2012/39 gegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Oude wonden opengereten” met de bovenkop “Zedenzaak – Reclassering benadert slachtoffer ‘in belang’ van dader” dat op de voorpagina is aangekondigd in een bericht met de kop “Excuses Reclassering na ‘verkeerde’ brief”. Kern van de klacht is dat onjuist en tendentieus over de strafzaak tegen klager is bericht, zonder deugdelijk onderzoek en zonder toepassing van wederhoor.
Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat de beweringen over zijn strafzaak op een aantal wezenlijke punten onjuist zijn. Weliswaar heeft de publicatie in eerste instantie betrekking op een geschil tussen de ex-echtgenote van klager en de reclassering, dat neemt niet weg dat het artikel een groot aantal beschuldigingen aan het adres van klager bevat. Anders dan verweerder heeft aangevoerd is in dit geval geen sprake van berichtgeving van (louter) feitelijke aard. De ex-echtgenote van klager kan in dit geval niet als objectieve, betrouwbare bron worden beschouwd. Op verweerder rustte de plicht nader onderzoek te doen naar de juistheid van de beweringen over klager. De verslaggever heeft telefonisch navraag gedaan bij de persvoorlichting van de rechtbank Almelo, die hem kennelijk deels onjuiste informatie heeft verstrekt en bovendien niet heeft gemeld dat de procedure bij het gerechtshof Arnhem is vervolgd. Dit heeft er mede toe geleid dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, waarvoor verweerder uiteindelijk verantwoordelijk is; degene die onjuiste informatie publiceert, draagt het risico van het onjuist/onvolledig geïnformeerd te zijn geworden. Verweerder had deze onjuistheden wellicht kunnen voorkomen door navraag te doen bij klager of diens raadsman.
Doordat de publicatie een aantal feitelijke onjuistheden bevatte, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klager gehandeld. Dat verweerder na de publicatie zijn excuses heeft aangeboden en bereid was de onjuiste berichtgeving te rectificeren, kan daaraan niet afdoen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Bij brief van 19 april 2012 met een bijlage heeft mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerder). Hierop heeft A. Vis, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 7 mei 2012 met twee bijlagen. Ten slotte heeft klager nog twee bijlagen overgelegd bij brief van 22 mei 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 mei 2012. Klager is daar verschenen vergezeld door voornoemde mr. Syrier. Aan de zijde van verweerder waren voornoemde Vis en W.J. Goorhuis, verslaggever, aanwezig.

DE FEITEN

Op 1 maart 2012 is in De Twentsche Courant Tubantia een artikel verschenen van de hand van Goorhuis onder de kop “Oude wonden opengereten” met de bovenkop “Zedenzaak – Reclassering benadert slachtoffer ‘in belang’ van dader”. De intro van het artikel luidt:
“Een brief waarin Reclassering Nederland aan het slachtoffer van verkrachting vraagt om medewerking ‘in het belang van de dader’ krenkt de Hengelose vrouw diep.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“De man is een aantal jaren geleden veroordeeld wegens ernstige zedendelicten. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden en tbs met dwangverpleging. De man heeft verschillende kinderen – waaronder zijn eigen dochters – misbruikt, hij heeft zijn ex-partner op brute wijze verkracht en was in bezit van kinderporno.”
en
“Tijdens de rechtszaak in 2006 heeft de man bekend dat hij zijn beide dochters vanaf hun eerste jaar heeft misbruikt. De vrouw en haar kinderen ondervinden de gevolgen van de verkrachting en het misbruik nog iedere dag, zegt ze. Er is nog steeds hulpverlening voor alle slachtoffers. Maatschappelijk werk komt een paar keer per week over de vloer.”
Klager is de in het artikel bedoelde man.

Het artikel is op de voorpagina aangekondigd in een bericht met de kop “Excuses Reclassering na ‘verkeerde’ brief” en de volgende tekst:
“Reclassering Nederland maakt op zeer korte termijn excuses aan een Hengelose vrouw. De vrouw was diep gekrenkt door een brief die ze onlangs kreeg van de reclassering over haar ex-partner. De man heeft de vrouw en hun dochters misbruikt. In de brief vroeg de reclassering de vrouw om medewerking ‘in het belang’ van de man, die tot tbs is veroordeeld. De vrouw wil niets meer met de man te maken hebben. De reclassering erkent desgevraagd dat de gebruikte formulering in de brief verkeerd was.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel tot stand is gekomen zonder deugdelijk onderzoek naar de feiten en zonder toepassing van wederhoor. De raadsman van klager heeft telefonisch contact gehad met de redactie en hem is toen meegedeeld dat de (enige) bron van informatie de ex-echtgenote van klager is geweest. Ondanks het feit dat het de verslaggever duidelijk had moeten zijn dat klagers ex-echtgenote – gelet op haar rol in de kwestie – bezwaarlijk als enige bron van objectieve informatie zou kunnen dienen, heeft deze nagelaten de informatie te verifiëren. Dat had hij eenvoudig kunnen doen door navraag bij het openbaar ministerie, de rechtbank en/of de raadsman van klager.
Volgens klager is sprake van onjuiste, tendentieuze berichtgeving. Zo is hij in laatste instantie door het gerechtshof Arnhem bij arrest van 29 januari 2010 vrijgesproken van de beweerdelijke verkrachting van zijn ex-echtgenote. Verder is hij door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en tbs met voorwaarden. Ten onrechte is voorts de indruk gewekt dat klager verschillende kinderen – onder wie zijn eigen dochters – zou hebben misbruikt. Ten slotte is door de zinsnede ‘de man (heeft) bekend dat hij zijn beide dochters vanaf hun eerste jaar heeft misbruikt’ ten onrechte gesuggereerd dat sprake was van jarenlang, stelselmatig misbruik. Klager heeft bekend dat hij een van zijn dochters tweemaal heeft misbruikt in haar tweede levensjaar en een andere dochter eenmaal toen zij bijna drie jaar was.
Ter zitting wijst klager erop dat ook de door de Almelose rechtbank opgelegde straf anders was dan in het artikel is vermeld. Vervolgens is de straf aangepast door het gerechtshof Arnhem bij arrest van 5 oktober 2007. Hierna is klager in cassatie gegaan en heeft de Hoge Raad bij uitspraak van 30 juni 2009 de zaak naar het gerechtshof Arnhem terugverwezen, dat op 29 januari 2010 uitspraak heeft gedaan.
Klager betoogt dat door de onzorgvuldige wijze van berichtgeving niet alleen zijn zeer voorspoedig lopende behandeling gevaar loopt, maar ook hijzelf. Ter toelichting wijst klager op de reacties die onder het bericht op de internetpagina van de krant zijn verschenen.

Verweerder stelt dat het artikel gaat om een faux-pas van de Reclassering Nederland, die de ex-echtgenote van klager per brief heeft benaderd en haar heeft gevraagd om haar medewerking, terwijl zij niets meer met klager te maken wil hebben. De vrouw voelt zich gekrenkt en de reclassering heeft haar fout erkend. Deze feiten stonden in een artikel op de voorpagina – een ankeiler – als introductie van het grotere verhaal op pagina 3. Volgens verweerder is de ankeiler belangrijk, omdat die duidt waar het om gaat: een opmerkelijk nieuwsfeit dat de reclassering een vrouw benadert, die druk doende is een pijnlijk verleden te verwerken en als gevolg van de reclassering moet toezien dat oude wonden worden opengereten. Klager is hierin geen partij, aldus verweerder.
Hij meent dat op juiste wijze wederhoor is toegepast, te weten bij de reclassering. Er was geen morele verplichting ook klager te benaderen, nu deze in het verhaal niets wordt verweten, anders dan wat al is behandeld in de rechtszaken die tot zijn veroordeling hebben geleid. De verontwaardiging van de vrouw behelst de reclassering en niet haar ex-partner.
Voor wat betreft de feitelijke onjuistheden wijst verweerder erop dat klager in eerste instantie door de Almelose rechtbank is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Het is juist dat de straf later is gereduceerd door het gerechtshof Arnhem; daarin heeft klager gelijk. De verslaggever heeft gebeld naar de persvoorlichting in Almelo en daar heeft men de uitspraak van de rechtbank doorgegeven, zonder te melden dat de zaak is vervolgd bij het gerechtshof. Anders zou de verslaggever natuurlijk het gerechtshof hebben gebeld. Als gevolg hiervan is het arrest van het gerechtshof niet in het artikel vermeld en dat is een omissie. De raadsman van klager heeft de verslaggever hierop kort na de publicatie gewezen. De verslaggever heeft toen zijn excuses aangeboden. De raadsman heeft toen niet om rectificatie verzocht, hetgeen in de rede had gelegen. Aan dat verzoek zou zeker zijn voldaan. De verslaggever had ook zonder verzoek tot rectificatie kunnen overgaan, maar hij ging ervan uit dat klager geen prijs stelde op rectificatie nu diens raadsman daarom niet had verzocht. Dat komt in toenemende mate voor bij delicate zaken. In een vervolgpublicatie op 17 maart 2012 is overigens wel de juiste straf vermeld.
Verder betwist verweerder dat is gesuggereerd dat sprake zou zijn geweest van stelselmatig misbruik. De desbetreffende passage is correct en stamt uit de bekentenis van klager in 2006.
Hij meent ten slotte dat er geen causaal verband is tussen de gemaakte fouten en de door een derde op internet geuite dreigementen.
Ter zitting deelt Goorhuis desgevraagd mee dat de bewering dat klager behalve zijn eigen kinderen ook andere kinderen zou hebben misbruikt, afkomstig is van de ex-echtgenote van klager. Verder deelt hij mee dat de informatie van de rechtbank mondeling aan hem is verstrekt. Vis voegt daaraan toe dat zij van de juistheid van die informatie mochten uitgaan. Ten slotte biedt zowel Vis als Goorhuis klager zijn excuses aan voor de gemaakte fouten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat onjuist en tendentieus over de strafzaak tegen klager is bericht, zonder deugdelijk onderzoek en zonder toepassing van wederhoor.

Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat de beweringen over zijn strafzaak op een aantal wezenlijke punten onjuist zijn. Zo is hij uiteindelijk niet veroordeeld voor verkrachting van zijn ex-echtgenote, is hij niet veroordeeld voor misbruik van andere kinderen dan zijn eigen dochters – die hij anders dan wordt gesuggereerd niet stelselmatig heeft misbruikt – en is de opgelegde straf lager dan in het artikel is vermeld.

Weliswaar heeft de publicatie in eerste instantie betrekking op een geschil tussen de ex-echtgenote van klager en de reclassering, dat neemt niet weg dat het artikel een groot aantal beschuldigingen aan het adres van klager bevat. Anders dan verweerder heeft aangevoerd is in dit geval geen sprake van berichtgeving van (louter) feitelijke aard, maar van beweringen over klager die – zo heeft verweerder gesteld – voornamelijk afkomstig zijn van de ex-echtgenote van klager.

Bij het publiceren van beschuldigingen behoort de journalist te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Bijzondere zorgvuldigheid is geboden in het geval van publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad van de Raad)

Voorts dient de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe te passen bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

De ex-echtgenote van klager kan in dit geval niet als objectieve, betrouwbare bron worden beschouwd. Op verweerder rustte de plicht nader onderzoek te doen naar de juistheid van de beweringen over klager. De verslaggever heeft blijkbaar slechts telefonisch navraag gedaan bij de persvoorlichting van de rechtbank Almelo, die hem kennelijk deels onjuiste informatie heeft verstrekt en bovendien niet heeft gemeld dat de procedure bij het gerechtshof Arnhem is vervolgd.

Naar het oordeel van de Raad heeft de onvolledige informatie door de persvoorlichting van de rechtbank er mede toe geleid dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat, waarvoor verweerder uiteindelijk verantwoordelijk is. Hij had deze onjuistheden wellicht kunnen voorkomen door navraag te doen bij klager of diens raadsman.
De Raad is zich ervan bewust dat verweerder ‘pech’ had door de omissie van de persvoorlichting van de rechtbank over het hoger beroep. Ware verweerder daarop gewezen dan had het in de rede gelegen dat hij zou hebben geïnformeerd naar de inhoud van de uitspraak van het gerechtshof en dat dientengevolge de betreffende onjuistheden niet in het artikel waren verschenen.
De Raad is van mening dat als een journalist van een voorlichter van een rechtbank te horen krijgt wat er in een vonnis in een bepaalde zaak staat, het te ver zou voeren van de journalist te verlangen dat hij zo alert is om te gaan onderzoeken of er wellicht hoger beroep was ingesteld en of daarin een ander rechterlijk oordeel was geveld dan in eerste aanleg. Dit zou een te zware onderzoeksplicht leggen bij de journalist.
Dit neemt niet weg dat degene die onjuiste informatie publiceert, het risico draagt van het onjuist/onvolledig geïnformeerd te zijn geworden. Hij is daarvoor dan ook in laatste instantie verantwoordelijk.

De Raad komt derhalve tot de slotsom dat doordat de betreffende publicatie een aantal feitelijke onjuistheden bevatte, verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld. Dat verweerder na de publicatie zijn excuses heeft aangeboden en bereid was de onjuiste berichtgeving te rectificeren, kan daaraan niet afdoen.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 juli 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, mr. T.E. Klein, A. Mellink MPA, mw. M.J. Rietkerk en drs. H. Snijder, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.