2012/20 gegrond

Samenvatting

Op de website van Elsevier is een commentaar verschenen onder de kop “Rol Hero Brinkman bij Arondeuslezing kwalijk”. In weekblad Elsevier is onder de kop “Over de grens” een uitgebreidere versie van het commentaar gepubliceerd. Kern van de klacht is dat in het commentaar ten onrechte wordt gesuggereerd dat klager zijn politieke doelen bereikt via dreigementen en het artikel een beeld oproept van geweld.
De Raad overweegt dat in het gewraakte commentaar een beeld van klager wordt gecreëerd dat hij de bedreigende telefoongesprekken naar Rene Boender niet erg lijkt te vinden, dat hij een ‘twitterknokploegje’ wel handig vindt en dat hij via dreigementen zijn politieke doelen nastreeft.
Deze beeldvorming vindt geen steun in de feiten waarop de publicatie is gebaseerd en is daarom journalistiek onzorgvuldig. Hoewel de publicatie een hoofdcommentaar van de redactie bevat en een journalist in een dergelijke publicatie een grote mate van vrijheid heeft zijn mening over gebeurtenissen en personen te geven – ook met stijlmiddelen als overdrijving en bewust eenzijdig belichten – worden de grenzen van het journalistiek toelaatbare overschreden wanneer het commentaar, zoals hier het geval is, een ernstige en onheuse diskwalificatie van een persoon inhoudt waarvoor de feiten geen grondslag bieden. (vgl. RvdJ 2011/59)
Voorts is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze uitlatingen niet zonder toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren, hetgeen zij hebben nagelaten. (zie punten 2.3.1. en 2.3.4. van de Leidraad van de Raad)
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van 

H. Brinkman 

tegen 

G. van Schoonhoven en de hoofdredacteur van Elsevier

Bij brief van 19 januari 2012 met drie bijlagen heeft H. Brinkman te Den Haag  (hierna: klager) een klacht ingediend tegen G. van Schoonhoven en de hoofdredacteur van Elsevier  (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Joustra, hoofdredacteur, namens verweerders in een brief van 25 januari 2012 met één bijlage medegedeeld dat zij zich niet tegen de klacht zullen verweren. 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 maart 2012 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.

DE FEITEN  

Op 18 januari 2012 is op de website van Elsevier een commentaar van de hand van Van Schoonhoven verschenen onder de kop “Rol Hero Brinkman bij Arondeuslezing kwalijk”. De intro van het artikel luidt:

“Blijkbaar vindt PVV'er Hero Brinkman zo'n Twitter-knokploegje stiekem wel handig om z'n politieke doelen te bereiken”

Het artikel vervolgt met:

“Geert Wilders moet, om hemzelf te citeren, maar eens als een haas orde op zaken gaan stellen in zijn politieke buitengebieden. Niet alleen in Limburg zijn vertegenwoordigers van hem raar bezig, ook in Noord-Holland.
De affaire rond de provinciale Arondeuslezing heeft landelijk misschien wat minder de aandacht getrokken, maar ook hierin speelt de PVV onder leiding van partijprominent Hero Brinkman een onverkwikkelijke rol.”

Verder is onder de subkop ‘Sabotage’ vermeld:

“Voor het tweede jaar is er in Noord-Holland sprake van sabotage van de Arondeuslezing. Vorig jaar waren het de VVD én de PVV die wisten te voorkomen dat Wilders-basher Thomas von der Dunk die lezing hield. Geen sterke beurt voor de twee partijen die het woord Vrijheid zo pontificaal in het vaandel voeren.
Dit jaar knapte de PVV het werk alleen op, op een heel onaangename manier. Eén tweet van Hero Brinkman volstond. 'Arondeuslezing doet Rene Boender. Deze klimaatgoeroe vraagt rond 6.500 euro voor lezing van half uurtje. Compleet over de top. Graaier!' twitterde hij op 22 december. 
Het effect bleef niet uit. Boender kreeg dreigtelefoontjes en trok zich terug.”

En onder de subkop ‘Onthutsend’ is bericht:

“Onthutsend aan deze affaire is dat Brinkman het helemaal niet erg lijkt te vinden dat het zo is gegaan. Blijkbaar vindt hij zo’n Twitter-knokploegje stiekem wel handig om z’n politieke doelen te bereiken. 
Maar het deugt van geen kant. Harde straatvechterspolitiek is prima, maar wel graag in de politieke arena en met open vizier. En zonder dreigementen.”

Op 19 januari 2012 is op de website van Elsevier een artikel verschenen onder de kop “Brinkman naar Raad voor Journalistiek om Elsevier-klacht”. Onder de subkop ‘Twitter-knokploegje’ bevat het artikel onder meer:

“Omdat Brinkman geen afstand heeft genomen van de dreigementen, schrijft Elsevier ‘dat Brinkman het helemaal niet erg lijkt te vinden dat het zo is gegaan’. ‘Blijkbaar vindt hij zo'n Twitter-knokploegje stiekem wel handig om z'n politieke doelen te bereiken.’”

In weekblad Elsevier van 21 januari 2012 is onder de kop “Over de grens” een uitgebreidere versie van het commentaar van Van Schoonhoven verschenen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zijn klacht ziet op de bewoordingen van verweerders onder het kopje ‘Onthutsend’ in de publicatie van 18 januari 2012. Hij stelt dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat hij “zo’n twitterknokploegje wel handig zou vinden” en hij “dreigementen” zou hebben geuit. De gekozen bewoordingen en insinuaties van verweerders ademen volgens hem een sfeer van geweld. Klager ontkent echter dat sprake is geweest van geweld. 
Klager brengt naar voren dat binnen de Provinciale Staten van Noord-Holland een werkgroep is opgericht die de Arondeuslezing moest organiseren. De Partij voor de Vrijheid (PVV) en klager zijn helder en duidelijk geweest dat zij een dergelijke bijeenkomst elitair achten en het geen kerntaak van de provincie vinden. Klager meent dat het onverdedigbaar is dat in tijden van bezuinigingen hiervoor een budget van 27.000 euro wordt vrijgemaakt. De partij wenste echter niet een‘PVV basher’ als spreker en wilde controleren of gelden wel goed zouden worden besteed. Daarom nam de partij deel in de werkgroep. Gezien het wettelijke karakter van de werkgroep waren de informatie en de behandeling openbaar. 
Klager ontving op 21 december 2011 een e-mailbericht waarin naar voren kwam dat spreker Boender was vastgelegd voor een vergoeding van 5.295 euro exclusief omzetbelasting en reiskostenvergoeding. Boender ontving daarmee een ruim driemaal hoger bedrag dan Von der Dunk het voorgaande jaar. Omdat klager verbaasd was over dit bedrag, heeft hij op
22 december 2011 een bericht op Twitter geschreven met de inhoud: “Arondeuslezing doet Rene Boender. Deze klimaatgoeroe vraagt rond 6500 euro voor lezing van halfuurtje. Compleet over de top. Graaier!”
Klager stelt ter zitting dat dit bericht binnen de provincie stof heeft doen opwaaien en een eigen leven is gaan leiden. Tijdens een bijeenkomst van de werkgroep bleek dat Boender door het bericht had besloten van de lezing af te zien. In een verklaring van Boender werd daarbij melding gemaakt van twee vervelende telefoongesprekken die hij had gehad. In de verklaring werd niet gesproken over dreigtelefoontjes, maar over gesprekken die uiteindelijk overgingen in een vervelende sfeer. Tot verbazing van klager stelde Boender in zijn verklaring dat deze gesprekken van PVV-mensen afkomstig waren, terwijl hiervoor geen inhoudelijk bewijs bestond. Hij wijst er ter zitting op dat het telefoonnummer van Boender eenvoudig te vinden is op internet. Ter zitting deelt klager desgevraagd mee dat hij de maatsschappelijke lading en gevoeligheid van het gebruik van de term ‘graaier’ mogelijk heeft onderschat. Door eerdere berichtgeving over zijn persoon reageert hij echter actief op kwetsende publicaties.
Klager heeft op de verklaring van Boender gereageerd met de mededeling dat dergelijke gesprekken altijd zeer vervelend zijn en hij daar nadrukkelijk afstand van neemt. Klager stelt dat hij als geen ander weet hoe vervelend dergelijke contacten zijn. Boender bleek echter geen aangifte te willen doen. Hierdoor bestond bij klager twijfel over de woorden van Boender. 
Klager benadrukt dat het verweerders in de gewraakte berichtgeving vrijstaat om hun mening te geven. De term “harde straatvechterspolitiek” is volgens klager echter vilein gekozen, omdat deze term een opmaat is naar de zin “en zonder dreigementen”.  Klager stelt dat het publiek hierdoor leest dat hij een harde straatvechter is die kennelijk dreigementen uit om zijn politieke doel te bereiken. Klager stelt dat deze bewering onjuist is. 
Verder stelt klager dat in de berichtgeving ten onrechte gesuggereerd wordt dat hij de gang van zaken niet erg lijkt te vinden. Klager benadrukt echter afstand genomen te hebben van de verklaring, door onder meer op 12 januari 2012 op Twitter te publiceren: “Boender ziet af van Arondeuslezing. Hij kreeg een onvriendelijk telefoontje. Vervelend voor hem maar hoop dat provincie lezing nu afblaast.” 
Klager stelt verder dat verweerders met de verwijzing naar een knokploegje valse insinuatie doen in de richting van geweld. Verweerders bedienen zich volgens hem van suggestieve bewoordingen die ten onrechte een beeld van geweld en dreigementen oproepen. Klager benadrukt dat dit voorkomen had kunnen worden door hem te bellen en wederhoor toe te passen. 

Verweerders hebben in hun brief aangevoerd dat hun leidraad bestaat uit de Nederlandse wet en dat klager naar de rechter moet stappen als hij denkt dat hij een zaak heeft. Zij wijzen erop dat klager zich niet tot hen heeft gewend met zijn reactie. 
Verweerders brengen verder naar voren dat zij de klacht van Brinkman op hun website hebben gepubliceerd, waardoor het publiek zelf kan oordelen. 
Ten slotte stellen verweerders dat het gewraakte commentaar onderdeel was van het hoofdcommentaar in het weekblad.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat in het gewraakte commentaar ten onrechte wordt gesuggereerd dat klager zijn politieke doelen bereikt via dreigementen en het artikel een beeld oproept van geweld.

De Raad stelt voorop dat de journalist bij het publiceren van beschuldigingen behoort te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts overweegt de Raad dat het een journalist vrijstaat over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. (vgl. RvdJ 2011/59)

Een beschuldigde behoort voldoende gelegenheid te krijgen om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die een persoonlijke mening bevatten (bijvoorbeeld columns, recensies en opiniërende bijdragen). Desalniettemin kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is. (zie punt 2.3.1. en 2.3.4. van de Leidraad van de Raad)

De Raad overweegt dat in het gewraakte commentaar een beeld van klager wordt gecreëerd dat hij de bedreigende telefoongesprekken naar Boender niet erg lijkt te vinden, dat hij een ‘twitterknokploegje’ wel handig vindt en dat hij via dreigementen zijn politieke doelen nastreeft. 
Deze beeldvorming vindt geen steun in de feiten waarop de publicatie is gebaseerd en is daarom naar het oordeel van de Raad journalistiek onzorgvuldig. Hoewel de publicatie een hoofdcommentaar van de redactie bevat en een journalist in een dergelijke publicatie een grote mate van vrijheid heeft zijn mening over gebeurtenissen en personen te geven – ook met stijlmiddelen als overdrijving en bewust eenzijdig belichten – worden de grenzen van het journalistiek toelaatbare overschreden wanneer het commentaar, zoals hier het geval is, een ernstige en onheuse diskwalificatie van een persoon inhoudt waarvoor de feiten geen grondslag bieden. 
Hier is voorts sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze uitlatingen niet zonder toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren, hetgeen zij hebben nagelaten. 

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING

De klacht is gegrond.   

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van Elsevier te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 april 2012 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, A. Mellink MPA, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris.