2012/18 gegrond

Samenvatting

Op de website van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is een overzicht van geweld tegen journalisten en een begeleidende publicatie verschenen onder de kop “Meer geweldsincidenten tegen journalisten”. Klaagster staat in dit overzicht vermeld.
De website van verweerders is voor iedereen toegankelijk en bevat een eigen ‘Colofon’, waarin de journaliste die verantwoordelijk is voor ‘redactie nieuws’ wordt vermeld. De Raad overweegt dat in het gewraakte overzicht een eigen selectie en samenvatting van nieuwsfeiten wordt gepresenteerd. In het begeleidende nieuwsbericht op de website wordt geconcludeerd dat het aantal geweldsincidenten is toegenomen. Er is daarmee naar het oordeel van de Raad sprake van een dusdanig aanbod van nieuws en beschouwing onder redactionele leiding, dat sprake is van een journalistieke gedraging en de Raad bevoegd is om daarover te oordelen.
Met betrekking tot de klacht overweegt de Raad dat de gewraakte publicatie een overzicht betreft van ernstige geweldsincidenten tegen journalisten in Nederland. In het inleidende nieuwsbericht wordt gesproken over incidenten die variëren van bekogeling, mishandeling, bedreiging met de dood, het wissen van videomateriaal tot poederbrieven.
De Raad stelt voorop dat hij de exacte gang van zaken tijdens het incident niet kan vaststellen. Uit het artikel in De Telegraaf, waar het gewraakte overzicht op is gebaseerd, blijkt dat de beschrijving gebaseerd was op een beschuldiging van een persoon die met klaagster in conflict was. Daarom was bijzondere zorgvuldigheid geboden bij de publicatie van deze beschuldiging. Nu klaagster bovendien door de berichtgeving in ernstige mate is gediskwalificeerd, had het op de weg van verweerster gelegen wederhoor bij klaagster toe te passen, hetgeen niet heeft plaatsgevonden. De klacht is derhalve gegrond. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

Nederlandse Vereniging van Journalisten

Bij brief van 11 augustus 2011 met acht bijlagen heeft mr. R. Klöters, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klaagster) een verzoek tot bemiddeling ingediend inzake een conflict met de Nederlandse Vereniging van Journalisten (hierna: verweerster). Vervolgens heeft op 15 november 2011 tussen partijen een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden onder leiding van bemiddelaars mr. V.H.G. Lebesque en mw. mr. D.C. Koene, respectievelijk voorzitter en secretaris van de Raad voor de Journalistiek. Op 20 januari 2012 heeft mr. H.A.J.M. van Kaam namens klaagster laten weten dat de bemiddeling niet tot het gewenste resultaat heeft geleid en is een definitieve klacht geformuleerd.

Vervolgens heeft op 2 en 3 februari 2012 diverse correspondentie plaatsgevonden over de bevoegdheid van de Raad. De adjunct-secretaris van de Raad heeft daarop laten weten dat de bevoegdheid van de Raad bij de behandeling van de klacht aan de orde kan worden gesteld.

Ten slotte heeft mw. mr. Y.B. Berkeljon, advocaat NVJ, namens verweerster op de klacht gereageerd in een brief van 13 februari 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 maart 2012. Klaagster en voornoemde mr. Van Kaam zijn daar verschenen. Namens verweerster zijn mr. T. Bruning, algemeen secretaris NVJ, en voornoemde mr. Berkeljon verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities. 

DE FEITEN

Op 14 februari 2011 is op de website van de Nederlandse Vereniging van Journalisten een artikel verschenen onder de kop “Meer geweldsincidenten tegen journalisten”. Het artikel opent met:

“De NVJ registreerde in 2010 twintig geweldsincidenten tegen journalisten in Nederland, zo blijkt uit een overzicht. De incidenten variëren van bekogeling, mishandeling, bedreiging met de dood, het wissen van videomateriaal tot poederbrieven.
Het aantal geregistreerde geweldsincidenten neemt toe, aldus de NVJ. In 2009 werden 12 geweldsincidenten tegen journalisten geregistreerd, in 2008 eveneens 12, in 2007 9 en in 2006 5. Journalisten die in problemen komen bij bedreigingen of geweld, wordt verzocht contact op te nemen met de NVJ. Lees meer over veiligheid op www.nvj.nl/veiligheid.”

Onder het artikel is toegevoegd:

“N.B. In het overzicht ontbrak de ontkenning van [Y, echtgenoot van X] inzake het incident tussen [Y] en [Z] tijdens De Wereld Draait Door (DWDD) op 15 september 2010. Inmiddels is het weerwoord van [Y] toegevoegd.”
In het bijhorende overzicht “Geweld tegen journalisten in 2010” is opgenomen:
“12. [Z]: [Y] sloeg me
15 september 2010
Volgens [Z] is hij, na afloop van een weinig verheffende en verhitte discussie tijdens De Wereld Draait Door (DWDD), door [Y] fysiek belaagd. [Z] zou volgens eigen zeggen enkele ferme tikken op de wang hebben gekregen van [Y]. [X] zou hem vervolgens nog voor ‘vuile rat’ hebben uitgemaakt. [Z] heeft geen aangifte gedaan. [Y] en [X] ontkennen de beschuldigingen.
Bron: De Telegraaf”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt het onbegrijpelijk te achten dat verweerster haar betrekt bij een overzicht van geweldsincidenten omdat zij een opmerking zou hebben gemaakt tegen Z. Zij maakt bezwaar tegen haar vermelding in het gewraakte overzicht. Klaagster betwist dat zij de aangehaalde bewoordingen heeft geuit en stelt dat opmerkingen tegen journalisten in beginsel niet als geweld kunnen worden aangemerkt. Zij wijst erop dat het overzicht in dat geval met vele voorbeelden kan worden uitgebreid. Onder het begrip ‘geweld’ wordt volgens klaagster het gebruik van wapens of lichamelijke kracht verstaan. Zij meent dat het beweerde incident in geen verhouding staat tot de overige ernstige voorvallen van geweld die in het overzicht worden genoemd. Klaagster stelt dat meerdere malen tevergeefs is verzocht haar uit het overzicht te verwijderen omdat zij op onnodige wijze in diskrediet wordt gebracht.
Ter zitting stelt klaagster dat de gewraakte publicatie wel degelijk onder de bevoegdheid van de Raad valt en het gewraakte overzicht is gepresenteerd als nieuws. In dat kader wijst zij op de colofon op de website, waarin staat dat de redactie wordt verzorgd door C. Wiering. Wiering is volgens haar website lid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Verder vraagt klaagster zich ter zitting af waarom verweerster heeft meegewerkt aan een bemiddelingspoging als zij de Raad niet bevoegd acht.
Klaagster brengt verder naar voren dat in de berichtgeving in De Telegraaf de aanvaring tussen Y en Z niet is gekwalificeerd als geweldsincident of in een jaaroverzicht van geweldsincidenten is geplaatst. Deze kwalificatie is door verweerster toegevoegd. Omdat verweerster het overzicht samenstelt en publiceert is zij verantwoordelijk voor deze kwalificatie, aldus klaagster. Zij wijst er verder op dat de oorspronkelijke berichtgeving in De Telegraaf is geschreven door Koolhoven, van wie inmiddels bekend is dat hij in de afgelopen jaren zestien maal werd geconfronteerd met een klacht bij de Raad voor de Journalistiek.
Uit deze berichtgeving in De Telegraaf kan worden afgeleid dat het artikel is gebaseerd op de visie van Z, die tevens betrokken was bij de gebeurtenis. Ter zitting merkt klaagster op dat zij De Telegraaf in deze kwestie ziet als marketinginstrument van Z. Om die reden had verweerster volgens klaagster extra zorgvuldigheid moeten betrachten. Zij wijst er ter zitting op dat de beschuldigingen en vermeende uitspraken derhalve niet afkomstig waren van een legitieme bron. Dat klaagster in conflict was met Z kan verweerster niet zijn ontgaan door de ruime media-aandacht voor deze kwestie.
Klaagster stelt verder dat het ondoenlijk is om alle berichtgeving omtrent haar persoon te weerspreken. Er zijn momenten dat zij met tientallen berichten wordt geconfronteerd die onwaarheden en onnodige grievende kwalificaties bevatten. Klaagster heeft niet gereageerd op de berichtgeving in De Telegraaf omdat bleek dat het verhaal groter is gemaakt dan het in werkelijkheid was. Deze situatie kan verweerster echter nimmer ontslaan van de verificatie of nader onderzoek van feiten en de toepassing van wederhoor.
Klaagster benadrukt dat deze verificatie of toepassing van wederhoor op geen enkele wijze heeft plaatsgevonden. Y heeft slechts op persoonlijke titel contact gezocht met verweerster, waarna in het overzicht is toegevoegd dat hij en klaagster de beweringen ontkennen. Y heeft hierbij aan verweerster laten weten dat hij op persoonlijke titel contact zocht en dat klaagster zelf contact zou opnemen. Klaagster heeft dit gepoogd, maar verweerster bleek niet bereid te zijn om haar te woord te staan. Er is geadviseerd een e-mailbericht te versturen. Ter zitting merkt klaagster op dat indien verweerster voorafgaand aan de publicatie contact op had genomen, zij de beschuldigingen in De Telegraaf wel degelijk had weersproken.
Verweerster heeft volgens klaagster eerder aangevoerd dat de vermeende opmerking in het overzicht niet als apart geweldsincident wordt vermeld en het slechts een bijzin in het bericht zou betreffen. Tijdens het bemiddelingsgesprek is volgens haar gebleken dat verweerster de beweerde opmerking wél als een onderdeel van het incident ziet. Klaagster zou in de aanvaring tussen Y en Z niet de-escalerend hebben opgetreden. Deze redenering gaat volgens klaagster echter niet op omdat pas ná het gesprek tussen klaagster en Z de aanvaring heeft plaatsgevonden en de chronologie dus onjuist is. Klaagster stelt dat zij wel degelijk, maar tevergeefs, heeft getracht de-escalerend op te treden.
Ten slotte merkt klaagster op dat de gewraakte publicatie dient te worden aangemerkt als een aantasting van haar eer en goede naam. Er bestaat volgens haar geen maatschappelijk belang bij haar vermelding in het overzicht. Zij wijst erop dat verweerster het overzicht als een serieuze kwestie door middel van een persbericht naar buiten heeft gebracht. Het gewraakte overzicht en de beweerde opmerking zijn door een aantal media overgenomen. Zij benadrukt ter zitting dat geen behoefte bestaat aan meer publiciteit.

Verweerster bestrijdt de bevoegdheid van de Raad om van de klacht kennis te nemen, omdat de Raad uitsluitend bevoegd is indien de klacht een ‘journalistieke gedraging’ betreft. Zij meent dat het gewraakte overzicht niet kan worden aangemerkt als een journalistieke gedraging. De geweldmonitor bevat volgens verweerster niet meer dan een opsomming van in andere media beschreven geweldsincidenten tegen journalisten. Verweerster wijst erop dat het een chronologisch overzicht betreft van de in een jaar gepasseerde lichte en zwaardere incidenten tegen journalisten. Verweerster stelt ter zitting dat zij niet beoogt met deze opsomming journalistiek werk te bedrijven. De selectiecriteria voor de incidenten staan in het overzicht opgenomen. De samenstelling van het overzicht is in handen van een van de medewerkers van verweerster. Zij benadrukt dat déze medewerker (niet zijnde C. Wiering) geen journalist is en geen bijdrage levert aan de inhoud van publiciteitsmedia of lid is van de NVJ. Zij stelt verder ter zitting dat op haar website uitsluitend verenigingsnieuws wordt gepubliceerd. Zij wijst in dat kader op de scheiding tussen Villamedia en de website van verweerster en eerdere jurisprudentie van de Raad.
Verweerster stelt zich ten doel om als beroepsvereniging van journalisten te waken en strijden voor persvrijheid en beroepsbelangen. In die doelstelling past het aandacht te besteden aan het hinderen van journalisten in de uitoefening van hun functie, aldus verweerster. Zij ziet het als haar taak om alert te zijn op geweldsincidenten en bedreigingen waarbij journalisten het slachtoffer zijn geweest.
De gewraakte publicatie geeft een indruk van de gepasseerde incidenten – voor zover deze in de media zijn gepubliceerd – die journalisten kunnen belemmeren in de vrije uitoefening van hun werk. Het is niet zo dat in de opsomming slechts sprake is van ernstige geweldsdelicten en doodsbedreigingen, aldus verweerster.
Voor het gewraakte overzicht is het slaan in het gezicht van Z door Y door verweerster aangemerkt als te vermelden incident. Het betrof klappen die een journalist zou hebben gekregen na afloop van een televisie-uitzending waarin een discussie werd gevoerd over journalistieke kwesties. De woorden van klaagster zijn niet als een separaat incident gekwalificeerd maar werden wel als relevant onderdeel van het incident beschouwd. Indien de door klaagster uitgesproken woorden als een vermeldenswaardig afzonderlijk incident zouden zijn beschouwd, dan zou een extra vermelding in de reeks zijn opgenomen. Ter zitting merkt verweerster op dat het achterwege laten van de opmerking door klaagster een onvolledig beeld van het incident zou opleveren.
Verweerster stelt dat de omschrijving van de incidenten tot doel heeft om te registreren wat in grote lijnen is voorgevallen en wat de aanleiding was voor het incident. De woorden “Jij vuile rat” van klaagster waren relevant en waren geen poging om de-escalerend op te treden. Klaagster was daarnaast onderwerp van de gevoerde discussie, aldus verweerster.
Zij meent dat het onjuist is dat het maken van een opmerking tegen een journalist als geweld zou zijn gekenschetst. Het geweldsincident bestaat uit de fysieke belaging door Y. De opmerking van klaagster is slechts als informatie rondom het incident weergegeven.
In het gewraakte overzicht is duidelijk gemaakt dat beide partijen een andere beleving van het incident hebben en geen aangifte is gedaan. Het feit dat een ander medium ervoor kiest om dit incident uit het overzicht te lichten valt verweerster niet te verwijten.
Verweerster brengt verder naar voren dat in beginsel geen nader onderzoek wordt verricht naar de incidenten. Het feit dat de incidenten onweersproken vindbaar zijn bij gerenommeerde media is het selectiecriterium. Er wordt door verweerster uitsluitend onderzocht of nog nadere artikelen over een kwestie zijn gepubliceerd, die het verloop van het incident verder nuanceren. Ter zitting merkt verweerster op dat dit eenvoudig digitaal te controleren is. Het incident is volgens verweerster verder op zorgvuldige wijze geciteerd. In de gewraakte berichtgeving is het oorspronkelijke artikel in De Telegraaf gevolgd.
Het verzoek om de naam van klaagster uit de beschrijving te verwijderen, is niet gehonoreerd omdat zij onderwerp van het geschil was en het in dat verband logisch is om haar naam te vermelden. Bovendien blijkt uit de berichtgeving in De Telegraaf dat klaagster de aangevallene beledigde en daarmee een bijdrage aan de bedreigende sfeer leverde. In het bericht is niets anders overgenomen dan het oorspronkelijke en onweersproken artikel in De Telegraaf en het bericht is op verzoek van Y later aangevuld. Er bestond voor verweerster geen reden om een deel van het geciteerde incident te schrappen. Verweerster mocht er redelijkerwijs van uitgaan dat klaagster en Y deze feiten niet betwistten.
De tikken op de wang zijn door Z niet als een amicaal gebaar beoordeeld. Het feit dat U een journalist te lijf gaat, past daarom in de kwalificatie geweldsincident. Dat sprake is van een langer lopend conflict tussen partijen is geen reden om het verslag van Z in twijfel te trekken.
Kort na de publicatie is door Y telefonisch verzocht om aan de berichtgeving toe te voegen dat hij een en ander ontkende. Verweerster beschouwde het niet als een probleem om deze ontkenning toe te voegen. Dat Bruning klaagster niet te woord zou hebben willen staan is feitelijk onjuist. Bij afwezigheid van Bruning is door de receptie aan klaagster verzocht per
e-mail contact te zoeken.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID

Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Ingevolge het tweede lid van artikel 4, aanhef en sub e, voor zover thans van belang, moet onder journalist worden verstaan: “degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia, waaronder: (…) internet, teletext of viewdata, voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, reportages, beschouwing of rubrieken van informatieve aard.”

De Raad overweegt dat de inhoud van het gewraakte overzicht bestaat uit een door verweerster samengesteld en samengevat overzicht van berichtgeving over geweldsincidenten tegen journalisten in het voorafgaande jaar. Het overzicht is via een nieuwsbericht gepubliceerd op de website van verweerster. Deze website is voor iedereen toegankelijk en bevat een eigen ‘Colofon’, waarin de journaliste (C. Wiering) die verantwoordelijk is voor ‘redactie nieuws’ wordt vermeld.

De Raad overweegt voorts dat in het gewraakte overzicht een eigen selectie en samenvatting van nieuwsfeiten wordt gepresenteerd, waarmee wordt gepoogd een beeld te schetsen van geweld tegen journalisten. In het begeleidende nieuwsbericht op de website wordt aan het overzicht de conclusie verbonden dat het aantal geregistreerde geweldsincidenten is toegenomen. In samenhang met de hiervoor beschreven wijze van presentatie van de website, bevat het overzicht naar het oordeel van de Raad een dusdanig aanbod van nieuws en beschouwing onder redactionele leiding, dat daarmee het door verweerster gepubliceerde overzicht binnen het kader valt van een ‘journalistieke gedraging’ als hiervoor bedoeld. De Raad is derhalve bevoegd daarover te oordelen. 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat klaagster ten onrechte wordt betrokken bij een jaaroverzicht van geweldsincidenten tegen journalisten.

De Raad stelt voorop dat de journalist die in een ander medium geuite beschuldigingen, negatieve kwalificaties en beweringen aan iemands adres overneemt, dan wel deze beweringen put uit artikelen of opnamen uit het archief, zich dient te houden aan de zorgvuldigheidseisen die gelden bij het publiceren van beschuldigingen. Hij mag er niet van uit gaan dat de eerder gepubliceerde uitspraken het karakter van onbetwiste feiten hebben aangenomen doordat zij niet zijn weersproken. (zie punt 2.3.2. van de Leidraad van de Raad)

De Raad overweegt dat de gewraakte publicatie een overzicht betreft van ernstige geweldsincidenten tegen journalisten in Nederland. In het inleidende nieuwsbericht wordt gesproken over incidenten die variëren van bekogeling, mishandeling, bedreiging met de dood, het wissen van videomateriaal tot poederbrieven. Door het overzicht wordt aandacht gevraagd voor misstanden die de vrije nieuwsgaring belemmeren.

Niet in geding is dat het incident het gevolg was van een hevige discussie tussen Z en Y in een uitzending van het televisieprogramma ‘De Wereld Draait Door’. De door klaagster geschetste gang van zaken is daarbij afwijkend van de berichtgeving in De Telegraaf, waarin voornamelijk de op de website van Z gepubliceerde visie naar voren komt.
De Raad stelt voorop dat hij de exacte gang van zaken na afloop van deze uitzending niet kan vaststellen. Echter, blijkens het artikel in De Telegraaf waaruit verweerster de informatie voor haar overzicht heeft geput, is de berichtgeving over de rol van klaagster in het incident gebaseerd op een beschuldiging van een persoon die reeds geruime tijd met klaagster in conflict was. Verweerster moet dit ook hebben geweten. Daarom was bijzondere zorgvuldigheid geboden bij de publicatie van deze beschuldiging en mocht de betrouwbaarheid van één bron als brenger van objectieve feiten niet zonder meer worden aangenomen. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad)

Nu klaagster bovendien door de berichtgeving in ernstige mate is gediskwalificeerd, had het op de weg van verweerster gelegen wederhoor bij klaagster toe te passen, ook al speelde zij slechts zijdelings een rol in het beschreven geweldsincident. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)

Door onder deze omstandigheden het wederhoor na te laten en in het overzicht (de rol van) klaagster te vermelden uitsluitend gebaseerd op eerdere berichtgeving, heeft verweerster de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. 

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerster deze beslissing integraal of in samenvatting op NVJ.nl te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 april 2012 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, A. Mellink MPA, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris.