebleken dat verweerders een onzorgvuldige of eenzijdige selectie hebben gemaakt van bronnen of de feiten onvoldoende hebben onderzocht. Hoewel klaagster aannemelijk heeft gemaakt dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, zijn die niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Onder deze omstandigheden behoefden verweerders bovendien geen wederhoor toe te passen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. Blaak 

tegen

H. Pen en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief met drie bijlagen, door de Raad ontvangen op 14 september 2012, heeft mevrouw M. Blaak te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen H. Pen en de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 oktober 2012, in aanwezigheid van klaagster. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op 4 september 2012 is in Het Parool een artikel van de hand van Pen verschenen onder de kop “Het blije gezicht van de Wallen”. De publicatie, aangeduid als ‘profiel Metje Blaak’, opent als volgt:
“Metje Blaak (63) gaat met vervroegd pensioen nu belangenvereniging De Rode Draad failliet is. Echt rouwig is men er in het veld niet om.”
Verder luidt het artikel:
“Raamexploitanten en seksbazen op de Wallen moeten hun handen hebben dichtgeknepen met Metje Blaak, ex-prostituee, schrijver, fotograaf, programmamaker en voorzitter van belangenvereniging De Rode Draad. Misstanden op de Wallen? Dat valt toch wel mee, betoogde Blaak desgevraagd veelvuldig. Heel veel ‘meisjes’ werken niet gedwongen achter de ramen. Ja er zullen er heus wel één of twee tussen zitten, maar we moeten de zaak niet overdrijven, is haar motto.
Blaak, jarenlang hét gezicht van De Rode Draad, verzette zich tegen een registratieplicht voor zelfstandig werkende prostituees en de opschoning van de Wallen door wethouder Lodewijk Asscher.
Wie kritiek op haar leverde, kreeg het voor zijn kiezen. Ze zou bij verschillende mensen een persoonlijke hetze voeren. Zo ook tegen Patricia, een prostituee die een aantal jaren op de Wallen heeft gewerkt en daarover schreef in Het Parool. In haar serie Achter het raam liet ze weinig heel van Blaak. ‘De meeste vrouwen op de Wallen hebben haar nog nooit gesproken. Ze doet al jaren voorkomen alsof zij de stem en het geweten is van de vrouwen op de Wallen. Maar negentig procent van mijn collega’s kent Metje niet’, schreef Patricia.
Ex-gemeenteraadslid en prostitutiedeskundige Karina Content wil eigenlijk niets zeggen over Blaak. “Ik heb me altijd verbaasd over het journaille dat haar serieus neemt.” Ze aarzelt. Toch moet haar één ding van het hart. “Drie jaar terug werd een Hongaars meisje op de Wallen vermoord. Metje stond vooraan om te verkondigen dat het meisje uit vrije wil werkte. Sorry hoor. Dat meisje werkte tot een week voor haar bevalling, en vervolgens weer een week na haar bevalling.” Het voorbeeld moet genoeg zeggen, vindt ze.
Asscher liet zich een halfjaar terug nog over Blaak ontvallen: “Je kunt Metje Blaak wel verwijten dat zij wel erg weinig afstand heeft genomen van het idyllische beeld van de prostitutie.”
Blaak (Almelo, 1949) heeft zelf ruim twintig jaar in de prostitutie gewerkt. Ze heeft er ook een autobiografie over geschreven: Who the fuck is Daatje Smit? In 1997 stapte ze uit het vak. Ze werd het gezicht van De Rode Draad die 27 jaar geleden is opgericht en jaarlijks dertigduizend euro subsidie kreeg. De club kwam op voor de rechten van de dames.
“Historisch gezien is de Rode Draad belangrijk geweest. Die heeft belangrijke dingen gedaan voor prostituees. Maar Metje is verzand in het brengen van een te eenzijdig beeld. Ze heeft het over vrouwen die vrijwillig werken maar zo is het niet bij de gehele doelgroep,” zegt Heleen Driessen van het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel.
Dat De Rode Draad failliet is nu de overheidssubsidie stopt, noemt Driessen spijtig. “Maar vroeger speelde de organisatie een grote rol. Dat is al een tijd niet meer zo. Nu doet vakbond Geisha dat.”
Dat er kritiek is op Blaak omdat ze allerlei misstanden achteloos wegwuift, snapt Driessen. “Je kunt niet alles wegwuiven. Er is wel degelijk iets aan de hand. Maar Metje durfde op haar beurt de prostitutie wel een gezicht te geven. Zij wilde als ex-prostituee naar buiten treden. Dat je dat durft en doet, is bewonderenswaardig.”
Raadslid Marieke van Doorninck (GroenLinks), die zich ook met mensenhandel bezighoudt, vindt het erg dat een organisatie die voor sekswerkers opkomt, nu failliet is gegaan. Zij wil geen kwaad woord horen over Blaak. “De Rode Draad heeft vaak genoeg afstand genomen van mensenhandel. De organisatie werkt alleen vanuit de rechten voor de prostituee en heeft het niet over gedwongen prostitutie. Misstanden op de Wallen zijn nu eenmaal niet hun eerste speerpunt.”
Patricia en haar collega’s zien het anders. Ze vinden dat Blaak – tuk op media-aandacht – een persoonlijk slaatje uit de Wallen slaat. “Met haar glossy over het vak waarbij ze voornamelijk in haar eigen vriendenkringetje verhalen opdoekt,” aldus Patricia. Maar ook met haar boek Witboek, handboek voor sekswerkers, waarin ze een tipje van de sluier oplicht met verhalen en anekdotes uit har wereld en tips geeft aan nieuwe prostituees: leer je rechten kennen, betaal belasting, voer een boekhouding en richt je eigen peeskamer in.
Ook pikte Blaak tijdens een voorlichtingsronde aan de dames achter de ramen over de prostitutievakbond een graantje mee. Een nieuw lid, meldde Blaak terloops als de dames de deur op een kier zetten, kon een fotoshoot in haar eigen fotostudio krijgen, tegen een mooi prijsje. Via haar site metjeblaak.nl kunnen belangstellenden de rondleiding Metje Mokum Toer krijgen. Deze eindigt in haar historische kamer aan de Nes en het lezen van een passage uit een van haar boeken.
Patricia schreef in haar serie in deze krant dat een collega uit het vak wel respect had dat Blaak zo’n leuke baan voor zichzelf had gecreëerd nadat ze uit de prostitutie was gestapt. “Noem mij één ding dat ze voor elkaar heeft gekregen,” aldus een andere collega van Patricia.
Mariska Majoor van het Prostitutie Informatie Centrum, eveneens ex-prostituee, vindt alle kritiek op Blaak onterecht. “Metje kwam uit het vak en verstopt zich daar niet voor. Ze durft haar nek uit te steken. Groot respect. Probeer het maar eens,” aldus Majoor.
“De kritiek komt steeds uit dezelfde hoek: van Asscher, een columniste en hulpverleners. Het is kritiek op de prostitutie in het algemeen. Je hebt te maken met mensen die er moeite mee hebben, ook al zit je vrijwillig in het vak. Tegenover elk verhaal kan ik een ander verhaal zetten.””

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt dat het artikel zonder wederhoor is geplaatst. Zij is in de publicatie als persoon op de korrel genomen en verantwoordelijk gesteld voor door haar als woordvoerster van De Rode Draad gedane uitspraken. De publicatie heeft geen enkele nieuwswaarde, is tendentieus en grievend, en op belangrijke onderdelen onwaar. Klaagster vermoedt dat een positieve publicatie over haar in de Volkskrant de aanleiding is geweest om het gewraakte ‘tegenartikel’ te schrijven, om haar daarmee zoveel mogelijk in diskrediet te brengen. In het gewraakte artikel wordt een aantal onwaarheden als feit opgevoerd, aangevuld met anonieme roddel en achterklap, afkomstig van een wraakzuchtig anoniem persoon die zich Patricia noemt.
Ter ondersteuning van haar standpunten haalt klaagster diverse passages aan, die volgens haar onjuist zijn, bijvoorbeeld dat zij met vervroegd pensioen gaat. Haar wordt nu veelvuldig gevraagd of zij nog wel blijft werken. Door de onjuiste suggestie worden haar belangen geschaad, aldus klaagster.
Zij stelt verder dat een groot deel van het artikel wordt toegeschreven aan ‘Patricia’. Deze persoon verkondigt onwaarheden, terwijl niet verifieerbaar is wie de persoon is. Ten onrechte is beschreven dat klaagster een persoonlijke hetze tegen ‘Patricia’ heeft gevoerd. Volgens klaagster heeft zij ‘Patricia’ nooit ontmoet en kent zij haar niet. Juist tegen klaagster wordt op deze wijze een hetze gevoerd, doordat verweerders ‘Patricia’ een podium geven om klaagster in diskrediet te brengen. Klaagster weerspreekt gemotiveerd de aantijgingen die ‘Patricia’ aan haar adres heeft gedaan.
Klaagster benadrukt voorts dat zij als woordvoerder van de belangenvereniging De Rode Draad veel naar buiten is getreden en de standpunten van de vereniging heeft verkondigd. In het artikel zijn ten onrechte standpunten toegeschreven aan haar als privépersoon, terwijl zij die in haar functie als woordvoerder van De Rode Draad heeft uitgedragen. Zij wordt in het artikel ten onrechte voor het gevoerde beleid van De Rode Draad verantwoordelijk gehouden, aldus klaagster.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Een journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)

In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad dat een journalist bij het schrijven van een profiel een eigen invalshoek mag hanteren en de geportretteerde desnoods scherp mag karakteriseren. Hij heeft daarbij wel een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. (vgl. RvdJ 2011/83)

Klaagster kan onder meer vanwege haar positie als woordvoerder van De Rode Draad, als publiek figuur worden aangemerkt. Zij dient zich daarom een zekere mate van aantasting van haar persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen. (zie punt 2.4.2. van de Leidraad)

Volgens de Raad is het voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk dat het artikel een schets betreft van klaagster en dat uitlatingen aan klaagsters adres met name de perceptie van de bronnen betreffen. Het stond verweerders vrij de meningen van de bronnen weer te geven op de wijze zoals zij hebben gedaan. Nu ‘Patricia’ zich kennelijk eerder onder die naam publiekelijk over klaagster heeft uitgelaten, valt niet in te zien waarom verweerders haar niet ook in het gewraakte artikel onder die naam als bron mochten opvoeren.
Het artikel bevat zowel negatieve als positieve uitlatingen over klaagster. Naar het oordeel van de Raad is door verweerders niet een zodanig negatief beeld over klaagster geschetst dat aanleiding bestaat voor het oordeel dat verweerders onvoldoende zorgvuldigheid hebben betracht ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. Niet is gebleken dat verweerders een onzorgvuldige of eenzijdige selectie hebben gemaakt van bronnen of de feiten onvoldoende hebben onderzocht. Hoewel klaagster aannemelijk heeft gemaakt dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, zijn die – bezien in de context van de publicatie – niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Onder die omstandigheden behoefden verweerders bovendien geen wederhoor toe te passen.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 december 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma,  drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen,  plaatsvervangend secretaris.