2012/25 ongegrond

Samenvatting

Klagers hebben bezwaar gemaakt tegen publicaties in AD/Haagsche Courant, de Volkskrant, Elsevier, Trouw, De Telegraaf, Omroep West, District8, Marokko.nl en PowNed waarin wordt gesproken over eerwraak.
De Raad heeft begrip voor de impact die de berichtgeving in AD/Haagsche Courant op (de familie van) klagers heeft gehad door de vermelding dat buurtbewoners denken aan een geval van eerwraak. Uit de gekozen formuleringen blijkt echter dat het een onbevestigde en door buurtbewoners geuite bewering betreft. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat AD/Haagsche Courant na voldoende onderzoek is overgegaan tot de publicatie van de bewering van buurtbewoners en dat daarvoor ten tijde van die publicatie voldoende feitelijke grondslag bestond.
De overige media hebben in hun publicaties – onder verwijzing naar het artikel in AD – duidelijk vermeld dat de oorzaak van het incident nog onduidelijk is en dat de bewering dat sprake zou zijn van eerwraak afkomstig is van buurtbewoners. Ook Omroep West schrijft de bewering – zonder naar het AD te verwijzen – toe aan buurtbewoners. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat deze verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. In het artikel op de website van District8.net wordt bovendien in het geheel niet gesproken over eerwraak. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y
tegen

de hoofdredacteuren van AD/Haagsche Courant, de Volkskrant, Elsevier, Trouw, De Telegraaf, Omroep West, District8, Marokko.nl en PowNed

Bij brief van 23 december 2012 met twaalf bijlagen hebben X en mw. S. Y te Delft (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteuren van AD/Haagsche Courant, de Volkskrant, Elsevier, Trouw, De Telegraaf, Omroep West, District8, Marokko.nl en PowNed (hierna: verweerders). Op 24 januari 2012 heeft A. Joustra, hoofdredacteur Elsevier, bij brief hierop gereageerd. R. Veenstra, hoofdredacteur Omroep West, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 30 januari 2012. S. Peters heeft namens District8.net gereageerd bij brief van 30 januari 2012. Bij brief van 13 maart 2012 heeft drs. P.F.G. van den Bosch, adjunct-hoofdredacteur AD, gereageerd. Ten slotte heeft M. van der Geest, chef Volkskrant.nl, gereageerd bij een schrijven van 6 april 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 april 2012. Voornoemde X is daar namens klagers verschenen, vergezeld door zijn schoonzus mw. Z. Van de zijde van verweerders was voornoemde Van der Geest aanwezig.

DE FEITEN

Op 28 juli 2011 is in AD/Haagsche Courant een artikel van de hand van L. Penders en S. Heger verschenen onder de kop “Jonge vrouw in brand”, met de onderkop “Flatbewoners denken dat het om eerwraak gaat”.
De intro van het artikel luidt:
“Vanaf de galerijen zagen flatbewoners dinsdagavond aan de [straatnaam] hoe een massale vechtpartij ontstond toen ambulancepersoneel een 25-jarige vrouw probeerde mee te nemen die in brand had gestaan.”
Het artikel bevat de volgende passages:
“Hoe de jonge vrouw vlam heeft gevat is niet bekend, maar buurtbewoners denken aan eerwraak. Ze gaan er vanuit dat niet een brand in de woning de oorzaak is geweest, maar dat ze is overgoten met een bijtend zuur. De brandweer is nooit ter plaatse geweest en een buurvrouw die het huis inrende zag nergens vlammen.”
en
“Met de brandblusser in de hand rende de buurvrouw de woning van het slachtoffer in. ,,Daar was nergens vuur te zien, er lag alleen een grote hoop kleren op de grond. Deze voelden warm aan, maar brandden niet. Wel hing er een soort damp in de kamer. In de kleren zaten gaten, maar het leek er niet op of ze in brand gestaan hadden. Eerder dat er een bijtend zuur overheen was gegooid. De stof leek gesmolten.” Weer buiten op de galerij zag de flatbewoonster dat de verbrande Delftse verderop in de straat op de stoep was gaan zitten. ,,Binnen no time stond het vol met schreeuwende familieleden. Een vrouw, waarschijnlijk haar moeder, schreeuwde en schudde aan dat arme meisje.
Er kwamen steeds meer mensen om haar heen staan.” […] ,, Het werd meteen onrustig en al die mensen wilden met haar mee de ambulance in”, vertelt ze. ,,Ik ben er tussen gaan staan, heb staan schreeuwen dat ze weg moesten gaan en heb ze geschopt. Het ambulancepersoneel kreeg de deuren niet meer dicht. Gelukkig kwam de politie er op dat moment aan.””
en
“De politie hield uiteindelijk een 24-jarige Delftenaar aan omdat hij agenten die de flat in wilden, probeerde tegen te houden. ,,Die idioot wilde de politie niet de flat in laten. Hij hing echt aan hun benen om ze tegen te houden.”
Ook werden twee mannen (39 en 44) aangehouden, die bij de vrouw in huis waren ten tijde van het incident. Zij worden ervan verdacht betrokken te zijn bij de ‘brandstichting’.
De verbrande vrouw is ernstig gewond en ligt in het ziekenhuis. Ze is gistermiddag wel verhoord door de politie. Het gesprek moest voortijdig worden beëindigd, omdat de vrouw onwel werd. Het verhoor wordt op een later tijdstip voortgezet.
De twee Delftenaren die bij haar in huis waren, zitten nog vast voor verhoor. De 24-jarige man die de politieagenten hinderde in hun werkzaamheden is gistermorgen weer op vrije voeten gesteld.”

Op de website van Omroep West is op 26 juli 2011 een artikel verschenen onder de kop “Vrouw in brand gestoken in Delft”. Het artikel opent met:
“Een vrouw is dinsdagavond in brand gestoken in Delft. De 25-jarige raakte daarbij zwaargewond en ligt met derdegraads brandwonden in het ziekenhuis.”
Verderop:
“Het is nog onduidelijk wat er precies in de woning is gebeurd. Volgens ooggetuigen was er sprake van ruzie in de familiaire sfeer. Volgens de buren zou het incident met eerwraak te maken hebben.”

Op de website van De Telegraaf is op 28 juli 2011 een artikel verschenen onder de kop “Onduidelijkheid rond brandende vrouw Delft”. Het artikel opent met:
“Er is veel onduidelijkheid over hoe de 25-jarige vrouw dinsdagavond in Delft in brand is geraakt. Flatbewoners denken dat ze het slachtoffer is geworden van eerwraak.”

Op de website van Elsevier is op 28 juli 2011 een artikel verschenen onder de kop “‘In brand gestoken vrouw Delft slachtoffer eerwraak’”. Het artikel opent met:
“De 25-jarige vrouw die dinsdagavond in brand stond in Delft, is slachtoffer van eerwraak. Dat denken bewoners die in dezelfde flat wonen. Dat schrijft het AD donderdag.”

Op de websites van Trouw en de Volkskrant is op 28 juli 2011 een artikel verschenen onder de kop “Reden in brand steken vrouw nog onbekend”. Het artikel opent met:
“Er is nog veel onduidelijkheid over hoe een 25-jarige vrouw dinsdagavond in een woning aan de [straatnaam] in brand is geraakt. Bij de politie zijn uiteenlopende verklaringen afgelegd. Dat meldt het AD vandaag.”
Vervolgens:
“Bewoners van de flat in de [buurtnaam] denken aan eerwraak.”

Op de website District8.net is een artikel verschenen onder de kop “Vrouw (25) loopt ernstige brandwonden op”.

Op de website Marokko.nl is op 28 juli 2011 een artikel verschenen onder de kop “Reden in brand steken vrouw nog onbekend”. Het artikel opent met:
“Er is nog veel onduidelijkheid over hoe een 25-jarige vrouw dinsdagavond in een woning aan de [straatnaam] in brand is geraakt.”
 
Op de website van PowNed is op 28 juli 2011 een artikel verschenen onder de kop “‘Eerwraak met bijtend zuur in Delft’”. Het artikel opent met:
“De 25-jarige vrouw die dinsdagavond in brand stond in Delft is het slachtoffer van eerwraak. Dat denken bewoners die in dezelfde flat wonen. Ze zou met bijtend zuur zijn overgoten.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat er ten onrechte in het artikel wordt gesproken over eerwraak. Deze onjuiste informatie heeft de familie beschadigd. Verweerders hadden volgens hen geen bewijs dat het om eerwraak ging. Ook de politie heeft hier nimmer over gesproken. Medebewoners hebben kenbaar gemaakt dat ze niet over eerwraak hebben gesproken.
Klagers willen door de berichten in de media niet meer in hun huidige woning blijven wonen en voelen zich niet meer op hun gemak in de flat. Het is voor hen moeilijk om werk te vinden. Op de foto’s die zijn gepubliceerd in AD/Haagsche Courant is X herkenbaar in beeld gebracht. Klagers benadrukken dat voor het plaatsen van deze foto’s geen toestemming is verleend. Zij brengen verder naar voren dat X inmiddels is vrijgesproken, waarbij kenbaar is gemaakt dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Y heeft zichzelf onder invloed van een psychische stoornis verwond. Klagers hebben zich de afgelopen maanden bezig gehouden met het herstel van Y. Zij is sinds kort op de hoogte van de artikelen, hetgeen gevaarlijk voor haar herstel kan zijn.

AD/Haagsche Courant
Verweerder stelt dat op de avond van 26 juli 2011 een 25-jarige vrouw in brand heeft gestaan, waarna een massale vechtpartij ontstond toen het ambulancepersoneel haar probeerde te vervoeren naar het ziekenhuis. De vechtpartij ging specifiek tussen omstanders en politieagenten die de verplegers probeerden te ontzetten. De in het artikel gepubliceerde term ‘eerwraak’ is afkomstig van andere flatbewoners. Zij worden als bron opgevoerd, maar op hun uitdrukkelijke verzoek zonder naamsvermelding. Diverse bewoners kwamen onafhankelijk van elkaar met de kwalificatie ‘eerwraak’. Dat leidden ze af uit de opmerkelijke omstandigheden van het incident. Zij vertelden dat er niets werd gedaan om de vrouw te helpen. Natte handdoeken werden niet gebruikt. Er zou door eigen familieleden op de vrouw zijn gescholden, terwijl zij verbrand op de stoep zat te wachten.
De man die de politie probeerde tegen te houden is opgepakt, maar werd later vrijgelaten. Twee mannen die bij de vrouw in het huis waren toen zij in brand stond, onder wie klager, zijn eveneens aangehouden. Zij werden verdacht van betrokkenheid bij ‘brandstichting’. Beide verslaggevers spraken met een aantal omwonenden, van wie er één anoniem wordt geciteerd. Zij verwoordde het best wat de anderen ook zeiden te denken. Verweerder heeft nimmer beweerd dat het hier om eerwraak ging, maar dat flatbewoners aan eerwraak dachten op basis van zaken die zij zelf hebben waargenomen op straat. De term eerwraak wordt slechts eenmaal in het artikel genoemd. Gezien de gang van zaken na het brandincident waarvan de buurtbewoners getuige waren, was deze suggestie relevant. De verslaggevers spraken later die dag met een functionaris van de politie die op basis van ‘background information’ met hen sprak. Deze bevestigde ‘off the record’ dat de politie rekening hield met eerwraak en hiernaar onderzoek werd verricht. De politie wilde in dat stadium van het onderzoek formeel geen nadere mededelingen doen. Dit heeft de verslaggevers versterkt in hun gevoel dat zij dit als mogelijke achtergrond moesten melden in het verhaal. Penders heeft gedurende maanden na het incident verschillende malen bij de politie geïnformeerd of er nadere informatie was in deze zaak. Voortdurend meldde de politie dat de zaak nog in onderzoek was. Er is aldus sprake geweest van officiële verdenkingen waarnaar de politie geruime tijd onderzoek heeft gedaan. In november 2011 meldde de woordvoerster van de politie dat men de zaak had laten vallen. Er was onvoldoende bewijs voor de eerdere verdenking. Verweerder heeft hiervan geen melding gemaakt. Hij stelt dat het achteraf gezien wellicht beter was geweest als dit bericht voor de volledigheid wel was gemaakt, maar dat de klacht hierop geen betrekking heeft.
Verweerder benadrukt dat in het artikel nergens staat vermeld wie verdacht wordt van eerwraak, maar slechts dat twee mannen zijn opgepakt naar aanleiding van het incident. Verweerder heeft begrip voor de emotionele druk die de affaire heeft berokkend voor klagers. Hij stelt dit verdriet niet te onderschatten. Verweerder heeft klagers een aanvullend bericht en interview aangeboden. Het is verweerder duidelijk geworden dat klagers vooral hun hart wilden luchten over de pijn die ze hebben ervaren. Ook wilden zij hun familieleden en vrienden, ook in Irak, laten zien dat X onschuldig is.

de Volkskrant
Verweerder brengt naar voren dat het bericht op de site in het geheel niet stelt dat er sprake is geweest van eerwraak. De kop van het artikel meldt juist dat de reden van de brand in de flat nog ongewis is. Ook in de eerste zin wordt benadrukt dat er nog veel onduidelijkheid is over de oorzaak van de brand. Voorts komt in de berichtgeving naar voren dat uiteenlopende verklaringen zijn afgelegd. De berichtgeving meldt slechts dat er flatbewoners zijn die denken dat eerwraak waarschijnlijk is. Verweerder herkent zich dan ook niet in de klacht dat er in het bericht wordt gemeld dat de brand in de flat het gevolg zou zijn van eerwraak.

Elsevier
Op basis van de bij de klacht gevoegde stukken heeft verweerder op 23 januari 2012 een melding bij het bericht gezet, waarin staat vermeld dat uit een klacht bij de Raad blijkt dat de vrouw geen slachtoffer is van eerwraak. Voorts is aan het bericht toegevoegd dat de aangehouden man volgens de kennisgeving van het sepot van 12 november 2011 van het Openbaar Ministerie ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Verweerder onthoudt zich van een inhoudelijke reactie op de klacht.

Omroep West
Verweerder stelt dat hij op 28 juli 2011 de melding ontving dat er zich een brand heeft voorgedaan in de woning van klagers. Uit de berichtgeving van de politie en de brandweer bleek dat geconcludeerd kon worden dat de brand niet zomaar was ontstaan en dat werd gezocht naar de oorzaak. Uit de gesprekken met directe buren en andere omwonenden kwam het beeld naar voren dat er aanwijzigen waren voor problemen in de relationele sfeer, hetgeen verweerder ook als zodanig heeft gemeld. In de introductie is niet gesproken over eerwraak, maar slechts over een brand in Delft. Slechts in de laatste alinea maakt verweerder melding van de sterke geruchten die rondgingen in de buurt.

District8
Verweerder stelt dat door hem nimmer over eerwraak is gesproken of een suggestie in die richting is gedaan. Het artikel is strikt feitelijk en de informatie is verkregen van de politie Haaglanden. Verweerder heeft het artikel met foto’s begeleid. Hij benadrukt dat klagers geen bewijs hebben overgelegd dat in de berichtgeving wordt gesuggereerd dat sprake is van eerwraak.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klacht tegen AD/Haagsche Courant
Kern van de klacht is dat in de berichtgeving ten onrechte wordt gesproken over eerwraak.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. In de berichtgeving maakt de journalist een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punten 1.2., 1.3. en 1.4. van de Leidraad van de Raad)

Verder hoeft de journalist voor het publiceren van geruchten niet de feitelijke juistheid ervan aan te tonen. Wel moet hij vermelden dat het om een gerucht gaat en aannemelijk kunnen maken dat de geruchten waarop hij zich baseert, ook daadwerkelijk circuleren en de publicatie een maatschappelijk belang dient. (zie punt 2.2.4. van de Leidraad)

In dat verband overweegt de Raad dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van een mogelijk eerwraakincident in Nederland. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.

De Raad heeft begrip voor de impact die de berichtgeving op (de familie van) klagers heeft gehad door de vermelding dat buurtbewoners denken aan een geval van eerwraak. Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de gekozen formuleringen echter duidelijk dat het een onbevestigde en door buurtbewoners geuite bewering betreft.

Daarnaast is naar het oordeel van de Raad voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder niet op lichtzinnige wijze, maar na voldoende onderzoek is overgegaan tot de publicatie van de bewering van buurtbewoners en dat daarvoor ten tijde van die publicatie voldoende feitelijke grondslag bestond.
In dat kader acht de Raad van belang dat X door de politie is aangehouden en vier dagen heeft vastgezeten, en dat tegen hem een strafrechtelijk onderzoek heeft plaatsgevonden ter zake van poging tot moord. Aldus is aannemelijk dat in de eerste periode na het incident (ook) volgens de politie sprake was van een verdenking van actieve betrokkenheid van X bij het incident. De buurtbewoners baseerden hun vermoeden van eerwraak als oorzaak van het incident op de door hen waargenomen bijzondere omstandigheden rond het incident. De mededeling van een politiefunctionaris op 27 juli 2011 dat onderzoek wordt gedaan naar eerwraak heeft weliswaar ‘off the record’ plaatsgevonden, maar vormt desalniettemin een ondersteuning voor het door buurtbewoners geuite vermoeden van eerwraak. Dat achteraf gebleken is dat de strafzaak na drie maanden door de officier van justitie is geseponeerd, met als reden dat X ten onrechte als verdachte is aangemerkt, maakt naar het oordeel van de Raad niet dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door de beweringen van buurtbewoners te publiceren. De klacht tegen verweerder wordt daarom afgewezen.

Klacht tegen overige media
De Volkskrant, Elsevier, Trouw, De Telegraaf, Marokko.nl en PowNed hebben in hun publicaties, onder verwijzing naar het artikel in AD, duidelijk vermeld dat de oorzaak van het incident nog onduidelijk is en dat de bewering dat sprake zou zijn van eerwraak afkomstig is van buurtbewoners. Ook Omroep West schrijft de bewering – zonder naar het AD te verwijzen – toe aan buurtbewoners. 
Mede gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van AD/Haagsche Courant is overwogen, bestaat geen grond voor het oordeel dat deze verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

In het artikel op de website van District8.net wordt bovendien in het geheel niet gesproken over eerwraak, zodat de klacht tegen deze verweerder reeds hierom dient te worden afgewezen.
 
BESLISSING

De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 25 mei 2012 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, H. Blanken, mw. M.E.L. Kogeldans, mw. H.M.M. Nietsch en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.