2012/57 deels-gegrond

Samenvatting

In een uitzending van Meldpunt! is aandacht besteed aan klachten over hotelkortingskaarten, die door klager c.q. zijn bedrijf Sell-It CV zijn verstrekt. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen in de uitzending aan de orde is gesteld. Bovendien is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Verder heeft de redactie voorafgaand aan de uitzending meerdere malen contact gehad met klager en diens raadsman, waarbij zij de strekking van de gedane uitlatingen aan klagers adres heeft kenbaar gemaakt. Het is aannemelijk dat aldus de kern van de uitzending voor klager voldoende duidelijk moet zijn geweest. Klager heeft uiteindelijk in de studio op de uitlatingen gereageerd, waarbij hem ruimschoots de gelegenheid is geboden zijn visie naar voren te brengen. Van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving is geen sprake. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Ten aanzien van het gebruik van een verborgen camera heeft verweerder aangevoerd dat de redactie wederhoor wilde toepassen, maar twijfelde aan de bereidwilligheid van klager om met haar te spreken en (vooral) daarom ervoor heeft gekozen om klager met een verborgen camera te benaderen. Deze werkwijze kan echter – vanwege het heimelijke karakter ervan – niet worden aangemerkt als een juiste manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Overigens heeft verweerder onvoldoende aangetoond dat het doel op dat moment niet op een andere manier kon worden bereikt en evenmin dat de beelden een maatschappelijk belang zouden dienen. Reeds om deze reden is op dit punt journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Daarbij komt dat verweerder deze beelden vervolgens heeft gebruikt om klager ertoe te bewegen in de uitzending aanwezig te zijn. Daarmee heeft verweerder zijn positie misbruikt. Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
Ten slotte overweegt de Raad dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op verzoek van de raadsman van klager enkele reacties van zijn website heeft verwijderd, die een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager bevatten. Daarmee heeft hij adequaat en conform de uitgangspunten van de Leidraad van de Raad gehandeld. Verder is niet gebleken dat op het forum andere reacties zijn geplaatst met een zodanige inhoud dat deze door verweerder verwijderd hadden moeten worden. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
T. van den Berg
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Meldpunt! (Omroep Max)
 
Bij brief van 15 juni 2012 met 28 bijlagen heeft T. van den Berg, directeur van Sell-It CV, (hierna klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Meldpunt! (hierna: verweerder).
 
Namens verweerder heeft mr. E. Jurjens, advocaat te Amsterdam, bij brief van 16 augustus 2012 met 15 bijlagen op de klacht geantwoord. Klager heeft vervolgens nog nadere stukken overgelegd bij brief van 27 augustus 2012 en bij e-mail van 4 september 2012.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2012. Klager is daar verschenen, vergezeld door A. Buitenkamp, en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerder waren mr. E. Jurjens, mr. R. van der Zaal, S. Rijper (eindredacteur Meldpunt!), J. Slagter (voorzitter Omroep Max) en mw. F. Arens (hoofd Strategie & Beleid Omroep Max) aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 26 januari 2012 is in een uitzending van het televisieprogramma Meldpunt! aandacht besteed aan hotelkortingskaarten, de Hotelgoldcard en het HotelGroup Passport, die door klager c.q. zijn bedrijf telefonisch zijn verkocht. Een aantal personen met klachten over deze kaarten is voorafgaand aan de uitzending geïnterviewd. In de studio wordt klager met de klachten over zijn producten geconfronteerd. Verder worden mw. E. Putters van Consuwijzer en mw. L. Bouwmeester, Tweede Kamerlid van de PvdA, aan het woord gelaten.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt kort samengevat dat de kijker niet anders kan concluderen dan dat hij een oplichter is en dat het bedrijf waarvoor hij werkt consumenten op onrechtmatige wijze geld afhandig maakt voor een product dat in de praktijk onbruikbaar blijkt. Hij wijst erop dat consumenten zelf bewust een koopovereenkomst aangaan, dat zij dit aan het eind van het telefoongesprek bevestigen en dat de opname daarvan wordt bewaard. Na ontvangst van de kaart heeft de koper bovendien 7 werkdagen de tijd om de aankoop te annuleren. Wie niet tijdig annuleert of beweert de kaart te hebben geretourneerd, maar geen verzendbewijs kan overleggen, heeft een rechtsgeldige betalingsverplichting. Klager ontkent niet dat er enkele problemen zijn geweest, maar ontkent dat zijn producten in het geheel niet deugen. Door de wijze waarop verweerder nu over zijn producten heeft bericht, heeft zijn bedrijf imagoschade opgelopen. Bovendien heeft hij zich genoodzaakt gezien tot het staken van de verkoop van het HotelGroup Passport, een product dat al jaren door tienduizenden niet-klagende klanten naar tevredenheid wordt gebruikt. Volgens klager weegt de door hem geleden schade niet op tegen de baten van een handvol ontevreden consumenten die nu (al dan niet terecht) alsnog een annulering van hun aankoop hebben gekregen.
Klager licht ten aanzien van een groot aantal passages uit de uitzending gedetailleerd toe dat naar zijn mening sprake is van onjuiste, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Verder stelt hij dat geen duidelijk onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen, en dat beelden zijn gemanipuleerd. Bovendien heeft verweerder niet onderzocht of er een deugdelijke grondslag bestaat voor de beschuldigingen, noch heeft klager een redelijke kans gekregen dat te doen. In dat verband wijst klager erop dat hij de klachten pas enkele dagen voor de uitzending heeft ontvangen. Het gemaakte filmmateriaal heeft hij voor de uitzending niet gezien, aldus klager. Hij wijst erop dat sprake is van beschuldigingen van personen die met hem in conflict zijn, waardoor bijzondere zorgvuldigheid was geboden.
Verder stelt klager dat verweerder onjuist heeft gehandeld door met een verborgen camera te filmen, zowel bij zijn huisadres als dat van zijn ouders. Volgens klager had verweerder gewoon een afspraak op zijn kantoor kunnen maken. Hij was niet onvindbaar, heeft niet geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een interview, heeft geen cameraploegen de toegang ontzegd tot zijn kantoorpand, sterker nog: hij heeft zelfs aangeboden de redactie te woord te staan op zijn kantoor. Bij toeval is klager er achter gekomen dat er opnamen zijn gemaakt met een verborgen camera, doordat hij beelden van zichzelf zag in een trailer van het programma. Vervolgens heeft zijn advocaat verweerder verzocht de beelden niet uit te zenden. Verweerder heeft toegezegd dat niet te zullen doen als klager persoonlijk naar de studio zou komen om deel te nemen aan de uitzending. Het sturen van zijn advocaat als woordvoerder was niet voldoende. Als hij zelf niet zou verschijnen, zouden de beelden worden uitgezonden. Omdat hem geen andere opties resteerden, besloot klager naar de studio te gaan. Hij heeft echter geen volledige informatie gekregen over de klachten die behandeld zouden gaan worden, maar slechts acht klachten van te voren ontvangen. Hij heeft dan ook niet naar behoren kunnen uitzoeken of de andere klachten gegrond waren en geen fatsoenlijk weerwoord kunnen voorbereiden. De uitzending is ook niet behoorlijk voorbesproken en van een ‘oplossingsgericht’ karakter was geen sprake. Als verweerder echt had gewild dat de klachten opgelost zouden worden, dan had de redactie hem een compleet overzicht van alle klachten behoren te geven, aldus klager.
Hij meent dat hem aldus geen optimale gelegenheid is geboden zijn weerwoord te geven. Bovendien zijn er toch beelden uitgezonden van zijn straat, zijn voordeur en de voordeur van zijn ouders. Verder maakt klager nog bezwaar tegen de publicatie van de reacties op het internetforum van het programma.
Ter zitting benadrukt klager dat hij vooral last heeft gehad van de algehele ‘tone of voice’ waarin het programma is gemaakt. Met alle inhoudelijk terechte klachten heeft hij iets gedaan, maar waar hij niets aan kon doen is de onjuiste negatieve sfeer die door verweerder is geschetst. Klager heeft de indruk dat de redactie haar mening over hem al in een zeer vroeg stadium had gevormd en dat het niet meer uitmaakte wat hij zou antwoorden. Verweerder heeft niet objectief aan waarheidsvinding gedaan en geen journalistiek correct programma gemaakt.
 
Verweerder stelt voorop dat het programma Meldpunt! kritisch aandacht besteedt aan problemen van consumenten. Het programma wordt live uitgezonden en bevat naast live-gedeelten ook een aantal vooraf gemonteerde filmpjes. In 2011 en begin 2012 heeft de redactie een groot aantal klachten c.q. uitingen van ontevredenheid ontvangen over de hotelkortingskaarten van klager. Dit is aanleiding geweest om een uitzending aan dit onderwerp te wijten.
Verder betwist verweerder dat hij in strijd met de waarheid heeft bericht. Voorts is hij van mening dat er voldoende grondslag bestond om te berichten over de individuele klachten. Aan de hand van specifieke voorbeelden, licht verweerder zijn stellingen gedetailleerd toe. Hij stelt dat de redactie deugdelijk onderzoek heeft verricht en deskundigen heeft geraadpleegd. In dat verband wijst verweerder onder meer op de wetgeving voor timesharing, op berichtgeving in de Consumentengids en op het feit dat het bedrijf van klager door de OPTA is beboet.
Verweerder had na grondig onderzoek naar de consumentenklachten geen enkele aanwijzing om te twijfelen aan de juistheid daarvan. Hij mocht de klachten dan ook aan de kaak stellen op de wijze zoals hij heeft gedaan.
Volgens verweerder heeft klager zich voldoende kunnen verweren. Op 12 januari 2012, dus ruim voor de uitzending, heeft de redactie de bij haar bekende adressen en postbussen van het bedrijf van klager en daaraan gelieerde bedrijven bezocht. Een van de redacteuren kreeg uiteindelijk klager te spreken en heeft deze op de hoogte gesteld van de hoeveelheid en aard van de klachten, waarna hij klager heeft uitgenodigd om inhoudelijk te reageren in de uitzending. Klager heeft daarop laten weten dat hij niet in de uitzending wilde verschijnen. Op 23 januari 2012 is geprobeerd klager persoonlijk telefonisch te bereiken, maar zonder succes. Diezelfde dag heeft de redactie wel telefonisch contact met medewerkers van klager gehad, waarbij aan de redactie diverse e-mailadressen zijn verstrekt. Deze inspanningen illustreren dat verweerder van meet af aan de intentie had om klager adequaat in te lichten over de klachten. De redactie heeft de lijst met klachten naar de e-mailadressen gestuurd met een begeleidende brief, waarin is uitgelegd dat een aantal mensen contact met de redactie heeft opgenomen en welke problemen uit de klachten naar voren komen. Aan het eind van de dag heeft de redactie nogmaals geprobeerd klager te bellen. Omdat klager wederom niet opnam, is zijn voicemail ingesproken met een verzoek om terug te bellen. Op 24 januari werd klager wel telefonisch bereikt. In dat gesprek is met klager in detail besproken welke problemen er bij de redactie zijn gemeld over de hotelkortingskaarten van klager. Daarbij is afgesproken dat de lijst met klachten naar het juiste e-mailadres van klager zou worden gestuurd. Klager heeft bovendien verklaard dat hij wilde meewerken aan een oplossingsgericht programma. In het telefoongesprek heeft klager grondig gereageerd op diverse aan hem voorgelegde punten. Tot slot is aan klager gemeld dat twee dagen later in een uitzending aandacht aan de klachten zou worden besteed. Klager is uitgenodigd om in het programma een reactie te geven, maar hij weigerde dit. Hij zei wel te overwegen een persvoorlichter te sturen of een verklaring op te sturen en hij heeft beloofd de volgende dag daarover duidelijkheid te geven. Daarnaast heeft er voorafgaand aan de uitzending uitvoerig overleg plaatsgevonden met de raadsman van klager. Deze heeft laten weten dat hij liever niet in het programma wilde optreden als de woordvoerder van klager. Het is niet juist dat de redactie onder geen beding een woordvoerder in de uitzending wilde hebben. De redactie gaf er slechts de voorkeur aan dat klager zelf zou komen. Verweerder licht verder gedetailleerd toe welk contact er tussen de redactie en de raadsman van klager is geweest. Hij meent dat klager voorafgaand aan de uitzending voldoende is geïnformeerd en dat ruimschoots wederhoor is toegepast. Er is voldoende tijd ingeruimd voor het interview met klager, die de gelegenheid heeft gekregen om inhoudelijk in te gaan op de problemen die spelen rondom de hotelkortingskaarten. De uitzending duurt ongeveer 23 minuten, waarvan het gesprek met klager ongeveer 10 minuten in beslag neemt. De kijker wordt voldoende de ruimte geboden de verschafte informatie te wegen. Van eenzijdige of tendentieuze berichtgeving is geen sprake, aldus verweerder.
Hij stelt verder dat met het opnemen van beelden met een verborgen camera geen journalistieke zorgvuldigheidsnormen zijn geschonden. De beelden zijn op deze wijze gemaakt, omdat er een reële kans bestond dat dit de enige weg zou zijn om namens klager c.q. diens bedrijf een reactie te krijgen, om zo deze zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten. Ter zitting wordt desgevraagd toegelicht dat de redactie bij voorkeur wederhoor wilde verkrijgen door klager in de uitzending aan het woord te laten. Als klager niet wilde komen, zou het met de verborgen camera verkregen beeldmateriaal als wederhoor worden uitgezonden.
Verder wijst verweerder erop dat het enige beeldmateriaal dat kort is getoond, is gefilmd vanaf de openbare weg. Daarbij zijn geen betrokken personen herkenbaar in beeld gebracht. Verweerder ziet niet in waarom het uitzenden van die beelden in strijd is met de Leidraad van de Raad. In dit kader is een zeer zorgvuldige afweging gemaakt van de belangen van partijen.
Van ‘chantage’ om klager in de uitzending te krijgen, is geen sprake geweest. De redactie had het recht om zelfstandig te besluiten de beelden al dan niet uit te zenden. Er bestond geen enkele verplichting om hierover aan klager of diens advocaat verantwoording af te leggen. Omdat klager in de uitzending wilde komen als de redactie af zou zien van het uitzenden van de beelden, was de redactie bereid die toezegging te doen. De beelden zijn niet uitgezonden en daarmee is de redactie de toezegging nagekomen. De afspraken over het gebruik van de beelden zijn in de context van onderhandeling tot stand gekomen, waarbij verweerder een inperking van zijn redactionele vrijheid accepteerde in ruil voor de aanwezigheid van klager tijdens de uitzending.
Verweerder betwist verder gemotiveerd dat ook de overige klachtonderdelen gegrond zijn. Zo stelt hij onder meer dat voldoende onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen, dat geen vertrouwelijke rapporten zijn gepubliceerd en dat geen citaten van geïnterviewden in een andere context zijn gebruikt.
Ten slotte stelt verweerder dat geen journalistieke normen zijn geschonden inzake reacties op websites. De redactie geeft in beginsel altijd gehoor aan voldoende concrete en gemotiveerde verzoeken tot het verwijderen of aanpassen van bepaalde uitingen. Zo heeft de redactie recentelijk enkele uitingen verwijderd op verzoek van de raadsman van klager. Verweerder benadrukt dat het enkele feit dat klager in uitingen wordt genoemd, geen schending van de Leidraad oplevert. De uiting ‘dat klager eens aangepakt moet worden door Radar of Kassa, omdat hij al meer op zijn kerfstok heeft’ is geen ernstige beschuldiging of diffamerende uitlating. Bovendien vindt deze uiting steun in de feiten, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klager heeft in zijn klaagschrift gesteld dat een groot aantal punten van de Leidraad van de Raad is geschonden. De Raad heeft de klacht samengevat als volgt:

  1. de uitzending bevat diverse ernstige beschuldigingen aan het adres van klager, terwijl daarvoor geen deugdelijke grondslag bestaat en onvoldoende wederhoor is toegepast;
  2. verweerder heeft ten onrechte materiaal vergaard met een verborgen camera en ter zake ongeoorloofde druk op klager uitgeoefend;
  3. verweerder heeft onjuist gehandeld door op zijn forum uitlatingen van derden te publiceren c.q. dergelijke uitlatingen niet te verwijderen.

 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)
 
In de uitzending is aandacht besteed aan klachten over de hotelkortingskaarten die door klager c.q. diens bedrijf zijn verstrekt. Verweerder heeft gemotiveerd aangevoerd dat hij naar aanleiding van een groot aantal door hem ontvangen berichten over de hotelkortingskaarten zelfstandig onderzoek heeft verricht en in dat kader ook deskundigen heeft geraadpleegd. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van de voorhanden zijnde informatie en documentatie een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen hij in de uitzending aan de orde heeft gesteld. Verder is de Raad van oordeel dat in de uitzending voldoende onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daar waar uitlatingen citaten betreffen van de door verweerder gehanteerde bronnen, is dit voldoende duidelijk als zodanig weergegeven.
 
In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad voorts dat, indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, die betrokkene niet steeds vooraf volledig behoeft te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met aan betrokkene voldoende duidelijk mee te delen, waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht. (vgl. onder meer RvdJ 2011/65)
Niet ter discussie staat dat de redactie voorafgaand aan de uitzending meerdere malen zowel telefonisch als per e-mail contact heeft gehad met klager en diens raadsman, waarbij zij de strekking van de gedane uitlatingen aan klagers adres heeft kenbaar gemaakt. De Raad acht het aannemelijk dat aldus de kern van de uitzending voor klager voldoende duidelijk moet zijn geweest. Klager heeft uiteindelijk tijdens de uitzending in de studio op de uitlatingen gereageerd, waarbij hem ruimschoots de gelegenheid is geboden zijn visie op de kwestie naar voren te brengen.
 
Het voorgaande brengt mee dat van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving geen sprake is. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat verweerder niet over (de hotelkortingskaarten van) klager c.q. diens bedrijf had mogen berichten, zoals hij heeft gedaan. Dat wellicht niet alle consumenten een ‘gegronde klacht’ hadden over de producten van klager, maakt dat niet anders. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond. (zie punten 1.4., 1.5., 2.3.1 en 2.2.5. van de Leidraad)
 
Ad 2.
De Raad overweegt dat een journalist degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ tegemoet behoort te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend te maken. Van deze norm kan een journalist alleen afwijken indien een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier kan worden bereikt. (zie punten 2.1.1. en 2.1.5. van de Leidraad)
Voorts is het gebruik van verborgen opname-apparatuur in beginsel niet toelaatbaar. Hiervan kan de journalist alleen afwijken als hem geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten, mits de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en de veiligheid van betrokkenen. (zie punt 2.1.6. van de Leidraad)
 
Verweerder heeft aangevoerd dat de redactie wederhoor bij klager wilde toepassen, maar twijfelde aan de bereidwilligheid van klager om met haar te spreken en (vooral) daarom ervoor heeft gekozen om klager met een verborgen camera te benaderen. Deze werkwijze kan echter – vanwege het heimelijke karakter ervan – niet worden aangemerkt als een juiste manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Overigens heeft verweerder onvoldoende aangetoond dat het doel op dat moment niet op een andere manier kon worden bereikt en evenmin dat de beelden een maatschappelijk belang zouden dienen. Reeds om deze reden heeft verweerder op dit punt journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Daarbij komt dat verweerder deze beelden vervolgens heeft gebruikt om klager ertoe te bewegen in de uitzending aanwezig te zijn. Daarmee heeft verweerder zijn positie misbruikt. Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond.
 
Ad 3.
De redactie heeft een verantwoordelijkheid voor de reacties van derden die onder artikelen op haar website verschijnen, maar gelet op de aard van het internet kan van de redactie niet verwacht worden dat zij al deze reacties vooraf controleert. Wel kan de redactie besluiten eenmaal geplaatste reacties te verwijderen.

Als een reactie op een artikel op de website een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens een of meer herkenbare personen bevat, dient de redactie op verzoek van de betrokkene(n) te onderzoeken of voor de beschuldiging of de aantijging een feitelijke grond bestaat, en indien dit niet het geval is, de reactie te verwijderen. (zie punten 5.4. en 5.5. van de Leidraad)
 
Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij op verzoek van de raadsman van klager enkele reacties heeft verwijderd, die een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager bevatten. Daarmee heeft hij adequaat en conform de hiervoor geciteerde uitgangspunten gehandeld.
Verder is niet gebleken dat op het forum andere reacties zijn geplaatst met een zodanige inhoud dat deze door verweerder verwijderd hadden moeten worden. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking wat hij hiervoor onder 1. heeft overwogen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het gebruik van een verborgen camera en de druk die vervolgens in dat kader op klager is uitgeoefend. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Meldpunt! en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. M.E.L. Kogeldans, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.