2012/45 onthouding-oordeel ongegrond

Samenvatting

In het Brabants Dagblad is een artikel verschenen onder de kop “Aangifte smaad tegen CDA’ers Maasdriel” en de bovenkop “Klacht – Politie toetst of er voldoende reden is voor strafvervolging”. De klacht richt zich met name op het gebruik van de term ‘smaad’ en tegen het vermelden van namen van personen tegen wie de aangifte van klager zou zijn gericht. De Raad stelt vast dat in een door klager overgelegde brief aan de politie, waarin klager zijn aangifte heeft beschreven, als vermoedelijke verdachten de in het artikel genoemde personen met naam zijn vermeld. Er is in dit opzicht geen sprake van onjuiste berichtgeving. Met betrekking tot het gebruik van de term ‘smaad’ overweegt de Raad verder dat in het door klager overgelegde proces-verbaal van aangifte is vermeld dat klager aangifte heeft gedaan van ‘belediging, smaad, smaadschrift en laster’. Verweerders hebben niet ontoelaatbaar gehandeld door dit samen te vatten met het begrip ‘smaad’.
Verder is op de website van het Brabants Dagblad het artikel “Vragen over Pasnagelshof” verschenen, waaronder reacties zijn geplaatst. De door klager beschreven reacties bevatten geen zodanig ernstige beschuldiging of diffamerende uitlating jegens hem, dat deze door verweerders verwijderd hadden moeten worden. Verweerders hebben ter zake niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Ten slotte heeft klager gesteld dat verweerders hebben geweigerd een door hem geplaatste reactie te publiceren. Verweerders hebben daar tegenover gesteld dat zij met een dergelijke weigering niet bekend zijn. De Raad kan op grond van de standpunten van partijen niet vaststellen of het standpunt van klager juist is en onthoudt zich daarom van een oordeel op dit punt.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.B. Hofstede

tegen

M. Linssen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Bij brief van 22 mei 2012 met twee bijlagen heeft A.B. Hofstede te ‘s Hertogenbosch (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Linssen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (hierna: verweerders). Per e-mail van diezelfde datum heeft klager nog diverse bijlagen overgelegd. T. Rooms, lid van de hoofdredactie, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 22 juni 2012 met een bijlage. Daarop heeft klager gereageerd in een e-mail van 28 juni 2012. Ten slotte heeft verweerder op de repliek van klager geantwoord per e-mail van 2 juli 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 juli 2012. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 22 mei 2012 is in het Brabants Dagblad een artikel verschenen van de hand van Linssen onder de kop “Aangifte smaad tegen CDA’ers Maasdriel” en de bovenkop “Klacht – Politie toetst of er voldoende reden is voor strafvervolging”. In de intro is verder vermeld:
“*   Aangifte smaad tegen CDA-politici Erik Goesten en Jos Huizinga en
 projectontwikkelaar Poland.
*     Politie zal de aangifte deze week beoordelen.
*     Goesten staat volledig achter zijn eerdere uitspraken.”
Het artikel luidt verder als volgt:
“Bij de politie is gisteren aangifte gedaan wegens smaad en laster tegen de Maasdrielse CDA-voorman Erik Goesten, CDA-wethouder Jos Huizinga en projectontwikkelaar Kees Poland. Bosschenaar Ton Hofstede, die optreedt namens zijn in Ammerzoden wonende familie, reageert met deze aangifte op uitspraken in een in de Bommelerwaard verschijnend weekblad waaruit blijkt dat het CDA Maasdriel ‘stevig baalt’ van de opstelling van Hofstede inzake bouwen in Ammerzoden. De afgelopen jaren zijn meerdere bouwplannen in het centrum van het dorp door bezwaarschriften op de lange baan geschoven. Daarbij gaat het volgens Goesten om De Hoef, Bestenhof en als laatste is de Pasnagelshof. Dit laatste is een project van Poland.
Voor dit plan – vlakbij de MCD-super – moet nog een ontwerp-bestemmingsplan worden opgesteld. Hofstede heeft zowel tegenover de projectontwikkelaar als de gemeente duidelijk gemaakt het plan te grootschalig te vinden. De bouw van plan Bestenhof, enkele woningen en een aantal appartementen in hetzelfde deel van Ammerzoden, is onlangs gestart, na een vertraging door procedures.
CDA-voorman Erik Goesten verwijt Hofstede in het weekblad dat hij ‘ervoor verantwoordelijk is dat afgelopen jaren alle serieuze bouwplannen in Ammerzoden zijn tegengehouden’.  Goesten stelt ook: ,,Een groot deel van de bezwaren heeft te maken met het Not In My Backyard-syndroom”. Huizinga wordt verweten in de raadscommissie een onjuiste voorstelling van zaken te hebben gegeven.
In een brief aan het college van B. en W. van Maasdriel, alle raadsleden, de CDA tweede-kamerfractie alsmede de secretaris van de afdeling Zuid-Holland – Jos Huizinga is lid van deze afdeling – stelt Hofstede dat hij onder meer een beroep zal doen op artikel 261 van het wetboek van Strafrecht.
De politie heeft de aangifte gisteren opgenomen. Volgens een politiewoordvoerster wordt deze week bekeken of er voldoende redenen zijn voor een strafrechtelijke vervolging.
In een reactie zei CDA-voorman Erik Goesten gistermiddag dat hij voor de volle honderd procent achter zijn uitspraken staat. ,,Als in Ammerzoden niet gebouwd wordt dan gaat dat ten koste van de leefbaarheid in het dorp en dat tast ook de verenigingen aan”, reageert Goesten.”

Op 15 mei 2012 is op de website van het Brabants Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Vragen over Pasnagelshof”. Daaronder zijn onder meer de volgende reacties geplaatst:
“Natuurlijk weer hetzelfde comite en fam hofstede?? Deze houden al jaren de bouwplannen in Ammerzoden tegen. Ze hebben meerdere huizen in het buitenland laat ze daar gaan wonen dan kan onze jeugd weer in Ammerzoden komen wonen.
teleurgestelde inwoner - 15-05-2012 | 22:10”
en
“inderdaad beste inwoners van ammerzoden, laat wat van je horen en roepen en zeg tegen dat belachelijke comite en vooral die fam hofstede dat ze stoppen met dat negatieve gedoe. Het helen jaar zitten ze op de boot in corsica of wonen ze in hun huizen in het buitenland en dan hier de bouwplannen tegen gaan voor onze jeugd in het dorp. Of zouw het gaan om een vergoeding te bewerkstellen in de vorm van plan schade of om ze weg te kopen? Het is hun dochter al gelukt behalve wegkopen dat lukte niet en haar woning te verkopen voor belachelijk veel geld ook niet. Dit is jammer trouwens want dan hadden we als ammerzoden er geen last meer van gehad.
teleurgestelde inwoner - 17-05-2012 | 10:41”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zowel de kop als de inhoud van het artikel onjuist is. Volgens hem is in zijn (definitieve) aangifte namelijk niet gesteld dat deze alleen ziet op smaad noch dat deze tegen specifieke personen was gericht. Volgens klager werkt de door verweerders gehanteerde kop met daarin “tegen CDA-ers” onnodig escalatie en opruiing in de hand. De aangifte betreft alle daders, waarbij hij ook het Brabants Dagblad als een verdachte heeft aangemerkt. Indien verweerders volledig zouden zijn geweest, dan had dit eveneens vermeld moeten worden.
Aangezien klager voorafgaand aan publicatie contact heeft gehad met Linssen, was deze van een en ander op de hoogte. Desondanks heeft Linssen woorden van klager verdraaid dan wel woorden in klagers mond gelegd. Klager beschouwt dit als extra ernstig nu verweerders op de bijbehorende internetpagina onder de mogelijkheid ‘reacties’ selectieve censuur toepassen. Anderen wordt de gelegenheid gegeven opruiende reacties te plaatsen, terwijl de legitieme reactie van klager niet is geplaatst. Verweerders handelen daarmee ook in strijd met de door hen zelf opgestelde regels voor het plaatsen van reacties, aldus klager.
Hij licht verder toe dat uit de door de media gehanteerde term “grenzeloos verrot” blijkt dat het in de politiek in Maasdriel niet goed loopt. Het politiek debat wordt niet zozeer in het gemeentehuis bedreven maar middels moddergooien in de pers. Klager meent dat hij door de gewraakte publicatie nu onvrijwillig en onverwachts wordt betrokken in een politiek conflict, met het risico dat de zaak escaleert en groeperingen zich tegen de ‘ongelovige’ gaan keren.
Klager betoogt dat verweerders door de berichtgeving zijn goede naam hebben aangetast en dat hij nu aansprakelijk kan worden gesteld wegens smaadschrift.

Verweerders stellen dat weliswaar de definitieve aangifte van klager is gericht tegen vermoedelijke verdachten, maar dat in de brief die daaraan voorafging – te weten een brief van klager van 21 mei 2012 aan de politie Bommelwaard – drie specifieke personen zijn genoemd. Uit de context van de aangifte en uit achtergrondinformatie waarover verweerders beschikten, mochten zij concluderen dat de aangifte tegen die personen was gericht. Verder zijn de wetsartikelen waar klager zich op beroept, terecht samengevat met het begrip ‘smaad’.
Verder menen verweerders dat er geen bezwaar bestaat tegen het vermelden van de naam van klager. Hij is geen verdachte en er zijn anderszins geen zwaarwegende redenen zijn naam niet te vermelden. Verder is klager in het artikel opgevoerd als inwoner van Den Bosch en is vermeld dat hij namens zijn familie optreedt. Verweerders hebben dit juist gedaan om te voorkomen dat de familie van klager het mikpunt wordt van scheldpartijen.
Verweerders zien dan ook niet in hoe de goede naam van klager is aangetast. Zij hebben zorgvuldige journalistiek bedreven.
Ten aanzien van de reacties op hun website wijzen verweerders erop dat klager zijn klacht ter zake heeft uitgebreid in zijn e-mail van 28 juni 2012. Verweerders menen dat de geplaatste reacties voldeden aan de door hen gestelde criteria en  van een weigering tot plaatsing van een reactie van klager is hen niets bekend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders onjuist over de kwestie hebben bericht en daarmee de goede naam van klager hebben geschaad. Daarnaast zouden verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld bij het al dan niet plaatsen van reacties op hun website.

Klacht tegen de publicatie van 22 mei 2012
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Voorts zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punten 1.1. en 1.2. van de Leidraad van de Raad)

De Raad overweegt dat de klacht zich met name richt op het gebruik van de term ‘smaad’ alsmede tegen het vermelden van namen van personen tegen wie de aangifte van klager zou zijn gericht.

De Raad stelt vast dat in de door klager overgelegde brief van 21 mei 2012 gericht aan de politie Bommelerwaard – waarin klager zijn aangifte heeft beschreven – als vermoedelijke verdachten de in het artikel genoemde personen met naam zijn vermeld. Er is in dit opzicht geen sprake van onjuiste berichtgeving.

Met betrekking tot het gebruik van de term ‘smaad’ overweegt de Raad verder dat in het door klager overgelegde proces-verbaal van aangifte van 21 mei 2012 is vermeld dat klager aangifte heeft gedaan van ‘belediging, smaad, smaadschrift en laster’. Naar het oordeel van de Raad bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerders journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld door dit samen te vatten met het begrip ‘smaad’.

Voor zover de klacht is gericht tegen de publicatie van 22 mei 2012 is de klacht derhalve ongegrond.

Klacht betreffende het al dan niet plaatsen van reacties
Anders dan verweerders menen is de Raad van oordeel dat de klacht ter zake niet te laat is ingediend. Klager heeft reeds in zijn e-mail van 22 mei 2012 zijn ongenoegen geuit over de selectieve willekeur van verweerders bij het plaatsen van reacties. Bovendien hebben verweerders ter zake een inhoudelijke reactie gegeven. Er is dan ook geen aanleiding deze klacht niet te behandelen.

Verder overweegt de Raad dat de redactie een verantwoordelijkheid heeft voor de reacties van derden die onder artikelen op haar website verschijnen, maar gelet op de aard van het internet kan van de redactie niet verwacht worden dat zij al deze reacties vooraf controleert. Wel kan de redactie besluiten eenmaal geplaatste reacties te verwijderen.
Als een reactie op een artikel op de website een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens een of meer herkenbare personen bevat, dient de redactie op verzoek van de betrokkene(n) te onderzoeken of voor de beschuldiging of de aantijging een feitelijke grond bestaat, en indien dit niet het geval is, de reactie te verwijderen.
(zie punten 5.4. en 5.5. van de Leidraad)

De door klager beschreven reacties bevatten naar het oordeel van de Raad geen zodanig ernstige beschuldiging of diffamerende uitlating jegens  hem, dat deze door verweerders verwijderd hadden moeten worden. Verweerders hebben ter zake niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Verder heeft klager gesteld dat verweerders hebben geweigerd een door hem geplaatste reactie te publiceren. Verweerders hebben daar tegenover gesteld dat zij met een dergelijke weigering niet bekend zijn. De Raad kan op grond van de standpunten van partijen niet vaststellen of het standpunt van klager juist is. Op grond van artikel 9 lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad onthoudt de Raad zich daarom van een oordeel op dit punt.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen het weigeren door verweerders tot het plaatsen van een reactie van klager, onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor het overige is de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, H. Blanken, prof. dr. M.J. Broersma,  ir. B.L. Hooghoudt,  mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.