2012/48 niet-ontvankelijk ongegrond

Samenvatting

Voor zover klager heeft bedoeld zijn klacht te richten tegen een artikel dat in januari 2010 op de website www.emerce.nl is verschenen, is de klacht niet tijdig door de Raad ontvangen. De door klager aangevoerde omstandigheden kunnen niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Klager is op dit punt in zijn klacht niet-ontvankelijk.
Daarnaast is de klacht gericht tegen reacties die in januari en mei 2012 onder het artikel zijn geplaatst. De reactie van januari bevat in het geheel geen beschuldiging aan het adres van klager. Verder bevat de reactie van mei 2012 – met de verwijzing naar de website www.ihate[X].com – geen zodanige ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager, dat deze door verweerders verwijderd had moeten worden. De redactie heeft ten aanzien van hyperlinks in reacties van derden een minder vergaande verantwoordelijkheid dan bij plaatsing van een hyperlink in een redactioneel stuk, waarbij op grond van punt 2.2.7. van de Leidraad een belangenafweging moet plaatsvinden. Verweerders hebben ter zake niet ontoelaatbaar gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

G. Vroom en de hoofdredacteur van Emerce.nl

Bij brief van 22 mei 2012 met een bijlage heeft de heer X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen G. Vroom en de hoofdredacteur van Emerce.nl (hierna: verweerders), waarbij hij heeft verzocht om een versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek afgewezen. Bij brief van 3 juli 2012 heeft klager zijn klacht nader toegelicht. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 juli 2012, waar klager in persoon is verschenen. Verweerders zijn niet verschenen.
 
DE FEITEN

Op 4 januari 2010 is op de website www.emerce.nl een artikel verschenen onder de kop “Faillissement [bedrijf Y] aangevraagd”.
Onder dit artikel zijn onder meer de volgende reacties geplaatst:
- op 31 januari 2012: Zorro - Yup! Hij is nog steeds de eigenaar.”
- op 1 mei 2012: Johan Vermeer -  http://ihate[X].com/ Someone else who doesn’t realy like the guy! http://www.ihate[X].com/ (Not my site)”     

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager is mede-oprichter van [bedrijf Y]. Tot zes maanden vóór het faillissement was hij CEO en op het moment van faillissement aandeelhouder van dat bedrijf. Hij stelt dat het artikel van 4 januari 2010 niet helemaal juist was, maar voldeed aan de berichtgeving op dat moment. Onder het artikel zijn direct veel reacties verschenen over het faillissement, waartegen klager geen bezwaar heeft. Volgens hem zijn echter in de loop der tijd ex-medewerkers van [Y] de site gaan misbruiken om zijn naam en die van zijn andere bedrijven te beschadigen. Klager heeft destijds herhaaldelijk contact opgenomen met verweerders met het verzoek de beschadigende uitspraken te verwijderen. Dit heeft slechts geleid tot het verwijderen van enkele woorden en zinnen.
Klager stelt dat in de laatste reactie die op de site is geplaatst nu zelfs openlijk tot haat wordt opgeroepen tegen zijn persoon. Omdat verweerders het nalaten deze en de overige reacties te verwijderen heeft klager de onderhavige klacht ingediend.
Volgens klager heeft het artikel op dit moment geen nieuwswaarde meer. Hij wijst erop dat hij ten tijde van het faillissement geen CEO meer was, dat geen aangifte is gedaan, dat de curator geen aanwijzingen heeft gevonden van mogelijk onheus handelen van (ex-) bestuurders en dat het faillissement al lang is opgeheven. Er is derhalve geen reden meer om jaren nadien de mogelijkheid tot het geven van reacties onder het artikel open te houden.
Indien iemand iets nieuwswaardigs te melden heeft, is een mailtje naar de redactie van Emerce genoeg om (mogelijk) publiciteit te verkrijgen.
Klager meent dat verweerders – door de discussie onder het artikel niet te sluiten en na te laten de beschadigende reacties te verwijderen – in strijd handelen met hetgeen journalistiek toelaatbaar is aldus.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID voor zover de klacht is gericht tegen het artikel van 4 januari 2010

Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:

  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.

Voor zover klager heeft bedoeld zijn klacht tevens te richten tegen het artikel van 4 januari 2010 staat vast dat de klacht niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.

Klager heeft aangevoerd dat hij in eerste instantie dacht dat verweerders welwillend zouden zijn en de reacties zouden verwijderen. Nu daarvan geen sprake is, is hij genoodzaakt alsnog een klacht in te dienen.

Naar het oordeel van de Raad kunnen de door klager aangevoerde omstandigheden niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Er is onvoldoende grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding klager redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. Voor zover de klacht is gericht tegen het artikel van 4 januari 2010 moet klager daarin dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De Raad merkt in dit verband nog op dat klager bij de onderhavige klacht enkel de hiervoor onder ‘De Feiten’ weergegeven reacties heeft overgelegd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover gericht tegen de reacties onder het artikel daterend van 31 januari 2012 en 1 mei 2012

Kern van de klacht is dat verweerders ten onrechte de schadelijke reacties onder het artikel niet hebben verwijderd. 

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad) Dat brengt tevens mee dat het verweerders vrijstaat de mogelijkheid open te stellen en te houden om te reageren op (oude) artikelen op hun website.

De Raad overweegt voorts dat de redactie een verantwoordelijkheid heeft voor de reacties van derden die onder artikelen op haar website verschijnen, maar dat gelet op de aard van het internet van de redactie niet kan worden verwacht dat zij al deze reacties vooraf controleert. Wel kan de redactie besluiten eenmaal geplaatste reacties te verwijderen.
Als een reactie op een artikel op de website een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens een of meer herkenbare personen bevat, dient de redactie op verzoek van de betrokkene(n) te onderzoeken of voor de beschuldiging of de aantijging een feitelijke grond bestaat, en indien dit niet het geval is, de reactie te verwijderen. (zie punten 5.4. en 5.5. van de Leidraad)

Naar het oordeel van de Raad bevat de reactie van 31 januari 2012 in het geheel geen beschuldiging aan het adres van klager, zodat verweerders met het niet-verwijderen van dit bericht niet journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.

Ten aanzien van de reactie van 1 mei 2012 is de Raad van mening dat de reactie – met de verwijzing naar de website www.ihate[X].com – geen zodanige ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klager bevat, dat deze door verweerders verwijderd had moeten worden. De Raad merkt in dit verband op dat de redactie ten aanzien van hyperlinks in reacties van derden een minder vergaande verantwoordelijkheid heeft dan bij plaatsing van een hyperlink in een redactioneel stuk, waarbij op grond van punt 2.2.7. van de Leidraad een belangenafweging moet plaatsvinden.

De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen het artikel van 4 januari 2010 is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
Voor zover de klacht is gericht tegen de reacties onder het artikel daterend van 31 januari 2012 en 1 mei 2012 is de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 augustus 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter,     H. Blanken, prof. dr. M.J. Broersma,  ir. B.L. Hooghoudt en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen,  plaatsvervangend secretaris.