2012/56 gegrond

Samenvatting

De klacht betreft het artikel “Aanslag op kantoorvilla, waarschijnlijk om slepende ruzie” van 14 juni 2010. Klagers hebben aangevoerd dat zij op verzoek van de recherche destijds niets hebben ondernomen, dat zij bovendien niet konden uitsluiten dat de aanslag in het geheel niet met hen te maken had en dat niet duidelijk was welke positie zij in het onderzoek innamen. De Raad is van oordeel dat klagers nog in hun klacht kunnen worden ontvangen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat klagers direct nadat hen in januari 2012 duidelijk was geworden dat als gevolg van het onderzoek drie verdachten waren gearresteerd, actie hebben ondernomen en voor het indienen van de klacht eerst contact hebben gezocht met verweerder om te proberen er samen uit te komen.
Kern van de klacht is dat het artikel onjuist en suggestief is, en dat verweerder onvoldoende wederhoor heeft toegepast. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat. Het artikel is verder suggestief van aard. Verweerder heeft op zodanige wijze een verband gelegd tussen de aanslag en klagers c.q. hun bedrijf, dat bij de gemiddelde lezer de indruk wordt gewekt dat klagers vanwege een conflict rond vastgoedtransacties wel bij de gebeurtenis betrokken moeten zijn. Niet is gebleken dat voor de diffamerende berichtgeving destijds enige deugdelijke grondslag bestond. Verder hebben klagers voldoende aannemelijk gemaakt dat zij onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld hun visie op de gebeurtenissen te geven alvorens verweerder tot publicatie van het internetartikel zou overgaan. Door zo te handelen en na te laten heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig tegenover klagers gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

JVA Vastgoed Adviseurs B.V., C.G. de Jager, M.J. Konings en A.M.G. van Rooyen

tegen

P. Vugts (Het Parool)

Bij brief van 5 juli 2012 met vier bijlagen heeft mr. B.S. Friedberg, advocaat te Amsterdam, namens JVA Vastgoed Adviseurs B.V., C.G. de Jager, M.J. Konings en A.M.G. van Rooyen (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen P. Vugts, journalist bij Het Parool (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 september 2012, waar namens klagers C.G. de Jager, M.J. Konings en mr. B.S. Friedberg zijn verschenen.
 
DE FEITEN

Op 13 juni 2010 rond acht uur ’s avonds werd een handgranaat geworpen in het pand aan de Churchilllaan 223 te Amsterdam. JVA was gehuisvest in dit pand samen met Sorko & Swane Advocaten en Notarissen, waar X werkzaam was.
Naar aanleiding daarvan is op 14 juni 2010 in Het Parool een artikel van de hand van Vugts verschenen onder de kop “Aanslag op kantoorvilla – Veel schade, geen gewonden”. Diezelfde dag is bovendien op de website van Het Parool een artikel van de hand van Vugts verschenen onder de kop “Aanslag op kantoorvilla, waarschijnlijk om slepende ruzie”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Een onbekende heeft zondagavond rond acht uur een handgranaat naar binnen gegooid in een kantoorvilla aan de Churchilllaan in Amsterdam-Zuid. De reden van de aanslag lijkt een conflict om een onroerendgoedtransactie.”
en
“De granaataanslag lijkt verband te houden met een slepende ruzie om een vastgoedverkoop, waarin makelaar Mark Konings van JVA Vastgoed Adviseurs is verwikkeld. Eerder zijn Konings en zijn vrouw al met de dood bedreigd.”
en
“In de kantoorvilla was vanmorgen gewoon personeel aanwezig, dat de deur opende na aanbellen, maar geen commentaar gaf. “Wij weten ook niet wat er aan de hand is.””
De directie van JVA wilde evenmin ingaan op de zaak. Makelaar Mark Konings was niet bereikbaar.”
en
“De politie kon aan het begin van de middag nog niet zeggen of in verband met de aanslag spoedige arrestaties zijn te verwachten – nu het voor de hand lijkt te liggen dat de opdracht komt uit de hoek van de wederpartij waarmee makelaar Konings in conflict is geraakt.”

Op 20 januari 2012 is op de website van De Telegraaf een bericht van journalist John van den Heuvel verschenen onder de kop “Moordcomplot ontrafeld”. In deze publicatie is vermeld dat de nationale recherche drie verdachten had gearresteerd, onder wie X, in verband met een poging tot liquidatie en betrokkenheid bij de hiervoor bedoelde aanslag met een handgranaat.
Ten slotte is op 24 maart 2012 in Het Parool een artikel van de hand van Vugts verschenen onder de kop “De zieke hond moest uit zijn lijden worden verlost”. De intro van dit artikel luidt:
“Achter de aanslag van juni 2010 op een kantoor in de Churchilllaan en de mislukte moordpoging in Gouda ruim een maand later lijkt een bizar complot te zitten. Langzaam ontvouwt zich een scenario met dubieuze plannen voor goudhandel, zaken met Iran, oplichting, afpersing en intriges.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“De recherche richtte haar onderzoek allereerst op Mark Konings, mededirecteur van JVA Vastgoed, dat kantoor hield op de begane grond, waar de granaat naar binnen was gegooid, mogelijk door een ingetikt ruitje.
Het duurde een klein kwartaal totdat men in de gaten kreeg dat een verkeerd spoor was gevolgd en dat de aanslag niets met Konings of JVA van doen had.”

HET STANDPUNT VAN KLAGERS

Klagers stellen dat het internetartikel van 14 juni 2010 grove onjuistheden bevat. Er was geen sprake van een conflict om een onroerendgoedtransactie, er was geen sprake van een slepende ruzie om een vastgoedverkoop waarin de heer Konings betrokken was, en ook zijn hij en zijn partner nooit met de dood bedreigd. Bovenal hebben zij niets met de aanslag te maken, aldus klagers.
Zij voeren aan dat zij en hun bedrijf door het artikel en de daaruit voortvloeiende publiciteit in hun belangen zijn geschaad en daaronder (financieel) hebben geleden. Klagers menen dat verweerder zowel bij zijn onderzoek voorafgaand aan publicatie van het internetartikel als door de publicatie zelf onzorgvuldig te werk is gegaan. Volgens klagers is geen deugdelijk wederhoor toegepast. Verweerder heeft te weinig actie ondernomen om klagers hun kant van het verhaal te laten vertellen en is slechts één keer langs geweest bij het pand aan de Churchilllaan. Gelet op de ernst van de beschuldigingen had Vugts alles in het werk moeten stellen om hen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de zaak, aldus klagers. Ter zitting hebben zij hieraan toegevoegd dat Vugts heeft gezegd dat hij De Jager heeft gebeld, maar geen contact heeft gekregen. De Jager benadrukt dat hij dezelfde dag contact heeft gehad met twee andere journalisten en wel degelijk bereikbaar was. Als verweerder behoorlijk wederhoor had toegepast, was een heel ander artikel ontstaan. Klagers concluderen dat verweerder op geen enkele manier rekening heeft gehouden met hun gerechtvaardigde belangen.
Ten aanzien van hun ontvankelijkheid stellen klagers dat het tot het moment van plaatsing van het artikel van Van den Heuvel op 20 januari 2012 voor hen onmogelijk was een klacht in te dienen tegen verweerder. Het justitiële onderzoek was immers nog in volle gang en het was hen niet duidelijk welke positie zij en andere derden innamen in het onderzoek. Kort na 20 januari 2012 heeft de raadsman van klagers verweerder benaderd teneinde af te dwingen dat een artikel zou worden geplaatst waarin verweerder liet weten dat hij voorheen onzorgvuldig en in strijd met de waarheid had gepubliceerd. Partijen hebben uitvoerig overleg gehad, maar dat is op niets uitgelopen. Verweerder bleek enkel bereid een artikel te publiceren waarin hij beschreef waar het onderzoek zich nu op richtte, hij weigerde zijn ongelijk en onzorgvuldigheid omtrent de gang van zaken toe te geven. In het artikel van 24 maart 2012 heeft verweerder geen woord geschreven over zijn onzorgvuldig handelen. Omdat verweerder daarmee definitief heeft geweigerd zijn fouten toe te geven, hebben klagers de onderhavige klacht ingediend.

Ter zitting voegt mr. Friedberg hieraan toe dat klagers destijds het tegendeel niet konden bewijzen. Zij konden op het moment van de gewraakte publicatie niet uitsluiten dat de aanslag in het geheel niet met hen te maken had. Bovendien heeft de recherche hen meegedeeld dat ze niets moesten doen, aldus Konings. Zij hadden regelmatig contact met politie en justitie over de zaak. Aangezien het justitiële onderzoek nog gaande was, werd hen verzocht niets te doen. Klagers hebben daarom destijds geen stappen ondernomen en ook geen klacht ingediend bij de Raad, want dat zou weer publiciteit genereren. De Jager benadrukt nog dat verweerder na het artikel van Van den Heuvel zelf niets heeft ondernomen en dat het artikel van 24 maart 2012 pas tot stand is gekomen, nadat de raadsman van klagers contact met verweerder had gezocht. Verder deelt hij mee dat ze het dossier hebben opgevraagd bij justitie en dat pas acht weken geleden hebben gekregen.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
1.      Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
2.      Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
3.      Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
4.      Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.

Vaststaat dat de klacht tegen het artikel van 14 juni 2010 niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.

Klagers hebben aangevoerd dat zij op verzoek van de recherche destijds niets hebben ondernomen, dat zij bovendien niet konden uitsluiten dat de aanslag in het geheel niet met hen te maken had en dat niet duidelijk was welke positie zij in het onderzoek innamen.

De Raad is van oordeel dat de door klagers aangevoerde omstandigheden zijn aan te merken als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar doen zijn en dat zij in hun klacht kunnen worden ontvangen. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat klagers direct nadat hen duidelijk was geworden dat als gevolg van het onderzoek drie verdachten waren gearresteerd, actie hebben ondernomen en dat zij alvorens een klacht in te dienen eerst contact hebben gezocht met verweerder om te proberen er samen uit te komen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat het internetartikel van 14 juni 2010 onjuist en suggestief is, en dat verweerder onvoldoende wederhoor heeft toegepast.

De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw behoort te berichten. De journalist dient verder eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punten 1.1. en 1.5. van de Leidraad van de Raad).


Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat, zoals de vermelding dat Konings en zijn vrouw met de dood zijn bedreigd. Het artikel is verder suggestief van aard. Verweerder heeft op zodanige wijze een verband gelegd tussen de aanslag en klagers c.q. hun bedrijf, dat bij de gemiddelde lezer de indruk wordt gewekt dat klagers vanwege een conflict rond vastgoedtransacties wel bij de gebeurtenis betrokken moeten zijn. De berichtgeving is aldus bijzonder diffamerend voor klagers, terwijl niet is gebleken dat daarvoor destijds enige deugdelijke grondslag bestond.

Verder overweegt de Raad dat de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor behoort toe te passen bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

Klagers hebben onbetwist aangevoerd dat verweerder slechts eenmaal hun pand heeft bezocht en één keer heeft geprobeerd telefonisch contact op te nemen met De Jager. Gezien de aard van de berichtgeving had het op de weg van verweerder gelegen meer pogingen te ondernemen om klagers te bereiken. Daarbij komt dat klagers onbetwist hebben gesteld dat De Jager wel degelijk bereikbaar was. Klagers hebben aldus voldoende aannemelijk gemaakt dat zij onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld hun visie op de gebeurtenissen te geven alvorens verweerder tot publicatie van het internetartikel zou overgaan.

Door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld heeft verweerder dan ook journalistiek onzorgvuldig tegenover klagers gehandeld.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van Het Parool te (laten) publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 30 oktober 2012 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, A. Mellink MPA, mw. drs. J.X. Nabibaks en drs. H. Snijder, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.