2012/36 gegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het artikel“Man overlijdt tijdens uitvaart vrouw” waarin aandacht is besteed aan het overlijden van de ouders van klaagster. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
De Raad overweegt dat het verweerders vrijstond om over het voorval te berichten, ondanks het verzoek daartoe om dat niet te doen. Echter, nu aan Jansen duidelijk te kennen was gegeven dat klaagster en haar familie geen prijs stelden op publiciteit, had het op de weg van verweerders gelegen de berichtgeving te anonimiseren. Daarbij is van belang dat betrokkenen geen prominente figuren zijn en dat niet valt in te zien welk maatschappelijk belang is gediend bij de vermelding van de namen van betrokkenen. Gezien alle omstandigheden hebben verweerders, door de naam van de moeder van klaagster te vermelden, journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. Burgers

tegen

C. Jansen en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 23 maart 2012 met één bijlage heeft mw. M. Burgers te Woensdrecht (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen C. Jansen en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2012 waar namens klaagster Ch. Zorge, uitvaartverzorger Monuta Zorge, is verschenen. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 10 maart 2012 is op de website van De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “Man overlijdt tijdens uitvaart vrouw” met de tekst:
“Terwijl de uitvaartdienst van de 88-jarige An Burgers-Stadhouders aan de gang was, sloeg het noodlot voor haar familie uit Hoogerheide opnieuw toe.
Tijdens de dienst donderdag kreeg de familie het bericht dat de 84-jarige echtgenoot van An, die vanwege zijn slechte gezondheid niet bij de uitvaart aanwezig kon zijn, thuis was overleden.
De familie verliet onmiddellijk de kerk. De pastoor besloot de dienst toch voor de aanwezige kerkgangers voort te zetten. De begrafenis heeft later die middag plaatsgevonden in het bijzijn van de familie.”

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt dat door een noodlottig toeval haar vader is overleden tijdens de uitvaartplechtigheid van haar moeder. De familie kreeg dit tijdens de uitvaartdienst te horen.
Een familielid van correspondent Jansen, lid van het kerkkoor, heeft verweerders direct getipt over het voorval in de kerk. De betrokken uitvaartondernemer heeft daarop Jansen meermaals laten weten dat de familie het absoluut niet op prijs zou stellen als het verhaal in de krant zou verschijnen. Vanwege familie-aangelegenheden had haar moeder al niet gewild dat er een overlijdensadvertentie in de krant zou worden geplaatst.
Klaagster was ontzet toen zij op de radio vernam dat haar leed een landelijk podium had gekregen. Zij is verontwaardigd dat – ondanks het verzoek van de uitvaartondernemer – verweerders haar moeder bij haar volledige naam hadden vermeld in de gewraakte berichtgeving. Zij benadrukt dat er voorafgaand aan de publicatie geen contact is geweest tussen de familie en verweerders.
De uitvaartondernemer heeft contact opgenomen met Jansen, die hem meedeelde dat het vermelden van de naam van klaagsters moeder valt onder de vrijheid van meningsuiting. Klaagster acht dit onbegrijpelijk. Zij ziet niet in wat de toegevoegde waarde is van de vermelding van haar moeders naam en wijst erop dat zelfs criminelen niet bij hun naam worden genoemd in de media.
Ten slotte wijst klaagster erop dat overige media wel respect voor haar vader, moeder en familie hebben opgebracht door geen namen te vermelden. Wanneer verweerders eveneens daarvoor hadden gekozen, had de familie nog begrip kunnen opbrengen voor de publicatie van het verhaal.
Klaagster betoogt dat het niet zo kan zijn dat verweerders zonder verificatie of goedkeuring dergelijk nieuws kunnen en mogen verspreiden.
Ter zitting voegt Zorge hieraan nog toe dat hij de uitvaartverzorger is die destijds met Jansen heeft gesproken. Hij begrijpt niet dat Jansen het verhaal heeft gepubliceerd ondanks het uitdrukkelijk verzoek om dat niet te doen. Zorge wijst er in dit verband op dat het wel vaker voorkomt dat echtparen kort na elkaar overlijden en dat dit dus niet zo’n bijzonder geval is. Verder benadrukt hij dat het hier niet gaat om prominente figuren en dat andere media over het voorval hebben bericht zonder de namen van de betrokkenen te vermelden. Binnen de familie bestonden er redenen om juist geen publiciteit te zoeken en daarom is er ook geen overlijdensbericht geplaatst. Ten slotte deelt Zorge mee dat hij naar aanleiding van de publicatie telefonisch contact heeft opgenomen met het kantoor van De Telegraaf in Amsterdam, waarbij hem is meegedeeld dat hij via e-mail een klacht kon indienen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist geen toestemming voor of instemming met een publicatie behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel behoort hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punt 1.3. van de Leidraad van de Raad)
Voorts zal de journalist de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)

Het stond verweerders dan ook vrij om over het voorval te berichten, ondanks het verzoek daartoe om dat niet te doen. Echter, nu aan Jansen duidelijk te kennen was gegeven dat klaagster en haar familie geen prijs stelden op publiciteit, had het op de weg van verweerders gelegen de berichtgeving te anonimiseren. Daarbij acht de Raad van belang dat betrokkenen geen prominente figuren zijn en dat niet valt in te zien welk maatschappelijk belang is gediend bij de vermelding van de namen van betrokkenen.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders, door de naam van de moeder van klaagster te vermelden, de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. 

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 3 juli 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.