2012/34 onthouding-oordeel

Samenvatting

De klacht betreft het artikel “Docenten HvA openen diplomabeerput”. Kern van de klacht is dat klager onjuist is geciteerd en dat gemaakte afspraken over het recht op inzage en correctie door verweerders niet zijn nagekomen. Verweerders hebben ervoor gekozen geen verweer te voeren en hebben de Raad dus geen informatie verschaft over de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerders ernstig wordt bemoeilijkt. In het bijzonder in deze zaak is voor een weloverwogen oordeel een bredere kennis nodig ten aanzien van hetgeen klager in een telefoongesprek met Nijen Twilhaar heeft besproken en ten aanzien van de inhoud van de gemaakte afspraken, dan waarover de Raad beschikt. De Raad meent dat hij louter op basis van hetgeen klager heeft aangevoerd en de door klager overgelegde stukken onvoldoende kan beoordelen of de standpunten van klager al dan niet juist zijn. Daarom onthoudt de Raad zich van een oordeel over de klacht.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
P.J. Fonkert

tegen

H. Nijen Twilhaar en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 31 maart 2012 met vier bijlagen heeft P.J. Fonkert te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. Nijen Twilhaar en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2012 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.

Klager heeft verzocht ter zitting opnamen te maken. Dit verzoek is gehonoreerd conform het Protocol voor het maken van beeld- en geluidsopnamen van de Raad.

DE FEITEN

Op zaterdag 17 december 2011 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Nijen Twilhaar verschenen onder de kop “Weer diplomafraude” en de bovenkop “Docenten HvA klappen uit de school”.

Vervolgens is op maandag 19 december 2011 in De Telegraaf een artikel van de hand van Nijen Twilhaar verschenen onder de kop “Docenten HvA openen diplomabeerput”. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“De diplomafraude op de Hogeschool van Amsterdam raakt mogelijk 15.000 studenten. Zij blijken het slachtoffer te zijn geworden van jarenlang mismanagement, intimidaties en een verziekte werkomgeving. Tentamencijfers werden door doodsbange docenten foutief in computersystemen ingevoerd en niet gecorrigeerd uit angst voor represaillemaatregelen.
Dat zegt Peter Fonkert, lid van medezeggenschapsraad van het Domein Economie en Management. Namens de raad wil hij tegenover De Telegraaf verklaren dat de chaos op de campus met geen pen te beschrijven is. Onder de opleidingen vallen de befaamde Johan Cruyff University en de International Business School. Beide studies lijken besmet. Zestig docenten hebben intussen het vertrouwen in de leiding van de hogeschool per brief opgezegd.
,,Cijfers van tentamens werden door docenten onbewust in het haperende automatiseringssysteem van de hogeschool jarenlang foutief ingevoerd. Studenten scoorden bijvoorbeeld voor een tentamen volgens het systeem een 10, terwijl ze feitelijk een 1 hadden behaald.”
Boze docenten die de beerput hebben opengetrokken, verwachten dat er nog veel meer rottigheid naar boven komt. ,,Door ongekende bureaucratie, chaos met automatiseringssystemen en wanbeleid van stafdiensten en managers, is er van alles fout gegaan. De bureaucratie zorgde ervoor dat veel docenten uit angst voor represaillemaatregelen niets hebben gemeld.” Dat werkte volgens Fonkert de diplomafraude in de hand.”

Onder de tussenkop “Ongeldig” is verder bericht:
“Volgens Fonkert zijn hierdoor mogelijk veel diploma’s juridisch ongeldig. ,,Dat is moeilijk te traceren. Het is jarenlang een sluimerend probleem geweest waarbij niemand ingreep.” Uit tussentijdse controles blijken de studies onder de maat te zijn. Hij vindt dat de onderste steen boven moet. Bestuursvoorzitter Jet Bussemaker laat onafhankelijk onderzoek doen.
Veel docenten waren volgens Fonkert op de hoogte, maar door het verstikkende werkklimaat op de hogeschool werd er geen alarm geslagen, maar zocht iedere docent zelf naar een oplossing.”

De klacht is gericht tegen het artikel van 19 december 2011.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt dat in het artikel van 17 december 2011 harde beschuldigingen zijn geuit zonder dat deze zijn toegeschreven aan met naam genoemde bronnen. Zo beweren deze bronnen dat jarenlang minimaal duizend studenten per jaar ten onrechte een diploma hebben ontvangen. De collegevoorzitter van de hogeschool wordt geciteerd. Zij bevestigt dat er veel problemen zijn en dat er nu wordt ingegrepen. Klager was niet op de hoogte van het verschijnen van dit artikel. Net als veel van zijn collega’s werd hij daardoor overvallen. Als docent en lid van de medezeggenschapsraad van het domein Economie en Management was hij wel op de hoogte van de onrust onder een groot aantal collega’s. Deze docenten maken zich onder meer zorgen over de snelle wisselingen binnen het management en vrezen voor het voortbestaan van een aantal opleidingen, aldus klager. Hij wijst erop dat 53 docenten een anonieme brief hebben gestuurd naar de domeinvoorzitter. Die brief was kennelijk in het bezit van verweerders.
Klager stelt dat hij vervolgens op zondag 18 december 2011 werd gebeld door Nijen Twilhaar, die hem vroeg om commentaar. Omdat klager niemand binnen de hogeschool kent die de vermeende fraude herkende of had waargenomen, heeft hij Nijen Twilhaar daarop gewezen. Tevens heeft hij Nijen Twilhaar uitgedaagd zijn bronnen prijs te geven, hetgeen deze weigerde. Nijen Twilhaar was op de hoogte van het bestaan van een fout in het cijferinvoersysteem, maar kende de feiten onvoldoende. Klager heeft Nijen Twilhaar daarover uitleg gegeven en erop gewezen dat inmiddels een nieuw systeem was geïntroduceerd waarmee de tekortkoming was verholpen. Verder heeft hij gemeld dat het niets te maken had met fraude.
Tijdens het telefoongesprek, dat plaatsvond terwijl hij zich in een ‘rommelige omgeving’ bevond, is klager met Nijen Twilhaar overeengekomen dat hij inzage zou krijgen in het deel van de tekst waarin hij werd geciteerd of naar hem werd verwezen en dat hij het recht zou hebben correcties aan te brengen. Een paar uur later ontving klager per e-mail een stuk tekst, waarop hij heeft geantwoord met een aantal aanpassingen.
Volgens klager geeft het artikel van 19 december 2011 niet correct weer wat hij met Nijen Twilhaar heeft besproken. De inhoud van de publicatie wijkt op essentiële punten af van hetgeen telefonisch en schriftelijk is gecommuniceerd. De correcties zijn volgens klager niet overgenomen, waarbij tevens onjuistheden aan hem zijn toegeschreven. In het artikel worden hem nu woorden in de mond gelegd die hij niet heeft geuit, aldus klager. De afspraak dat hij van tevoren diende in te stemmen met de tekst, is niet nageleefd.
Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft klager een e-mail overgelegd die hij op 18 december 2011 aan Nijen Twilhaar heeft gestuurd en waarin hij heeft geschreven: “een paar puntjes op de I die geen afbreuk doen aan de inhoud en boodschap en veel dichter bij de waarheid liggen. mijn aanpas voorstellen staan geel gemarkeerd. ik hoop dat je ze overneemt. de impact zal er eerder sterker door worden, dan verzwakken.”
Klager betoogt dat hij door de gewraakte berichtgeving ernstig is benadeeld, omdat het bestuur en veel collega’s hem nu zien als iemand die lekt naar de pers en erop uit is de hogeschool te beschadigen. De reputatie van klager als docent en medezeggenschapsraadlid is door de gewraakte berichtgeving beschadigd.
Naar aanleiding van de publicatie heeft klager met Nijen Twilhaar gesproken en hem schriftelijk – op 6 en 20 februari 2012 – verzocht om rectificatie en excuses. Deze verzoeken zijn onbeantwoord gebleven. Ter zitting voegt klager hieraan desgevraagd toe dat hij na de publicatie van 19 december 2011 aan diverse andere media interviews heeft gegeven. Hij heeft toen met Nijen Twilhaar afgesproken dat zij na de kerstperiode verder zouden praten. Daarom heeft het ook even geduurd voordat hij schriftelijk om rectificatie heeft verzocht. Volgens klager is Nijen Twilhaar waarschijnlijk niet te kwader trouw geweest, maar alleen slordig.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat klager onjuist is geciteerd en dat gemaakte afspraken over het recht op inzage en correctie door verweerders niet zijn nagekomen.

Bij zijn beraadslaging is de Raad tot het inzicht gekomen dat de beoordeling van de klacht niet met de vereiste zorgvuldigheid kan geschieden. Verweerders hebben ervoor gekozen geen verweer te voeren en hebben derhalve de Raad geen informatie verschaft omtrent de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerders ernstig wordt bemoeilijkt.

In het bijzonder in de onderhavige zaak is voor een weloverwogen oordeel een bredere kennis nodig ten aanzien van hetgeen klager op 18 december 2011 telefonisch met Nijen Twilhaar heeft besproken alsmede ten aanzien van de inhoud van de gemaakte afspraken, dan waarover de Raad beschikt.

De Raad is van mening dat hij louter op basis van hetgeen klager heeft aangevoerd en de door klager overgelegde stukken onvoldoende kan beoordelen of de standpunten van klager al dan niet juist zijn. Op grond van artikel 9 lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad onthoudt de Raad zich daarom van een oordeel over de klacht.

BESLISSING

De Raad onthoudt zich van een oordeel.

Aldus vastgesteld door de Raad op 3 juli 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.