2012/28 afgewezen

Samenvatting

Verzoekster heeft een klacht ingediend tegen diverse publicaties in De Telegraaf. Bij uitspraak van 15 maart 2012 heeft de Raad de klachten van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft verzocht om herziening van deze uitspraak. Kern van het verzoek is dat klaagster zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad over de toepassing van wederhoor en de juistheid van de kop van het artikel “Tandenbleker doet veel zwart”. Verweerder heeft niet op het herzieningsverzoek gereageerd.
Volgens de herzieningskamer volgt uit de uitspraak van de Raad dat verzoekster ter zitting heeft meegedeeld dat zij ervoor heeft gekozen om na een op 28 november 2011 met verweerder gevoerd telefoongesprek geen reactie meer te geven. Dit betwist klaagster niet specifiek. De nu door klaagster ingenomen stelling dat verweerder na dat telefoongesprek aan haar had meegedeeld geen behoefte aan een reactie te hebben, is niet verifieerbaar. Het is niet aannemelijk geworden dat de beslissing van de Raad in dit opzicht berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.
Daarnaast blijkt dat verzoekster zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad met betrekking tot de overwegingen over de kop van een artikel. Dit is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening toe te wijzen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
 
Beperfect Clinics B.V., h.o.d.n. Perfectsmile
 
tot herziening van de uitspraak van de Raad van 15 maart 2012 (RvdJ 2012/7) betreffende haar klacht tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 24 maart 2012 heeft J. Bartels namens Beperfect Clinics B.V., h.o.d.n. Perfectsmile, te Amstelveen (hierna: verzoekerster) de Raad verzocht om herziening van zijn uitspraak van 15 maart 2012 inzake haar klacht tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder).
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 april 2012, in een herzieningskamer bijeen, buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Bij brieven van 7 december 2011 en 16 januari 2012 met diverse bijlagen heeft verzoekster klachten ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf betreffende de volgende artikelen die in De Telegraaf zijn verschenen:

  • op 29 november 2011: “Tandenbleker doet veel zwart” en “Perfect Smile kan boete verwachten”.
  • op 30 november 2011: “Beugelkliniek laat tanden knarsen”.
  • op 1 december 2011: “Tandenbleker per direct dicht”.
  • op 13 januari 2012: “Tandenbleker negeert bevel sluiting kliniek”.

Bij uitspraak van 15 maart 2012 heeft de Raad de klachten van verzoekster ongegrond verklaard, waarbij de Raad onder meer het volgende heeft overwogen:
“Verder overweegt de Raad dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. De berichtgeving heeft betrekking op vermeende misstanden bij klaagster. De koppen zijn – gezien de beschreven ernst van de misstanden – niet misplaatst. Het gebruik van de term ‘inval’ is, als parafrase van het onaangekondigde bezoek van de inspectie, niet journalistiek ontoelaatbaar. Bovendien worden de in de koppen weergegeven beweringen in de bijbehorende artikelen voldoende genuanceerd en onderbouwd. (vgl. RvdJ 2011/58)”
en
“De Raad heeft voorts geconstateerd dat in de berichtgeving voldoende duidelijk het standpunt van klaagster over de kwestie is weergegeven. Dat Bartels er zelf voor heeft gekozen na het korte telefoongesprek van 28 november 2011 geen reactie meer te geven, zoals hij ter zitting heeft verklaard, kan verweerder niet worden tegengeworpen.”

HET STANDPUNT VAN VERZOEKSTER

Verzoekster stelt dat wel degelijk is getracht om weerwoord te geven. Verweerder heeft echter aan verzoekster medegedeeld hieraan geen behoefte te hebben. Deze mededeling heeft plaatsgevonden na het korte gesprek dat verweerder op maandag 28 november 2011 met verzoekster heeft gevoerd.
Voorts heeft de Raad volgens verzoekster miskend dat er voor de kop “Tandenbleker doet veel zwart” geen enkele grond in het desbetreffende artikel is te vinden.
 
BEOORDELING VAN HET VERZOEK

In artikel 10a lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek is het volgende bepaald:
“Een beslissing van de Raad die is gegeven naar aanleiding van een klaagschrift, kan door de Raad geheel of gedeeltelijk worden herzien op verzoek van de klager dan wel op verzoek van de verweerder die daadwerkelijk verweer heeft gevoerd.
Herziening is slechts mogelijk indien degene die herziening verzoekt (hierna: de verzoeker) aannemelijk maakt dat de beslissing van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.”

Kern van het verzoek is dat verzoekster zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad over de toepassing van wederhoor en de juistheid van de kop van het artikel “Tandenbleker doet veel zwart”.

Uit de uitspraak van de Raad van 15 maart 2012 volgt dat verzoekster ter zitting heeft medegedeeld dat zij ervoor heeft gekozen om na het telefoongesprek van 28 november 2011 geen reactie meer te geven, hetgeen zij niet specifiek betwist. De thans ingenomen stelling dat verweerder na dat telefoongesprek aan haar had medegedeeld geen behoefte aan een reactie te hebben, is voorts niet verifieerbaar. Op grond van het voorgaande is niet aannemelijk geworden dat de beslissing van de Raad in dit opzicht berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten.
 
Daarnaast blijkt uit hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht dat zij zich niet kan vinden in het oordeel van de Raad met betrekking tot de overwegingen over de kop van een artikel. Dit is echter onvoldoende om een verzoek tot herziening toe te wijzen.
 
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
 
BESLISSING
 
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 25 mei 2012 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, H. Blanken, mw. M.E.L. Kogeldans, mw. H.M.M. Nietsch en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.