2012/33 onthouding-oordeel ongegrond

Samenvatting

In een uitzending van Undercover in Nederland is aan de orde gesteld dat klager zich aanbiedt als spermadonor en daarbij niet meldt dat hij een erfelijke aandoening – te weten het syndroom van Asperger – heeft. In de uitzending zijn beelden getoond van klager die met een verborgen camera zijn gemaakt en beelden van een confrontatie tussen klager en Stegeman.
De Raad kan niet vaststellen of het syndroom van Asperger al dan niet erfelijk is. Genoegzaam blijkt dat daarover in de wetenschap (nog) geen consensus bestaat. Voor zover klager heeft betoogd dat de uitzending feitelijke onjuistheden over het syndroom van Asperger bevat, zal de Raad zich derhalve van een oordeel onthouden.
Voorts maakt de Raad uit het beschikbare materiaal op dat het syndroom van Asperger door sommigen als een ziekte wordt beschouwd en dat dit syndroom (ook) negatieve aspecten kent.
In dit licht bezien is het maatschappelijk en journalistiek relevant om de handelwijze van klager aan de kaak te stellen en daarbij een kritische benadering te kiezen, op de wijze zoals verweerders hebben gedaan. Het is voldoende aannemelijk dat de uitzending is gebaseerd op eigen onderzoek van verweerders, dat zij naar aanleiding van diverse tips hebben verricht. Dat de handelwijze van klager door het grote publiek waarschijnlijk als moreel verwerpelijk zal worden opgevat, blijkt genoegzaam uit hetgeen de geïnterviewden hebben verteld. Relevant is dat niet alleen direct betrokkenen (wensmoeders) aan het woord zijn gelaten, maar ook personen die objectief bezien als deskundigen beschouwd mogen worden. Dat klager zich in de zienswijze van deze deskundigen niet kan vinden, doet daaraan niet af.
Verder is de Raad van oordeel dat de beelden van klager die met een verborgen camera zijn gemaakt, concretiseringen en bijzonderheden ten aanzien van de handelwijze van klager bevatten, die aan de uitzending authenticiteit en daarmee een relevante meerwaarde gaven. Het is niet aannemelijk dat verweerders dit ook op andere wijze hadden kunnen realiseren. Gezien de omstandigheden is de handelwijze van verweerders niet ontoelaatbaar. Daarbij komt dat klagers naam niet is vermeld, dat zijn gezicht onherkenbaar is gemaakt en dat zijn stem is vervormd. Van een ontoelaatbare schending van klagers privacy is geen sprake. Dat klager wellicht in kleine kring is herkend, kan daaraan niet afdoen.
Bovendien hebben verweerders wederhoor toegepast. Stegeman heeft klager op straat met zijn bevindingen geconfronteerd. Het onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie kan in beginsel niet worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Nu blijkt dat verweerders klager c.q. diens raadsman nadien nog herhaaldelijk hebben aangeboden op een andere, aanvaardbare wijze op de beschuldigingen te reageren, moet worden geconcludeerd dat klager voldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. Dat klager van die gelegenheid geen adequaat gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden tegengeworpen.
De Raad kan verder niet vaststellen in hoeverre de antwoorden van klager zijn gemonteerd. Van het plaatsen in een bewust misleidende context is geen sprake. Niet aannemelijk is geworden dat een zodanig vertekend beeld van klager is geschetst, dat daarmee jegens hem journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat Stegeman klager zou hebben bedreigd en/of geïntimideerd.
Klager heeft nog gesteld dat gebruik is gemaakt van gestolen informatie, te weten informatie die afkomstig is van zijn ex-partner en van een van de wensmoeders, die beiden wraak wilden nemen. De Raad kan niet vaststellen of deze bronnen onoorbaar hebben gehandeld. Wat daar van zij, klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerders ontoelaatbaar hebben gehandeld door van deze bronnen gebruik te maken.
Gelet op het voorgaande bestond voor verweerders geen aanleiding een rectificatie te publiceren, zodat ook op dat punt de klacht ongegrond is.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Stegeman en de hoofdredacteur van Undercover in Nederland (Noordkaap TV Producties en SBS6)

Bij brief van 25 januari 2012 met negentien bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. Stegeman en de hoofdredacteur van Undercover in Nederland (Noordkaap TV Producties en SBS6) (hierna: verweerders). Vervolgens heeft klager bij brief van 17 maart 2012 onder meer verzocht om behandeling van de klacht achter gesloten deuren. De secretaris van de Raad heeft klager in een brief van 18 april 2012 meegedeeld dat dit verzoek is ingewilligd. Bij brief van 17 april 2012 met tien bijlagen heeft mw. mr. J.A.K. van den Berg, advocaat te Amsterdam, namens verweerders op de klacht geantwoord. Hierop heeft klager nog gereageerd in een brief van 21 april 2012 met zeven bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 april 2012 achter gesloten deuren. Klager is daar verschenen. Aan de zijde van verweerders waren Stegeman en mr. Van den Berg aanwezig.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 24 oktober 2011 is in een uitzending van het televisieprogramma Undercover in Nederland aandacht besteed aan klager. Het item is aan het begin van de uitzending door Stegeman aangekondigd als volgt:
“Vanavond ziet u hoe een spermadonor slachtoffers maakt door bewust zijn autistische aandoening te verzwijgen. Het gaat om het syndroom van Asperger, dat bekend staat om haar erfelijkheid. De spermadonor verwekte al meerdere kinderen. (…) Ik onderzoek de zaak, traceer de man en we spreken undercover met hem af. (…) Uiteraard confronteer ik deze man, die bewust vrouwen misleidt.”
Later in de uitzending leidt Stegeman het item in met de volgende woorden:
“Dan nu het bizarre verhaal van een spermadonor die bewust verzwijgt dat hij een autistische aandoening heeft. Hij heeft het syndroom van Asperger en dat staat bekend als erfelijk. Veel vrouwen zijn bang dat ze nu een kind van hem hebben met hetzelfde syndroom.”
In het item zijn diverse vrouwen geïnterviewd over hun contacten met klager. Zij verklaren dat klager hen niet heeft gemeld dat hij het syndroom van Asperger heeft. Daarnaast komen de heer Stekelenburg, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Autisme, en de heer Janssens, van Spermakliniek Rijnstate, aan het woord. De heer Stekelenburg zegt onder meer het volgende:
“Autisme en het syndroom van Asperger is bijzonder erfelijk. Voor 90 procent wordt het erfelijk verklaard. Dus als je kijkt naar iemand met autisme en je gaat terug in zijn familie dan kun je voor 90 procent een lijn in de familie aantreffen. Voor 10 procent komt het uit het niks en is het niet te verklaren. Dat betekent dus dat het een hele hoge erfelijke factor heeft.
Ik vind dat mensen met autisme die spermadonor zijn, dat te allen tijde zouden moeten melden. Want het is natuurlijk belangrijk voor de ontvangster om te weten dat dat speelt.”
En Janssens antwoordt op de vraag van Stegeman of de spermakliniek een donor met het syndroom van Asperger zou aannemen:
“Nee, die nemen we niet aan, zeker niet. Dat vind ik een relatief ernstige aandoening, waar een grote erfelijke component in zit. Dus die zouden wij niet aannemen.”
Het item bevat ook enkele beelden van een uitzending van Undercover in Nederland van 2007 over zaaddonoren.
Verder worden beelden getoond van klager die met een verborgen camera zijn gemaakt door een collega van Stegeman, die zich heeft voorgedaan als wensmoeder en – nadat Stegeman via internet daartoe een afspraak heeft gemaakt – klager heeft ontmoet in een wegrestaurant. Voorts zijn beelden uitgezonden van een confrontatie tussen klager en Stegeman, waarbij Stegeman zich voorstelt en klager zijn bevindingen voorlegt.

Klager is met behulp van een zogeheten scrambling-techniek onherkenbaar gemaakt, zijn stem is vervormd en zijn naam is niet vermeld.

Voorafgaand aan de uitzending heeft klager in een kort geding-procedure – kort gezegd – een verbod tot uitzending c.q. openbaarmaking gevorderd van materiaal en informatie over hem. De voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 18 oktober 2011 de vorderingen van klager afgewezen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager legt allereerst uit wat het syndroom van Asperger is. Kenmerken van iemand met het syndroom zijn typisch: hoge intelligentie en het hebben van een aantal specifieke interesses en hobby’s. Hij benadrukt dat het syndroom in 2013 zal verdwijnen uit de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) en dat de DSM-5 erkent dat ‘subklinische’ Aspergers niets te zoeken hebben in de psychiatrie. Verder wijst hij erop dat hij na zijn diagnose nooit een hulpvraag heeft kunnen formuleren en nooit medicijnen heeft gekregen, en dat er geen prognose of genezing was.
Klager stelt dat verweerders voorbij zijn gegaan aan een aantal feiten: het syndroom van Asperger is niet erfelijk; het is geen aandoening of afwijking, maar een andere ‘cognitieve stijl’; hij misleidt geen vrouwen; de angst van een aantal wensmoeders is irreëel en in plaats van uit te leggen hoe het echt zit, manipuleert en exploiteert Stegeman tot in het absurde; de webmaster van de website ‘Verlangen naar een Kind’ heeft hem geadviseerd schuilnamen te gebruiken en heeft hem niet op een zwarte lijst geplaatst.
Volgens klager is het Stegeman die niet goed op de hoogte is en daardoor zijn publiek misleidt. Stegeman maakt geen onderscheid tussen feiten, wetenschappelijke en onwetenschappelijke beweringen en meningen over Asperger.
Klager meent dat door het tonen van beelden uit de uitzending van 2007 een donor met het syndroom van Asperger ten onrechte gelijk wordt geschakeld met donoren met dubieuze bedoelingen.
Verder stelt klager dat ontoelaatbaar gebruik is gemaakt van de verborgen camera. Verweerders hebben niet aangetoond dat er geen andere weg openstond om de (geclaimde) ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten. Voorts heeft Stegeman niet aangetoond dat de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en veiligheid van betrokkenen, aldus klager.
Klager stelt voorts dat de opgevoerde deskundigen Stekelenburg en Janssens geen wetenschappelijke experts zijn op het gebied van Asperger, autisme, psychiatrie of (neuro)biologie. Volgens klager weet Janssens niets van Asperger en begrijpt Stekelenburg de statistieken niet.
Daarnaast meent klager dat verweerders gebruik hebben gemaakt van gestolen informatie, te weten informatie die afkomstig is van zijn ex-partner en van een van de wensmoeders, die beiden wraak wilden nemen. Ter zitting deelt klager nog mee dat hij aangifte tegen deze vrouwen heeft gedaan.
Volgens klager heeft Stegeman de betrouwbaarheid van zijn bronnen onvoldoende uitgezocht. Dat had hij kunnen doen door klager te vragen. De nieuwswaarde is laag, want het syndroom van Asperger is geen ziekte en niet erfelijk. Met betrekking tot de bronnen, met name de wensmoeders, heeft Stegeman niet de deugdelijke grondslag gecontroleerd. Stegeman wist c.q. had kunnen weten dat de betrokkenen met hem in conflict waren. Er is bovendien geen maatschappelijk belang, want klager is in 2005 bij twee officiële spermabanken goedgekeurd. De uitzending is hierin opzettelijk onjuist en zeer misleidend, aldus klager. Ter zitting voegt hij in dit verband toe dat een aantal vrouwen wel degelijk ervan op de hoogte is dat hij Asperger heeft en zich zorgen over hem maakt.
Hij stelt verder dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast, dat niet waarheidsgetrouw is bericht en dat zijn privacy onevenredig is geschaad. Volgens klager is Stegeman ten onrechte niet ingegaan op het aanbod van klager om in een normaal gesprek een en ander toe te lichten en is sprake geweest van intimidatie en bedreiging. Desgevraagd deelt klager ter zitting mee dat hij in eerste instantie een gesprek wilde voeren op zijn voorwaarden, maar dat dit later is afgeraden door zijn advocaat. Hij erkent dat hij de regie wilde hebben en meent dat Stegeman steeds een nieuw obstakel opwierp.
Verder meent klager dat door grondig knip- en plakwerk zijn antwoorden bewust in een misleidende context zijn geplaatst. Bovendien hebben verweerders niet (opnieuw) gevraagd om instemming met betrekking tot de uiteindelijke uitzending. Ondanks zijn verzoek daartoe heeft Stegeman hem geen inzagerecht verleend. Klager stelt voorts dat verweerders ten onrechte niet tot rectificatie zijn overgegaan.
Klager concludeert dat het fundament in de beweringen van Stegeman is dat het syndroom van Asperger zou bestaan en erfelijk zou zijn. Dit is wetenschappelijk absolute onzin en berust op diverse wetenschappelijk onware hypothesen, vermoedens en slecht uitgevoerd statistisch onderzoek. Als Stegeman hem het recht op wederhoor had verleend, had hij alle relevante informatie vrijwillig kunnen krijgen en had hij kunnen afzien van de uitzending.
Ten aanzien van de kort geding-procedure stelt klager dat sprake is van een rechterlijke dwaling. Volgens klager heeft de voorzieningenrechter een aantal blunders begaan, onder meer door te overwegen dat klager onvoldoende heeft betwist dat Asperger erfelijk zou zijn. Klager benadrukt dat van een ‘ernstige misstand’ van zijn kant nooit sprake is geweest, eerder het tegengestelde. Ter ondersteuning van zijn standpunten verwijst klager naar een groot aantal publicaties over Asperger.

Verweerders stellen dat de redactie in mei 2011 verschillende tips heeft ontvangen over klager met informatie over diens activiteiten als spermadonor en het voor wensmoeders verzwijgen van de bij hem gestelde diagnose syndroom van Asperger. Naar aanleiding van die tips heeft de redactie allereerst nader onderzoek verricht naar dat syndroom. Op grond van dat onderzoek en het antwoord van de geraadpleegde deskundigen was de redactie ervan overtuigd dat het niet melden van het hebben van deze aandoening een misstand is. Daarom is besloten hierover een item te maken. Volgens verweerders blijkt uit beschikbare documenten dat het zeer wel mogelijk is dat er negatieve gevolgen verbonden zijn aan het hebben van het syndroom. Zij wijzen erop dat klager uitsluitend op de grond dat hij Asperger heeft en als gevolg daarvan klachten ervaart, een Wajong-uitkering heeft.
In het item wordt in algemene zin aandacht besteed aan misleiding in het kader van spermadonaties via internet. Klager wordt gebruikt als het voorbeeld aan de hand waarvan het item verder wordt ingekleed. De beelden van klager – ongeveer vijf minuten aan verborgen camera-materiaal en drie minuten confrontatie – dienen mede als illustratie voor een uitzending die in algemene zin misleiding bij niet-reguliere spermadonaties aan de kaak stelt. Er was voor de redactie geen enkele aanleiding te twijfelen aan de uitspraken van de geïnterviewde deskundigen of meer algemeen aan hun deskundigheid, aldus verweerders.
Zij stellen verder dat er voldoende steun is in het ter beschikking staande feitenmateriaal voor de conclusie dat Asperger een aandoening is, die niet uitsluitend positieve kanten kent. Asperger is als erkende diagnose opgenomen in het DSM-classificatiesysteem. Het feit dat Asperger als zelfstandige diagnose wordt geschrapt in de in 2013 te verschijnen editie, maakt niet dat de stoornis dan niet meer bestaat. Vanaf dat moment zal Asperger worden beschouwd als een verschijningsvorm van autisme. Anders dan klager wil doen geloven, wordt er algemeen vanuit gegaan dat Asperger een erfelijke component heeft. Dat is ook wat de redactie te horen kreeg in de onderzoeksfase, wat deskundigen in de uitzending bevestigden en wat blijkt uit tal van publiekelijk toegankelijke bronnen. In ieder geval bestaat er geen consensus over een gebrek aan erfelijke factoren. Zolang die er niet is, kan en mag klager zijn aandoening niet verzwijgen voor wensmoeders, laat staan bij overeenkomst bevestigen dat hij niets weet van erfelijke aandoeningen. Klager ontneemt zijn wensmoeders daarmee de mogelijkheid een risico-afweging te maken. Uit de uitzending blijkt ook dat dat precies is wat de betrokken vrouwen dwars zit: dat hen een keuze is onthouden.
Volgens verweerders vinden alle geuite beschuldigingen voldoende steun in het feitenmateriaal. Het is bovendien voldoende duidelijk van wie de beschuldigingen afkomstig zijn. De inkleding van het item is zodanig, dat daardoor de privacy van klager niet onevenredig is geschaad.
Verweerders menen voorts dat zij volledig in lijn met punt 2.1.6. van de Leidraad van de Raad hebben gehandeld. Met behulp van de verborgen camera beelden is een ernstige misstand aan de orde gesteld. Het is volstrekt onaannemelijk dat verweerders dat ook op andere wijze hadden kunnen doen. De verborgen camera is ingezet in een (geslaagde) poging aan te tonen dat klager zelfs na vragen van een potentiële wensmoeder ontkent dat hij iets te melden heeft over zijn medische status. Van de beelden gaat overtuigingskracht uit en zij dragen op functionele wijze bij aan het aan de kaak stellen van de misstand. Bovendien vindt een substantieel deel van de verdenkingen die aan het adres van klager worden geuit, steun in deze beelden. Ten aanzien van de beelden van de confrontatie stellen verweerders dat ook die bijdragen aan het aan de kaak stellen van de misstand, functioneel zijn en zeggingskracht hebben.
Verder stellen verweerders dat klager op verschillende momenten de gelegenheid is geboden tot wederhoor. Allereerst tijdens de opgenomen confrontatie en daarna is klager uitgenodigd voor een vervolggesprek. Er zijn diverse e-mails over en weer gestuurd, maar op het laatste bericht waarin de redactie concrete voorstellen deed voor een datum, ontving zij geen reactie van klager meer. In plaats daarvan meldde zich een advocaat, aan wie Stegeman in een e-mail heeft bevestigd dat hij bereid was tot een nader gesprek in het kader van hoor en wederhoor. Ten slotte hebben de programmamakers zich tijdens de zitting in kort geding nogmaals bereid getoond om klager ook nog op een andere wijze dan middels de confrontatie weerwoord te bieden. Ook van dat aanbod heeft klager geen gebruik gemaakt.
Verweerders menen dat zij geheel in overeenstemming met de beroepsethiek hebben gehandeld. Van strijd met de specifiek door klager genoemde bepalingen uit de Leidraad van de Raad is geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat indien een klaagschrift is gericht tegen een medium, de klacht wordt opgevat als te zijn gericht tegen de hoofdredacteur van dat medium. (art. 2 lid 2c van het Reglement voor de werkwijze van de Raad)
Nu de klacht betrekking heeft op een uitzending van het televisieprogramma Undercover in Nederland, terwijl klager zijn klacht heeft gericht tegen ‘SBS Broadcasting, Noordkaap TV Producties en specifiek Alberto Stegeman’ is de klacht opgevat als te zijn gericht tegen A. Stegeman en de hoofdredacteur van Undercover in Nederland.

Verder overweegt de Raad dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een uitzending over een bepaald onderwerp (alle) voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad en vgl. RvdJ 2007/76)

Voorts behoeft de journalist geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punt 1.3. van de Leidraad)
 
In de uitzending is aan de orde gesteld dat klager zich aanbiedt als spermadonor en daarbij niet meldt dat hij een erfelijke aandoening – te weten het syndroom van Asperger – heeft. De Raad benadrukt dat hij niet kan vaststellen of het syndroom van Asperger al dan niet erfelijk is. Uit de standpunten van partijen en de door hen overgelegde stukken blijkt in ieder geval genoegzaam dat daarover in de wetenschap (nog) geen consensus bestaat. Voor zover klager heeft betoogd dat de uitzending feitelijke onjuistheden over het syndroom van Asperger bevat, zal de Raad zich derhalve van een oordeel onthouden.
Voorts maakt de Raad uit het beschikbare materiaal op dat het syndroom van Asperger door sommigen als een ziekte wordt beschouwd en dat dit syndroom (ook) negatieve aspecten kent.
In dit licht bezien acht de Raad het maatschappelijk en journalistiek relevant om de handelwijze van klager aan de kaak te stellen en daarbij een kritische benadering te kiezen, op de wijze zoals verweerders hebben gedaan.

Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad)
 
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat de uitzending is gebaseerd op eigen onderzoek, dat zij naar aanleiding van diverse tips hebben verricht. Dat de handelwijze van klager door het grote publiek waarschijnlijk als moreel verwerpelijk zal worden opgevat, blijkt genoegzaam uit hetgeen de geïnterviewden in de uitzending hebben verteld. In dat verband is relevant dat verweerders niet alleen direct betrokkenen (wensmoeders) aan het woord hebben gelaten, maar ook personen die objectief bezien als deskundigen beschouwd mogen worden. Dat klager zich in de zienswijze van deze deskundigen niet kan vinden, doet daaraan niet af. Naar het oordeel van de Raad hadden verweerders voldoende aanleiding om in de uitzending over klager te berichten.

Overigens behoort een journalist degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ tegemoet te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend te maken. Van deze norm kan een journalist alleen afwijken indien een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier kan worden bereikt. (zie punten 2.1.1. en 2.1.5. van de Leidraad)
Voorts is het gebruik van verborgen opname-apparatuur in beginsel niet toelaatbaar. Hiervan kan de journalist alleen afwijken als hem geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten, mits de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en de veiligheid van betrokkenen.

Voordat een redactie besluit tot publicatie of uitzending van de gesprekken en beelden die volgens de voornoemde werkwijzen zijn vergaard, dient zij het belang dat met de openbaarmaking wordt gediend, af te wegen tegen de inbreuk die de publicatie of uitzending maakt op rechten en rechtmatige belangen van betrokkenen. (zie punt 2.1.6. van de Leidraad)
 
De Raad is van oordeel dat het uitgezonden materiaal dat verweerders met de aldus gevolgde werkwijze hebben vergaard, concretiseringen en bijzonderheden ten aanzien van de handelwijze van klager bevatten, die aan de uitzending authenticiteit en daarmee een relevante meerwaarde gaven. De Raad acht het niet aannemelijk dat verweerders dit ook op andere wijze hadden kunnen realiseren. De maatschappelijke relevantie van het onderwerp mede in aanmerking genomen, acht de Raad onder deze omstandigheden de handelwijze van verweerders niet ontoelaatbaar.

Daarbij komt dat klagers naam niet is vermeld, dat zijn gezicht onherkenbaar is gemaakt en dat zijn stem is vervormd. Van een ontoelaatbare schending van klagers privacy is naar het oordeel van de Raad geen sprake. Dat klager wellicht in kleine kring is herkend, kan daaraan niet afdoen.

Bovendien hebben verweerders voorafgaand aan de uitzending wederhoor toegepast. In dat verband overweegt de Raad dat Stegeman klager op straat met zijn bevindingen heeft geconfronteerd. Het onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie kan – vanwege het intimiderende karakter ervan – in beginsel niet worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Een dergelijke werkwijze kan de beschuldigde juist weerhouden van het beantwoorden van de op dat moment gestelde vragen en moet terughoudend worden toegepast. (vgl. RvdJ 2010/50)
Nu uit hetgeen partijen hebben aangevoerd blijkt dat verweerders klager c.q. diens raadsman nadien nog herhaaldelijk hebben aangeboden op een andere, aanvaardbare wijze op de beschuldigingen te reageren, moet worden geconcludeerd dat klager voldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. Dat klager van die gelegenheid geen adequaat gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden tegengeworpen.

Ten aanzien van de confrontatie heeft klager nog gesteld dat verweerders door knip- en plakwerk zijn antwoorden bewust in een misleidende context hebben geplaatst. De Raad kan niet vaststellen in hoeverre de antwoorden van klager zijn gemonteerd. Van het plaatsen in een bewust misleidende context is in ieder geval geen sprake. Uit de uitzending blijkt dat de confrontatie plaats vond in het kader van het toepassen van wederhoor, waarbij Stegeman klager duidelijk heeft meegedeeld waarop diens reactie betrekking moest hebben: het tegenover wensmoeders verzwijgen dat hij het syndroom van Asperger heeft. In die context zijn de antwoorden van klager uitgezonden. Naar het oordeel van de Raad is niet aannemelijk geworden dat een zodanig vertekend beeld van klager is geschetst, dat daarmee jegens hem journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat Stegeman klager zou hebben bedreigd en/of geïntimideerd, zoals klager heeft gesteld.

Klager heeft voorts nog gesteld dat verweerders gebruik hebben gemaakt van gestolen informatie, te weten informatie die afkomstig is van zijn ex-partner en van een van de wensmoeders, die beiden wraak wilden nemen. De Raad kan niet vaststellen of de door klager bedoelde bronnen onoorbaar hebben gehandeld. Wat daar van zij, klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerders journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld door van deze bronnen gebruik te maken.

Gelet op het voorgaande bestond voor verweerders geen aanleiding een rectificatie te publiceren, zodat ook op dat punt de klacht ongegrond is.

BESLISSING

Voor zover klager heeft betoogd dat de uitzending feitelijke onjuistheden over het syndroom van Asperger bevat, onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor het overige is de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 juni 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.