2012/38 gegrond

Samenvatting

Op 30 november 2011 is op de website van PowNed het bericht “Buma/Stemra bestuurder corrupt” met de onderkop “Buma/Stemra bestuurder Jochem Gerrits maakt misbruik van zijn functie” verschenen. Kort gezegd gaat het bericht over een conflict tussen Gerrits en componist Melchior Rietveldt. In diverse uitzendingen van PowNews van diezelfde dag en daarna, en in andere artikelen op de website is aan de kwestie aandacht besteed. In de uitzending van 30 november 2011 zijn fragmenten getoond van R. Storm – adviseur van Rietveldt – die vanuit de studio van verweerder met Gerrits belt en daarbij aanwijzingen krijgt van een medewerker van verweerder. In een bericht dat op 1 december 2011 op de website van PowNed is geplaatst, is een link opgenomen naar de volledige opname van het telefoongesprek.
De Raad overweegt dat Gerrits in de uitzending van 30 november 2011 wordt verweten zich schuldig te maken aan corruptie. Dit is een zeer ernstige beschuldiging, die louter lijkt te zijn gebaseerd op de beweringen van Rietveldt en Storm – waarmee Gerrits in conflict is – en de getoonde fragmenten van een telefoongesprek dat Gerrits heeft gevoerd met Storm. In dat verband is relevant dat klagers onbetwist hebben gesteld dat het telefoongesprek zonder medeweten van Gerrits is opgenomen en uitgezonden c.q. gepubliceerd. Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder met het instrueren van Storm bij het voeren van het telefoongesprek Gerrits uitspraken heeft ontlokt, terwijl bovendien door de wijze van montage van het telefoongesprek – dat ongeveer een half uur heeft geduurd, terwijl slechts enkele minuten zijn getoond – het gesprek een andere lading heeft gekregen en geen recht doet aan de essentie daarvan. Uit de uitzending is niet gebleken dat voor de beschuldiging van corruptie een nadere onderbouwing bestond. Bovendien is niet gebleken dat klagers voorafgaand aan de uitzending van 30 november 2011 de mogelijkheid tot wederhoor is geboden. Door op 30 november 2011 over klagers te berichten en daarop in latere berichtgeving voort te borduren op de wijze zoals hij heeft gedaan, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig jegens klagers gehandeld.
Dat verweerder later in een publicatie op zijn website een link heeft opgenomen naar het volledige telefoongesprek tussen Gerrits en Storm laat het voorgaande onverlet: in de uitzending van 30 november is niet kenbaar gemaakt dat het volledige telefoongesprek via de website van verweerder te beluisteren was, nog daargelaten de vraag of in dit geval van de gemiddelde kijker kan worden verwacht dat hij na een uitzending van slechts enkele minuten vervolgens via internet een telefoongesprek van ongeveer 30 minuten zal beluisteren om zich zo een beter beeld van de kwestie te kunnen vormen. Evenmin kan aan het oordeel afdoen dat verweerder later geprobeerd heeft Gerrits te interviewen, te meer omdat Gerrits – gelet op de eerdere opstelling van verweerder – dit niet behoefde te beschouwen als een serieuze gelegenheid tot het bieden van een weerwoord.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.C.R. Gerrits en High Fashion Music B.V.

tegen

O. Oost, hoofdredacteur van PowNed

Bij brief van 14 maart 2012 met zestien bijlagen heeft mr. J.G.J. van Groenendaal, advocaat te Amsterdam, namens J.C.R. Gerrits en High Fashion Music B.V. (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen O. Oost, hoofdredacteur van PowNed (hierna: verweerder). Bij e-mail van 10 april 2012 heeft mr. J. van den Brink, advocaat te Amsterdam, namens verweerder laten weten dat verweerder geen verweerschrift zal indienen en niet ter zitting zal verschijnen. Verder heeft mr. Van den Brink namens verweerder verzocht de behandeling van de klacht uit te stellen totdat in de gerechtelijke procedure over dezelfde kwestie een onherroepelijke uitspraak is gedaan. In een e-mail van 13 april 2012 heeft de secretaris van de Raad dit verzoek afgewezen. Vervolgens heeft mr. Van den Brink bij e-mail van 7 mei 2012 een bijlage overgelegd. Bij e-mail van 8 mei 2012 heeft mr. M. Leopold, advocaat te Amsterdam, namens klagers nog vier bijlagen overgelegd. Ten slotte heeft mr. Van Groenendaal bij e-mail van 9 mei 2012 aan de Raad verzocht het door verweerder overgelegde stuk buiten beschouwing te laten.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2012 waar namens klagers voornoemde mr. Van Groenendaal en mr. Leopold zijn verschenen, die het standpunt van klagers hebben toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerder is daar niet verschenen.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzendingen bekeken.

DE FEITEN

Op 30 november 2011 is op de website van PowNed een bericht verschenen onder de kop “Buma/Stemra bestuurder corrupt” en de onderkop “Buma/Stemra bestuurder Jochem Gerrits maakt misbruik van zijn functie”. Het bericht luidt verder:
“Bestuurslid Jochem Gerrits van Buma/Stemra gebruikt zijn functie om geld op te strijken van auteursrechten die nog uitbetaald moeten worden. Gerrits is naast bestuurslid van de rechtenorganisatie ook de eigenaar van muziekuitgever High Fashion Music en heeft aangeboden om in die hoedanigheid een claim van componist Melchior Rietveldt op Buma/Stemra over te nemen.
Rietveldt heeft in 2006 voor een anti-kopieer spotje muziek gecomponeerd. Dit spotje is – zonder dat hij dit wist – in bioscopen vertoond en op een groot aantal DVD’s terechtgekomen. Daarvoor zou de componist per vertoning en gemaakte kopie een vergoeding moeten ontvangen van Buma/Stemra, maar de organisatie weigert al sinds 2007 werk te maken van zijn claim. Daardoor loopt hij mogelijk miljoenen mis.
Gerrits heeft componist Rietveldt voorgesteld de rechten op de muziek over te dragen aan zijn eigen uitgeverij. Door zijn functie als bestuurslid bij Buma/Stemra zit hij dichter op het vuur en kan hij er naar eigen zeggen voor zorgen dat Buma/Stemra wél over de brug komt. Voor deze dienst ontvangt Gerrits één-derde van de claim. Dit bedrag kan oplopen tot enkele miljoenen.
Meer in het PowNews van vanavond.”
In de uitzending van PowNews van diezelfde dag alsmede op 1, 2, 5, 8, 14, 15 en 16 december 2011 is aan de kwestie aandacht besteed. Verder is in de periode van 1 tot en met 21 december in een aantal artikelen op de website van PowNews over de kwestie bericht.

In de uitzending van 30 november 2011 zijn fragmenten getoond van R. Storm – adviseur van Rietveldt – die vanuit de studio van verweerder met Gerrits belt en daarbij aanwijzingen krijgt van een medewerker van verweerder. In een bericht dat op 1 december 2011 onder de kop “Deze is voor Boulevard” op de website van PowNed is geplaatst, is een link opgenomen naar de volledige opname van het telefoongesprek.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat zij in de gewraakte berichtgeving ten onrechte zijn beschuldigd van corruptie en omkoping. Deze beschuldigingen zijn zeer ernstig, omdat zij de bestuurder van een collectieve rechtenorganisatie betreffen. Buma/Stemra heeft een publiek mandaat dat strekt tot incasseren van vergoedingen van auteurs. Vertrouwen in alle bij Buma/Stemra betrokken personen is voor de organisatie van groot belang. Met de beschuldigingen heeft verweerder in feite gesteld dat Gerrits ‘in de wandelgangen’ bij Buma/Stemra een uitbetaling van een miljoen euro gaat regelen tegen een onwettige en ongerechtvaardigde vergoeding. Gerrits zou aldus zijn bestuursfunctie op strafrechtelijk laakbare wijze inzetten om zichzelf te verrijken en Buma/Stemra en Rietveldt te benadelen. Door de stellige verdachtmaking van Gerrits is zijn reputatie onherstelbaar beschadigd. Het enkele in twijfel trekken van zijn integriteit was voor Gerrits voldoende te besluiten zijn functie neer te leggen.
Verder stellen klagers dat verweerder bovendien ten onrechte de indruk heeft gewekt dat er bewijs zou bestaan voor zijn beschuldigingen. Zij zijn gebaseerd op een geënsceneerd telefoongesprek dat door verweerder is gemanipuleerd, aldus klagers.
Volgens hen heeft verweerder niet waarheidsgetrouw bericht en relevante informatie over de kwestie verzwegen. Ter toelichting schetsen zij hoe hun contacten met Rietveldt en Storm zijn verlopen. Gerrits heeft niet ‘ontdekt dat Rietveldt op een goudmijn zit’ en toen zijn diensten aangeboden. Het contact is ontstaan op aangeven van een derde en ging over het overnemen en exploiteren van de rechten tegen de vastliggende uitgeversvergoeding van een derde. Gerrits is in het telefoongesprek met Storm afgegaan op de door Storm aangereikte feiten, die later onjuist bleken te zijn. Naast het feit dat het gesprek geënsceneerd is en dat sprake is van een poging tot uitlokking, is sprake van suggestief knippen en plakken van willekeurige uitspraken uit het gesprek. Daardoor is opzettelijk de kwalijke, onjuiste suggestie gewekt dat Gerrits als bestuurder van Buma/Stemra de feitelijke macht heeft de zaak van Rietveldt ‘te regelen’. Ter ondersteuning van hun standpunt hebben klagers een opname van het volledige gesprek overgelegd. Zij wijzen erop dat Gerrits in het gesprek een duidelijk onderscheid heeft aangebracht tussen zijn functie als uitgever en zijn functie als bestuurslid van Buma/Stemra. Klagers menen dat verweerder door de wijze van berichtgeving het publiek niet in staat heeft gesteld zich een controleerbaar beeld over de kwestie te vormen. Daarbij komt dat verweerder heeft verzuimd onderscheid te maken tussen meningen en feiten. Verder wijzen klagers erop dat Rietveldt belanghebbende is in de zaak. De informatie die hij en Storm verweerder hebben aangeleverd is daarom mogelijk gekleurd. Dit had verweerder ertoe moeten brengen extra onderzoek te doen, hetgeen aantoonbaar achterwege is gebleven. Daarbij komt dat verweerder ten onrechte geen wederhoor heeft toegepast. Er is sprake van eenzijdige, tendentieuze en vooringenomen berichtgeving, aldus klagers.
Zij stellen ten slotte dat verweerder het telefoongesprek tussen Gerrits en Storm heimelijk heeft opgenomen. De bandopname is met in de studio gemaakt beeldmateriaal uitgezonden, waarbij steeds een grote foto van Gerrits is getoond. Voor deze inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer bestaat rechtvaardiging noch noodzaak.

Verweerder verwijst naar de door hem overgelegde brief die zijn raadsman op 7 maart 2012 heeft gestuurd aan het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten. In die brief heeft mr. Van den Brink zijn verzoek bevestigd om in het onderzoek dat het College door PwC laat uitvoeren naar Buma/Stemra ook PowNed te horen.
In zijn begeleidende e-mail van 7 mei 2012 stelt verweerder dat deze brief illustreert dat hij het gedrag van Gerrits terecht aan de kaak heeft gesteld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat hij niet de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging beoordeelt. Een dergelijke toetsing is voorbehouden aan de rechter. Dit laat echter onverlet dat de Raad zich kan uitspreken over de vraag of met een bepaalde journalistieke gedraging beroepsethische normen zijn overschreden.

Ten aanzien van de door verweerder overgelegde brief overweegt de Raad dat in het kader van een zorgvuldige beoordeling van de klacht zo veel mogelijk de standpunten van beide partijen in de oordeelsvorming dienen te worden betrokken. In dat verband acht de Raad niet van doorslaggevende betekenis dat verweerder heeft gesteld dat hij geen verweerschrift zou indienen. De overgelegde brief bevat de visie van verweerder op de zaak en is derhalve voor de oordeelsvorming relevant.
Verder merkt de Raad op dat de in het Reglement voor de werkwijze van de Raad opgenomen termijnen niet fataal zijn. Het enkele feit dat de brief door verweerder is overgelegd na het verstrijken van de termijn voor het indienen van verweer, betekent derhalve niet dat de brief niet bij de beoordeling kan worden betrokken. Overigens is aan beide partijen bericht dat zij nadere stukken uiterlijk op 8 mei 2012 bij de Raad konden indienen. Verweerder heeft de brief kennelijk op 7 mei 2012 per e-mail zowel aan de Raad als aan de raadsman van klagers gestuurd.
De Raad zal de brief derhalve bij de beoordeling van de klacht betrekken. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat klagers daardoor in hun positie worden geschaad. (vgl. RvdJ 2012/14)

De Raad overweegt dat het niet aan hem is een oordeel uit te spreken over de handelwijze van klagers en te beoordelen of de aan het adres van klagers geuite beschuldigingen al dan niet terecht zijn. De vraag die voorligt is of verweerder aan de kwestie aandacht heeft mogen besteden op de wijze zoals hij heeft gedaan.
In dat verband overweegt de Raad dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klagers bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.

Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)

In de uitzending van 30 november 2011 wordt Gerrits verweten zich schuldig te maken aan corruptie. Dit is een zeer ernstige beschuldiging, die louter lijkt te zijn gebaseerd op de beweringen van Rietveldt en Storm – waarmee Gerrits in conflict is – en de getoonde fragmenten van het telefoongesprek dat Gerrits heeft gevoerd met Storm. In dat verband is relevant dat klagers onbetwist hebben gesteld dat het telefoongesprek zonder medeweten van Gerrits is opgenomen en uitgezonden c.q. gepubliceerd.

Een journalist behoort degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ tegemoet te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend te maken. Voorts is het gebruik van verborgen opname-apparatuur in beginsel niet toelaatbaar. Hiervan kan de journalist alleen afwijken als hem geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten, mits de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en de veiligheid van betrokkenen. Dit geldt evenzeer wanneer een journalist degene over wie hij publiceert of uitzendt niet zelf benadert, maar wanneer een derde dit doet met de bedoeling hiervan voor een publicatie of uitzending gebruik te (laten) maken. Daarbij komt dat een journalist geen incident behoort uit te lokken met de kennelijke bedoeling nieuws te creëren. (zie punten 2.1.1., 2.1.2. en 2.1.6. van de Leidraad en vgl. RvdJ 2006/21)

Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder met het instrueren van Storm bij het voeren van het telefoongesprek Gerrits uitspraken heeft ontlokt, terwijl bovendien door de wijze van montage van het telefoongesprek – dat ongeveer een half uur heeft geduurd, terwijl slechts enkele minuten zijn getoond – het gesprek een andere lading heeft gekregen en geen recht doet aan de essentie daarvan. Uit de uitzending is niet gebleken dat voor de beschuldiging van corruptie een nadere onderbouwing bestond. Bovendien is niet gebleken dat klagers voorafgaand aan de uitzending van 30 november 2011 de mogelijkheid tot wederhoor is geboden.

De Raad komt derhalve tot het oordeel dat verweerder, door op 30 november 2011 over klagers te berichten en daarop in latere berichtgeving voort te borduren op de wijze zoals hij heeft gedaan, journalistiek onzorgvuldig jegens klagers heeft gehandeld.

Dat verweerder op 1 december 2011 in een publicatie op zijn website een link heeft opgenomen naar het volledige telefoongesprek tussen Gerrits en Storm laat het voorgaande onverlet: in de uitzending van 30 november is niet kenbaar gemaakt dat het volledige telefoongesprek via de website van verweerder te beluisteren was, nog daargelaten de vraag of in dit geval van de gemiddelde kijker kan worden verwacht dat hij na een uitzending van slechts enkele minuten vervolgens via internet een telefoongesprek van ongeveer 30 minuten zal beluisteren om zich zo een beter beeld van de kwestie te kunnen vormen.

Evenmin kan aan het oordeel van de Raad afdoen dat verweerder later geprobeerd heeft Gerrits te interviewen, te meer omdat Gerrits – gelet op de eerdere opstelling van verweerder – dit niet behoefde te beschouwen als een serieuze gelegenheid tot het bieden van een weerwoord.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van PowNews en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 juli 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.