2012/35 ongegrond

Samenvatting

Klager maakt bezwaar tegen het artikel “Camera nu wapen tegen burenterreur” met de bovenkop “Rechtbank: bij aanhoudende overlast mag je de dader filmen”. Hij stelt dat eenzijdig en tendentieus over het conflict tussen hem en zijn buren is bericht, onvoldoende wederhoor is toegepast en zijn privacy is geschonden.
De Raad overweegt dat de publicatie in hoofdzaak gaat over het feit dat camerabeelden als bewijs kunnen dienen in een juridische procedure bij burenruzies en dat in dat kader het geschil tussen klager en diens buren is geschetst. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders in een dergelijke publicatie aan de visie van beide partijen evenveel aandacht behoren te geven.
Het artikel behelst een min of meer feitelijke beschrijving van de rechtszaak. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor berichtgeving van feitelijke aard. Overigens is klager in de gelegenheid gesteld te reageren en is de kern van zijn reactie weergegeven.
Verder is van belang dat de naam van klager niet is vermeld. Het is niet aannemelijk dat klager voor het grote publiek identificeerbaar is. Bovendien bestaat in het algemeen geen bezwaar tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure. Van een disproportionele aantasting van klagers privacy is geen sprake. Dat klager wellicht in kleine kring in het artikel is herkend, kan daaraan niet afdoen.
Verder is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat. Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier geen sprake.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

D. Hakkenberg en de hoofdredacteur van AD

Bij brief van 10 december 2011 met drie bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen D. Hakkenberg en de hoofdredacteur van AD (hierna: verweerders) en om bemiddeling verzocht. Verweerders hebben vervolgens bij e-mail van 20 januari 2012 laten weten geen prijs te stellen op bemiddeling, maar wel mogelijkheden te zien de kwestie nader te belichten als deze in hoger beroep wordt behandeld. Hierna heeft klager zijn klacht nader toegelicht bij brief van 8 februari 2012 met een bijlage. Verweerders hebben op de klacht geantwoord in een schrijven van 15 maart 2012. Klager heeft daarop nog gereageerd bij brief van 17 maart 2012. Vervolgens heeft hij in een e-mail van 23 maart 2012 verzocht om uitstel van de behandeling van zijn klacht, die op die dag zou plaatsvinden. Daarna heeft hij nog in een e-mail van 3 mei 2012 met 3 bijlagen en twee e-mails van 10 mei 2012 zijn standpunt verder uiteengezet.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2012. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 25 november 2011 is in AD een artikel van de hand van Hakkenberg verschenen onder de kop “Camera nu wapen tegen burenterreur” en de bovenkop “Rechtbank: bij aanhoudende overlast mag je de dader filmen”. De intro van het artikel luidt:
“Camerabeelden zijn een nieuw wapen in de strijd tegen burenterreur. Wie langdurig met zijn buurman overhoop ligt, mag van de rechtbank een camera ophangen om zo het bewijs van overlast te filmen. ‘De overlast is gestopt en de champagne ging open. Maar als de herrie weer begint, hangen we de camera’s morgen terug.’”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Wie jarenlang geterroriseerd wordt door zijn buurman, moet de camera ter hand nemen. De filmbeelden kunnen gebruikt worden in rechtszaken over burenoverlast en bij het opleggen van dwangsommen. Ook als het gaat om ruzies tussen bezitters van koophuizen. Dat bepaalde de Rotterdamse rechtbank deze week in de zaak van een langslepende burenruzie.”
en
“Van der Valk omschrijft de jarenlange overlast als ‘psychische terreur’. ,,De opluchting is onbeschrijfelijk. We hebben dinsdagmiddag na de uitspraak een fles champagne opengetrokken.”
De buurman van nummer […] sloeg in de nachtelijke uren zijn garagedeuren dicht, reed de auto de oprit op en af, en sloeg met de portieren van de wagen.(…) Het overlastdossier dat de familie Van der Valk door de jaren heen aanlegde, telt tientallen pagina’s. Maar volgens de buurman was er geen sprake van abnormaal gedrag. Hij ontkent de overlast. Dat hij soms te luidruchtig is, zou kunnen, aldus zijn advocate Marian Dijkstra. ,,De buren hebben hun zin gekregen. Mijn cliënt is verbolgen omdat zijn privédomein 24 uur per etmaal in de gaten is gehouden. Hij gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.”

Klager is de in het artikel bedoelde buurman.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat sprake is van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving. De rechter heeft op de zitting en in het vonnis geen enkele keer het woord ‘burenterreur’ gebezigd, aldus klager. Hij meent dat verweerders het verhaal sappig hebben gemaakt, zonder enig bewijs en uitsluitend gebaseerd op beweringen van zijn buren.
Verder stelt klager dat het door Hakkenberg toegepaste wederhoor misleidend is geweest. Volgens klager is Hakkenberg op woensdag 23 november 2011 onverwachts bij zijn woning verschenen, toen hij niet aanwezig was. Omdat zijn partner nog niet wist van de uitspraak in de rechtszaak, heeft zij Hakkenberg niet binnengelaten. Vervolgens heeft klager een e-mail van Hakkenberg ontvangen, die luidt: “Ik maak een verhaal nav de uitspraak bij de rechtbank Rotterdam gisteren over de zaak tussen u en uw buren. Zou u mij willen bellen voor een reactie. Dank alvast.” Klager heeft daarop per e-mail gereageerd, dat hij graag gelegenheid voor wederhoor wenste voordat hij mogelijk als de boosdoener zou worden afgeschilderd, omdat dat niet de waarheid is. Vervolgens is klager door Hakkenberg gebeld en hebben zij ongeveer twaalf minuten met elkaar gesproken. Tijdens dat gesprek heeft klager uitgebreid verteld over de overlast die hij van Van der Valk heeft ondervonden in de 24 jaar dat zij naast elkaar wonen. Verder heeft hij laten weten wat hij van de camera’s vond, dat hij een verzoek heeft gedaan de camera’s te verwijderen en dat hij aangifte heeft gedaan bij de politie. Omdat de mobiele telefoonverbinding slecht was, heeft hij Hakkenberg nog verzocht een vaste verbinding te maken, maar dat weigerde Hakkenberg. Omdat klager vreesde dat zijn verhaal niet goed was overgekomen, heeft hij een en ander ook heel concreet in een e-mail aan Hakkenberg gemeld. In het artikel is echter alleen de opmerking opgenomen dat hij betwist dat hij geluidsoverlast heeft veroorzaakt. Volgens klager is op deze wijze geen sprake van een deugdelijke toepassing van wederhoor. Hakkenberg heeft door zijn handelwijze partij gekozen voor zijn buren en die een podium gegeven om hem publiekelijk te belasteren. Dit blijkt voorts uit de foto van zijn buren, die bij het artikel is geplaatst, aldus klager.
Verder stelt hij dat Hakkenberg ook de reactie van zijn advocate te beperkt heeft weergegeven. Bovendien heeft zij niet gezegd dat klager wel eens luidruchtig is. Hakkenberg heeft voorts het vonnis misleidend weergegeven. Dat vonnis is een sterk afgezwakte inwilliging van de eisen van zijn buren. Aan deze relevante informatie hebben verweerders echter geen aandacht besteed.
Klager betoogt dat hij in het artikel ten onrechte is zwart gemaakt. Iedereen in zijn straat en omgeving, en velen in zijn woonplaats weten dat het over hem gaat. Bovendien is door de vermelding van zijn huisnummer zijn identiteit op internet te vinden, als dat nummer met de naam van zijn buren wordt gegoogled.
Na de publicatie heeft hij contact gehad met verweerders en verzocht op de beschuldigingen te mogen reageren. Verweerders hebben hem toen laten weten dat zij wellicht opnieuw over de kwestie zouden berichten als er een uitspraak in hoger beroep was. Verder heeft Hakkenberg hem geadviseerd een ingezonden brief te sturen, maar plaatsing van een brief doet geen recht aan zijn verzoek tot wederhoor, aldus klager.

Verweerders stellen dat het artikel zich richt op de gevolgen van de uitspraak in de civiele procedure tussen klager en diens buren. Niet het conflict tussen klager en diens buren is het belangrijkste nieuwsfeit, maar de uitspraak van de rechter dat camerabeelden als bewijs kunnen worden ingebracht in een juridische procedure bij burenruzies. In het tweede deel van het artikel wordt ingezoomd op de aanleiding van de uitspraak, te weten het conflict tussen de buren. Voor de achtergronden van de kwestie heeft Hakkenberg het vonnis bestudeerd en gesproken met de buren van klager en hun advocaat. Verder heeft Hakkenberg, zoals het hoort, ook klager in de gelegenheid gesteld op de feiten te reageren, hoewel daar formeel geen aanleiding voor bestond. Hakkenberg heeft telefonisch en schriftelijk wederhoor gekregen van klager en heeft ook nog overleg gehad met diens advocate. Beiden zijn in het artikel geciteerd en hebben de gelegenheid gekregen de belangrijkste nuances aan te brengen. Dit betreft het feit dat klager de overlast ontkent en op zijn beurt boos is over het feit dat hij 24 uur per etmaal met camera’s in de gaten is gehouden.
Volgens verweerders kan niet van hun worden verwacht dat zij binnen het kader van het artikel – het toestaan van de camerabeelden als bewijslast – alle details van de slepende kwestie zouden uitlichten. Op het punt waar klager mogelijk zou worden gediskwalificeerd – het feit dat hij opzettelijk burengerucht veroorzaakte – is zijn reactie opgenomen. Hakkenberg stelt nadrukkelijk dat hij de advocate van klager juist heeft geciteerd. Zij bevestigt in dat citaat niet dat klager overlast heeft veroorzaakt, maar stelt vast dat het ‘zou kunnen’ dat klager soms te luidruchtig is.
Nu verweerders hebben voldaan aan de plicht tot wederhoor, was er geen aanleiding om in te gaan op de aanhoudende verzoeken van klager tot de publicatie van een nader artikel over zijn kant van het verhaal. Verweerders hebben klager iedere keer met veel geduld aangehoord en duidelijk gemaakt dat hij desgewenst een ingezonden brief kon sturen. Ook is bij herhaling aangeboden opnieuw aandacht aan de zaak te besteden na behandeling van het door klager aangespannen hoger beroep. Verweerders hebben hiermee het maximale gedaan om tegemoet te komen aan de – in hun ogen onterechte – grieven van klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders eenzijdig en tendentieus over het conflict tussen klager en zijn buren hebben bericht, onvoldoende wederhoor hebben toegepast en klagers privacy hebben geschonden.

De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)

Volgens het vaste oordeel van de Raad is het voorts – in het kader van verslaggeving over rechtszaken – toelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. (vgl. onder meer RvdJ 2011/80)
 
Met verweerders is de Raad van oordeel dat de publicatie in hoofdzaak gaat over het feit dat camerabeelden als bewijs kunnen dienen in een juridische procedure bij burenruzies en dat in dat kader het geschil tussen klager en diens buren is geschetst. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders in een dergelijke publicatie aan de visie van beide partijen evenveel aandacht behoren te geven.
Het artikel behelst een min of meer feitelijke beschrijving van de rechtszaak. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor berichtgeving van feitelijke aard. Daarbij komt dat klager in de gelegenheid is gesteld te reageren en dat de kern van zijn reactie – te weten: dat hij de overlast betwist, verbolgen is dat hij 24 uur per etmaal in de gaten is gehouden en tegen de uitspraak in hoger beroep gaat – in het artikel is weergegeven. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad)

Verder acht de Raad van belang dat de naam van klager niet is vermeld. Anders dan klager heeft gesteld, acht de Raad niet aannemelijk dat klager – door vermelding van zijn huisnummer in combinatie met de vermelding van de naam van zijn buren en het tonen van hun foto – voor het grote publiek identificeerbaar is. Daarbij komt dat in het algemeen geen bezwaar bestaat tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure. Van een disproportionele aantasting van klagers privacy is geen sprake. Dat klager wellicht in kleine kring in het artikel is herkend, kan daaraan niet afdoen. (zie punten 2.4.1. en 2.4.10. van de Leidraad)

Verder is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat. In dat verband overweegt de Raad dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Van dat laatste is hier geen sprake. (vgl. onder meer RvdJ 2011/4)
Dat de rechter de term ‘burenterreur’ niet heeft gebezigd, zoals klager heeft gesteld, maakt niet dat verweerders die term niet mochten hanteren. Verder blijkt uit het citaat van de advocate van klager niet, dat zij heeft bevestigd dat klager overlast heeft veroorzaakt.  

De Raad ziet derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 3 juli 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.