2012/49 ongegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen twee uitzendingen van LOS politiek. Volgens klager is in interviews over hem gesproken, waarbij hij ten onrechte niet de gelegenheid heeft gehad te reageren.
De Raad stelt voorop dat er geen algemeen recht is op dan wel algemene verplichting is tot het horen van degenen die betrokken zijn bij een publicatie. Dit is anders indien een betrokkene door een publicatie wordt gediskwalificeerd. In de publicaties wordt in algemene termen bericht over problematiek rondom klager. Volgens de Raad zijn in de uitzendingen echter geen diskwalificerende opmerkingen gemaakt ten aanzien van klager. Dat klager bekend is in de lokale gemeenschap, waardoor bij inwoners bekend zou kunnen zijn welke problematiek en welke persoon het betreft, maakt dit oordeel niet anders. Verweerder behoefde geen wederhoor toe te passen.
Dat verweerder daarnaast in een van de uitzendingen ter ondersteuning van het interview gebruik heeft gemaakt van een in een openbare ruimte – te weten de raadszaal van de gemeente – gefilmd fragment, is evenmin ontoelaatbaar. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.J.D. de Jong

tegen

de hoofdredacteur van de Lokale Omroep Spakenburg (LOS)

Bij brief van 16 april 2012 met een bijlage heeft de heer R.J.D. de Jong te Spakenburg  (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Lokale Omroep Spakenburg  (hierna: verweerder). Klager heeft zijn klacht aangevuld bij brief van 21 mei 2012. Verweerder heeft op de klacht geantwoord in een brief van 16 juli 2012. Klager heeft daarop nog gereageerd in een e-mail van 20 augustus 2012. Ten slotte heeft verweerder nog een bijlage overgelegd bij e-mail van 21 augustus 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 augustus 2012 waar klager in persoon is verschenen. Namens verweerder zijn verschenen de heer W.M. Poort, voorzitter, de heer W. van Diermen en mevrouw E. van Twillert.

DE FEITEN

Op 12 maart 2012 is in een uitzending van LOS politiek een interview met de heer H. Wieldraaijer, fractievoorzitter van het CDA, uitgezonden. In dit interview wordt onder meer het volgende besproken:
Interviewer:
“Even een andere vraag. Er was ook een voorstel over het spreekrecht voor de burger tijdens de raadsvergadering. Hoe kijkt u daar tegen aan?”
Wieldraaijer:
“Nou kijk. Als je vindt dat je zoiets moet, dan moet je daar van tevoren heel goed over nadenken. Dan moet je niet zo stante pede zeggen er is nu een casus, er is nu een burger en nu gaan we dat meer even doen. Want waarom zou een volgende burger het in een volgende raad niet mogen, dus dan moet je dat heel goed met elkaar overleggen. Ik had er geen moeite mee, nee ik ga het iets anders zeggen. Ik heb er moeite mee dat je zo staande de wedstrijd zou ik maar zeggen de spelregels verandert. Dat moet je niet doen. Nou op die manier heb ik mij opgesteld.”
Interviewer:
“Ehm, het gaf nog wel wat discussie hè, er zijn toch wel voor- en tegenstanders. Maar dit is volgens het reglement?”
Wieldraaijer:
“Dit is volgens het reglement. Kijk wij vinden dit allemaal een pijnlijk incident. Ik denk dat alle zeventien raadsleden die aan tafel zitten dit een pijnlijk iets vinden. Alleen op een bepaald ogenblik is de rek uit een bepaalde omgang met een burger is er uit. En die rek is er uit als mensen ambtenaren van onze organisatie, onze verantwoordelijke burgemeester en wethouders van alles beschuldigd worden waar geen enkel bewijs tegenover staat. Dan houdt het een keer op. En ik denk dat elke weldenkende burger van onze gemeente, en dat zijn er heel veel, dat toch ook wel meevoelen. Hoe pijnlijk wij dit natuurlijk ook allemaal vinden. Want dit is niet de mooiste dag in onze gemeenteraad.”
Interviewer:
“Gezien ook de tijdsduur die daar aan besteed wordt, bijna twee uur bezig. Vindt u ook niet dat het heel erg lang is?”
Wieldraaijer:
“Het is onverantwoord, dat ben ik helemaal met u eens. Maar zo is ook onverantwoord hoe deze burger met allerlei vragen en allerlei opmerkingen de organisatie, nou lamlegt is overdreven maar toch wel heel erg frustreert.”
Interviewer:
“Veel werk bezorgt, denk ik.”
Wieldraaijer:
“Precies dat bedoel ik, ja. Daar moet een keer een einde aan komen. Iedereen mag vragen stellen en iedereen mag opmerkingen maken en ik vind het zeer terecht en dat doet onze gemeente ook, dat daar goed op gereageerd wordt. Maar als er zo’n beetje een halve ambtenaar voor een burger gaat werken, dan houdt het een keer op. Maar ik vind dat niet het belangrijkste, ik vind echt het belangrijkste de manier waarop. Je kunt de burgemeester niet beschuldigen van alles en dat maar onbeperkt blijven doen. Dan houdt het op.”

Op 26 april 2012 is in een uitzending van LOS politiek een interview uitgezonden tussen de heer Hillebrand en de heer W. de Graaf, burgerlid van de ChristenUnie.
In deze uitzending vertelt De Graaf:
“De laatste periode is er een vergadering geweest waar er twee uur werd doorgesproken over een zeer onverkwikkelijke zaak die uiteindelijk zelfs geresulteerd heeft in het doen van aangifte door de burgemeester zelf tegen een medebewoner van ons dorp. En eh, ook medewerkers van de gemeente, ambtenaren, die worden vaak heel onheus bejegend. Maar ook raadsleden waaronder ook een fractielid van de CU die vaak, ehm ja, ondoordacht zeg maar denk ik bejegend wordt. Dat andere mensen het mogelijk anders zien dat is aan hen maar ik vind dat je toch altijd op een fatsoenlijke manier met elkaar moet omgaan. Ik vind het een van de belangrijke dingen als je in de politiek gaat dat je om moet kunnen gaan met verschil van mening. Als je niet om kunt gaan met verschil van mening en niet het idee hebt dat je daardoor een stap naar voren kunt ehm, dan denk ik niet dat je in de politiek moet gaan.”
En verder in de uitzending vertelt De Graaf:
“Je moet gewoon tussen de burger in staan en de burger ook de gelegenheid geven om met jou politieke dingen te bespreken. En dat gebeurt toch in mijn gewoon ogen heel weinig. We hebben het liever over het voetbal en we hebben het liever over het weer en we hebben het misschien liever over de AEX-index. Maar over de politiek in algemene zin daar spreekt niemand je nauwelijks ergens over aan. Ik heb nog nooit van een iemand gehoord de problematiek rond onze burger Richard de Jong bijvoorbeeld. Nog nooit iemand over gehoord, die mij daar over aangesproken heeft.”
Interviewer Hillebrand:
“Nou, dat is toch wel jammer ja.”
De Graaf:
“Ja, dus dan denk ik van ja hoe belangrijk is dat. Terwijl wij als raad er heel veel uren ingestoken hebben. Of is het misschien een politiek spel zit ik me dan af te vragen. Dan denk ik wel eens; Comedy Capers.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het interview met de heer Wieldraaijer van het CDA, in de uitzending van 12 maart 2012, over hem wordt gesproken. Weliswaar wordt zijn naam niet genoemd en wordt over hem gesproken als burger, maar volgens klager is het duidelijk dat het over hem gaat. Dit wordt benadrukt doordat stiekem door een raam in de raadszaal is gefilmd en hij in beeld is gebracht tijdens dat interview, aldus klager. Dit alles is gedaan zonder dat daarvoor toestemming is gevraagd of aan hem de gelegenheid is gegeven om te reageren. Er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgevonden. Volgens klager is in eerdere uitzendingen nooit aandacht besteed aan lopende onderwerpen van de raad. Aangezien hij het onderwerp van de raadsvergadering was, is een filmploeg opnamen komen maken, aldus klager.
Dit wringt nu het raadslid mevrouw Van Twillert eveneens werkzaam is bij verweerder. Volgens klager is daardoor sprake van belangenverstrengeling en wordt hem om die reden geen gelegenheid geboden tot wederhoor. Op het schriftelijk verzoek tot het geven van wederhoor heeft klager geen reactie ontvangen van verweerder.
Ook in de uitzending van 26 april 2012 wordt volgens klager door een burgerraadslid gesproken over hem. Klager stelt dat hij niet wil dat personen zich uitlaten over hem zonder dat met hem is gesproken dan wel dat hij de gelegenheid heeft gekregen te reageren. Er wordt over hem gesproken zonder met hem te spreken. Dit kan en mag niet, aldus klager. Op deze wijze wordt de mening van één kant als feit gepresenteerd.
Verder meent klager dat bij verweerder een klachtensysteem ontbreekt, waar een klacht tegen deze gang van zaken ingediend kan worden. Klachten komen terecht in een doofpot en blijven onbehandeld, aldus klager.

Verweerder stelt dat hij in de interviews niet heeft kunnen constateren dat er beschuldigingen of negatieve kwalificaties met betrekking tot klager zijn geuit. Er was dan ook geen reden om wederhoor toe te passen. Ter zitting heeft verweerder erop gewezen dat in de uitzending van 12 maart 2012 het onderwerp spreekrecht van raadsleden werd besproken. Dit naar aanleiding van raadsvergaderingen die uren duren. De raadsvergadering die over klager ging, was eveneens een vergadering die lang duurde. Klager was echter niet direct het onderwerp van het interview. Het beeld van klager dat in de uitzending is te zien, is een opname van de raadszaal ter illustratie. De LOS heeft toestemming van de gemeente om bij openbare raadsvergaderingen te filmen.
Dat een medewerker van verweerder eveneens werkzaam is als raadslid doet aan het vorenstaande niets af, aldus verweerder. Er is geen sprake van het om die reden bewust afzien van wederhoor. Omdat geen sprake is van beschuldigingen, was er geen reden tot het toepassen van wederhoor.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat er door verweerder ten onrechte geen gelegenheid is geboden tot wederhoor.

Een journalist en zijn redactie zijn vrij in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3.van de Leidraad van de Raad)
Daarnaast past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

Voorts publiceert een journalist geen foto’s en zendt geen beelden uit die zijn gemaakt van personen in niet-algemeen toegankelijke ruimten zonder hun toestemming. Hiervan kan de journalist slechts afwijken, indien een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier kan worden bereikt. (zie punten 2.4.3. en 2.4.5. van de Leidraad)

De Raad stelt voorop dat er geen algemeen recht is op dan wel algemene verplichting is tot het horen van degenen die betrokken zijn bij een publicatie. Dit is anders indien een betrokkene door een publicatie wordt gediskwalificeerd. De Raad is van mening dat in de publicaties in algemene termen wordt bericht over problematiek rondom klager. In de uitzending van 12 maart 2012 wordt klagers naam ook niet genoemd. Naar het oordeel van de Raad zijn in de publicatie van 12 maart noch in die van 26 april 2012 – waarin klagers naam wel één keer wordt genoemd – geen diskwalificerende opmerkingen gemaakt ten aanzien van klager.
Dat klager – zoals hij stelt – bekend is in de gemeenschap van Bunschoten/Spakenburg, waardoor bij inwoners bekend zou kunnen zijn welke problematiek en welke persoon het betreft, maakt dit oordeel niet anders.
Verweerder heeft derhalve door het niet toepassen van hoor en wederhoor geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Dat verweerder daarnaast in de uitzending van 12 maart 2012 ter ondersteuning van het interview gebruik heeft gemaakt van een in een openbare ruimte – te weten de raadszaal – gefilmd fragment, is naar het oordeel van de Raad evenmin een gedraging waarmee journalistieke grenzen zijn overschreden.

BESLISSING

De klacht is ongegrond

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 september 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken,  M.C. Doolaard,  mw. dr. Y.M. de Haan, en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.