2012/60 ongegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het artikel “’Oppasoma kweekt toch geen wiet?’” waarin klaagster is genoemd. De Raad stelt vast dat klaagster op eigen initiatief contact heeft opgenomen met de redactie om aandacht te vragen voor hetgeen haar is overkomen, klaarblijkelijk om een misstand publiekelijk aan de kaak te stellen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de privacy van klaagster disproportioneel is aangetast. Verweerder heeft bovendien een evenwichtig beeld geschetst van wat klaagster is overkomen. Nu verder niet is gebleken dat de gewraakte berichtgeving feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerder anderszins journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld, komt de Raad tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad

Bij brief van 29 augustus 2012 met drie bijlagen heeft mevrouw X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad (hierna: verweerder). Hierop heeft W.T.H. Bouwmans, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 17 september 2012 met. Klaagster heeft daarop gereageerd in een schrijven dat op 2 oktober 2012 door de Raad is ontvangen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 oktober 2012 waar partijen niet zijn verschenen.

DE FEITEN

Op 24 augustus 2012 is in het Eindhovens Dagblad een artikel verschenen onder de kop “’Oppasoma kweekt toch geen wiet?’”. Het artikel luidt verder:
“De vruchteloze zoekactie door de politie naar een hennepplantage in een woning aan de Borgerhoutlaan in Eindhoven, was woensdagochtend niet de enige in de stad. Ook bij [X], wonend aan het […] in stadsdeel […], ving de politie bot. Nog geen grammetje wiet werd er aangetroffen.
[X] is des duivels. Net als de bewoonster van de Borgerhoutlaan zal ook zij een klacht indienen tegen het politieoptreden. Volgens [X] waren daar ‘tien tot vijftien man’ bij betrokken, inclusief mensen van de gemeente. ,,Ik ben een geregistreerde oppasoma. Die gaat toch geen wiet kweken? Voor hetzelfde geld waren mijn twee kleinkinderen van twee en vier hier getuige van geweest. Gelukkig lag de een op bed en was de ander net naar school.”
In de schuur van de vrouw troffen de agenten niets aan. ,,Ze hebben niet eens excuus aangeboden”,  moppert [X]. ,,Ik heb er de hele nacht van wakker gelegen. Op straat word ik nu met de nek aangekeken en mensen blieken bij me naar binnen.”
Ook in het geval van [X] verklaarde de politie dat zij een ‘anonieme tip’ had gekregen. Volgens een woordvoerder van de politie is dat alleen niet voldoende voor een dergelijke actie. ,,Want dan zouden veel mensen een ander op eenvoudige wijze een hak kunnen zetten. Het vooronderzoek moet voldoende gronden bevatten voor een verdenking.” Welke dat waren in deze twee zaken, wil de politie niet prijsgeven. ,,We gaan niet in op individuele gevallen.”
Volgens de woordvoerder komt het ‘regelmatig’ voor dat bij een actie niets gevonden wordt. ,,Gelukkig gebeurt het vaker dat onze informatie wél klopt.” Hij wijst op de mogelijkheid om een klacht in te dienen, met eventuele schadevergoeding tot gevolg. De dames gaan dat ook zeker doen. De […]se heeft gisteren op het bureau daartoe een formulier opgehaald. ,,In twee minuten stond ik alweer buiten. Ik ga er zeker een gepeperde brief bij schrijven, want dit pík ik niet.” Het huilen staat haar nader dan het lachen: ,,Ik vind het verschrikkelijk. Ik doe nooit iets illegaals. Op de fiets stop ik zelfs voor het rode licht.””

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat door de publicatie haar privacy is aangetast. Zij voert aan dat op 22 november de politie ten onrechte een huiszoeking bij haar heeft gedaan en dat sprake is van mensonwaardige praktijken van de politie. Zij heeft de volgende dag telefonisch contact opgenomen met de redactie, met het doel dat de krant aandacht aan deze misstand zou besteden. Volgens klaagster heeft de redacteur haar daarop meegedeeld dat er geen artikel geplaatst kon worden. De redacteur heeft haar gevraagd naar haar naam en adres, naar de indruk van klaagster om haar eventueel terug te kunnen bellen als er toch een artikel zou worden gepubliceerd. In haar reactie op het verweerschrift voegt klaagster hieraan toe dat het naar haar mening niet interessant is wie nou wie heeft gebeld, omdat zij nimmer de suggestie heeft gewekt dat zij toestemming gaf om met naam en toenaam in de krant te worden vermeld.
Klaagster was verbijsterd toen zij een dag later het gewraakte artikel las. Het is nooit haar bedoeling geweest dat haar naam en straatnaam gepubliceerd zouden worden; daarvoor heeft zij geen toestemming gegeven. Zij benadrukt dat zij niet de openbaarheid heeft gezocht voor haar verhaal, maar dat zij aandacht heeft gevraagd voor de lichtzinnigheid van de politie bij het doen van huiszoekingen.
Volgens klaagster wordt zij door het artikel in haar goede naam aangetast. Ook al is beschreven dat de huiszoeking niks heeft opgeleverd, er worden toch conclusies aan verbonden. De gemiddelde lezer zal denken: waar rook is, is vuur. De publicatie heeft een negatieve invloed op haar werkzaamheden als oppasoma en als secretaresse op een advocatenkantoor, aldus klaagster.

Verweerder stelt dat klaagster zelf contact met de redactie heeft opgenomen. In eerste instantie heeft klaagster gesproken met een medewerker van de stadsredactie, die heeft meegedeeld dat de krant vooralsnog niets met het verhaal van klaagster zou doen. Later is een heroverweging gemaakt en heeft een andere redacteur contact gezocht met klaagster voor een verhaal. Klaagster is teruggebeld, omdat haar verhaal toch voor publicatie in aanmerking kwam. In dat verband is ook naar de juiste schrijfwijze van klaagsters naam gevraagd, zodat deze in de publicatie kon worden verwerkt. Volgens verweerder wordt de naam van klaagster ook niet geschaad. Er wordt klaagster juist een podium geboden om geruchtvorming in de buurt tegen te gaan, doordat zij duidelijk afstand heeft kunnen nemen van het optreden van de politie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Een journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.
Daarnaast zal de journalist de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punten 1.2., 1.3. en 2.4.1. van de Leidraad van de Raad)

De Raad stelt vast dat klaagster op eigen initiatief contact heeft opgenomen met de redactie om aandacht te vragen voor hetgeen haar is overkomen. Dat neemt niet weg dat klaagster er zelf voor heeft gekozen ruchtbaarheid te geven aan haar zaak, klaarblijkelijk om een misstand publiekelijk aan de kaak te stellen.

Mede in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, bestaat geen grond voor het oordeel dat de privacy van klaagster disproportioneel is aangetast. Verweerder heeft bovendien een evenwichtig beeld geschetst van wat klaagster is overkomen.

Nu overigens niet is gebleken dat de gewraakte berichtgeving feitelijke onjuistheden bevat of dat verweerder anderszins journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld, komt de Raad tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 december 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma,  drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen,  plaatsvervangend secretaris.