2012/27 gegrond

Samenvatting

Klaagster maakt bezwaar tegen het artikel “Botresten in Spanje zijn van vermiste Lisa (76)”.
De Raad overweegt dat bij het gebruik van negatieve kwalificaties over degene waarover wordt bericht – zoals in dit geval de aanduiding ‘dakloos’ – bijzondere zorgvuldigheid is geboden. In dit geval is de kwalificatie afkomstig van een voormalige partner met wie het slachtoffer al zeer lang geen contact meer had gehad, en is de informatie niet nader geverifieerd. Dit had wel moeten gebeuren, zoals verweerders ook erkennen.
Klaagster heeft gemotiveerd aangevoerd dat verweerders over deze kwalificatie niet waarheidsgetrouw hebben bericht. Aan de hand van een politieverklaring heeft zij aannemelijk gemaakt dat haar zus tot op de dag van haar verdwijning woonachtig was in haar woning. Verder heeft klaagster onbetwist aangevoerd dat het artikel diverse andere onjuistheden bevat, zoals de beweringen dat de zoon van haar zus failliet is gegaan.
Naar het oordeel van de Raad is aldus in het artikel op basis van onvoldoende onderzoek een zodanig onjuist en negatief beeld van de zus van klaagster geschetst, dat verweerders hiermee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.  

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. van Heusden 

tegen

E. Winkels en de hoofdredacteur van AD

Bij brief van 25 februari 2012 met twee bijlagen heeft M. van Heusden te Culemborg (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen E. Winkels en de hoofdredacteur van AD (hierna: verweerders). Bij brieven van 5, 28 maart en 2 april 2012 met enkele bijlagen heeft klaagster haar klacht nader aangevuld. Hierop heeft drs. P.F.G. van den Bosch, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 10 april 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 april 2012 waar klaagster is verschenen, vergezeld door haar zoon, P. Schröder. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.

DE FEITEN  

Op 16 februari 2012 is in het AD een artikel van de hand van Winkels verschenen onder de kop “Botresten in Spanje zijn van vermiste Lisa (76)”. Het artikel opent met:
“Na anderhalf jaar onzekerheid over haar lot is de verdwijningszaak opgelost van Lisa van Heusden (76) uit het Zuid-Spaanse Benalmádena. Botresten die dertig kilometer verderop werden gevonden zijn van de Nederlandse, zegt de Spaanse politie.”
Vervolgens:
“Lisa van Heusden verdween op 19 juli 2010 in de buurt van haar woonplaats. Ze werd rond elf uur ‘s ochtends voor het laatst gezien bij het kantoor van elektriciteitsbedrijf Endesa op het industrieterrein Arroyo de la Miel. Ze wilde er de energierekening betalen van de Nederlandse vereniging in Torremolinos waarvoor ze de administratie verzorgde.
Medio januari 2012 kreeg de Spaanse politie een telefoontje over een skelet bij een steengroeve in de buurt van de luchthaven van Malaga. Onderzoek van het stoffelijk overschot en van restanten van kleding en documenten leidde tot de identificatie van het slachtoffer. Verder onderzoek moet uitsluitsel geven over de doodsoorzaak.
De in Goes geboren Lisa van Heusden woonde ruim veertig jaar aan de Costa del Sol, zegt voormalig partner Santiago Castro (67) uit Cordoba. Hij verwekte een kind bij haar. Een bankroet van zoon Santi (nu 34) maakte zijn moeder dakloos, omdat Lisa’s appartement fungeerde als onderpand. Van Heusden logeerde sindsdien bij vriendinnen. Ze verkeerde volgens Castro in goede gezondheid op het moment van de verdwijning.
Het is al de zesde keer in korte tijd dat in de omgeving van Malaga stoffelijke resten zijn gevonden.”

Klaagster is de zus van Lisa van Heusden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat het artikel feitelijke onjuistheden over de verdwijning van haar zus bevat. Volgens haar wordt ten onrechte het beeld geschetst dat haar zus dakloos zou zijn en daarom bij vriendinnen ging logeren. Klaagster brengt in dat kader naar voren dat in het onderzoek vast is komen te staan dat haar zus boodschappen is gaan doen en vervolgens is verdwenen. Zij wijst erop dat de politie verder in de woning van haar zus onderzoek heeft verricht. Dit is tevens schriftelijk door de politie verklaard.
Verder stelt klaagster dat de zoon van haar zus niet failliet is gegaan. Haar zus had een eigen woning, maar stond met deze woning garant voor een lening. Omdat er problemen waren met de aflossing van deze lening is het huis verkocht door de bank. Vervolgens is haar zus via een huurconstructie in de woning blijven wonen. De zoon van haar zus heeft in deze woning na de verdwijning nog drie maanden gewoond.
Klaagster bestrijdt dat haar zus de administratie of betalingen verzorgde voor een Nederlandse organisatie.
Door de onjuiste berichtgeving is de nagedachtenis aan klaagsters zus ernstig geschaad. De berichtgeving over het ‘verwekken van het kind’ en het ‘stoffelijke overschot’ acht zij denigrerend, aldus klaagster ter zitting.
Verweerders hadden bij klaagster of de politie navraag over de feiten moeten doen, in plaats van bij een voormalige partner die twintig jaar uit beeld is. Volgens klaagster blijven verweerders ten onrechte staan achter het publiceren van deze foutieve informatie.

Verweerders stellen dat Winkels geen enkele reden had om te twijfelen aan de informatie van de voormalige partner van de zus van klaagster, maar dat zulks de krant er niet van had mogen ontslaan deze informatie bij andere partijen te controleren. Dat hebben verweerders in een telefoongesprek van 28 maart 2012 ook als zodanig aan klaagster medegedeeld. Verweerders stellen dat het een taak van een dagblad is om juiste informatie te brengen, maar dat zij er in een nadere poging niet in zijn geslaagd om de genoemde feiten te verifiëren. Dit betekent dat niet is gebleken dat de informatie juist is, maar ook niet dat de berichtgeving onjuist is, aldus verweerders.
Verweerders hebben klaagster aangeboden een excuusbrief te schrijven. Zij beamen dat zolang geen nieuwe feiten boven tafel komen, er geen sprake is van accurate berichtgeving. Het feit dat het artikel in de avonduren is geschreven heeft de accuratesse niet bepaald bevorderd, hetgeen echter geen excuus mag zijn. Verweerders staan open voor een excuus voor inhoudelijke fouten, maar het bestraffen van een journalist – zoals klaagster wil – is een interne zaak van een dagblad waarover de Raad geen uitspraak kan doen. Zij wijzen erop dat Winkels een respectabele verslaggever is die de afgelopen twee decennia op prima wijze zijn werk heeft gedaan voor AD en andere media.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders onjuist en tendentieus over de zus van klaagster hebben bericht.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punt 1.1. van de Leidraad van de Raad)

De Raad overweegt dat bij het gebruik van negatieve kwalificaties over degene waarover wordt bericht – zoals in dit geval de aanduiding ‘dakloos’ – bijzondere zorgvuldigheid is geboden. In dit geval is deze kwalificatie afkomstig van één voormalige partner met wie het slachtoffer al zeer lang geen contact meer had gehad, en is deze informatie niet nader geverifieerd, hetgeen wel had moeten gebeuren zoals verweerders ook erkennen.

Klaagster heeft gemotiveerd aangevoerd dat verweerders over deze kwalificatie en een aantal overige feiten rond de verdwijning van haar zus niet waarheidsgetrouw hebben bericht. Zo heeft klaagster aan de hand van een verklaring van de Spaanse politie aannemelijk gemaakt dat haar zus tot op de dag van haar verdwijning woonachtig was in haar woning te Torremolinos. Naar het oordeel van de Raad blijkt hieruit voldoende dat niet aannemelijk is dat klaagster dakloos was en om deze reden bij vriendinnen moest logeren. Verder heeft klaagster onbetwist aangevoerd dat het artikel diverse andere onjuistheden bevat, zoals de beweringen dat de zoon van haar zus failliet is gegaan.

Naar het oordeel van de Raad is aldus in het artikel op basis van onvoldoende onderzoek een zodanig onjuist en negatief beeld van de zus van klaagster geschetst, dat verweerders hiermee grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het AD te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 25 mei 2012 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, H. Blanken, mw. M.E.L. Kogeldans, mw. H.M.M. Nietsch en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.