2012/16 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Y. Albayrak-Temur
 
tegen
 
M. Gelauff, M. Bink en B. de Vries (NOS)
 
Bij brief van 17 januari 2012 met eenentwintig bijlagen hebben mr. R.D. Chavannes en mr. C.P.J. van Veen, advocaten te Amsterdam, namens mevrouw Y. Albayrak-Temur (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Gelauff, M. Bink en B. de Vries (hierna: verweerders). Hierop hebben mr. R.S. Le Poole en mr. B.J.V. Lukaszewicz, advocaten te Amsterdam, namens verweerders geantwoord in een brief van 10 februari 2012 met veertig bijlagen. Bij brief van 22 februari jl. zijn namens klaagster nog vier bijlagen overgelegd
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 februari 2012. Klaagster is daar verschenen, vergezeld door haar echtgenoot, haar adviseurs de heer Ter Horst en mevrouw Scheele, de woordvoerder van het COA de heer Anholts en voornoemde mrs. Chavannes en Van Veen. Aan de zijde van verweerders zijn verschenen voornoemde Gelauff (hoofdredacteur NOS Nieuws), verslaggevers Bink en De Vries, hoofd juridische zaken NOS de heer M. Linnemann, onderzoeksjournalist H. van der Parre en voornoemde mr. Le Poole. Mrs. Chavannes en Le Poole hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 18 september 2010 is in het NOS Journaal van 20:00 uur bericht over klaagster als bestuurder van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (verder: COA). De uitzending wordt door de nieuwslezer ingeleid als volgt:
Het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, moet asielzoekers een veilige opvangplek bieden, maar de mensen die op het hoofdkantoor werken voelen zichzelf allesbehalve veilig. Dat vertellen verschillende medewerkers aan de NOS. Ze spreken over een compleet verziekte bedrijfscultuur waar onnodig veel gemeenschapsgeld wordt uitgegeven. En de directeur, Nurten Albayrak, wordt een despoot en een zonnekoningin genoemd. De verhalen van de medewerkers worden ondersteund door stukken en notulen die de NOS in handen heeft.”
Vervolgens start de uitzending met het in beeld brengen van de dienstauto van klaagster. Terwijl de voice-over de volgende tekst uitspreekt, komt klaagster in beeld in een splitscreen met haar dienstauto:
“Ze heeft een auto met chauffeur en verdient 273.000 euro per jaar. Nurten Albayrak, sinds 2004 is ze de hoogste baas van het COA.”
Hierna worden archiefbeelden getoond van klaagster waarbij ze een persoon de hand schudt.
De voice-over vervolgt:
“De buitenwereld kent haar als toegankelijk en charmant, maar onder haar eigen mensen is ze gevreesd en omstreden.”
Vervolgens verschijnt verslaggever Bink in beeld voor het hoofdkantoor van het COA in Rijswijk, waarbij hij het volgende zegt:
“En die medewerkers hier in het hoofdkantoor komen nu in opstand. Het begon met enkele personeelsleden die zich meldden bij de NOS, maar inmiddels hebben we een flink aantal medewerkers en oud-medewerkers gesproken uit verschillende lagen in de organisatie. Hun verhalen komen overeen, maar ze durven die verhalen niet voor onze camera te vertellen. Bang als ze zijn om hun baan te verliezen, of omdat ze een geheimhoudingsplicht hebben. We kunnen wel citeren uit die gesprekken.”
De volgende citaten worden in beeld gebracht en voorgelezen door voice-overs:
“Het bedrijf gaat naar de knoppen, de integriteit wordt aan alle kanten geschonden.”
“De bestuursvoorzitter (Albayrak) neemt onnavolgbare besluiten, die de organisatie veel geld kosten.”
“Ze is despotisch, een manipulator. Iemand die constant verdeelt en heerst.”
“Maak je een fout dan gaat je hoofd op het hakblok.”
In beeld verschijnen mensen die uit het hoofdkantoor van het COA komen lopen, terwijl de voice-over verder vertelt:
“Een van de gevolgen van dit vermeende schrikbewind is het grote verloop onder de directieleden. Bijna niemand houdt het uit onder Albayrak.”
Op de gevel van het hoofdkantoor wordt grafisch een organogram geprojecteerd van het COA. Terwijl er rode kruizen worden gezet door vertrokken directeuren en bestuurders, vervolgt de voice-over:
“Het COA is opgedeeld in zeven directies met allemaal hun eigen directeur. Sinds de aanstelling van Albayrak zijn er twintig directeuren vertrokken. Bij ruim de helft daarvan zou sprake zijn van een conflict. Ook naast haar in de Raad van Bestuur houdt vrijwel niemand het lang vol. De vorige vice-voorzitter heeft er drie maanden gezeten en kon toen vertrekken.”
Vervolgens heeft de nieuwslezer een gesprek met verslaggever Bink:
Nieuwslezer: “Ja, Martijn Bink, bij dat hoofdkantoor van het COA in Rijswijk. Het klinkt als een heel belabberde werksfeer, maar heeft het ook consequenties voor wat het COA doet: het opvangen van asielzoekers?”
Bink: “Ja, volgens de mensen die wij gesproken hebben uiteindelijk wel, Jeroen. Zij wijzen er op dat deze autoritaire manier van leidinggeven, zoals zij het noemen, ertoe leidt dat er niet goed naar de adviezen van de mensen op de werkvloer wordt geluisterd. Dat zou er onder meer toe leiden dat er teveel opvangplekken in de AZC's, in de asielzoekerscentra, leeg staan. Dat kost natuurlijk heel veel geld. En verder zeggen zij dat er tonnen worden uitgegeven aan externen, aan interim-managers, aan afkoopsommen. Ja, en het geld dat het COA te besteden heeft om asielzoekers op te vangen, dat kan natuurlijk maar één keer worden uitgegeven.”
De uitzending gaat verder. In beeld verschijnen opnamen van asielzoekers waar een grafiek overheen wordt geplaatst. De voice-over zegt:
“Het COA heeft jaarlijks een half miljard euro te besteden om asielzoekers op te vangen. Maar het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt is de afgelopen tien jaar enorm afgenomen. Van 83.000 in 2001 naar 18.500 op dit moment. De organisatie wordt dus steeds kleiner en er moet snel worden gereageerd als er te veel leegstand dreigt in de centra. En dat laatste is het afgelopen jaar niet voldoende gebeurd, zeggen de medewerkers. Al het hele jaar staan zo'n 3.000 plekken leeg in de AZC's. [het woord 'leegstand’ verschijnt in beeld]
Volgens de mensen die wij spraken, kost dit het COA aan het eind van het jaar zo'n 17 miljoen euro. [de tekst ‘17 miljoen euro’  verschijnt in beeld.]
En er zijn meer zaken die veel geld kosten, zoals afkoopsommen [het woord 'afkoopsommen' verschijnt in beeld]: vorige maand nog moest het COA 55.000 euro betalen aan een oud-lid van de Raad van Bestuur dat zich onrechtvaardig behandeld voelde [de tekst ‘55.000 euro’ verschijnt in beeld], of de inhuur van externen [het woord ‘externen’ verschijnt in beeld] voor een reorganisatie die het COA gaat doorvoeren bijvoorbeeld. Daar is iemand voor aangetrokken voor 3 tot 3,5 ton per jaar. [de tekst ‘300.000 tot 350.000 euro’ verschijnt in beeld]
Tekenend voor deze cultuur is ook de dienstauto van de directeur. [de dienstauto van Albayrak wordt nogmaals in beeld gebracht]
Toen die vervangen moest worden, werd een Audi A8 besteld, een te dure auto volgens de richtlijnen van het ministerie. Het afbestellen kostte bijna 15.000 euro. [het bedrag ‘14.800’ verschijnt in beeld en er wordt een reclamespotje vertoond voor een Audi A8]”
De uitzending eindigt met een gesprek tussen de nieuwslezer en verslaggever Bink:
Nieuwslezer: “Ja, Martijn Bink, dat zijn forse aantijgingen. Hoe reageert mevrouw Albayrak daar zelf op?”
Bink: “Ja, uiteraard hebben we deze beschuldigingen van het personeel ook voorgelegd aan mevrouw Albayrak zelf. En aan de voorzitter van de Raad van Toezicht, dat is VVD-coryfee Loek Hermans. Maar zij willen beiden niet reageren voor onze camera. Ze hebben er vooral moeite mee dat wij niet kunnen zeggen wie onze bronnen zijn en dat we ook onze stukken niet in inzage kunnen geven. In een schriftelijke verklaring laat mevrouw Albayrak overigens weten dat zij dat beeld van die angstcultuur hier bij het COA totaal niet herkent en dat dit soort dingen nou eenmaal gebeuren bij een organisatie die zo in beweging is als het COA.”
Nieuwslezer: “Ja, nou is bij elk bedrijf wel iets aan de hand, maar dit gaat echt verder dan het gebruikelijke geklaag als je dat ziet wat je allemaal net presenteerde.”
Bink: “Ja, die stellige indruk hebben wij. En dat wordt ook onderbouwd door die stukken die wij kunnen inzien. Bijvoorbeeld de Centrale Ondernemingsraad heeft hier in 2007 al melding van gemaakt. En meer recent was er een aantal werknemers dat naar de Raad van Toezicht is gestapt en naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maar die noodkreet vond daar geen gehoor. En in een soort ultieme poging zijn ze nu naar ons, naar de media, gestapt en ze hopen dat er op deze manier toch nog iets verandert met het bedrijf dat in hun ogen naar de knoppen gaat, maar dat hun tegelijkertijd zo lief is.”
Nieuwslezer: “Dank je wel voor je uitleg Martijn Bink in Rijswijk. En onze vragen aan het COA en de antwoorden daarop, die zijn ook te vinden op nos.nl. En daar staat ook een reactie van de ondernemingsraad en u vindt er meer informatie over onze werkwijze bij dit hele verhaal.”
 
Voorts is op 18 september 2011 om 19:22 uur op de website van de NOS een artikel verschenen onder de kop “Verantwoording: de anonieme COA-bronnen”. Daaronder zijn vele lezersreacties geplaatst.
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster betoogt dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld en gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, de grenzen van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is, hebben overschreden.
Anonieme bronnen/ontbreken deugdelijke grondslag
Allereerst stelt klaagster dat in de uitzending diverse ernstige beschuldigingen worden geuit die uitsluitend zijn gebaseerd op anonieme verklaringen van medewerkers en ex-medewerkers en op vertrouwelijke documenten die deze anonieme bronnen volgens verweerders ter hand hebben gesteld. Volgens klaagster ontbreekt het de gedane beschuldigingen aan een deugdelijke grondslag en is de betrouwbaarheid van de anonieme bronnen onvoldoende onderzocht.
De beschuldiging dat sprake zou zijn van een compleet verziekte bedrijfscultuur waarin medewerkers zich niet veilig voelen, is onjuist. Volgens klaagster kent het COA vele klachtmechanismen en zijn bij geen van deze instanties klachten binnengekomen die betrekking hebben op haar functioneren. Ook in de brief d.d. 27 september 2011 van minister Leers aan de Tweede Kamer wordt de geschetste bedrijfscultuur ontkend. In deze brief is weliswaar nadien de nuance aangebracht dat een lid van de Raad van Toezicht een gesprek heeft gevoerd met twee personeelsleden over de werksfeer binnen de organisatie, maar die nuancering zegt niets over klaagsters betrokkenheid daarbij, laat staan over een in zijn algemeenheid aan haar te wijten angstcultuur. Daarnaast blijkt uit een onder de medewerkers gehouden anonieme enquête evenmin het door verweerders geschetste beeld. Van de ondervraagden antwoordt 89% op de stelling ‘ik ga met plezier naar mijn werk’ met ‘mee eens’ of ‘volledig mee eens’. Deze enquête toont volgens klaagster aan dat de door verweerders aangehaalde situaties geïsoleerde gevallen betreffen, die niet representatief zijn voor de gehele organisatie.
Daarnaast berust de beschuldiging dat klaagster ‘een despoot, een zonnekoningin en een manipulator zou zijn, die onder haar eigen mensen gevreesd en omstreden is’, evenmin op een deugdelijke grondslag. Dit blijkt eveneens uit het feit dat via geen van de klachtmechanismen een klacht is ingediend en ook de Raad van Toezicht heeft geen aanleiding gezien om klaagster aan te spreken op haar manier van besturen. Daarnaast stelt klaagster dat in de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 10 januari 2012 – inzake de op non-actiefstelling van klaagster – is opgenomen dat zowel het COA, als de minister en de ondernemingsraad zich volledig achter haar hebben geschaard en hebben duidelijk gemaakt dat ze de kritiek niet herkenden. Ook is niet weersproken dat klaagster steeds uitstekend en naar volle tevredenheid heeft gefunctioneerd.
Klaagster stelt voorts dat een deugdelijke grondslag ontbreekt voor de beschuldiging dat haar vermeende schrikbewind ertoe heeft geleid dat ruim de helft van de directeuren is vertrokken vanwege conflictueuze situaties en dat niemand het lang volhoudt in de Raad van Bestuur. Volgens klaagster is in de beantwoording van de vragen van verweerders door het COA uitgelegd dat het merendeel van de directeuren is vertrokken vanwege het aflopen van interim-contracten dan wel het maken van een carrièrestap. Slechts twee directeuren zijn in onmin vertrokken zonder vertrekregeling, van één directeur werd de proeftijd niet verlengd en één directeur is met een vertrekregeling vertrokken. Deze informatie is eveneens aan minister Leers verstrekt, gecontroleerd door KPMG Advisory en goed bevonden door de Rijksauditdienst. Bovendien vergeten verweerders te vermelden dat het aantal directeursposities sinds 2003 is verminderd van zestien naar zeven vanwege de krimp van de organisatie door de afname van asielzoekers. Daarnaast zijn er sinds 2008 twee leden van de Raad van Bestuur vertrokken. Een van hen heeft zelf verzocht om na drie maanden zijn oude functie weer te mogen innemen. De andere bestuurder is vertrokken omdat de directieraad collectief het vertrouwen in deze persoon heeft opgezegd en de Raad van Toezicht deze persoon heeft ontslagen. Klaagster stelt dat zij daar geen invloed op heeft gehad.
Verder ontbreekt een deugdelijke grondslag voor de beschuldiging dat door klaagsters manier van leidinggeven er 3000 bedden leegstaan en dat dit het COA 17 miljoen euro zou kosten. Het beheersen van de capaciteit is volgens klaagster een ingewikkeld proces. Uit ervaringen in het verleden is gebleken dat het voordeliger is om gedurende een bepaalde periode leegstand te hebben, zodat bij nieuwe instroom van asielzoekers niet met partijen onderhandeld hoeft te worden over ‘nieuwe bedden’. Volgens klaagster is dit ook aan verweerders uitgelegd en is hen meegedeeld dat is besloten om 2500 bedden aan te houden vanwege een mogelijke instroom van asielzoekers in verband met de ‘Arabische Lente’. Op het moment dat duidelijk werd dat die instroom niet kwam, is alsnog besloten tot krimp. Daarbij komt dat klaagster gebonden is aan beslissingen van departementen. Dit kan ertoe leiden dat besluiten niet door de werkvloer begrepen of gedragen worden. Er is echter geen relatie tussen de leegstand van bedden en de vermeende manier van leidinggeven van klaagster. Ook het aan de leegstand gekoppelde bedrag van 17 miljoen euro is onjuist. Aan verweerders is meegedeeld dat de kosten van een bezet bed ongeveer 20.000 euro bedragen. De kosten voor een leeg bed zijn echter aanzienlijk lager.
Tevens ontbreekt een deugdelijke grondslag voor de beschuldiging dat te veel geld aan afkoopsommen zou zijn besteed. De door verweerders aangehaalde afkoopsom van 55.000 euro ziet op de beëindiging van het contract van een lid van de Raad van Bestuur nadat de directeuren het vertrouwen in hem hadden opgezegd. De rechter heeft geoordeeld dat de reden van beëindiging van de arbeidsrelatie billijk is, maar dat geen redelijke opzegtermijn is gehanteerd. De rechter heeft vervolgens de te betalen vergoeding op 55.000 euro vastgesteld. Dit alles heeft volgens klaagster echter niets te maken met haar karakter, bestuursstijl of manier van optreden. Indien verweerders ter zake hadden doorgevraagd, had hen duidelijk gemaakt kunnen worden dat sinds klaagsters aantreden niet meer dan 133.887 euro aan vertrekkosten zijn betaald. Dat sprake is van een enorme verspilling van overheidsgelden klopt evenmin, aldus klaagster.
Zij meent dat verweerders veel kritischer hadden moeten omgaan met de verklaringen van de anonieme bronnen. Op verweerders rust de verplichting tot het onderzoeken van de betrouwbaarheid. Bij verweerders was – uit recente en in het verleden verstrekte informatie – bekend dat het COA ingrijpende veranderingen heeft ondergaan. De gehele organisatie heeft te maken gehad met een ingrijpende krimp en er hebben vele wisselingen en reorganisaties plaatsgevonden in de organisatie. Het is dan ook volkomen verklaarbaar dat er werknemers en ex-werknemers zijn, die niet volledig tevreden zijn over hun huidige c.q. voormalige werkgever. Klaagster betwijfelt de betrouwbaarheid en objectiviteit van deze bronnen, nog daargelaten dat zij niet voor de meerderheid van COA-medewerkers spreken. Daarnaast hadden verweerders extra kritisch moeten zijn omdat deze bronnen mogelijk in conflict waren met klaagster dan wel anderszins belanghebbende waren. Ter zitting heeft klaagster hieraan nog toegevoegd dat de door verweerders gehanteerde methode van verifiëren van informatie bij andere bronnen niet afdoende is. Uit de stukken blijkt dat de bronnen, voordat zij contact opnamen met verweerders, reeds contact met elkaar hebben gehad. De door hen verstrekte informatie is op elkaar afgestemd. Door de verklaringen van de anonieme bronnen letterlijk weer te geven en de gehele uitzending in hoofdzaak op deze bronnen te baseren,  hebben verweerders de grenzen van de journalistieke ethiek overschreden.
Hoor en wederhoor
Voorts meent klaagster dat verweerders materieel geen serieuze invulling hebben gegeven aan het journalistieke beginsel van hoor en wederhoor. Verweerders hebben klaagster voorafgaand aan de uitzending meerdere malen om een reactie gevraagd, waarop ook uitgebreid is gereageerd door de woordvoerder van het COA. Verweerders hebben echter – ondanks herhaalde verzoeken daartoe – geen inzage gegeven in de anonieme verklaringen en overige documenten waarover zij zouden beschikken. Hierdoor was het niet mogelijk om een adequate inhoudelijke reactie te geven, waarmee voorkomen had kunnen worden dat klaagster en het COA valselijk zouden worden beschuldigd, informatie onjuist werd geïnterpreteerd of onvolledig zou zijn. Verder wijst klaagster erop dat een mondelinge toelichting en twee uitgebreide schriftelijke reacties zijn gegeven op vragen van verweerders. Deze zijn echter niet, althans onvoldoende in de uitzending verwerkt, zulks in tegenstelling tot de verklaringen van de anonieme bronnen die uitgebreid aan bod komen. Daarbij komt dat de reactie verkeerd is samengevat, door te suggereren dat klaagster en het COA zich vooral achter procedurele bezwaren hebben verscholen.
Het in de uitzending verwijzen naar de website van de NOS voor de volledige documentatie is geen volwaardig alternatief voor het verwerken van wederhoor, nu niet het volledige publiek dat de uitzending heeft gezien ook de informatie op de website zal lezen, aldus klaagster.
Eenzijdige en tendentieuze berichtgeving
Verder stelt klaagster dat sprake is van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Uit de gesprekken met de journalisten voorafgaand aan de uitzending en de schriftelijke reactie van het COA blijkt dat sprake is van een complexe situatie binnen het COA. Een weergave van die complexiteit ontbreekt echter volledig in de uitzending. Verweerders hebben de beschuldigingen van enkele (ex-)werknemers – op een totaal van een kleine tweeduizend – niet alleen als uitgangspunt genomen, maar vrijwel uitsluitend hun kant van het verhaal gepresenteerd. De opbouw van de uitzending is ongeveer als volgt: in het COA heerst een angstcultuur, dat komt door ‘zonnekoningin’ Albayrak, daardoor vertrekken grote aantallen directeuren en bestuurders, haar autoritaire gedrag leidt bovendien tot grote leegstand in de asielzoekerscentra en tot veel afkoopsommen en dat kost het COA miljoenen aan belastinggeld. Pas aan het eind van de uitzending wordt zeer kort gerefereerd aan de reactie van het COA, maar dat gebeurt onzorgvuldig – zoals hiervoor is betoogd – en wederom eenzijdig.
Bovendien is de uitzending uitermate tendentieus, aldus klaagster. Dat begint met de inleiding waarin wordt uitgelegd dat sprake is van een compleet verziekte bedrijfscultuur, waarna wordt verwezen naar klaagster, die een despoot en zonnekoningin zou zijn. Dit zijn zeer diffamerende, subjectieve karakterschetsen. Vervolgens verschijnt klaagster in beeld, terwijl wordt verteld dat zij 273.000 euro verdient en een auto met chauffeur heeft. Verder wordt gezegd dat klaagster onder haar eigen mensen gevreesd en omstreden is. Vervolgens wordt ‘bewijs’ aangedragen van het ‘feit’ dat bijna niemand het zou uithouden onder het schrikbewind van klaagster en dat de één na de ander vertrekt. Dit beeld wordt versterkt door het gebruiken van een organogram met rode kruizen bij directeuren die zijn vertrokken. Tot slot leidt klaagsters autoritaire manier van leidinggeven er volgens de uitzending toe dat het beleid niet goed wordt uitgevoerd en te veel (belasting)geld over de balk wordt gesmeten.
Kortom, door deze opbouw, onderbouwd met grafische weergaven, kan de kijker alleen maar concluderen dat klaagster uit is op geldelijk gewin, zichzelf verrijkt ten koste van publieke middelen en een onmogelijk persoon moet zijn om voor te werken.
Daarbij komt dat onvoldoende onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. De uitzending is uitsluitend gebaseerd op anonieme bronnen en enkele documenten die deze bronnen hebben verstrekt. In de uitzending komt echter onvoldoende naar voren dat de uitzending een opsomming is van beschuldigingen afkomstig van enkele personen. Ten onrechte worden gevoelens en meningen van enkele anonieme bronnen als feit gepresenteerd, aldus klaagster.
Lezersreacties 
Klaagster stelt voorts dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld bij de plaatsing van lezersreacties onder het op de website van de NOS geplaatste artikel “Verantwoording: de anonieme COA-bronnen”. Op grond van haar eigen spelregels zou de NOS alle reacties op de website modereren. Toch zijn zeer ernstige beschuldigingen en diffamerende uitlatingen aan het adres van klaagster op de website verschenen. De NOS is verantwoordelijk voor de inhoud van deze reacties en had deze niet mogen plaatsen. Verweerders hadden dienen na te gaan of voor de beschuldigingen en uitlatingen een feitelijke grond bestaat en, indien dit niet het geval is, deze reacties dienen te verwijderen. Verschillende reacties bevatten zeer ernstige beschuldigingen zonder dat van enige onderbouwing sprake is. Bovendien bevestigen de reacties dat de uitzending dermate eenzijdig en tendentieus was dat de kijker geen andere optie rest dan te concluderen dat klaagster schuldig is aan de beschuldigingen die in de uitzending jegens haar worden geuit.
Privacy
Tot slot meent klaagster dat verweerders een onevenredige inbreuk op haar privacy hebben gemaakt door het kenteken van haar dienstauto herkenbaar in beeld te brengen, terwijl aan de journalisten tijdens het filmen nadrukkelijk is gevraagd dit niet te doen.
Gelet op de aard van de uitzending – specifiek op de persoon van klaagster gerichte beschuldigingen, waarvan het tot haar beschikking hebben van deze auto een onderdeel is – en de gevoeligheden rondom asielopvang in het algemeen, hebben verweerders klaagster onnodig in gevaar gebracht.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is klaagster van mening dat verweerders de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
HET STANDPUNT VAN VERWEERDERS
 
Verweerders zijn van mening dat zij bij het tot stand brengen van de uitzending uiterst zorgvuldig te werk zijn gegaan en hebben voldaan aan hun journalistieke verantwoordelijkheden.
Anonieme bronnen/ontbreken deugdelijke grondslag
Allereerst schetsen verweerders uitvoerig hoe de uitzending tot stand is gekomen. Het hele proces dat uiteindelijk heeft geleid tot de gewraakte uitzending, is begonnen met een tip van een bij het COA werkzame klokkenluider. Daarna hebben zij diverse andere bronnen geraadpleegd. De berichtgeving is gebaseerd op geverifieerde informatie, waarbij gebruik is gemaakt van ten minste twaalf bronnen, alsmede van door hen ter beschikking gestelde (interne) documenten. Geheimhouding van de identiteit van de bronnen was om zwaarwegende redenen noodzakelijk. Juist de geschetste angstcultuur binnen het COA is reden geweest voor de bronnen om slechts anoniem de informatie te verstrekken. Bovendien waren de medewerkers gebonden aan de gedragscode van het COA, die bepaalt dat geen vertrouwelijke informatie aan derden mag worden verstrekt. Verder waren bronnen bang voor gevolgen voor hun huidige dienstverband dan wel was bij beëindiging van hun dienstverband een geheimhoudingsbeding overeengekomen. De betrouwbaarheid van de door bronnen verstrekte informatie is op verschillende manieren vastgesteld. Informatie van een bron werd pas gebruikt als deze kon worden bevestigd door schriftelijke stukken of als een andere bron de juistheid kon bevestigen. Hiervan werd alleen afgeweken als verificatie niet mogelijk bleek, terwijl de informatiepositie van de bron zodanig uniek was en de informatie zodanig waardevol was en betrouwbaar overkwam, dat publicatie zonder verificatie gerechtvaardigd was. Van alle bronnen maakten slechts 4 of 5 personen deel uit van de groep die vooraf overleg heeft gevoerd. Verweerders hebben veel tijd besteed aan het voorbereiden van de uitzending, met name aan het verifiëren van de informatie. Intern hebben zij ervoor gezorgd dat er controle was op de totstandkoming van de uitzending door de hoofdredactie daarin te betrekken en een ervaren onderzoeksjournalist als klankbord te gebruiken. Ook de motieven van de bronnen zijn keer op keer gecontroleerd. Steeds bleek dat het een weloverwogen beslissing van de bronnen was om met verweerders te gaan praten, waarbij rancune geen rol speelde. Verweerders wijzen er verder op dat de medewerkers van het COA eerst hebben getracht de klachten op verschillende manieren kenbaar te maken binnen de organisatie, maar dat zij daar geen gehoor vonden voor hun klachten.
Volgens verweerders stelt klaagster onterecht dat bij geen van de klachtmechanismen een klacht is ontvangen over haar bestuursstijl. Uit meerdere stukken die verweerders ter beschikking hebben, blijkt het tegendeel. Verweerders wijzen ter zake op een notitie uit 2008 van de ondernemingsraad ter voorbereiding op een overleg met klaagster, een presentatie aan de achterban van de ondernemingsraad uit 2009, een communiqué van de ondernemingsraad van 3 oktober 2011 en een dossier dat in 2011 aan de vice-voorzitter van de Raad van Toezicht is overhandigd. In al deze documenten zijn aanwijzingen te vinden dat de aanwezige angstcultuur is aangekaart bij en daarmee bekend was aan klaagster en de Raad van Toezicht. De door klaagster aangehaalde resultaten van de enquête zijn in dit verband niet relevant, omdat die enquête niet representatief is. De vraagstelling is zodanig geformuleerd dat alleen wordt gevraagd naar de ervaringen binnen het eigen team, terwijl de angstcultuur ziet op de hoogste bestuurslagen en met name op klaagster. Daarnaast is de enquête afgenomen onder alle medewerkers van het COA, terwijl de uitzending met name ziet op de werksfeer op het hoofdkantoor en in het bijzonder in de omgeving van klaagster. In dit verband vinden verweerders het opmerkelijk dat klaagster geen melding maakt van een onderzoek naar de sociale veiligheid binnen de directie Huisvesting. In het desbetreffende onderzoeksrapport uit april 2010 wordt melding gemaakt van het ontbreken van een positief werkklimaat en van sociale veiligheid.
Daarnaast stellen verweerders dat de beschreven kwalificaties van klaagster stuk voor stuk zijn opgetekend uit de mond van de verschillende bronnen. Dit is ook te lezen in de schriftelijke verslagen die de verslaggevers De Vries en Bink hebben gemaakt van de gesprekken met die bronnen. Vanwege de daarin opgenomen tot de betreffende bronnen herleidbare informatie, is het niet mogelijk deze verslagen te overleggen. De uitspraken van de bronnen sluiten ook aan bij en worden ondersteund door de documenten, waarnaar is verwezen. De door klaagster aangehaalde uitspraak van het gerechtshof in Den Haag geeft volgens verweerders een onjuiste voorstelling van zaken. Uit een nadien, op 16 januari 2012, door de ondernemingsraad uitgebrachte verklaring volgt dat die zich niet herkent in het beeld dat hij zich volledig achter klaagster zou hebben geschaard. Ditzelfde geldt voor de minister, die in verschillende televisieprogramma’s heeft laten weten geschrokken te zijn van de bevindingen van de gewraakte uitzending.
Verweerders stellen voorts dat zij beschikken over een lijst van vertrokken directeuren, die deel uitmaakt van het hiervoor bedoelde dossier dat begin 2011 door COA-medewerkers aan de Raad van Toezicht is overhandigd. De lijst met namen is zorgvuldig nagelopen met zeer betrouwbare bronnen, die de daadwerkelijke redenen van vertrek hebben kenbaar gemaakt. Daaruit bleek dat ten minste zestien directeuren in conflictueuze sfeer zijn vertrokken. Omdat bij een enkeling de exacte reden van vertrek niet geheel zeker was, is in de uitzending gesproken over ‘ruim de helft’. Uit verslagen van gesprekken die vertrekkende directeuren met de voorzitter van de ondernemingsraad hebben gevoerd en van een telefoongesprek met een vertrokken directeur, blijkt ook dat meerdere hooggeplaatste functionarissen klachten hadden over het optreden van klaagster en dat er een verband bestaat tussen dat optreden en hun vertrek. De door klaagster aangehaalde krimp van de organisatie doet voor dit onderwerp niet ter zake, omdat op het moment dat klaagster aantrad als algemeen directeur er nog slechts acht directeursposities bestonden. Daarbij komt dat ook de twee bestuursleden door toedoen van klaagster zijn vertrokken. In het ene geval heeft klaagster de directieraad tegen het bestuurslid opgezet waarna de directieraad het vertrouwen in de bestuurder heeft opgezegd. Het andere bestuurslid is opgebrand na drie maanden naast klaagster te hebben gewerkt en zag zich gedwongen te vertrekken. Uit een intern memo blijkt dat onder meer deze gebeurtenis aanleiding is geweest voor een aantal medewerkers om de Raad van Toezicht te benaderen met klachten.
De kwestie betreffende het aantal leegstaande bedden is gebaseerd op een door een bron beschikbaar gestelde rapportage aan de directieraad van het COA over de stand van zaken. Daaruit blijkt dat tot en met juli 2011 ten minste 3277 plaatsen vrij waren, wat in de uitzending naar beneden is afgerond op 3000. De daaraan verbonden kosten zijn afgeleid uit het bezettingspercentage nu het COA door het ministerie op grond van dat percentage wordt gefinancierd. Door de directie Sturing, Control & Finance is de stelregel gehanteerd dat 1% leegstand 2 miljoen euro per jaar kost. Uitgaande van de financiering door het ministerie op basis van een bezettingspercentage van 91,4% en het gemiddelde bezettingspercentage in 2011 van 83% leidt de leegstand tot een kostenpost van 16,8 miljoen euro per jaar. Dit is in de uitzending afgerond op 17 miljoen euro. Deze leegstand en kosten zijn door medewerkers van het COA als onnodig en vermijdbaar ervaren. Uit verslagen blijkt dat al in een vroeg stadium duidelijk is gemaakt dat de daling van de bezetting harder gaat dan geprognosticeerd en dat de Arabische Lente geen reden was om het besluit over de krimp uit te stellen. Dit uitstel heeft bij veel medewerkers van het COA tot de nodige frustratie geleid, omdat opnieuw bleek dat klaagster en de directieraad niet bereid waren te luisteren naar de adviezen van personen met verstand van zaken. De manier van leidinggeven van klaagster heeft er derhalve toe geleid dat bedden onnodig lang leeg hebben gestaan, hetgeen geld heeft gekost.
Ten aanzien van de afkoopsommen stellen verweerders dat in de uitzending is vermeld dat volgens de bronnen ‘tonnen worden uitgegeven aan externen, aan interim-managers, aan afkoopsommen’. Daarbij is een bedrag van 55.000 euro genoemd in verband met de vertrekregeling van een bestuurder. Het staat vast dat het COA dit bedrag op bevel van de kantonrechter heeft moeten betalen. Bovendien bestaat er een verband tussen het optreden van klaagster en het vertrek van deze bestuurder. Verweerders wijzen erop dat zij expliciet hebben gevraagd naar de hoogte van de vertrekregelingen. Het COA heeft daarop geantwoord dat één directeur is vertrokken met een vertrekregeling van 33.342 euro. Uit het klaagschrift blijkt dat klaagster op haar eerder gegeven antwoord moest terugkomen, omdat een lid van de Raad van Bestuur 55.000 euro heeft gekregen. En uit een bijlage bij het klaagschrift blijkt dat over de periode 2005-2007 in totaal 133.887 euro voor zes vertrekregelingen is uitgekeerd. Daarnaast blijkt uit die bijlage dat over de jaren 2004-2011 in totaal een kleine 13 miljoen euro aan externen is uitgegeven. De gedane mededeling in de uitzending dat er tonnen zijn uitgegeven is daarmee een understatement, aldus verweerders.  
Zij hebben verder nog gesteld dat de in de uitzending verstrekte informatie is bevestigd door niet anonieme en publieke bronnen. Zo zijn de Volkskrant en NRC Handelsblad op basis van eigen onderzoek, weliswaar naar aanleiding van de uitzending maar toch onafhankelijk daarvan, tot dezelfde conclusies gekomen. Daarnaast heeft het COA in een nieuwsbericht op de website in oktober 2011 zelf afstand genomen van het standpunt dat nooit klachten zijn ontvangen over de bedrijfscultuur.
Verweerders zijn van mening dat de in de uitzending gepresenteerde feiten berusten op een deugdelijke grondslag en dat zij ter zake zorgvuldig hebben gehandeld.
Hoor en wederhoor
Verweerders stellen dat zij niet konden voldoen aan de door klaagster gewenste inzage in de door bronnen verstrekte stukken, aangezien herleiding tot de bron mogelijk zou zijn. Het was echter noodzakelijk voor de bronnen om anoniem te blijven. Dit is ook de reden dat verweerders in e-mailberichten van 8 en 12 september 2011 en in het gesprek met de woordvoerder van het COA op 14 september 2011 duidelijk uiteen hebben gezet wat de strekking was van de klachten over klaagster. Zij hebben daarbij meegedeeld dat zij talloze bronnen hebben gesproken en documenten hebben ingezien, en zij hebben klaagster een lijst met concrete vragen voorgelegd naar aanleiding van de klachten. Bovendien is klaagster meerdere malen uitgenodigd om voor de camera te reageren. Een eerdere uitzending is zelfs uitgesteld in de hoop dat klaagster van die mogelijkheid gebruik zou maken. Dat klaagster dit niet heeft gedaan, is verweerders niet aan te rekenen. Verweerders menen dat zij klaagster voldoende gelegenheid tot wederhoor hebben geboden.
De door het COA verstrekte informatie is voor zover mogelijk in de uitzending aan bod gekomen. Vanwege gebleken onjuistheden in de antwoorden van het COA en de aard van het medium kon worden volstaan met het opnemen van een samenvatting van de belangrijkste bezwaren van klaagster. Daarnaast zijn op de website van de NOS met instemming van het COA de antwoorden geplaatst die het COA heeft gegeven op de vragen van verweerders. In de uitzending heeft de nieuwslezer daarop ook de aandacht gevestigd. Verweerders menen de reactie van klaagster en het COA afdoende te hebben verwerkt.
Eenzijdige en tendentieuze berichtgeving
Verweerders wijzen erop dat volgens klaagster de eenzijdigheid met name het gevolg zou zijn van het feit dat aan de reactie van het COA te weinig aandacht is besteed. Verweerders benadrukken dat klaagster meerdere malen in de gelegenheid is gesteld om voor de camera te reageren, van welke gelegenheid zij geen gebruik heeft gemaakt. Daarnaast is de essentie van haar weerwoord in de uitzending weergegeven en is de kijker uitdrukkelijk uitgenodigd op de website van de NOS kennis te nemen van de volledige schriftelijke reactie, van de achtergrond van de uitzending en van de daarbij gehanteerde werkwijze.
Evenmin is sprake van tendentieuze berichtgeving, aldus verweerders. Alle uitlatingen die klaagster als tendentieus bestempelt, zijn uitspraken van bronnen, worden breed gedragen onder de groepering die zij vertegenwoordigen en vinden steun in de feiten.
Tegenover de mening van klaagster dat de opbouw van de uitzending kijkers ertoe aanzet te geloven dat zij belastinggeld verspilt en uit is op zelfverrijking, stellen verweerders dat in de uitzending weliswaar feitelijke voorbeelden worden aangehaald van kosten waarvan nut en noodzaak twijfelachtig zijn (zoals ontslagvergoedingen, afbestellen auto, kosten externen), maar dat zij niet wordt afgeschilderd als iemand die uit is op geldelijk gewin en zichzelf verrijkt ten koste van publieke middelen.
Bovendien is in de uitzending voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Verweerders hebben op zorgvuldige wijze de uitlatingen over klaagster willen weergeven. In de uitzending is ook duidelijk vermeld dat de aangehaalde aanduidingen van klaagster citaten betreffen uit gesprekken met de bronnen van verweerders. De mededeling dat de medewerkers in opstand komen, ziet op het feit dat de medewerkers nu genoeg moed hebben verzameld om ook buiten de deur de noodklok te luiden. In de uitzending komt aan de orde dat de medewerkers op voorzichtige wijze de publiciteit hebben gezocht. Het begon met enkele personeelsleden en dit heeft zich gaandeweg uitgebreid. De aangehaalde cijfers over de leegstaande bedden komen uit een maandrapportage van het COA zelf. Dit zijn feiten die ook als zodanig zijn gepresenteerd. Hetzelfde geldt voor beweringen en meningen. Nergens zijn persoonlijke opvattingen als harde feiten weergegeven. Het onderscheid tussen de verschillende uitlatingen is steeds op zorgvuldige wijze gehandhaafd, aldus verweerders.
Lezersreacties
Verweerders stellen dat zij na ontvangst van de klacht een aantal reacties van hun website hebben verwijderd. Hiermee hebben zij overeenkomstig de Leidraad van de Raad gehandeld. Op grond van deze Leidraad is er overigens geen plicht de reacties voorafgaand aan plaatsing te controleren. Er dient uitsluitend actie te worden ondernomen op verzoek van de betrokkene, hetgeen in het onderhavige geval ook is gebeurd. Ter zitting hebben zij hieraan toegevoegd dat bij het modereren een aantal reacties in eerste instantie niet als beledigend is aangemerkt, waardoor deze reacties op de website terecht zijn gekomen.
Privacy
Ten slotte stellen verweerders dat klaagsters privacy niet is geschonden door de weergave van het kenteken van haar dienstauto. Het kenteken is slechts gedurende een paar seconden in beeld gebracht. Daarbij komt dat het kenteken niet zomaar valt te herleiden tot klaagster, niet in de laatste plaats omdat de auto niet op haar naam is geregistreerd. Het betreft bovendien een kenteken van een dienstauto, die in beginsel niet is bestemd voor persoonlijk gebruik. Verweerders hebben in latere berichtgeving, waarin gebruik is gemaakt van dezelfde beelden, voor de zekerheid het kenteken onleesbaar gemaakt. Overigens blijkt uit een artikel van de Volkskrant van 12 november 2012 dat de dienstauto inmiddels is verkocht, zodat dit klachtonderdeel niet meer relevant is.
Conclusie
Naar aanleiding van de klacht hebben verweerders nog eens precies op een rij gezet wat zij hebben gedaan om de gewraakte uitzending tot stand te brengen en hoe zij in dat kader invulling hebben gegeven aan hun journalistieke verantwoordelijkheid. Bij het doorlopen van dat proces werden verweerders nog eens bevestigd in hun overtuiging dat zij niet in strijd hebben gehandeld met hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. De uitzending bevat diverse ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster, gebaseerd op anonieme bronnen, terwijl voor die beschuldigingen onvoldoende grondslag bestaat.
  2. Verweerders hebben onvoldoende wederhoor toegepast.
  3. Er is sprake van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, waarbij onvoldoende onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen.
  4. Verweerders hebben onzorgvuldig gehandeld bij de plaatsing van lezersreacties op hun website.
  5. De privacy van klaagster is onnodig aangetast.
 Ad 1.
Teneinde het publiek zo goed mogelijk te informeren maakt de journalist bij voorkeur zijn bronnen bekend. De journalist beschermt evenwel de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd, en van bronnen van wie hij wist of kon weten dat zij hem informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hij hun identiteit niet zou onthullen. Van informatie die hem is toegespeeld en van informatie die hem is meegedeeld door bronnen van wie hij de identiteit niet kan onthullen, maakt hij alleen gebruik wanneer hij de betrouwbaarheid heeft onderzocht, en de publicatie ervan voldoende nieuwswaarde heeft, een algemeen belang dient en geen onevenredig groot gevaar voor personen oplevert. (zie punten 2.2.1., 2.2.2. en 2.2.3. van de Leidraad van de Raad)
Voorts behoort de journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor die beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Bijzondere zorgvuldigheid is geboden in het geval van publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad)
 
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders voldoende inzicht verschaft in de wijze waarop de uitzending tot stand is gekomen en de manier waarop zij gebruik hebben gemaakt van de door anonieme bronnen verkregen informatie. Door verweerders is duidelijk gemaakt dat zij zich er terdege van bewust zijn geweest dat met betrekking tot de verstrekte informatie grote zorgvuldigheid in acht genomen moest worden, omdat het niet mogelijk was de onderliggende verklaringen en documenten – vanwege de toegezegde anonimiteit – openbaar te maken. Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij ten aanzien van de betrouwbaarheid van de bronnen extra zorgvuldigheid hebben betracht, mede gelet op het feit dat die bronnen uit (ex-) medewerkers bestonden. Hoewel de Raad de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie niet heeft kunnen verifiëren, hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat zij daarnaar voldoende deugdelijk onderzoek hebben verricht.
Voorts is de Raad van oordeel dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat op basis van de voorhanden zijnde informatie en documentatie een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen zij in de uitzending aan de orde hebben gesteld. De klacht is op dit punt ongegrond.
 
Ad 2.
De journalist behoort, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe te passen bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
Verweerders hebben voorafgaand aan de uitzending meerdere malen per e-mail aan klaagster concrete vragen gesteld, waarbij zij de strekking van de gedane beschuldigingen hebben kenbaar gemaakt. De Raad acht het aannemelijk dat aldus de strekking van de uitzending voor klaagster voldoende duidelijk moet zijn geweest. Voorts hebben verweerders klaagster de gelegenheid geboden om voor de camera haar reactie te geven. Dat klaagster van die mogelijkheid geen gebruik heeft willen maken, kan verweerders niet worden aangerekend. De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders klaagster voldoende in de gelegenheid hebben gesteld te reageren. Het klachtonderdeel is op dit punt ongegrond.
 
Echter, aangezien door het COA – mede namens klaagster – schriftelijk is gereageerd op de vragen van verweerders, hadden verweerders die reactie ook op een adequate manier behoren te verwerken in de uitzending. Gelet op de ernst van de beschuldigingen hebben verweerders
dit onvoldoende gedaan door te volstaan met de vermelding dat ‘klaagster er vooral moeite mee heeft dat wij niet kunnen zeggen wie onze bronnen zijn en dat we ook onze stukken niet in inzage kunnen geven’ en dat zij in een schriftelijke verklaring laat weten ‘dat zij dat beeld van die angstcultuur hier bij het COA totaal niet herkent en dat dit soort dingen nou eenmaal gebeuren bij een organisatie die zo in beweging is als het COA’. Door deze minimale weergave van de reactie van klaagster is de berichtgeving niet in balans. Dat verweerders hebben verwezen naar hun website voor de uitgebreide reactie van het COA en achtergrondinformatie laat dit onverlet. Het klachtonderdeel is op dit punt dan ook gegrond.
 
Ad 3.
De journalist behoort in zijn berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen en dient tendentieuze berichtgeving te vermijden. Dit brengt mee dat op de journalist de verantwoordelijkheid rust zoveel mogelijk een genuanceerd beeld te schetsen van de kwestie waarover hij bericht. (zie punten 1.4. en 1.5. van de Leidraad).
De Raad is van oordeel dat verweerders in de uitzending voldoende onderscheid hebben gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daar waar uitlatingen citaten betreffen van de door verweerders gehanteerde bronnen, is dit voldoende duidelijk als zodanig weergegeven. Het klachtonderdeel is op dit punt ongegrond.
 
Verder overweegt de Raad dat in de uitzending de handelwijze van klaagster als bestuurder van het COA aan de orde is gesteld, waarbij een opsomming is gemaakt van zaken die klaagster op financieel, beleids- en personeelsgebied zouden zijn te verwijten. De inhoud en strekking van de uitzending als geheel genomen zijn ten aanzien van klaagster uitermate kritisch. De kijker zal zich niet tot nauwelijks aan de indruk kunnen onttrekken dat sprake is van ernstig mismanagement van klaagster en dat dit falende beleid de belastingbetaler geld kost.
Dit bij de kijkers ontstane beeld over klaagster is volgens de Raad het onvermijdelijke gevolg van de feiten die in de uitzending naar voren zijn gebracht. De redenering dat verweerders hiermee opzettelijk de berichtgeving in een voor klaagster negatieve richting hebben geleid waardoor de waarheid te kort werd gedaan, gaat volgens de Raad niet op. Immers, zoals hiervoor gesteld hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van de voorhanden zijnde informatie en documentatie een deugdelijke grondslag bestond voor hetgeen zij in de uitzending aan de orde hebben gesteld. Het ad 2. gegeven oordeel van de Raad dat er door de summiere weergave in de uitzending van de door het COA gegeven reacties sprake is van enige onevenwichtigheid in de berichtgeving, betekent volgens de Raad niet dat ook sprake is van tendentieuze berichtgeving.
Het klachtonderdeel is dan ook gegrond voor zover het betrekking heeft op eenzijdige berichtgeving, maar ongegrond voor zover is geklaagd over tendentieuze berichtgeving.
 
Ad 4.
De redactie heeft een verantwoordelijkheid voor de reacties van derden die onder artikelen op haar website verschijnen, maar gelet op de aard van het internet kan van de redactie niet verwacht worden dat zij al deze reacties vooraf controleert. Wel kan de redactie besluiten eenmaal geplaatste reacties te verwijderen.
Als een reactie op een artikel op de website een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens een of meer herkenbare personen bevat, dient de redactie op verzoek van de betrokkene(n) te onderzoeken of voor de beschuldiging of de aantijging een feitelijke grond bestaat, en indien dit niet het geval is, de reactie te verwijderen.
(zie punten 5.4. en 5.5. van de Leidraad)
 
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij direct na ontvangst van de onderhavige klacht diverse reacties van hun website hebben verwijderd, die een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens klaagster bevatten. Daarmee hebben zij adequaat en conform de uitgangspunten als vervat in de Leidraad van de Raad gehandeld.
Verweerders hebben ter zitting nog kenbaar gemaakt dat zij bij het modereren bepaalde reacties niet als een beschuldigende dan wel diffamerende uitlating hebben aangemerkt. Daargelaten dat het verweerders uiteraard zou sieren als zij hun eigen spelregels ter zake zorgvuldig naleven, is deze omissie niet in strijd met de Leidraad van de Raad. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
 
Ad 5.
De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.
Voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk. Hun privégedrag en gedrag in besloten en privé-omgeving hebben recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren.
(zie punten 2.4.1. en 2.4.2. van de Leidraad)
 
De Raad stelt vast dat klaagster in haar positie als bestuurder van het COA een publieke en openbare functie bekleedt. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen het (kort) in beeld brengen van het kenteken van haar dienstauto. Naar het oordeel van de Raad is dat kenteken niet tot klaagster herleidbaar. Bovendien betreft het – zoals verweerders hebben aangevoerd – een kenteken van een auto, die in beginsel niet is bestemd voor persoonlijk gebruik. Aldus is geen sprake is van een onevenredige aantasting van het privéleven van klaagster. Dit klachtonderdeel is evenzeer ongegrond.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de wijze waarop het wederhoor is verwerkt, waardoor eenzijdig over klaagster is bericht. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het NOS Journaal van 20:00 uur en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 april 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter,  M.C. Doolaard, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.