2012/3 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
H. Bootsma en de hoofdredacteur van Omroep Brabant
 
Bij e-mailbericht van 14 december 2011 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. Bootsma en de hoofdredacteur van Omroep Brabant (hierna: verweerders). Vervolgens heeft klager in een e-mail van 15 december 2011 verzocht om versnelde behandeling van zijn klacht. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek bij brief van 21 december 2011 toegewezen. H. Lemckert, hoofdredacteur, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 22 december 2011. Klager heeft daarop nog gereageerd bij e-mailbericht van 29 december 2011 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 januari 2012. Klager was daarbij aanwezig. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 13 december 2011 is op de website van Omroep Brabant een artikel verschenen van de hand van Bootsma met de kop “X kan huis krijgen van anti-pedobeweging”. De intro van dit artikel luidt:
“De veroordeelde (…) pedofiel X kan een huis krijgen van de Utrechtse stichting Stop Kinderporno & Abuse. Dat bevestigt woordvoerster van de stichting Christa Vermeij aan Omroep Brabant.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Voorwaarde is dat X een contract ondertekent waarin staat dat hij geen aandacht meer zoekt in de media.
Volgens Vermeij moet er snel iets gebeuren. “Het gaat niet goed met X. Hij is aan het doordraaien en hij hangt bij speeltuinen rond. De kans op herhaling acht ik groot.” Vermeij denkt dat X baat heeft bij rust in de vorm van een eigen plek en professionele begeleiding. Een bekende van de woordvoerster kan hulp bieden bij het vinden van een geschikte woning. Een concrete plaats heeft zij nog niet op het oog.”
en
“X heeft aan de Gelderse krant De Stentor laten weten niet op het aanbod in te gaan.”
en
“Vermeij weerspreekt dat zij een pedojaagster is en geeft aan slechts potentiële nieuwe slachtoffers van X te willen helpen. “Hij kan gewoon niet meer zonder aandacht van de media. Dat is denk ik ook de reden dat hij het aanbod afslaat.” Ze heeft weken met X aan de telefoon gehangen. “We bouwden een soort vertrouwensband op. Die verbrak X toen ik zijn verzoek om kinderporno op mijn website te verheerlijken weigerde.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de publicatie onjuiste, beledigende en strafbare uitlatingen aan zijn adres bevat, waarbij is nagelaten hem wederhoor te bieden. Nadat klager kennis had genomen van de publicatie heeft hij direct contact opgenomen met verweerders, die weigerden de uitlatingen te verwijderen. Verweerders beweerden dat zij contact met hem wilden hebben over de uitspraken, maar voorafgaand aan de publicatie hebben zij dat nagelaten, aldus klager. Hij wijst erop dat verweerders in het bezit zijn van zijn e-mailadres en telefoonnummer. Pas nadat hij verweerders op de publicatie had aangesproken, werd hem wederhoor geboden. Klager vindt dit zinloos, omdat het artikel al was geplaatst en een eigen leven was gaan leiden op het internet.
Verder stelt klager dat verweerders hebben nagelaten de uitlatingen van Vermeij te controleren. Zo beweert zij dat zij klager bij speeltuinen heeft gesignaleerd, welke kennis klager als merkwaardig voorkomt, nu de reclassering zich juist heeft beklaagd over het feit dat hij zijn verblijfplaats niet bekend wil maken. Voorts heeft Vermeij geen concreet aanbod voor een woning gedaan, maar slechts verwezen naar ‘contacten die deuren kunnen openen’. Klager heeft dit vage aanbod overigens niet afgewezen, in tegenstelling tot hetgeen in het artikel is vermeld, maar Vermeij laten weten dat haar ‘contacten’ hem konden benaderen als zij iets van hem wilden. Voorts is in het artikel ten onrechte vermeld dat vóór 1 maart 2012 een oplossing voor het huisvestingsprobleem van klager moet zijn gevonden.
Ten slotte wijst klager erop dat hij op 1 december 2011 aan diverse media – waaronder Omroep Brabant – een e-mailbericht heeft gestuurd. Daarin heeft hij laten weten dat er nogal wat journalisten zijn die hem benaderen met vragen naar aanleiding van actuele ontwikkelingen en dat hij om dat te voorkomen, maar toch de media de kans te geven zijn mening te vernemen, een Facebook-account heeft geopend waaruit zij vrijelijk kunnen citeren. Op zijn Facebook-pagina staan ook alle e-mails die betrekking hebben op zijn zaak, zodat verweerders zelf hadden kunnen constateren dat de uitlatingen van Vermeij – zo deze al zijn gedaan – niet overeen komen met de inhoud van het artikel, aldus klager. Ter zitting benadrukt hij dat hij zijn reactie op het aanbod van Vermeij op zijn Facebook-pagina heeft geplaatst vóór de publicatie van het gewraakte artikel. Verder voegt hij hieraan desgevraagd toe dat hij geen contact heeft gehad met De Stentor. Deze krant zal de informatie waarschijnlijk van zijn Facebook-pagina hebben, waarin het citaat in iets andere bewoordingen is te vinden, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat ze klager drie keer om een reactie hebben gevraagd naar aanleiding van de uitlatingen van Vermeij. Klager heeft uiteindelijk geen gebruik willen maken van dit aanbod, aldus verweerders. Zij menen dat klager als geen ander in staat is om gebruik te maken van de media op momenten dat het hem uitkomt. Bij informatie die klager minder welgevallig is, worden met regelmaat alle registers opengetrokken die verweerders onterecht een hoop werk opleveren. Verweerders volstaan daarom met deze summiere reactie.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders onvoldoende onderzoek hebben gedaan naar de juistheid van de uitlatingen van Vermeij en ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen voorafgaand aan de publicatie van het artikel.
 
Naar het oordeel van de Raad bevat het artikel diffamerende uitlatingen van Vermeij aan het adres van klager. Verweerders hebben in het artikel noch in hun verweer blijk gegeven van onderzoek naar de juistheid van de beschuldigingen van Vermeij. Dit klemt te meer nu Vermeij – gezien de op de zaak betrekking hebbende stukken – kennelijk in conflict is met klager en als woordvoerder van de stichting Stop Kinderporno & Abuseniet onafhankelijk dan wel onpartijdig is in deze kwestie, terwijl haar standpunten door de gemiddelde lezer waarschijnlijk voor ‘waar’ zullen worden gehouden.
 
Voorts had het op de weg van verweerders gelegen voorafgaand aan de publicatie wederhoor bij klager toe te passen. Weliswaar heeft klager in zijn e-mail van 1 december 2011 aan diverse media – waaronder Omroep Brabant – laten weten geen rechtstreeks contact meer met hen te willen hebben, maar dit ontslaat verweerders niet van de verplichting om bij de publicatie van uitlatingen als de onderhavige contact op te nemen met klager, bijvoorbeeld via diens Facebook-pagina dan wel zijn advocaat. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerders dat niet hebben gedaan, maar dat zij hem pas ná de publicatie in de gelegenheid hebben gesteld op de uitlatingen van Vermeij te reageren.
Ook uit het artikel blijkt niet dat verweerders hebben geprobeerd voorafgaand aan de publicatie wederhoor bij klager toe te passen. Verweerders hadden kunnen citeren uit de reactie van klager op het aanbod van Vermeij, die hij op zijn Facebook-pagina heeft geplaatst, maar ook dat hebben zij nagelaten.
 
Door zo te handelen en na te laten hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 februari 2012 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.R. Harkema, mw. H.M.M. Nietsch, drs. P. Olsthoornen mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.