2012/46 ongegrond

Samenvatting

In het Amstelveens Nieuwsblad zijn het voorpagina-artikel“Ruim 200 bonnen 2011” en het vervolgartikel “’Dat is niet stad die we willen’” verschenen. Kern van de klacht is dat in het vervolgartikel zonder toepassing van wederhoor onjuist en eenzijdig is bericht over een geschil tussen klager en de gemeente over handhaving van een scooterverbod in het voetgangersgebied, en dat klager negatief is neergezet. Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij in diverse publicaties aandacht hebben besteed aan het geschil. Er is geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders bij publicaties daarover aan de visie van beide partijen altijd evenveel aandacht behoren te geven. Verder hebben verweerders voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Voor de lezer is duidelijk dat het artikel met name de visie van de wethouder op de kwestie behelst. Mede in aanmerking genomen dat verweerders in eerdere publicaties ook de visie van klager hebben weergegeven stond het hen vrij om in het gewraakte artikel de veel beschreven – en bij de lezers bekende – kwestie voornamelijk van één kant te belichten, zonder klager om een reactie te vragen. Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat verweerders stelselmatig negatief over klager berichten. Dat klager het niet eens is met de in het artikel beschreven mening van de wethouder, kan aan een en ander niet afdoen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.Ch. van Waning

tegen

H. Godthelp en de hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad

Bij brief van 22 mei 2012 met twee bijlagen heeft de heer R.Ch. van Waning te Amstelveen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. Godthelp en de hoofdredacteur van het Amstelveens Nieuwsblad (hierna: verweerders). Hierop hebben H. Godthelp (chef redactie) en F. Blok (hoofdredacteur) geantwoord in een brief van 21 juni 2012 met zes bijlagen. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 1 juli 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 juli 2012 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Klager heeft geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 25 januari 2012 is in het Amstelveens Nieuwsblad op de voorpagina een artikel van de hand van Godthelp verschenen onder de kop “Ruim 200 bonnen 2011”  dat luidt:
“Over geheel vorig jaar zijn meer dan tweehonderd processen verbaal (PV) uitgeschreven voor scooteroverlast op het Stadsplein. Tevens zijn er met grote regelmaat waarschuwingen gegeven aan scooterrijders die reden over het plein of er verkeerd geparkeerd stonden.
Dit blijkt uit navraag van deze krant naar aanleiding van de officiële klacht die een burger heeft ingediend tegen wethouder Herbert Raat (VVD). De liberaal wordt verweten onvoldoende op te treden tegen overlast van scooters. Het is voor de gemeente een duidelijk teken dat er wél (wordt) gehandhaafd in het centrum. Raat stelt dat het onmogelijk is om er zeven dagen per week 24 uur per dag bonnen uit te schrijven.
Zie elders deze krant ‘Dat is niet de stad die we willen’.”

Het vervolgartikel met de kop“’Dat is niet stad die we willen’” luidt:
“Het gemeentebestuur werd vorige week geconfronteerd met een officiële klacht tegen één van zijn wethouders. Een zeer ongebruikelijke stap die de opmaat moet zijn voor een klacht bij de nationale ombudsman. De Amstelveense burgerraadsman (gemeentelijke ombudsman) verricht momenteel een onderzoek. Door de jaren heen heeft deze krant geregeld brieven gepubliceerd van de klager (zelfs deze week nog), nu op deze plek de repliek van de bestuurder. ,,Dat is niet de stad die we willen.”
In een notendop de kwestie: de heer Robert van Waning, bewoner van het Stadsplein, verwijt wethouder Herbert Raat onvoldoende te handhaven inzake de overlast van scooters op het plein. In lange brieven, vaak vergezeld door tientallen foto’s, probeert Van Waning aan te tonen dat er volop op het plein wordt gereden en illegaal geparkeerd. Op hoge toon eist hij dat er wordt opgetreden.
Wethouder Raat had in 2007 voor het eerst contact met Van Waning over het onderwerp. Raat was toen raadslid voor zijn partij. ,,Ik was het deels met Van Waning eens. We hebben toen ook actie ondernomen en de handhaving is duidelijk verbeterd.”
Maar inmiddels is de relatie tussen de bestuurder en de burger bekoeld. ,,Van Waning is in het stadshart gaan wonen en is er achter gekomen dat er voordelen maar ook nadelen aan kleven. Wonen aan het Stadsplein is hartstikke leuk, maar er is ook markt, er komen jonge mensen met fietsen, skates en scooters, er zijn evenementen en er is een bruisende fontein waar kinderen graag in spelen en spelende kinderen maken wel eens geluid. Sommigen vinden dat heerlijk, maar kennelijk kan Van Waning er niet tegen. Maar de rust van de polder vind je hartje centrum niet.”
,,Wie overigens de naam Robert van Waning intoetst bij Google kan zien dat hij een man met een brede belangstelling is. Van condensstrepen in de lucht tot Israël en het zionisme, Van Waning heeft overal een mening over en meestal niet van de meest gematigde soort gezien de reacties die hij oproept. Zelfs de Raad voor de Journalistiek is al door hem ingeschakeld.” Raat is het negativisme zat en wil ,,een streep in het zand trekken.” ,,Die 29 bonnen gaan Van Waning lang niet ver genoeg. Hij wil dat de ‘overlast’ van de fontein, zoals spelende kinderen, wordt aangepakt, dat skateboarden wordt verboden en ga zo maar door. De gemeenteraad heeft prioriteiten gesteld voor de handhaving. Daarbij staat de veiligheid van onze inwoners voorop en daar hebben we onze handen vol aan. Als we Van Waning zijn zin geven dan hebben we geen mankracht voor echte problemen, dus we gaan echt niet permanent mensen in uniform op het stadsplein zetten. Dit zou niet de stad zijn die wij willen.” Raat roept op tot meer tolerantie bij Van Waning. ,,Hij komt al jaren bij de gemeente met dezelfde klachten en vervolgens is iedereen daar weer druk mee. Het kost de Amstelveense belastingbetaler een hoop geld. Ik heb daar paal en perk aan gesteld en duidelijk gemaakt waar we voor staan en waarvoor niet. En dat betekent dat hij een kort en zakelijk antwoord krijgt en dat is het dan. Als wethouder heb je de verantwoordelijkheid om niet iedereen naar de mond te praten.””

De klacht is gericht tegen het vervolgartikel.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij een klacht heeft ingediend tegen wethouder Raat, omdat deze volhardt in zijn weigering om het scooterverbod in het voetgangersgebied van het Amstelveense stadshart te handhaven. Een afschrift van zijn klacht heeft hij onder meer naar het Amstelveens Nieuwsblad gestuurd. Naar aanleiding van deze klacht heeft Godthelp naar eigen zeggen navraag gedaan bij Raat, die zijn hart heeft uitgestort zonder dat hem kritische vragen werden gesteld.
Volgens klager hebben verweerders niet voldaan aan journalistieke regels van waarheidsvinding, zorgvuldigheid, integriteit, betrouwbaarheid en onpartijdigheid. Zo bevat het artikel kleine onwaarheden en leugens, is sprake van onkritische vraagstelling en omissies, heeft Godthelp gebruik gemaakt van populistisch en denigrerend taalgebruik, zijn insinuaties geuit en is sprake van ‘framing’ jegens zijn persoon, aldus klager.

Volgens hem heeft Godthelp een beschadigend stuk geschreven waartegen hij zich niet kon verweren, nu hem niet om een reactie is gevraagd. Hij heeft Godthelp dus ook niet kunnen wijzen op de vele onjuistheden in het verhaal van Raat.
Volgens klager wordt het artikel gepresenteerd als een ‘repliek’; een inhoudelijke en feitelijke reactie op zijn klacht tegen Raat. In werkelijkheid gaat het echter om een opiniestuk, zelfs een schotschrift, waarin beide heren door middel van smaad afrekenen met een lastige burger. Daarbij worden er allerlei dingen bijgehaald die met de hele kwestie niets te maken hebben, om hem zo belachelijk mogelijk en zelfs verdacht te maken.
Klager stelt dat zijn pogingen om de regels te laten handhaven niet voortkomen uit negativisme maar juist uit waardering voor de omgeving en uit de wens van bewoners en bezoekers om de sfeer en leefbaarheid van het stadshart niet te laten bederven.
Verder wijst klager op een aantal specifieke onjuistheden. Ten aanzien van de ‘ruim 200 bonnen in 2011’ staat vast dat daarvan niet één is uitgeschreven wegens overtreding van het scooterverbod. Door simpele navraag hadden verweerders snel achter de waarheid kunnen komen. Door dit na te laten geven verweerders blijk van een onzorgvuldige journalistieke voorbereiding.
Klager meent voorts dat Godthelp zich gedraagt als woordvoerder van de wethouder en dat de krant wordt gebruikt als spreekbuis voor de politiek. Van enig ‘kritisch volgen van de macht’ is in de gemeente Amstelveen geen sprake, aldus klager. Verweerders hebben zich willens en wetens door wethouder Raat laten misbruiken als dekmantel voor wanbeleid en falend bestuur.
Volgens klager is ten onrechte geen melding gemaakt van de positieve en constructieve suggesties die hij had opgenomen in zijn brief aan het gemeentebestuur. De strekking van het artikel is dat klager niet deugt en dat zijn klacht over de gebrekkige handhaving van het scooterverbod niet serieus hoeft te worden genomen.
De stelling van verweerders dat hij uitgebreid aan het woord is geweest in overige artikelen in de krant, is volgens klager onjuist. Het artikel van 3 augustus 2011 behelst geen interview maar is de publicatie van zijn ingezonden brief. Bovendien is daarin  de schriftelijke reactie van Raat opgenomen, terwijl het gewraakte artikel geen reactie van klager bevat. Verder kan de publicatie van de ingezonden brief in de krant van 25 januari 2012 niet worden gezien als een toelichting op zijn klacht bij de Nationale ombudsman, omdat die brief over een geheel ander onderwerp ging.
Ter zitting heeft klager benadrukt dat volgens hem verweerders partij kiezen voor de wethouder en dat dit blijkt uit de manier van publiceren. De wethouder krijgt meer ruimte om zijn verhaal te vertellen. Klagers ernstigste verwijt aan Godthelp is dat hij zijn journalistieke positie, status, middelen en mogelijkheden misbruikt om de publieke meningsvorming naar zijn hand te zetten door onwelgevallige meningen te onderdrukken en door een bewust verkeerde weergave van de werkelijkheid te geven. Volgens klager heeft Godthelp willens en wetens zijn geloofwaardigheid aangetast en zodoende zijn functioneren als maatschappelijk betrokken burger bemoeilijkt. Daarbij zijn ethische normen voor journalistiek handelen geschonden, aldus klager.

Verweerders stellen dat de publicatie deel uit maakt van een reeks van meerdere publicaties over scooteroverlast op het Stadsplein in Amstelveen. Zij hebben zorgvuldig, integer en bij herhaling aan beide partijen – klager en de gemeente c.q. de wethouder – een podium gegeven om hun mening in de krant te etaleren. Zo zijn op 15 juni 2011 en op 25 januari 2012 ingezonden brieven van klager gepubliceerd. En op 3 augustus 2011 is op de achterpagina een vierkoloms-artikel met foto gepubliceerd, waarin klager uitgebreid aan het woord is gelaten om zijn bezwaren toe te lichten. Verder is op 18 januari 2012 in een kort bericht gemeld dat klager in deze kwestie een klacht had ingediend bij het college van B. en W. Ten slotte is op 25 januari 2012 op drie plekken in de krant aandacht aan de kwestie besteed: in het nieuwsbericht op de voorpagina, in het door klager gewraakte vervolgartikel en in een ingezonden brief van klager.
Volgens verweerders wordt in het bestreden artikel het standpunt van de wethouder over de kwestie weergegeven. Gelet op de eerdere publicaties was de mening van klager over dit onderwerp genoegzaam bekend en was er geen reden klager daar verder naar te vragen.
Verweerders concluderen dat – nu zij bij herhaling verslag hebben gedaan van de feiten uit de kwestie en daarbij beide partijen de gelegenheid hebben geboden hun kant van het verhaal te belichten – zij niet journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders zonder toepassing van wederhoor onjuist en eenzijdig hebben bericht over het geschil tussen klager en de gemeente inzake de handhaving van het scooterverbod in het voetgangersgebied, en dat klager  negatief is neergezet.

De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Voorts zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punten 1.1. en 1.2. van de Leidraad van de Raad)

Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij in diverse publicaties aandacht hebben besteed aan het geschil tussen klager en de gemeente. In dat kader bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders bij publicaties daarover aan de visie van beide partijen altijd evenveel aandacht behoren te geven. (vgl. RvdJ 2011/66)

De Raad is verder van oordeel dat verweerders in de gewraakte publicatie voldoende onderscheid hebben gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat het artikel met name de visie van wethouder Raat op de kwestie behelst. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten en berichtgeving van feitelijke aard. Desalniettemin kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad)

Mede in aanmerking genomen dat verweerders in eerdere publicaties ook de visie van klager hebben weergegeven stond het hen vrij om in het gewraakte artikel de veel beschreven – en bij de lezers bekende – kwestie voornamelijk van één kant te belichten, zonder klager om een reactie te vragen. Daarbij is van belang dat naar het oordeel van de Raad niet is gebleken dat verweerders stelselmatig negatief over klager berichten. Dat klager het niet eens is met de in het artikel beschreven mening van de wethouder, kan aan een en ander niet afdoen.


Dit leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door in het vervolgartikel van 25 januari 2012 over klager te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, ir. B.L. Hooghoudt en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.