2012/19 ongegrond

Samenvatting

In BN/DeStem is een artikel verschenen onder de kop “Loods wekt woede”. De publicatie heeft betrekking op een conflict dat omwonenden hebben met de gemeente over de bouw van een loods van klager.
De Raad overweegt dat het verweerders vrijstond om te berichten over dit conflict en aandacht te besteden aan de visie van buurtbewoners, nu deze partij zijn in dit conflict. Hoewel klager formeel bezien geen partij is in dit conflict, kan het zijn dat diens belangen zodanig worden geraakt dat wederhoor is geboden. Naar het oordeel van de Raad wordt klager echter in de publicatie – objectief bezien – niet gediskwalificeerd. Evenmin wordt de indruk gewekt dat de vergunning voor de bouw op onjuiste gronden is verstrekt. In de berichtgeving wordt slechts uiteengezet wat de bezwaren van omwonenden tegen de bouw zijn en wordt melding gemaakt dat deze bezwaren door de gemeente zijn afgewezen. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerders na afweging van alle belangen bij klager wederhoor hadden moeten toepassen.
Evenmin is sprake van schending van de privacy van klager. Hij is in het artikel niet met name genoemd en de publicatie betreft een kwestie in verband met zijn bedrijfsuitoefening terwijl hijzelf elders woont.
 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van BN/DeStem en F. Timmers

Bij brief van 18 november 2011 met één bijlage heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen F. Timmers en de hoofdredacteur van BN/DeStem (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Boot, adjunct-hoofdredacteur, per brief van 1 december 2011 kort op de klacht gereageerd.

Vervolgens heeft op 14 december 2011 tussen partijen een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden onder leiding van bemiddelaars mr. V.H.G. Lebesque en mw. mr. D.C. Koene, respectievelijk voorzitter en secretaris van de Raad voor de Journalistiek.

Klager heeft op 10 januari 1012 telefonisch laten weten dat de bemiddeling niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Hierop heeft H. van Ingen, adjunct-hoofdredacteur a.i., op de klacht gereageerd bij brief van 17 januari 2012 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 maart 2012. Klager was daar aanwezig, vergezeld van zijn echtgenote. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.

DE FEITEN

Op 2 augustus 2011 is in BN/DeStem een artikel verschenen van de hand van Timmers onder de kop “Loods wekt woede” en het chapeau “[…]weg” . Het intro van het artikel luidt:

o Buren zijn bang dat loods wordt doorverkocht.
Bezwaren ongegrond verklaard.
Loods mag gebouwd worden, ondanks het open gebied.
Ondernemer heeft loods nodig voor bedrijfsvoering.”

Vervolgens wordt vermeld:

“Bij het verlenen van een vergunning voor een loods aan de […]weg in [plaatsnaam] zijn geen fouten gemaakt. Dat schrijft de gemeente [naam van de gemeente] aan de buren die bezwaar hebben gemaakt.

De [naam van de gemeente] commissie van Advies voor de bezwaarschriften had het bezwaar van de buren al ongegrond verklaard. De burgemeester en wethouder hebben dat advies overgenomen.

De agrarische ondernemer die de loods bouwt, heeft ongeveer 4,5 hectare grond waarop hij potchrysanten kweekt. Buren snappen niet dat hij een vergunning heeft gekregen voor het bouwen in een open gebied. ,,Omdat dit in het buitengebied nergens mag”, zegt een van de buren.

Op het bewuste perceel rust een agrarische bestemming. De gemeente vindt dat het ontbreken van een loods de efficiënte bedrijfsvoering belemmert. ,,Er wordt gebruik gemaakt van een schrepel, gieter en sinds een paar weken van een kruiwagen, meer gereedschap is er niet”, aldus de boze buren. Zij vermoeden dat de nieuwe buurman andere plannen heeft. ,,We denken dat de loods en grond worden doorverkocht als de loods klaar is. Dan hebben wij dus geen controle meer op wat er met die grond gaat gebeuren.””

Klager is de in het artikel vermelde ondernemer die de loods bouwt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in de berichtgeving een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven over zijn bedrijfsvoering en het voornemen om de loods na afbouw te verkopen. Ter zitting brengt hij naar voren dat ten onrechte de indruk wordt gewekt dat op onjuiste gronden een vergunning is verleend. Verweerders hebben daarnaast onnodige smaad, laster en belediging veroorzaakt door omwonenden te citeren, aldus klager. Ter zitting stelt hij dat niet duidelijk is welke meerwaarde de uitspraken hebben.

Klager meent dat door de publicatie de waarheid geweld is aangedaan, zijn privacy onnodig is geschaad en ten onrechte geen hoor en wederhoor is toegepast. Hij brengt in dat kader naar voren dat verweerders ten onrechte zijn overgegaan tot publicatie voordat hij is benaderd om zijn visie kenbaar te maken.

Door de berichtgeving is klager op diverse wijzen gehinderd in zijn bedrijfsvoering. Daarnaast is door buurtbewoners getracht alsnog de vergunning aan te tasten en zoeken zij mogelijk opnieuw contact met media om hun ongenoegen te uiten. Klager wil voorkomen dat berichtgeving in de toekomst opnieuw op ongenuanceerde wijze zal plaatsvinden en wil erkenning dat niet juist is gehandeld. Hij heeft ervoor gekozen om niet via de krant te corresponderen over het conflict.

Verweerders stellen dat zij wel degelijk telefonisch contact hebben gezocht met klager, maar hem niet konden bereiken. Aangezien de berichtgeving betrekking had op het conflict tussen omwonenden en de gemeente, was het ook niet noodzakelijk om een reactie van klager in de berichtgeving op te nemen. Verweerders hebben wederhoor toegepast bij beide betrokkenen, namelijk de gemeente en omwonenden. Zij brengen in dat kader naar voren dat de afwijzing door de gemeente van het bezwaar van de omwonenden openbare informatie betreft. Het publiek had ook zonder de gewraakte publicatie kennis kunnen nemen van de informatie. Verweerders beamen dat het correcter was geweest om wel wederhoor toe te passen bij klager.

Zij benadrukken verder dat klager hen nimmer heeft aangesproken op de gewraakte berichtgeving. In contacten met klager en tijdens het bemiddelingsgesprek is naar voren gekomen dat klager niet zijn visie in een nieuwe publicatie kenbaar wil maken. Hierdoor bestaat geen mogelijkheid om het veronderstelde gemis aan wederhoor te herstellen.

Verweerders wijzen er verder op dat de naam van klager niet wordt vermeld in de berichtgeving en dat de loods waarop het artikel betrekking heeft in het buitengebied van [plaatsnaam] staat, terwijl klager in [plaatsnaam] woont. Verweerders zien niet in hoe de privacy van klager geschaad kan zijn.

Verder is het verweerders onduidelijk hoe de bewoordingen van de buren van klager beledigend kunnen zijn. Het citaat dient slechts ter verduidelijking van de bezwaren die de buren hebben tegen de bouw van de loods, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat in de berichtgeving de waarheid geweld is aangedaan, ten onrechte geen wederhoor is toegepast en de privacy van klager is geschaad.

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)

Niet in geding is dat de publicatie betrekking heeft op een conflict dat omwonenden hebben met de gemeente omtrent de bouw van een loods van klager. Het stond verweerders vrij om te berichten over dit conflict en aandacht te besteden aan de visie van buurtbewoners, nu deze partij zijn in dit conflict.

De Raad overweegt voorts dat hoewel klager formeel bezien geen partij is in dit conflict, het kan zijn dat diens belangen zodanig worden geraakt dat wederhoor is geboden. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

Naar het oordeel van de Raad wordt klager echter in de publicatie – objectief bezien – niet gediskwalificeerd. Evenmin wordt de indruk gewekt dat de vergunning voor de bouw op onjuiste gronden is verstrekt. In de berichtgeving wordt slechts uiteengezet wat de bezwaren van omwonenden tegen de bouw zijn en wordt melding gemaakt dat deze bezwaren door de gemeente zijn afgewezen. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerders na afweging van alle belangen bij klager wederhoor hadden moeten toepassen.

Evenmin is sprake van schending van de privacy van klager. Hij is in het artikel niet met name genoemd en de publicatie betreft een kwestie in verband met zijn bedrijfsuitoefening in het buitengebied van [plaatsnaam], terwijl hijzelf elders woont.

Nu verder niet is gebleken dat de gewraakte berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat of verweerders anderszins journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld, komt de Raad tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 april 2012 door mr. C.A. Streefkerk, drs. G.J.P. Kloosterhuis, A. Mellink MPA, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris.