2012/31 gegrond

Samenvatting

De klacht betreft een uitzending van Opgelicht?! waarin aan de orde is gesteld dat klaagster diverse levenspartners emotioneel en financieel zou hebben geschaad. Kern van de klacht is dat verweerder klaagster niet op deugdelijke wijze gelegenheid tot wederhoor heeft geboden, maar in plaats daarvan zich heeft bediend van overval-journalistiek. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
De Raad overweegt dat in de uitzending verschillende personen aan het woord komen, die ernstige beschuldigingen uiten aan het adres van klaagster. Zij krijgen daarbij ruim de gelegenheid om hun grieven jegens klaagster naar voren te brengen. In de uitzending wordt daarop voortgebouwd door de voice-over en in de studio door de presentatrice.
Uit het beschikbare materiaal maakt de Raad op dat klaagster op straat onvoorbereid is gevraagd te reageren op de vragen van de verslaggever. Aldus is sprake van overval-journalistiek. Deze werkwijze kan – vanwege het intimiderende karakter ervan – slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel openstaat. Niet aannemelijk is geworden dat, ook als sprake zou zijn van een of meer misstanden, dit alleen langs deze weg bij klaagster aan de orde gesteld had kunnen worden.
Voorts kan het op straat onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie, in beginsel – vanwege het intimiderende karakter ervan – niet worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Een dergelijke werkwijze kan de beschuldigde juist weerhouden van het beantwoorden van de op dat moment gestelde vragen en moet terughoudend worden toegepast.
Van belang is verder dat de cameraploeg klaagster is blijven achtervolgen, ook nadat klaagster duidelijk te kennen had gegeven dat zij niet wenste dat opnamen werden gemaakt. Uit de uitzending kan de Raad niet opmaken dat klaagster met de gang van zaken heeft ingestemd, ondanks het feit dat zij op enkele vragen heeft gereageerd. Van een behoorlijke toepassing van wederhoor is dan ook geen sprake.
Het voorgaande klemt te meer, nu het gezien de uitspraken die een van de betrokkenen in een vooraf opgenomen gesprek heeft gedaan – te weten dat klaagster naar zijn mening ‘erg ziek is in haar hoofd’ – (de medewerkers van) verweerder duidelijk had moeten zijn dat klaagster mogelijk extra kwetsbaar was. Dit blijkt overigens ook uit de in beeld gebrachte suggestie van de verslaggever ‘dat klaagster zich zou moeten laten helpen’.
Verder is nog relevant dat klaagster heeft aangevoerd dat haar raadsman in een telefoongesprek ruim vóór de uitzending aan de redactie heeft meegedeeld dat klaagster haar verhaal wilde doen.
Uit de uitzending is niet gebleken dat aan klaagster c.q. haar raadsman ook nog op een andere, aanvaardbare wijze om een reactie is gevraagd. Verweerder heeft bovendien geen verweer willen voeren en heeft derhalve niet aangetoond dat op andere wijze wederhoor bij klaagster c.q. haar raadsman is toegepast dan wel aannemelijk gemaakt dat er geen andere mogelijkheid was om met klaagster in contact te komen.
De Raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerder, door zo te handelen en na te laten, journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. (zie punten 2.1.6. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad en vgl. onder meer RvdJ 2010/50)

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H.G. Koekoek

tegen

de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!

Bij brief van 22 maart 2012 heeft mr. J.C. Debije, advocaat te Rotterdam, namens H.G. Koekoek (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Opgelicht?! (hierna: verweerder). Bij brief van 6 april 2012 heeft mw. mr. A. van Tricht, Hoofd Juridische Zaken van de TROS, laten weten dat verweerder niet inhoudelijk op de klacht zal reageren.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 april 2012 in aanwezigheid van voornoemde mr. Debije.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 21 februari 2012 is in het televisieprogramma Opgelicht?! een item uitgezonden over klaagster, waarin aan de orde is gesteld dat klaagster diverse levenspartners emotioneel en financieel zou hebben geschaad (hierna: de uitzending). De presentatrice leidt het item als volgt in:
“Soms komen er verhalen voorbij waarvan je denkt: dit kan werkelijk niet waar zijn. Tot je alle betrokkenen spreekt.”
Nadat enkele citaten van geïnterviewden zijn getoond, vervolgt de presentatrice:
“Ze is zo lief, aanhankelijk, betrouwbaar en zorgzaam. We hebben het over Drisca Koekoek. De forse Rotterdamse valt op vrouwen. Christina van Duijn is dan ook maar wat blij als ze Drisca leert kennen. Maar wat begint als een sprookje, verandert in een hel. Drisca Koekoek weet van aanpakken. De slopershamer en de pletwals komen te voorschijn. Arme Christina.”
Vervolgens doet Christina van Duijn haar verhaal en wordt door een voice-over bericht over de achtergrond van klaagster. De voice-over zegt onder meer:
“Bij Drisca lopen fantasie en werkelijkheid door elkaar, zeggen familieleden. Ze zeggen ook dat ze zich inbeeldt dat haar tante haar moeder is. Haar tante en andere naaste familieleden benadrukken dat ze nooit kinderen heeft gehad. De kinderen die Drisca zegt te zijn verloren, zijn in werkelijkheid de kinderen van haar tante, die verdrinken tijdens een tragisch ongeluk met een binnenvaartschip in Duitsland.”
Later in de uitzending zegt een van de betrokkenen:
“Ik denk dat Drisca heel erg ziek is. Dat ze heel erg ziek is in haar hoofd.”
Hierna zegt de presentatrice:
“Tsja, wat kan je zeggen, na al deze verhalen wil je nog maar een ding: wat vindt Drisca hier zelf allemaal van? Tijd om haar op te zoeken. We ontmoetten haar bij de Euromast.”
Hierna worden beelden getoond van een confrontatie tussen medewerkers van verweerder en klaagster, die eerst haar hand voor haar gezicht opsteekt en aan de cameraploeg meedeelt dat ze niet gefilmd wil worden. Klaagster beantwoordt een aantal vragen en zegt verder onder meer “Ik wil praten, maar niet op deze manier”, “Ik zeg dat je me niet moet filmen, niet vervelend gaan doen, ga maar naar de politie voor me.” en “Ik stop hier nu mee.” Op een vraag van klaagster “Hoelang ga je me nou lopen tergen?”, antwoordt de verslaggever “Ik ga net zo lang door totdat ik antwoorden krijg op de vragen.” Vervolgens wordt in beeld gebracht dat klaagster door de stad loopt vergezeld door de cameraploeg, waarbij zij reageert op diverse vragen van de verslaggever. Ze zegt onder meer dat ze beseft dat er dingen zijn gebeurd, die moeten worden rechtgezet, maar dat ze daarvoor nu de middelen niet heeft. Later in het gesprek suggereert de verslaggever ‘dat klaagster zich moet laten helpen’, waarop klaagster meedeelt dat ze iedere week naar therapie gaat.
De uitzending wordt afgesloten in de studio, waarbij de presentatrice aan een van de betrokkenen vraagt:
“Wat zou nou het beste zijn voor haar en voor de samenleving?”
De betrokkene antwoordt hierop:
“Ja, hoe zal ik dat netjes vertellen. Drisca moet gewoon opgenomen worden en onder ter beschikking gesteld worden. Anders blijft het door gaan.”
De presentatrice vraagt:
“En behandeld worden?”
De betrokkene reageert:
“Ja.”
De presentatrice:
“Want gewoon een klein beetje vrijwillig is niet goed genoeg?”
De betrokkene:
“Nee, dat werkt niet, totaal niet.”

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt dat zij in de uitzending is neergezet als een nietsontziende oplichtster, waarbij verweerder zich heeft gebaseerd op klachten die hij over klaagster heeft ontvangen en verklaringen van geïnterviewde personen, die in de uitzending zijn te zien. Klaagster betwist de verwijten en aantijgingen aan haar adres nadrukkelijk. Haar klacht heeft echter geen betrekking op feitelijk onjuiste berichtgeving, maar op de wijze waarop verweerder te werk is gegaan.
Volgens klaagster is haar geen serieuze gelegenheid tot wederhoor geboden. In plaats daarvan is zij op 8 december 2011 onder valse voorwendselen – te weten: middels een afspraak die zij via een datingsite had gemaakt – naar een plek gelokt. Terwijl zij daar wachtte op de persoon met wie zij de afspraak had gemaakt, is zij door medewerkers van verweerder met draaiende camera’s overvallen. Zij is op deze manier geheel onvoorbereid geconfronteerd met flarden uit hetgeen personen over haar hebben verklaard en haar is onverwijld weerwoord gevraagd. Als gevolg van de confrontatie was zij echter niet in staat om een serieus te nemen weerwoord te geven. Dit geldt temeer, nu al hetgeen zij antwoordde direct door de medewerkers van verweerder werd afgedaan als onwaar en leugenachtig. Op de uitdrukkelijk door haar gedane suggestie om haar kant van het verhaal op een andere, rustiger wijze te doen, werd niet ingegaan. Vervolgens bleef de cameraploeg van verweerder haar gedurende ruim een half uur hinderlijk volgen door de stad, ook nadat zij zeer nadrukkelijk had laten weten dat zij er niet van was gediend dat zij werd gevolgd.
Klaagster stelt verder dat verweerder haar ook na de confrontatie op geen enkele wijze heeft gevraagd om haar reactie en lezing op de verwijten en aantijgingen aan haar adres. Zij wijst er in dit verband op dat haar raadsman contact heeft gezocht met de redactie en op 6 februari 2012 – dus ruimschoots vóór de uitzending – werd teruggebeld met de mededeling dat nog niet bekend was of, en zo ja: wanneer, de uitzending van het item zou plaatsvinden. Verweerder was er dus van op de hoogte dat zij door haar raadsman werd bijgestaan. Niettemin heeft verweerder niet de geringste moeite gedaan om bijvoorbeeld via haar raadsman te vernemen, wat haar visie op de verklaringen van de geïnterviewden was.
Als gevolg van de handelwijze van verweerder is klaagster – onder vermelding van haar naam en volledig herkenbaar in beeld gebracht – op basis van eenzijdige en onjuiste verklaringen ten onrechte als een oplichtster aan de schandpaal genageld. Dit effect is nog vergroot door de wijze waarop verweerder haar op 8 december 2011 onvoorbereid heeft geconfronteerd met een cameraploeg. Daarbij komt dat verweerder zich ervan bewust is geweest dat klaagster ziek is en zich ook gerealiseerd zal hebben dat haar ziektebeeld haar gestelde ‘praktijken’ kunnen hebben veroorzaakt.
Volgens klaagster heeft verweerder met deze werkwijze journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verweerder had, alvorens tot uitzending over te gaan, zorgvuldiger dienen te onderzoeken of voor de verwijten en aantijgingen een deugdelijke grondslag bestond, met name door op een fatsoenlijke manier bij klaagster wederhoor toe te passen. Klaagster meent dat sprake is van overval-journalistiek met een intimiderend karakter, terwijl voor het bieden van wederhoor andere middelen open stonden.
Ten aanzien van haar geschonden belangen wijst klaagster er nog op dat zij dakloos is, daarom noodgedwongen veel in de openbaarheid op straat verblijft en als gevolg van de uitzending sindsdien erg vaak herkend en beschimpt wordt. Doordat zij niet in de gelegenheid is gesteld op een fatsoenlijke manier haar verhaal te plaatsen tegenover de verwijten en aantijgingen, is haar de gelegenheid ontnomen het door verweerder kennelijk beoogde schandpaaleffect te nuanceren.
Ten slotte wijst klaagster erop dat haar raadsman zich bij brief van 29 februari 2012 bij verweerder heeft beklaagd over de werkwijze, maar daarop geen inhoudelijke reactie heeft ontvangen.
Ter zitting voegt de raadsman van klaagster hieraan toe, dat hij in het telefoongesprek kort aan de redactie heeft laten weten dat tegenover de beschuldigingen aan het adres van klaagster een heel ander verhaal van klaagster stond, dat die beschuldigingen in een heel ander daglicht zou plaatsen. Omdat het ten tijde van dat telefoongesprek nog zo onduidelijk was of het item wel zou worden uitgezonden, heeft hij toen niet direct aangedrongen op een gesprek. Wel heeft hij expliciet gezegd dat klaagster haar verhaal wilde doen. Vervolgens werden klaagster en haar raadsman verrast door de uitzending. Verder deelt klaagsters raadsman desgevraagd mee dat de confrontatie tussen klaagster en de cameraploeg ongeveer een half uur heeft geduurd en dat klaagster in het gesprek wel tien keer heeft meegedeeld, dat zij niet op die manier wilde meewerken. Op sommige vragen heeft zij wel iets gezegd, maar van écht wederhoor is geen sprake geweest. Ten slotte benadrukt de raadsman van klaagster dat de klacht betrekking heeft op de werkwijze van verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerder klaagster niet op deugdelijke wijze gelegenheid tot wederhoor heeft geboden, maar in plaats daarvan zich heeft bediend van overval-journalistiek. De Raad zal zich tot die kern beperken.

In de uitzending heeft verweerder aandacht besteed aan het feit dat klaagster diverse levenspartners emotioneel en financieel schade zou hebben berokkend. De Raad overweegt in dat verband dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar (vermeend) onoorbaar handelen van klaagster. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
Dat neemt echter niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Daartoe behoort dat hij, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor dient toe te passen bij degene die door een publicatie wordt gediskwalificeerd. De beschuldigde dient voldoende gelegenheid te krijgen om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
In de uitzending komen verschillende personen aan het woord die ernstige beschuldigingen uiten aan het adres van klaagster. Zij krijgen daarbij ruim de gelegenheid om hun grieven jegens klaagster naar voren te brengen. In de uitzending wordt daarop voortgebouwd door de voice-over en in de studio door de presentatrice.
 
Uit het beschikbare materiaal maakt de Raad op dat klaagster op straat onvoorbereid is gevraagd te reageren op de vragen van de verslaggever. Aldus is sprake van overval-journalistiek. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel openstaat. De Raad overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat, ook als sprake zou zijn van een of meer misstanden, dit alleen langs deze weg bij klaagster aan de orde gesteld had kunnen worden.
 
Voorts kan het op straat onvoorbereid met draaiende camera aan een betrokkene vragen om een reactie, in beginsel – vanwege het intimiderende karakter ervan – niet worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Een dergelijke werkwijze kan de beschuldigde juist weerhouden van het beantwoorden van de op dat moment gestelde vragen en moet terughoudend worden toegepast.
De Raad acht verder van belang dat de cameraploeg klaagster is blijven achtervolgen, ook nadat klaagster duidelijk te kennen had gegeven dat zij niet wenste dat opnamen werden gemaakt. Uit de uitzending kan de Raad niet opmaken dat klaagster met de gang van zaken heeft ingestemd, ondanks het feit dat zij op enkele vragen heeft gereageerd. Van een behoorlijke toepassing van wederhoor is dan ook geen sprake.

Het voorgaande klemt te meer, nu het gezien de uitspraken die een van de betrokkenen in een vooraf opgenomen gesprek heeft gedaan – te weten dat klaagster naar zijn mening ‘erg ziek is in haar hoofd’ – (de medewerkers van) verweerder duidelijk had moeten zijn dat klaagster mogelijk extra kwetsbaar was. Dit blijkt overigens ook uit de in beeld gebrachte suggestie van de verslaggever ‘dat klaagster zich zou moeten laten helpen’.

Verder acht de Raad nog relevant dat klaagster heeft aangevoerd dat haar raadsman contact met de redactie heeft opgenomen en in een telefoongesprek van 6 februari 2012 – en dus ruim vóór de uitzending – aan de redactie heeft meegedeeld dat klaagster haar verhaal wilde doen.

Uit de uitzending is niet gebleken dat aan klaagster c.q. haar raadsman ook nog op een andere, aanvaardbare wijze om een reactie is gevraagd. Verweerder heeft bovendien geen verweer willen voeren en heeft derhalve niet aangetoond dat op andere wijze wederhoor bij klaagster c.q. haar raadsman is toegepast dan wel aannemelijk gemaakt dat er geen andere mogelijkheid was om met klaagster in contact te komen.
 
De Raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerder, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. (zie punt 2.1.6. van de Leidraad van de Raad en vgl. onder meer RvdJ 2010/50)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Opgelicht?! en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 mei 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.